Sequoia's

in België, Nederland en Luxemburg

Westonbirt Arboretum, Engeland

Het arboretum van Westonbirt nabij Tetbury in de Cotswolds, Gloucestershire (Engeland) is het grootste en belangrijkste arboretum van Engeland. Deze grote Engelse bostuin bevat een uitgebreide collectie loof- en naaldbomen en struiken: zo'n 3000 soorten zijn aangeplant waarvan een groot aantal heel zeldzaam is of de grootste exemplaren van hun soort zijn in Europa. Westonbirt is trouwens op zo'n manier aangeplant dat de tuin, los van de grote soortenrijkdom, het hele jaar door ook een aangename en mooie plaats is om te bezoeken.

 

Westonbirt is goed onderhouden, met een parking, een modern bezoekerscentrum en dergelijke. Met de aanleg van het arboretum werd in 1829 begonnen door Robert Holford, de toenmalige eigenaar van Westonbirt Estate. Westonbirt werd later ook uitgebreid door zijn zoon George Holford. Tegenwoordig is het eigendom van de Britse Forestry Commission, die het openstelt voor publiek. Ook de botanische tuin van Kew gebruikt Westonbirt om bepaalde soorten aan te planten waarvoor het Londense klimaat niet geschikt is of waarvoor er geen plaats meer is.

 

Links
De ingang van Westonbirt langs de kant van Westonbirt Mansion (tegenwoordig een meisjesschool). De ingang wordt geflankeerd door twee imposante mammoetbomen (Sequoiadendron giganteum), waaraan een leuk verhaal verbonden is. In 1854 plantten de eigenaars Robert Holford en zijn vrouw elk één mammoetboom van ongeveer 30 cm hoog (deze kostten toen £8, ongeveer drie arbeidersmaandlonen). Naar verluidt zou Robert Holford het erg vervelend hebben gevonden dat de boom van zijn vrouw veel beter groeide dan de zijne. Zelfs nu, bijna twee eeuwen later, is het nog steeds zo! Op de foto is de boom van Roberts vrouw te zien.

Rechts
Een zicht op een eerder jong deel in het Woodland gedeelte. Het is iets wat vaak over het hoofd wordt gezien: ook bomen sterven ooit en er moet tijdig aan de opvolging gedacht worden. In een gezonde tuin of park zijn het best zowel jonge, volwassen als oude bomen aangeplant.

 

 

Op bovenstaande foto's is een mammoetboom (Sequoiadendron giganteum) te zien. Of wacht eens, zijn het er drie?
Met deze boom is iets heel uitzonderlijks aan de hand! De onderste takken van de oorspronkelijke, centrale mammoetboom zijn zelf beginnen wortelen en zijn ondertussen zelf al respectabele mammoetbomen geworden. Waar dit gedrag normaal is bij bijvoorbeeld Thuja's en consoorten, is het bij een mammoetboom uiterst zeldzaam. Op deze boom en één in de botanische tuin van Cambridge na, heb ik het nog bij geen enkele andere mammoetboom gezien.

Wollemia nobilis
In 1994 werd de botanische wereld dooreengeschud. Een parkranger was in een moeilijk bereikbaar deel van een Australisch nationaal park aan het trekken en daalde af in een afgelegen diepe vallei. Hij kwam in een vreemd soort, archaisch uitziend woud terecht en omdat hij de bomen die er groeiden niet herkende, nam hij enkele takjes mee.

De botanici aan wie hij takken toonde, konden hun ogen niet geloven: na onderzoek bleek hij levende exemplaren gezien te hebben van een soort waarvan men dacht dat die al twee miljoen jaar geleden was uitgestorven! Deze hele oude soort bestond al ten tijde van de dinosauriërs en kan dus terecht een levend fossiel genoemd worden. De spectaculaire ontdekking van Wollemia werd door botanici vergeleken met de vondst van een nog levende dinosaurus.

Er bleken in het wild slechts minder dan 100 exemplaren te zijn en omwille van de kritieke toestand van deze soort werd onmiddellijk besloten de locatie absoluut geheim te houden. Zelfs plantkundigen worden er nu nog steeds enkel geblinddoekt en per helikopter naartoe gebracht, temeer daar na onderzoek bleek dat alle exemplaren hetzelfde genetisch materiaal hadden. De volledige Wollemia-populatie bestaat met andere woorden volledig uit klonen van één en dezelfde plant. Door een gebrek aan genetische variatie is de soort bijzonder gevoelig voor schimmels en andere infecties, die door bezoekers ongewild zouden meegebracht kunnen worden.

 

Men besloot dat de enige manier om deze extreem zeldzame en unieke soort te kunnen bewaren, was door een grootschalig kweekprogramma op te zetten en deze soort over de hele wereld in botanische tuinen te verspreiden. In 2005 werden de eerste gekweekte exemplaren door veilinghuis Sotheby's verkocht voor honderdduizenden dollars. In Kew werd het eerste Europese exemplaar van deze soort aangeplant, omgeven door een zware stalen kooi omdat men diefstal door liefhebbers vreesde.

 

Vanaf 2006 werden de eerste exemplaren te koop aangeboden in België en Nederland (botanische tuin van Kalmthout, resp. Amsterdam). Stukprijs: 450€. In 2007 daalde de prijs al enigszins tot 100 à 150€.

Het spreekt voor zich dat de Wollemia, al van sinds ik in 1994 las over de ontdekking, een onweerstaanbare aantrekkingskracht op mij uitoefent. Maar honderden euro's, dat heb ik er niet voor over, zeker omdat de hele patentenwinkel errond ruikt naar platte commercie. Ik heb op mijn tanden moeten bijten om in Westonbirt, waar één van de oudste Europese exemplaren (begin 2007 al 2 meter hoog) groeit, geen stekje te nemen van deze boom of om een plantje mee te nemen uit de plantenwinkel daar.

Ik voorzie dat de prijs vanaf 2008 zeer democratisch zal worden en zal me er dan zeker eentje aanschaffen, misschien al vroeger. Met mijn enthousiasme voor botanische rariteiten en uitgestorven fauna's en flora's, kan ik bijna niet wachten.

 

Op bovenstaande foto's, die ik helaas niet zelf heb genomen, zijn een aantal volwassen exemplaren van Wollemia nobilis in de Australische canyon te zien. De hoogste onder hen is 40 meter hoog. De soort werd genoemd naar David Noble, de parkranger die hen ontdekte. Het exemplaar in Westonbirt is trouwens in april 2006 door David Noble zelf geplant.

De Wollemia nobilis behoort tot de Araucariaceae, een plantenfamilie van het zuidelijk halfrond (in evolutie teruggaand naar Gondwanaland) waartoe ook ondermeer de slangeden of apenplager (Araucaria araucana) en de Norfolkden (Araucaria heterophylla) behoren.
Ik vind kleine Wollemia'tjes op het eerste gezicht nogal lijken op de niet verwante Cunninghamia lanceolata of misschien zelfs Torreya lanceolata en Cephalotaxus sp., alledrie struikachtige, subtropische coniferen die je hier alleen maar in botanische verzamelingen terugvindt.

Een Australisch filmpje en een Canadees filmpje over de Wollemia.

Lindehakhoutstoof
Maar terug naar Westonbirt in de Engelse countryside: op onderstaande foto is de oudste boom van Westonbirt te zien.

 

U ziet slechts enkele opgeschoten, kleine lindes? Dan ziet u dat goed. Deze groep lindes is een voorbeeld van een hakhoutstoof: men hakte ooit de jonge loten van een jonge linde af om deze te gebruiken als geriefhout, hout voor in de lange bakkersovens, ... Het jaar nadien deed men dat opnieuw, en het jaar daarop opnieuw, enzovoort, eeuwenlang. Af en toe kwamen er stammen bij zodat de cirkelvormige hakhoutstoof steeds groter werd. Deze ring van lindes hier schiet op uit het wortelgestel van éénzelfde linde. De leeftijd van het geheel wordt op 2000 jaar geschat.

De Japanse esdoorn
Westonbirt is gekend omwille van zijn grote collectie esdoorns, waaronder de Japanse esdoorns (Acer palmatum). Dit is een Japans-Koreaanse struik tot lage boom waarvan de bladeren allerlei vlammende kleuren kunnen hebben. Vooral de Japanners zijn erg actief in het selecteren van steeds nieuwe cultivars met alle mogelijke tinten van groen, geel, rood en paars.

   

Op bovenstaande afbeelding zijn drie Japanse esdoorns te zien: een hoge groene, een rode en een lage paarse. Indien goed ingeplant, kunnen Japanse esdoorns (die ook heel populair zijn als bonsai) een grote verrijking zijn voor een overdachte tuin.
Ik heb Westonbirt nog nooit gezien in de herfst, maar dat moet bijna een kleurenexplosie zijn wanneer de vele esdoornsoorten en hun cultivars hun typische intense herfstverkleuring gaan vertonen.

Terug naar mammoetbomen in het Verenigd Koninkrijk.

Inhoudstafel - top van pagina

© Tim Bekaert