|
E.H.
René Oste is 50 jaar priester en 25 jaar pastoor van onze parochie. Dit
uitzonderlijke jubileum lieten we niet onopgemerkt voorbijgaan. We
vierden deze heuglijke gebeurtenis samen met onze pastoor op paasmaandag 17 april 2006.
50 / 25, het heeft iets van een monument. Nochtans is pastoor Oste geen
man van grote woorden. Hij is eerder de stille maar zeer aanwezige
kracht in onze parochie.
We geven hem graag het woord om eens in ‘zijn’ verleden terug te blikken,
maar ook zijn kijk op de toekomst benieuwt ons.
Vertel
ons wat over uw jeugd.
Lagere school liep ik bij de Broeders van de Christelijke
Scholen in Bazel. Ik heb er een gelukkige jeugd gekend. Toen kon er ook
nog echt op straat gespeeld en vooral gevoetbald worden met de vele
kinderen uit de buurt. De chiro bestond bij ons al en daar was ik bij.
Maar toen ik naar het college in Sint-Niklaas op internaat trok en pas
om de maand naar huis kwam, was de overstap naar de KSA van Beveren een
logisch gevolg. Rond 1946 zijn we dan zelf met een KSA-groep begonnen in
Bazel. Ik ben daar bij geweest tot 1967. Van die groep was ik
bondsleider (= groepsleider) en daarna proost. Het was een mooie tijd
met de jaarlijkse bivakken en de driekoningenstoet – we deden die in
drie gemeenten! - ten voordele van de missies. Vanaf 1967, toen ik
onderpastoor in Nieuwkerken-Waas werd, was ik veertien jaar proost van
de scouts. Ja, eigenlijk ken ik de drie grote jeugdbewegingen goed en
van binnenuit.
Wat
deed u beslissen om voor het priesterschap te kiezen?
Als misdienaar had ik een zeer goed contact met onze
onderpastoor. Daar is mijn roeping eigenlijk begonnen. In het
voorlaatste maar vooral in het laatste jaar van de humaniora heb ik dan
de definitieve keuze gemaakt.
Hoe heeft u uw seminarietijd ervaren?
Op ’t seminarie ben ik zeer graag geweest. Je was met
velen met eenzelfde ideaal, je groeide naar elkaar toe en je had veel
steun aan elkaar. Mijn eerste jaar Klein Seminarie volgde ik in
Sint-Niklaas. Dan werden we voor het tweede jaar overgeplaatst naar
Mariakerke. Het eerste en tweede jaar filosofie samen waren we toen met
zo’n kleine 70. Wij startten in ’t eerste jaar met 35, daarvan zijn er
28 gewijd. Een redelijk klein getal toen want twee jaar eerder waren er
42 wijdingen. De vier jaar theologie in ’t Groot Seminarie werden van
1951 tot 1955 onderbroken door mijn militaire dienst in Aalst (CIBI)
waarvan acht maanden in het militair hospitaal in Brussel.
En daarna in ’t onderwijs …
Ja, eerst kort in ’t college van Wetteren waar ik Maurice
De Fré (die daar onderwijzer was) en zijn vrouw Laura leerde kennen.
Deze twee mensen, Laura en Maurice, hebben mij in mijn verdere
priesterleven steeds met raad en daad bijgestaan. Daarna één jaar
surveillant en tien jaar leraar wiskunde (mijn lievelingsvak) in het
college van Ledeberg in het tweede, derde en vierde jaar. Ik was daar
ook actief als sportbegeleider en bleef proost van de KSA van Bazel,
Kruibeke en Rupelmonde.
En dan Appels, al 25 jaar.
Mijn grote bekommernis was de vorming van een sterke
parochiegemeenschap. Ons nieuw parochiaal centrum heeft daar een
belangrijke rol in gespeeld. Van daaruit werd de werking van de
verschillende verenigingen gestimuleerd. Vooral het (leren) rekening
houden met elkaar vind ik daarin zeer belangrijk. Naast het liturgische
stonden en staan bij mij de zieke en oude mensen op de eerste plaats.
Dat is enorm dankbaar. Ik ondervind dat hier in Appels en nu nog, na
zovele jaren, van mensen uit Nieuwkerken.
Alle
Appelse verenigingen noteerden wat u voor hen betekent en wat zij u voor
de toekomst wensen. We verklappen u geen geheimen door te zeggen dat al
deze reacties over u en uw werk bijzonder lovend zijn. Dus, van 25 naar
30 jaar bij ons?
Jazeker en graag! Op voorwaarde dat ik gezond kan blijven
en alles op mijn tempo kan en mag blijven doen. Dus niet te veel
avondvergaderingen. En hopelijk blijven heel wat verantwoordelijkheden
zoals voor de vormselwerking, de kindermomenten, het feestcomité, de
parochieploeg en nog zoveel meer opgenomen worden.
Hoe
ziet u de toekomst van de Kerk?
Het beleven van ons geloof zal verder verminderen. De
volgende generatie zal vreemd staan tegenover alles wat met geloof te
maken heeft. Jammer is dat er in de toekomst veel mensen zullen zijn
die het niet meer nodig vinden om zich gedragen te weten door een
gemeenschap, en dus ook niet meer door de Kerk.
Positief is dan weer dat veel leken heel wat taken en
verantwoordelijkheden opnemen. En hopelijk zal alles vanuit die sterke
kernen weer opbloeien.
Hoe
ziet u de toekomst van onze parochie Appels?
Dat ik de laatste residerende pastoor van Appels zal zijn
is bijna zeker. Momenteel mogen we in ons dekenaat zeker niet klagen met
nog acht parochiepriesters naast de deken. In andere dekenijen moeten ze
het met heel wat minder mankracht doen. Daarom hoop ik dat leken
verantwoordelijkheden zullen blijven opnemen. |