wp500313df_0f.jpg

DE GESCHIEDENIS VAN DE SINT-TRUDOABDIJ

 

 

De vrouwelijke leden verhuisden naar een boerderij in Odeghem (Assebroek). Hun kleine kerkje werd toegewijd aan Sint-Trudo. Pas in 1248 functioneerden ze volledig onafhankelijk van de Eekhoutabdij en werd priorin Usilia de eerste abdis van de zelfstandige Sint-Trudoabdij.

De 16de eeuw bracht rampspoed. De gebouwen werden door brand vernield. De zusters kochten een refugehuis ‘het Hof van Sint-Baafs’ op de Garenmarkt en in 1588 het Stalijzerklooster in de Nieuwe Gentweg. In de 17de en in het begin van de 18de eeuw kende de abdij een bloeiperiode. Om aan de maatregelen van Jozef II te ontsnappen, openden de zusters een schooltje maar op het eind van de 18de eeuw werden de beslissingen van het Franse bewind ook hen fataal.

Op 30 november 1796 werden de zusters uit het Sint-Trudoklooster verdreven en vonden onderdak o.a. in het Begijnhof. Het klooster werd gesloopt. In 1816 slaagden ze er in om het huis van de rector in de Nieuwe Gentweg aan te kopen en ging de gemeenschap opnieuw van start.

In het begin van de 20ste eeuw hadden de zusters het materieel erg moeilijk. Priorin Maria Pollet bezorgde de gemeenschap nieuwe kansen in 1949. Met de hulp van archivaris en rector Michiel English en Dom Filips De Cloedt van Steenbrugge werd de Sint-Trudogemeenschap in 1952 opgenomen in de Orde van het Heilig Graf.

Vijf zusters zusters van het klooster van het Heilig Graf in Nederland en drie zusters uit Turnhout kwamen over naar Brugge om de kleine vernieuwde gemeenschap verder uit te bouwen. Een groter onderkomen werd een noodzaak. Als nieuwe vestigingsplaats werd de vervallen burcht van de graven van Vlaanderen in Male uitgekozen. De bouwwerken namen meer dan twintig jaar in beslag.

De gemeenschap kon in 1954 haar intrek nemen in een deel van het voormalige slot. In 1956 werd de nieuwe kerk gewijd en een gastenverblijf geopend. De Brugse bisschop E.J. De Smedt herstelde het abbatiaat en de oversten werden opnieuw abdis.

In de jaren zeventig werkte men aan de uitbouw van het liturgisch apostolaat. In de jaren tachtig dan werd het apostolaat van de gastvrijheid met een eigen programma uitgebouwd. Dit duurde tot in 2008. Door materiële eisen gedwongen moest de gemeenschap uitzien naar een andere woning en het kasteel verkopen.

In 2013 leidde dit tot de aankoop en de verbouwing van ‘De Ranke’ op de site van de Hospitaalzusters van Sint-Jan. Op 14 oktober 2013 verhuisde de gemeenschap daarheen en ontstond er een goede samenwerking met de Hospitaalzusters.
Zij laten zich inspireren door de Verrijzenisspiritualiteit.

De Orde van het Heilig Graf was intussen uitgegroeid tot de Associatio van de Reguliere Kanunnikessen van het Heilig Graf. De Associatio telt nu zeven zelfstandige priorijen waarvan leden in Europa en in Afrika (Oost-Congo en Rwanda) zijn.

Kluizenaar Everelmus vestigde zich in de 11de eeuw langs de Dijver en bouwde er in de schaduw van de Onze-Lieve-Vrouwkerk een klein bedehuis. Rondom hem vormde zich een groep mannen en vrouwen die volgens het evangelie wilden leven.
Vanaf 1146 volgde deze groep de regel van Augustinus en sloot zich aan bij de reguliere kanunniken. Dat was het begin van de befaamde Eekhoutabdij.

wp4584a844_0f.jpg

(afbeeling: De steen van Everelmus, aangevuld door Jef Claerhout)

wp7a31d556_0f.jpg
wpffad67c6_0f.jpg
wpc999e7e0_0f.jpg
wp49be1ef0_0f.jpg
wp324b2532_0f.jpg
wp52aa5482_0f.jpg
wp1dea534e_0f.jpg