Krokodillen

De krokodillen behoren tot de grootste reptielen. Sommige soorten bereiken een lengte van 7 meter en kunnen 100 jaar oud worden.

Krokodillen zijn gekenmerkt door hun hagedisachtige lichaamsbouw  en hun huidpantser. Het zijn zoetwaterbewoners van tropische en subtropische gebieden. Alhoewel ze op het land slechts traag kunnen voortbewegen, zijn ze in het water heel beweeglijk.

Krokodillen zwemmen door een kronkelende beweging van de afgeplatte roeistaart. Door een aangepaste verdeling van de lucht in de longen, zijn ze in staat schuin te zwemmen waarbij de romp en de staart onder water blijven en enkel de ogen en de neusopeningen boven water uitsteken. De gevaarlijk uitziende tanden verschi11en meestal onderling in grootte en vorm. Ze dienen voor het vastgrijpen van de prooi. De voedselopname vindt plaats in het water, maar niet onder water.

Onverteerbare delen van prooien zoals veren worden als een braakbal uitgescheiden. Ze hebben door huidkleppen afsluitbare neusgaten en kunnen tot één uur onder water blijven.

Krokodillen planten zich voort door middel van eieren. De vrouwtjes vertonen veel broedzorg en verjagen ogenblikkelijk elke indringer. De jongen breken met behulp van hun eitand de eierschaal open en beginnen zacht te kwaken.

Krokodillen worden in drie families onderverdeeld:

 -alligators en kaaimannen

-echte krokodillen

 -gavialen

   

1. alligators en kaaimannen

 

De kaaimannen behoren met de alligators tot één familie. Kaaimannen lijken zeer veel op alligators, maar een opmerkelijk verschil vormen de beenplaten op de buikzijde.

Vrijwel komen ze allen voor in het noorden van Zuid-Amerika, voornamelijk in het stroomgebied van de Amazone.

Daar paren de dieren in het water en 4 tot 5 weken na de bevruchting bouwt het wijfje een nest waarin ze de 30 tot 50 eieren deponeert. Deze eieren hebben een harde schaal en om zich uit het ei te verlossen hebben de jonge kaaimannen een eitand op de punt van de snuit.

De moeder bewaakt het nest en houdt de eieren nat. Tegen het uitkomen laten de jongen een kwakend geluid horen. De moeder graaft ze uit en zodra ze vrij zijn haasten de jongen zich ijlings naar het dichtstbijzijnde water. Slechts heel weinig jongen worden volwassen omdat talloze zoogdieren, schildpadden en vogels verzot zijn op de eieren.

Kaaimannen kunnen zich op het droge erg snel verplaatsen en in het water zijn ze de overige familieleden wat snelheid betreft, de baas.

 

2. echte krokodillen 

De echte krokodillen komen voor in de tropische gebieden van de hele wereld.

Hun iris is groenachtig, geelachtig of bruin. In de bovenkaak staan aan weerszijden niet meer dan 19 tanden.

De grootste zijn de Orinocokrokodil, zeekrokodil en de spitssnuitkrokodil, die een lengte bereiken van meer dan 7 meter.

 

3. gavialen

De gavialen omvat thans nog maar één enkel geslacht met één soort: de Gangesgaviaal. Het meest opvallende kenmerk van de Gangesgaviaal is de lange smalle en duidelijk van de rest van de schedel afgegrensde snuit, die ongeveer drie en een half keer zo lang is als hij breed is aan de basis. Alleen vooraan, bij de neusgaten, wordt hij wat breder. Dit gedeelte van de snuit, met zijn achthoekige vorm is bij de mannetjes hoger doordat er knobbels op staan. De lange boven- en onderkaak zijn respectievelijk van 54 en 48 spitse tanden voorzien, alles bijeen een volmaakt werktuig om vissen en kikkers te vangen.

De Gangesgaviaal is de krokodil die het meest aan het leven in het water is gebonden. Hij leeft in diep, stromend water. Zijn poten zijn erg zwak, maar de zwemstaart daarentegen is bijzonder krachtig.

Het wijfie legt zoals alle krokodillen haar eieren op het land, meestal op zandbanken. De jongen zijn ongeveer 40 cm lang als ze uitkomen.

 

De volgende keer dat ie een krokodil tegenkomt met zijn bek dicht, moet je eens naar zijn tanden kijken. De alligators en kaaimannen verschillen van de echte krokodillen door de vierde tand in de onderkaak. Bij de alligators past deze in een holte in de bovenkaak en is bij gesloten bek niet zichtbaar. Bij de echte krokodillen past deze tand in een inkeping van de bovenkaak en is duidelijk zichtbaar als de bek gesloten is.

De snuit is het voornaamste wapen van alle krokodillen. Gavialen hebben lange smalle kaken voor de visvangst. Alligators hebben een brede, forse snuit. Krokodillen en kaaimannen hebben een dunnere, middelgrote snuit.