Sequoia'sin België, Nederland en Luxemburg |
De verschillende soorten sequoia'sPaleobotanische evolutie en ontdekking
Op de foto links is een gefossiliseerde kegel van de uitgestorven soort Sequoia affinis te zien. Of al deze soorten ook effectief verschillende soorten waren, valt te betwijfelen gezien het soms fragmentarische karakter van de fossiele resten.
De mammoetboom is waarschijnlijk ontdekt in 1833 of 1852 door een jager tijdens de goldrush. Men is niet zeker of de waarneming van 1833 wel over Sequoiadendron giganteum ging. De beide soorten waren echter al eeuwen gekend door de Californische indianenstammen.
Van de Chinese sequoia, waarschijnlijk de voorouder van de Sequoia sempervirens, werd gedacht dat hij uitgestorven was, tot een houthakker in 1947 enkele specimens ontdekte in afgelegen valleien in China.
De drie soorten sequoia's zijn vrij eenvoudig uit elkaar te houden: de kleine naalden van de mammoetboom lijken totaal niet op de taxusachtige naalden van de kustsequoia en de Chinese cipres.
De stam van de Chinese cipres, die in tegenstelling tot de twee andere soorten in de winter zijn naalden verliest, is in tegenstelling tot deze van de mammoetboom en de kustsequoia ook niet rood van kleur en heeft geen zachte bast.
Vanwaar komt de naam Sequoia eigenlijk?
Meer over Sequoyah op de vrije encyclopedie Wikipedia.
De mammoetboom Sequoiadendron giganteum (meer), evenals de Chinese sequoia Metasequoia (meer) kregen hun naam later, in 1939 resp. 1941.
De Japanse ceder: dubbelganger van de mammoetboom?Vaak gebeurt het dat mensen mij foto's mailen van een boom waarvan ze denken dat het een mammoetboom is, maar er eigenlijk geen is. Veelal hebben ze dan te maken met de Japanse ceder (Cryptomeria japonica).Deze boomsoort, die noch een ceder is noch een sequoia, lijkt van ver een beetje op een jonge mammoetboom. Op onderstaande foto's is links een hele jonge mammoetboom (Sequoiadendron) weergegeven, rechts een Japanse ceder (Cryptomeria).
De Japanse ceder is de meest voorkomende boom in Japan en wordt, net als de mammoetboom, sinds de 19e eeuw als exoot aangeplant op landgoederen en in arboreta. Ook de naalden lijken qua vorm een beetje op elkaar. Links zijn de naalden van de mammoetboom weergegeven, rechts deze van een Japanse ceder.
Zoals op bovenstaande foto's echter duidelijk is, zijn de naalden van de Cryptomeria veel groter dan deze van de mammoetboom. Waar de naalden van de mammoetboom eerder dicht op de takjes liggen, zijn deze van de Japanse ceder sikkelvormig en minder vergroeid met de takjes. Door de vorm van de naalden wordt de Cryptomeria ook wel "sikkelcipres" genoemd. De kegels zijn sterk verschillend van vorm: waar deze van de mammoetboom eirond en 4 tot 6 cm lang zijn, zijn deze van de Japanse ceder kleiner, rond en hebben ze kleine uitsteeksels. Op de foto's is links een typische kegel van een mammoetboom te zien, rechts een aantal kegels van de Cryptomeria.
Wie pijnlijke vuisten wil, moet eens nagaan of de Cryptomeria net als de mammoetboom zo'n zachte stam heeft dat de boom als "boksboom" kan gebruikt worden. De bruinrode tot bruine schors van de Japanse ceder zou men in vertikale stroken van de stam kunnen scheuren.
Links is een relatief jonge mammoetboom te zien, rechts een oudere en grote Japanse ceder.
Andere soorten die van ver wat lijken op de mammoetboom zijn erg vaak aangeplante cipressoorten zoals de Californische cipres (Chamaecyparis lawsoniana) en de reuzenlevensboom (Thuja plicata).
Ook de wierookceder (Calocedrus decurrens) kan van op een afstand erg goed lijken op een (smalle) mammoetboom.
|
| © Tim Bekaert |