Oorsprong
De Shiba Inu is een oud Aziatisch ras, waarschijnlijk verwant met Chow Chow en Kyushu.
Het werd naar Japan gebracht vanuit China zo'n 2000 jaar geleden.
Zes verschillende rassen ontwikkelden zich van deze originele honden, met inbegrip van Akita en Shiba Inu.
De Shiba is de kleinste van de zes Japanse spitz-type honden. Enkele van de andere zes rassen zijn reeds uitgestorven. Shiba's werden oorspronkelijk gekweekt om op vogels te  jagen. Het ras kan perfect op de loer liggen tussen kreupelhout.
De kleur van z'n vacht is als de heldere rode kleur van de herfstbladeren.
Het woord "shiba" betekent "kreupelhout" en het woord "Inu" betekent "hond."
De Tweede Wereldoorlog was een moeilijke tijd voor vele hondrassen, en dit was voor de Shiba geen uitzondering.
Hoewel het ras bijna uitgestorven was, werden er kweekprogramma's opgestart onmiddellijk na deze oorlog, met individuele honden van het platteland in Japan. De Shiba is nu veruit het populairste ras in Japan en de laatste jaren winnen zij aan populariteit in de Verenigde Staten,
waar ze hoofdzakelijk als metgezelhond genomen worden.
De talenten van de Shiba omvatten: de jacht, het volgen, waakhond, het bewaken, behendigheid en het uitvoeren van oefeningen.
De meeste van deze rassen waren allround; jagers, wakers, vechters en sledehonden, soms werden ze zelfs gegeten.
De kleine verschillen die ze gingen ontwikkelen hadden te maken met hun grootte en instelling op het klimaat.
Op de noordelijke eilanden is het 's winters heel koud, terwijl het in het zuiden behoorlijk warm kan zijn dus was er veel verschil in de vacht structuur.