Inhoud site:
Palmen Verzorgingstips Water? Licht? Potgrond Meststof Zaaien Trachycarpus Chamaerops Washingtonia Bloemen Vruchten

Verzorgingstips in detail

  • De meeste palmsoorten zijn niet winterhard. U kan het doorsnee "palmpje uit het tuincentrum" niet zomaar buiten laten in de winter. Van de meer dan 2600 soorten palmen leggen de meesten het loodje bij een beetje vorst. Slechts enkele palmsoorten doorstaan vriestemperaturen van min 15°C. Vooraleer we een palm buiten of in volle grond overwinteren moeten we eerst nagaan welke soort het is, en wat de vorstbestendigheid is.

  • Vele palmsoorten haten het om te worden verplant, en staan dan een tijd stil met de groei. Trachycarpus vertoont dit verschijnsel wel eens. Met de gehele wortelkluit, zo voorzichtig mogelijk uitplanten zonder de wortels te beschadigen, en in een gelijkaardig medium (potgrond met kleikorrels, ...) verplanten en goed laten aansluiten aan de wortel. De eerste keer aangieten met een oplossing van het groeihormoon dat in stekpoeder zit (bvb. merk Rhizopon) - a rato 1 gram stekpoeder per 10 liter gietwater, en de palm zou vlugger moeten aanslaan.

  • Toch moet een palm (potplant) af en toe verplant worden. Als de wortel de palm begint uit de pot omhoog te duwen, of als de pot volledig doorworteld is (te merken aan meerdere wortels die door de draineergaten komen onderaan), dan is het tijd om te verpotten naar een grotere pot. Ook aan de verhouding palm / pot is dat te merken: als het bovengrondse (zichtbare) deel van de palm meer dan drie keer zo hoog is als de hoogte van de pot, dan staat de palm mogelijks te klein. Best is om een pot te kiezen die 20% groter is dan de oude, zowel in hoogte als in diepte. Verplanten gebeurt best in het vroege groeiseizoen. Opletten dat we de palm niet te diep of te hoog zetten. Palmen zijn zeer gevoelig aan de exacte hoogte van de onderkant van hun stam. Meestal is dit te herkennen aan een kleine bolvormige verdikking aan het begin van de stam, net boven de wortels. Dit "bolletje" moet net op de grond staan, niet dieper. Tenzij bij Trachycarpus, waar we 2 cm dieper moeten kiezen.

  • De grond moet goed draineren . Een pot met sierpot ("cache-pot") volledig (tot boven) vol water gieten is voor zowat alle planten dodelijk. Het water moet dus goed kunnen weglopen uit de pot, naar een onderschaal met lage rand (binnen) of gewoon weglopen zonder onderschaal (buiten). Alleen enkele moerasplanten verdragen een doorweekte en zure bodem.

  • Een palm heeft veel licht nodig, als het kan in volle zon van lente tot herfst buiten of in de serre, tenzij enkele kleinere soorten die liever geen direct zonlicht willen, bvb. Chamaedorea elegans en sommige Licuala-soorten. Een kleinere, lage palmboom staat in de natuur ook onder de grotere planten, en wenst schaduw. Trachycarpus, Washingtonia en Phoenix daarentegen verdragen zelfs als zaailing direct zonlicht. Een serre heeft de voorkeur, omdat de temperatuur hoger is (in ons klimaat) en omdat het glas de schadelijke UV-stralen filtert. Pas op met het verplaatsen van een palm van woonkamer of serre naar open lucht: bladeren die niet aan volle zon gewend zijn kunnen verbranden, en dienen geleidelijk aan de zon te wennen, per 10 dagen verplaatsen naar een standplaats met iets minder schaduw is aanbevolen, en elke dag nakijken of het blad grijze of bruine vlekken vertoont. Indien dit het geval is, terug naar meer schaduw, en het proces trager herhalen.

    Het heeft geen zin om hier te klikken :-)

  • Een palm heeft relatief meer water nodig als het warm is. Gezien het grote verdampingsoppervlak van de bladeren heeft een palm bij hogere temperaturen (hittegolf bvb.) veel water nodig. In de zomer in volle zon drie weken zonder water is dodelijk voor een palm in een pot, ook al is die 10 jaar oud. De palmbomen die je aantreft in Tenerife en zuidelijk Madeira, zouden er niet staan zonder kunstmatige irrigatie. Het heeft geen zin om palmbomen te vereenzelvigen met "droge landen", palmbomen komen in droge streken van nature niet voor. Als je een Phoenix dactilifera (dadelpalm) opmerkt die in het wild groeit in binnenland Marokko, dan is er een bron of een hoge stand van het grondwater. Uiteraard kan een palmboom bij lagere temperaturen (winterseizoen) het stellen met minder water. Er zijn overigens grote verschillen tussen de soorten palmen: een Phoenix kan het stellen met een weekje droogte, en een Licuala dient een permanent licht vochtige grond te hebben. Pas gieten als de potgrond droog aanvoelt (op diepte, niet enkel aan het oppervlak) is een goede regel. Maar dan niet te veel zodat de wortel niet in permanent water (onderschaal) staat, en niet permanent doornat. Een palm iets te vochtig houden is gevaarlijker dan een palm die iets te droog staat (doch bij erg jonge zaailingen moet dikwijls nagekeken of ze niet te droog staan, zeker als ze in kleine potjes in volle zon staan - bij een hittegolf zelfs dagelijks). Een palm die koel overwintert, dient uiteraard heel wat droger te staan dan vermeld in deze rubriek (zomerregime). Zie de link "water" boven aan deze pagina.

  • Een palm heeft warmte nodig om te groeien. De exacte temperatuur verschilt per soort, maar algemeen kan je stellen dat bij lagere temperaturen dan 20°C een palm niet groeit. Ideaal lijkt 25°C tot 30°C. Trachycarpus blijkt hier een uitzondering op te maken, als je de groei bestudeert. Als in het voorjaar de dagtemperatuur ongeveer 14 graden haalt, komen de nieuwe bladeren al verder uit.

  • Zaden kunnen lange tijd op zich laten wachten om te kiemen. Sommige komen uit na vijf dagen tot zes weken, andere na 16 maanden. De meeste zaden komen vlugger uit bij een temperatuur van +/- 30 tot zelfs 35 °C, de Trachycarpussoorten komen bij deze omstandigheden helemaal niet uit: zij verkiezen ongeveer 25°C. Zaden moeten licht vochtig liggen om te kiemen, niet "nat-verzopen".

  • Palmen hebben graag veel meststoffen in het groeiseizoen, rijk aan mangaan (bij tekort: jonge bladeren vergelen en het blad blijft kleiner, het blad verdort en krijgt een kroezelig uiterlijk), magnesium (bij tekort: oudere bladeren worden geel op de uiteinden, blijven in het midden bij de stengel groen. Voornamelijk bij dadelpalmen), ijzer, kalium (Bij tekort:bladeren vertonen gele, oranje of bruine vlekken, en afstervende delen op oudere bladeren) , Stikstof en koper. Gewone groene korrel bevat al deze stoffen. Zie de link "meststof" bovenaan deze pagina.

  • Een palmboom reageert sterk op de juiste meststoffen en correcte bewatering, en groeit dan snel met mooie bladeren. Overbemesten met stikstofrijke goed oplosbare stoffen (bvb ureum) is echter af te raden, omdat deze goed wateroplosbare stoffen zodanig snel door de plant worden opgenomen, dat deze een gemakkelijkere prooi wordt voor insectenvraat, of minder winterhard wordt (dunnere celwand). Daarenboven kan een plant sterven door overbemesting (deshydratatie van de wortel door te veel zouten in de omgeving). Te weinig bemesten zorgt enkel voor een tragere groei, maar dit beschadigt de plant niet. Een grote pot, met daarin een kleine plant met weinig wortel, heeft relatief minder water en minder meststoffen nodig. Een pot die volledig met wortels gevuld is, met een grote plant boven in de pot, heeft relatief meer water en meststoffen nodig. Een goede richtlijn is 25 gram groene of roze korrel opgelost in 10 liter gietwater, voor een goed gewortelde palm met grote plant in de pot. Let op met dit bemestingsregime in de winter, gezien de palm minder groeit bij lagere temperaturen. Eens per maand (in de zomer dan) met gewoon klaar water goed doorgieten, om de overtollige meststoffen uit te spoelen (in de natuur hebben de palmen ook af en toe stortbuien).

  • Kortom, ga er van uit dat de "palm" een primitieve plant is. Als kweker moeten we rekening houden met de hoeveelheid aan (zon-)licht, water, grond, meststoffen, temperatuur, omdat de palm enkel in bepaalde (zeldzame) habitats voorkomt. Een palm is prachtig, maar gevoelig. Het is aan ons om deze prachtige plantensoort in al zijn glorie te laten overleven. Sommige palmen wensen volle zon, sommigen vereisen schaduw en sterven bij overmatige blootstelling aan volle zon (Licuala, Chamaedorea, en de meeste zaailingen). Wij kunnen ons verplaatsen, en drinken of schaduw opzoeken wanneer we wensen. Een plant kan dat niet.

  • Een grotere palm (met stam) in de winter binnen zetten, en in de zomer buiten, of van een serre naar open lucht verplaatsen, houdt gevaren in. Niet enkel "zonnebrand" (vele soorten zijn heel gevoelig indien er snel van schaduw naar zon overgeschakeld wordt, en vertonen vlug verbrande bladeren) en het kapot waaien van grote en fragiele "serrebladeren", maar ook groeistoormissen. In een serre of woonkamer is het warmer, weinig verschil tussen dag- en nachttemperatuur, geen wind en constante luchtvochtigheid. In deze omstandigheden maakt de palm grote bladeren aan op lange bladstelen. Buiten in open lucht is er felle zon, droge lucht, koudere nachten en krachtige wind. De palm schrikt hiervan, en maakt kortere bladstelen, soms zelfs in die mate dat het blad wil openplooien terwijl het nog niet helemaal uit de stam is.



  • Terug naar hoofdpagina
    Madeira - reisinformatie.
    Tenerife - reisinformatie.
    Programmeren in Delphi zonder de VCL
    tags: kitten gevonden katten poes katje adoptie adopteren zwerfkat gedumpt katje gratis