DE KLEINE GESCHIEDENIS VAN DE GEMEENTE HOESELT

(met dank aan de H.G.S.G., meer over Hoeselt op hun website Hoeselt Vrugger)                                                                        BACK SLECHTEN >>>

OORSPRONG

Opgravingen en toevallige vondsten van Romeinse voorwerpen en fundamenten van villa's, duiden op een niet onbelangrijke Romeinse en Gallo-Romeinse kolonisatie, nauw samenhangend met het nabijgelegen Romeinse Tongeren. Hoeselt lag trouwens aan de secundaire heerbaan Tongeren-Nijmegen.

Op kerkelijk gebied ontstond, nog voor de Karolingische tijd, uit de vroeg Tongerse christenheid, een zelfstandige moederparochie Hoeselt, die later het ontstaan gaf aan 7 afhankelijke kerken: Sint-Huibrechts-Hern, Vliermaal, Beverst, Romershoven, Schalkhoven, Werm en Alt-Hoeselt. In 1066 werd de parochie Hoeselt, met al haar afhankelijkheden, door prinsbisschop Theodiunus van Luik geschonken aan het kapittel van de O. L.Vrouwkerk van Hoei.

Als zodanig werden de kapittelheren van Hoei de grote tiendenaars in Hoeselt, alhoewel het kapittel van de O. L.Vrouwkerk van Tongeren nog tiendenaar bleef op de oudst ontgonnen gronden van Hoeselt. Vliermaal en Sint-Huibrechts-Hern en verwierven rond 1250 een betrekkelijke zelfstandigheid. De overige parochies verwierven pas in de jaren van de 19de eeuw hun onafhankelijkheid.

Een motheuvel, overblijfsel van de versterkte woning van de plaatselijke heer, uit de tiende eeuw, Rondom lagen de hoofdzakelijk op het zuiden gerichte hellingen, de oudste ontgonnen en vruchtbare akkers van de dorpsgemeenschap.

Hoeselt was een deel van het koninklijk Frankisch fiscus- of kroongebied, dat vrij spoedig een vrijgemaakt kerkelijk leen was, onder het directe bestuur van de prinsbisschop van Luik. Het centrum van de gemeente toont nog sporen van dit oude Frankische dorp: een driehoekig dorpsplein, met daaromheen de woningen. Een motheuvel, overblijfsel van de versterkte woning van de plaatselijke heer, uit de tiende eeuw, Rondom en hoofdzakelijk op het zuiden gerichte hellingen, de oudste ontgonnen en vruchtbare akkers van de dorpsgemeenschap. De verder van het centrum gelegen bossen werden ontgonnen en in cultuur gebracht in de 12de en de vroeg 13de eeuw. Hoewel Hoeselt in de 13de eeuw onder voogdij viel van de graven van Loon tot de annexering van Loon door Luik in 1323, bleef het Luiks territorium en was er het Luiks recht van toepassing. De goederen en de rechten die de prinsbisschop in Hoeselt bezat, werden vanouds beheerd vanuit de Kellerij door een Kelleneer.

Het centrum van de gemeente toont nog sporen van dit oude Frankische dorp: een driehoekig dorpsplein, met daaromheen de woningen.

Hoeselt was opgedeeld in 8 kwartieren: Dorp, Gansteren, Cruys & Hombrouck, Neroy, Crieckendael, Buckingslinde, Althoeselt-Dorp en Althoeselt-Brouck, waarover ieder jaar een dorpmeester of burgemeester werd aangesteld.

In 1619 verpandde de prinsbisschop Ferdinand van Beieren de heerlijkheid aan de landcommanderij van Aldenbiesen. 

 Achtereenvolgens voerden Edmond Huyn van Amstenraedt, Godfried Huyn van Amstenraedt van Geleen en Edmond Godfried von Bocholtz de titel Heer van Hoeselt. In 1683 nam het Sint Lambertuskapittel van Luik de heerlijkheid terug en benoemde kanunnik Bernard Guillaume de Hinnisdael tot tijdelijk Heer van Hoeselt. Willem Gerard Moffarts werd in 1706 Heer van Hoeselt en de familie de Moffarts bleef deze functie ook uitoefenen tot aan de Franse Revolutie.

 

HISTORISCHE GEBOUWEN

 

 De Sint-Stefanuskerk

De kerk heeft een vooraanstaande westertoren met een vroegromaanse basis in silexstenen. Dit gedeelte van de toren is nog een overblijfsel van het laatste deel van de middenbeuk van de vroeg-romaanse kerk uit de XIe eeuw. Het bovenste gedeelte van de toren is rond 1250 opgetrokken in mergelsteen, in een overgangsstijl tussen romaans en gotiek. De merkwaardige torenspits in Oostenrijkse barok dateert van 1769. De oude driebeukige gotische kerk werd in 1766 afgebroken en vervangen door een classisistische éénbeukige zaalkerk uitgevoerd in baksteen. In 1896 werd de kerk met de helft verlengd en werd ook een nieuw koor gebouwd. De zijbeuken werden in 1931 aangebouwd.

 

De merkwaardige torenspits in Oostenrijkse barok dateert van 1769. 

 Opvallend in het interieur is het barokken marmeren hoogaltaar uit 1689, afkomstig van de Sint Pauluskathedraal te Luik. Op het altaar zijn twee witmarmeren medaillons aangebracht die de HH. Petrus en Paulus voorstellen, toegeschreven aan de Luikse beeldhouwer Jean Delcour. 
Het geelkoperen tabernakel werd in 1880, in opdracht van barones Philippina de Brouckmans vervaardigd door het atelier Van Rijswijck in Antwerpen.
De Steniging van Sint Stefanus, op het hoogaltaar zichtbaar gemaakt, werd in 1878 vervaardigd door Lodewijk Hendrix uit Peer. De vroeggotische doopvont, versierd met vier koppen, dateert van ca. 1250.

 

 

Het doopvont

Achter in de kerk, in de vroegere doopkapel bevindt zich nog een zandstenen beeldhouwwerk uit de 12de eeuw.

Het koorgestoelte is afkomstig uit de kerk van Sint-Jan-Evangelist te Luik, en werd in 1760-1761 vervaardigd door Guillaume Lefebvre te Amay.

De beide zijaltaren, de communiebank (thans verwerkt in het nieuwe altaar en in de lessenaar), de ballustrade van het oksaal, de orgelkast en de biechtstoelen, midden in de zijbeuken, werden allen vervaardigd door Carl Weyskopf rond 1770.

   

In het koor, boven het koorgestoelte, bevindt zich een Kruisafneming, afkomstig uit het atelier van Rubens.Tegenover het schilderij, voorstellende de Steniging van Sint Stefanus, dat in 1713 werd vervaardigd door Jean Detrihe van Luik, voor het toenmalige hoofdaltaar. In het portaal, onder de toren,de grafsteen van Arnold Moffarts en Catharina de Heusch (1676).

In het portaal, onder de toren, bevindt zich de grafsteen van Arnold Moffarts en Catharina de Heusch (1676).

 

De Burghof

Naast de kerk ligt het zogenaamde domein Burghof, thans klooster met middelbare school. Het domein is toegankelijk via de poort met de datumsteen 1756. Op het driehoekig fronton staat het wapenschild van de familie de Brouckmans.

De poort van de Burghof.

Het domein omvat in wezen twee kastelen. Het eerste, onmiddellijk links van de inrijpoort en thans het klooster van de Zusters van Voorzienigheid, werd gebouwd in de eerste helft van de 18de eeuw door Lutgardis de Heusch, weduwe van Arnold Moffarts. Vervolgens werd het eigendom van de familie de Brouckmans, Heren van Werm.

In het park van het domein staat nog een toren met toegangspoort van een ander kasteel, dat daar in 1622 gebouwd werd door Walter de la Montagne, griffier van de XXII te Luik. Bij zijn dood in 1633 vermaakte hij zijn kasteel aan Elisabeth Strauven, stichteres van de Zusters van de Calvarieberg in Maastricht. Tot 1698 fungeerde het kasteel als klooster voor deze orde. In 1705 wordt het kasteel eigendom van de familie de Voet. Totaal vervallen, werd het kasteel, op de toren met toegangspoort na, afgebroken in de eerste helft van de volgende eeuw.

Tegenover de Burghof, aan de andere zijde van de Hulstraat, staat een hoeve met datumsteen 1785. Op dit moment is deze hoeve in het bezit van de Familie Clercx/de Voet. Daarachter bevindt zich nog de resten van omwaterde motheuvel, het restant van een vroegmiddeleeuwse versterkte woning. Zie ook de oude kadasterkaart aan het begin van dit hoofdstuk.

Clercx de Voet    

 

Lindekapel

Aan de Lindekapelstraat, op de weg naar Alt-Hoeselt, werd in 1678, onder impuls van pastoor Jan Libotte van Alt-Hoeselt en van pater Andreas Driesen van het Jacobusgasthuis in Tongeren, een kapel gebouwd op de plaats waar al eeuwen  O. L.Vrouw, behoudenis der kranken werd vereerd en waar mogelijkerwijze reeds een kleinere kapel aanwezig was.

 Tijdens de Franse Revolutie werd de kapel tot op 1 meter boven de grond afgebroken. In 1817 werd zij in haar oorspronkelijke staat opgebouwd. De Lindekapel werd geklasseerd als beschermd monument. In de loop van 1995 werd gestart met een erg grondige restauratie van de kapel, maar die is door een samenloop van omstandigheden nog steeds niet voltooid.

De omgeving van Hoeselt heeft veel natuurschoon te bieden.  

Hier "heksenbezems" in de bomen. 

De Kluis van Vrijhern

In het gehucht Vrijhern, dat deel uitmaakt van de parochie Riksingen (Tongeren) vestigde zich rond 1660 Geurt van Elst als kluizenaar en richtte er de eerste primitieve kluis op.

De kapel van de kluis, het enige gebouw van het complex dat in baksteen is opgetrokken, werd in 171 0 gebouwd, exact naar het model van het Heilig Huisje van Nazareth in het bedevaartoord Loretto (Italië). Het geheel bestaat verder uit een woonhuis (het vroegere kloostergedeelte met de cellen van de broeders-kluizenaars), stallingen en vroegere schoolgebouwen, alles hoofdzakelijk in vakwerk en leem. Even bezijden de kluis, aan het kerkhof van de kluizenaars, troont een Calvarie in mergel met basisreliëf (1 8de eeuw).

De kluizenaars bewoonden de kluis van Vrijhern nog tot in 1904. De kluis van vrijhern was en is nog steeds een druk bezochte bedevaartplaats van O. L.Vrouw van Loretto.

 

HOESELT IN DE TIJD

 

965
Oudst bekende schriftelijke vermelding van de naam 'Althuoste'.

1066
Prins-bisschop Theoduinus schenkt de parochie Hoeselt met al haar tiendenopbrengsten aan het kapittel van Hoei. Hij wil hiermee de armoedige toestand, waarin de kanunniken van dat kapittel verkeren, verhelpen.

1147
De paus bekrachtigt de rechten en bezittingen van de kerk van St. Jan de Evangelist te Luik, waaronder Romercurt, of Romershoven.

1194
De graaf van Loon, schenkt aan de abdij Saint-Hubert, in de Ardennen, een jaarlijkse rente van vijftien Luikse ponden, te heffen in Herne.

1220
Heer Henricus de Rumershoven is getuige als graaf Arnoldus III van Loon en zijn zuster Mathilde, abdis van Munsterbilzen, een schenking doen van goederen te Biesen, tot stichting van een huis van de Duitse Orde, de latere landcommanderij Alden Biesen.

 

1234
Uit geldnood verpandt de graaf van Loon de voogdij van Hoeselt aan de bisschop van Luik, van wie hij deze voogdij in leen houdt.

1247
Willem Jonchere van Althoeselt verkoopt 46 bunder land te Althoeselt aan de broeders van Biesen. Zo wordt de aanzet gegeven tot de uitbouw van het omvangrijk patrimonium dat de Duitse Orde zich te Althoeselt zal opbouwen.

1256
Het kapittel van Hoei wil Jacquardus de Mac benoemen als nieuwe pastoor van Hoeselt. Vliermaal, waar de zetel gevestigd is van het hooggerechtshof van Loon, en ook Hern, waar de kerk op dat ogenblik reeds belangrijke inkomsten peurt uit de offerblok van Sint-Hubertus, maken van de gelegenheid gebruik, om zich los te maken van de Hoeseltse moederkerk. De kerken van Schalkhoven en Romershoven doen hiertoe eveneens een poging. Hun verlangens wordt echter niet ingelost.

1298
De drie dochters van wijlen Renerus de Leskiet, begijnen, staan aan de bisschop van Luik de goederen af die ze bezitten te Hurie, waarin o.a. is inbegrepen de rechtmacht op de helft van het dorp.

1300
Jan van Hamal, heer van Hern en Schalkhoven, draagt al zijn lenen over aan zijn broer Willem , om binnen te treden in de abdij van St.-Jacques te Luik en later prior te worden in de abdij van St.-Hubert in de Ardennen.

1305
Amelius van Grimmertingen stelt zijn testament op in aanwezigheid van de graaf en de gravin van Loon. (Grimmertingen is de plaatsnaam voor de omgeving van de Motmolen). Zelf heeft hij geen rechtstreekse afstammelingen, maar hij schenkt zijn bezittingen, waaronder zijn deel in de molen van Grimmertingen, aan zijn neven en nichten. Hij heeft zelfs een cadeautje voor mijn Vrouwe de gravin van Loon. Zijn 5 bedienden krijgen elk een paar van zijn kostuums.
Ook de vrouw die hem verpleegde wordt niet vergeten. Daarbuiten begunstigt hij alle mogelijke kerkelijke-, geestelijke- en liefdadigheidsinstellingen uit de omgeving (o.a. de kerk van Hoeselt) . Misschien was dat wel nodig, want hij had nog drie bedevaarten te doen (vermoedelijk opgelegd als boetedoening voor een vergrijp). Hij bepaalt dan ook in dit testament dat zijn bediende Colinus Anglicus 25 pond krijgt, om in zijn naam naar Sint Jacob in Compostelia de Santiago en Rocamadur te gaan, en 20 pond, om naar het Heilig Land te trekken. Hij somt ook zijn schulden op, en daar zijn schulden bij in Engeland. De Motmolen is in het huidige landschap niet meer terug te vinden. Van de iets stroomopwaarts gesitueerde Volmolen zijn nog resten terug te vinden. Helaas verkeert deze molen in ver vervallen staat en het zou prachtig zijn als de gemeenschap van Hoeselt   een zo prachtig voorbeeld van haar rijke historie zeker zou stellen voor het nageslacht.

   

De Volmolen, vernielzucht van vadertje tijd.

1328
In de moerassen tussen Hoeselt en Alden Biesen komt het op 25 september 1328 tot een bloedig treffen tussen de Luikse prinsbisschop Adolf de la Marck en de opstandige Luikse steden. In tegenstelling met de Vlaamse steden verliezen de Luikse steden hier hun Guldensporenslag.

l 341
Er is een ernstig geschil gerezen tussen Jean Marteal, heer van Werm en Hardelingen, en het O.L.V.-kapittel van Tongeren. De onenigheid gaat in wezen over de reikwijdte van de bevoegdheden van Jean Marteal als tijdelijk heer van Hardelingen. Zijn achterban is daarbij duidelijk het boekje te buiten gegaan: Louis en Jan, de zonen van de heer Willem van Werm, de oom van de heer Marteal en alle schepenen van Werm begingen allerhande baldadigheden! Ze verhinderden dat de pachters van het kapittel uit hun huizen kwamen, dat ze de openbare wegen gebruikten of hun vee naar de weiden brachten. Bovendien hebben ze paarden, varkens en een kar van kapittel meegenomen en de 'fermier' van het hof van het kapittel opgesloten en gevangen gehouden. De straf is dan ook naar verhouding: alle schuldigen moeten blootsvoets en blootshoofds, in hemd en met een brandende kaars in de hand, meegaan in de Pinksterprocessie rond de O.L.V.-kerk te Tongeren. Vervolgens worden ze veroordeeld tot een bedevaart naar Rocamadour.

1379
De ingang van het Hof Ter Poorten 

Het hof Ter Poorten te Althoeselt, met een areaal van zo'n 100 bunder land, wordt voor de eerste maal door Alden Biesen verpacht. Voordien werd het door de broeders van de Duitse Orde zelf uitgebaat.

1390
Op 15 september maakt Gheraet van den Edelbampde, wonende te Althoeselt en poorter van Tongeren, zijn testament. Hij is een vermogend man met een cijnshof, het hof van den Edelbampt, en vele eigen-, leen-, laat- en cijnsgoederen te Althoeselt. Al deze bezittingen vermaakt hij aan zijn (oudste) zoon Gerard. Zijn drie andere wettige zonen krijgen goederen die gelegen zijn rond St.-Lambrechts-Herk. Zijn drie dochter erven geen onroerende goederen, maar erfelijke renten

1399
De Duitse Orde koopt het hof van Comme aan.

1405
lde van Roede, getrouwd met Libert van Gelmen, verheft la seigneurie d'Overbosch.

1412
De pastoor schrijft in de volkstaal - het oudste, nog bewaarde, goederenregister van de Hoeseltse moederkerk.

1449
Ridder Willem van Duras-Ordingen en zijn neef Lambert vanden Bosch verwerven de heerlijkheid Werm. De dochter van Willem van Duras-Ordingen gehuwd met Antonia van Guigoven zal trouwen met Michiel Schroots van Sint-Truiden. Op deze wijze komt Werm in het bezit van de familie Schroots voor de komende bijna 200 jaar.

1483
In zijn woning bij de kerk, dicteert E. H. Jan Proenen, Hoeselaar van geboorte, zijn testament. Hij is pastoor van Vliermaal en beneficier van het Sint-Nicolaasaltaar in de kerk van Hoeselt. E. H. Proenens dochter trouwde met Art de Corswarem, een telg uit de toentertijd belangrijkste familie van Hoeselt. Hij vermaakt dan ook al zijn goederen aan de kinderen uit dit huwelijk, maar laat het vruchtgebruik van zijn huis en hof aan Odilia, zijn dienstmeid.

1501
Door zijn huwelijk met Anne de Hamal voegt baron Frederik de Renesse, drossaard van Breda, aan de vele titels die hij reeds voert, nog een achttal nieuwe toe, waaronder die van heer van Schalkhoven.

1509
De schepenbank bestaat uit schout Art van Corswarem, de schepenen Art Snellinx, Claes Vangertruden, Claes van Vleitingen, Willem Clusinx, Tilman Vanspauwen, Jan van der Bysen en Gert Lantmeters.

1567
Gillis van Heze begaat een manslagh tegen de persoon van Ghys Pouwels de Jonghe uit Althoeselt. Ter verzoening wordt o.a. één van de twee kruisen in het Tweekruisenveld opgericht.

       

 

1571
Maria Jeude de Hardinxvelt volgt haar overleden echtgenoot Jacob Schroots op in de heerdij van Werm. Na haar dood in 1607 zal dochter Mechteld haar moeder opvolgen. Zo wordt Werm 71 jaar lang ononderbroken bestierd door een vrouw.

1580
Het voorbije oorlogsjaar, met de inname van Maastricht door de Spanjaarden, is ook in Hoeselt en omgeving dramatisch verlopen: vele woning zijn verwoest en een deel van de bevolking is overleden.
De schepenbank heeft vermoedelijk geen zitting gehouden van half 1579 tot half 1580. Als de registratie in de gichtregisters opnieuw aanvangt, blijkt dat de ambten van schout en schepenen haast allemaal door andere personen worden waargenomen: ook de meeste leden van de 'oude' schepenbank zijn in het voorbije jaar gestorven.

1588
Rijkaard (Richard) van Hamal-Eideren laat te Schalkhoven een waterburcht bouwen.

   

1605
De gemeente bouwt voor de pastoor van Hoeselt een nieuwe woning op de Honthof. De pastorij is in de vorige decennia verwoest en afgebrand.

1619
Omdat de Luikse prinsbisschop dringend om geld verlegen zit, haalt hij bij de landcommandeur van Alden Biesen een lening op. Als pand voor deze lening bekomt de landcommandeur de heerlijkheid Hoeselt. Even later wordt de lening flink verhoogd. In ruil daarvoor doet de prinsbisschop tijdelijk afstand van de inkomsten van de kellerij van Hoeselt.

1622
Walter de la Montaigne, vooraanstaand burger van Luik, laat in de Hulstraat een versterkt waterkasteel bouwen, met torens en ophaalbrug. Van dit kasteel van de Hulstraat rest nu nog de 'Bethania' toren, met daarin in reliëf, medaillons van Jezus en Maria Magdalena.

1628
Willem Moffarts, afkomstig uit Bilzen, maar door huwelijk toegetreden tot de Hoeseltse gemeenschap, koopt het herengoed in de dorpsstraat, waar zijn nakomelingen hun imperium zullen uitbouwen en het brengen tot baron en heer van Hoeselt.

Huize Moffarts

1642
Na een lang leven waarin ze 34 jaar de Vrouwe van Werm was, overlijdt Mechtildis Schroots op 2 september in haar huis te Tongeren. Deze godsvruchtige jonkvrouw wordt een weldoenster van de kerk van Werm genoemd. Maar vooral de Minderbroeders die zich te Tongeren een kerk gebouwd hebben bij het begijnhof, mochten van haar financiële gunsten genieten. Ze krijgt een grafsteen bij deze kerk, waar haar hart rust in het hoogaltaar.

1657
Het is blijkbaar niet allemaal koek en ei tussen Pastoor Jan Libotte van Althoeselt en zijn parochianen. Want de gerechtsofficier doet navraag wie er naar de pastoor heeft geroepen 'Tangen swerten duyvel' , wie heeft stenen vuiligheid en appels tegen de muur van de pastorij geworpen, wie heeft oude ganzenpluimen en andere viezigheid in de pastoor zijn weide gestrooid?

1678
Aanvang van de bouw van een nieuwe Lindekapel, dit keer in steen, ter vervanging van de oude die hoofdzakelijk in hout en leem was opgetrokken.

De Lindekapel

1683
Het kathedrale kapittel van Luik trekt de heerlijkheid Hoeselt opnieuw aan zich en stelt Willem Bernard van Hinnisdael aan als waarnemend heer van Hoeselt. De grenzen van Hoeselt worden opnieuw vastgesteld en met grenspalen afgebakend. De ruzie tussen Hoeselt en Bilzen over het precieze verloop van hun grens zal nog uitlopen tot in 1722.

1703
Hoeselt wordt geplunderd door Engelse en Hollandse troepen. Drie dagen lang wordt alles wat niet te log of te zwaar is weggesleept en veel huizen worden in de as gelegd. De pastoor van Althoeselt verliest in de plundering zijn koperen ketel.

1706
Willem-Gerard Moffarts wordt de eerste heer van Hoeselt. Hij zal in 1724 de titel van baron verkrijgen en zijn naam schrijven met een kleine 'de'. De door elkaar geschreven initialen WM, gestileerd tot XXX, vormen zijn (familie-) wapen en ook dat van Hoeselt.

1708
Broeder Jacobus Vanden Broeck keert terug van zijn derde reis naar Laureten met de maet van dat capelleken, punctuelijck, met intentie van soodanigh capelleken naer te bouwen. Verder heeft hij het portret bij van dat Mirculeus Moeder Gods bilt, dat tot Laureten staet, hetwelck van St.-Lucas zelver geschildert is. In 1714 zal de eerste mis gecelebreerd worden in de nieuw-gewijde Loretokapel bij de kluis van Vrijhern!

HET "CAPELLEKEN"            

1714
Marie Thomson roert rattengif door de pap van haar man. Omdat hij echter niet snel genoeg wil doodgaan, slaat zij hem met een eiken knuppel voor de kop. De Hoeseltse schepenbank spreekt over haar de doodstraf uit. Ze wordt in een zak gestoken en ter hoogte van de Motmolen in de Demer verdronken.

1747
Na de slag van Lafelt brengen de troepen epidemieën over de streken waardoor ze terugtrekken of kamperen. In Hoeselt is de toestand dramatisch. Of het om dysenterie gaat, zoals de pastoor schrijft, of eerder om cholera, de ziekte slaat genadeloos toe! In augustus sterven 16 mensen, in september telt men 68 doden, 15 in oktober, 14 in november...

1751
Er worden plannen gesmeed voor-, en kaarten getekend van- een kanaal dat Tongeren met 's Hertogenbosch moet verbinden. Dit kanaal zal dwars door Althoeselt lopen. Gelukkig is het bij plannen gebleven.

1755
"Het jaar dat de aarde beefde " De aardbevingen van 1755 maken zo'n indruk dat men deze zin terugvindt in een staf gegraveerd van O.L.-Vrouw.

1763
In het hele land van Luik en Loon krijgen de pastoors de opdracht een volkstelling te houden, waarin ze de naam, toenaam, kwaliteit en conditie van alle parochianen dienen te vermelden. Volgens deze volkstelling wonen, anno 1763, in Hoeselt 218 gezinnen, in Althoeselt 46, in Sint-Huibrechts-Hern en Hardelingen samen 44, in Romershoven 42, in Schalkhoven 35, en in Werm 24.

1768
In het gezin Hendrik Verjans gehuwd met Catherina Moesen, wordt een drieling geboren: Elisabeth ziet het levenslicht op de 9
de juni, broertje Jozef op de 11de en tenslotte volgt Wil- lempje op de 12de juni. Elisabeth en Jozef sterven op 30 juni, Willem op 1 juli. In 1769 zal dit gezin, dat nog 4 in leven zijnde kinderen telt, uitgebreid worden met een tweeling

1771
De Schepenen des gerechts Hoesselt en Althoesselt
verbannen Jan Fransen van Hoeselt voor 5 jaar uit het land van Luik en Loon. Het misdrijf dat tot deze straf geleid heeft is de diefstal van anderhalve schoof gerst van een akker van de Heer de Moffarts. Een deurwaarder brengt hem tot aan de grenzen van het Prinsbisdom Luik.

1783
Peter Merry wordt officieel benoemd tot gemeentelijke DOORNKAPPER, belast met aanleg en onderhoud van de struiken van de gemeente.

1799
Op 5 februari woedt er brand bij koster Voncken in de Dorpsstraat. Niet alleen zijn eigen inboedel gaat in de vlammen op, maar ook de gouden en zilveren kerkschatten die aldaar in het hooi verborgen werden met de bedoeling ze te redden uit de handen van de Franse bezetter, smelten door de grote hitte.

1799
De Fransen zijn in het dorp met de intentie de kerkklokken uit de toren te roven en mee te voeren. 'Maire' Willem Pieter Stulens legt hen haast letterlijk in de watten, hij laat 22 bussels stro aanrukken, om hun bedje te spreiden in de schuur van Willem Mercken en hij offreert 6 flessen eau de vie, zeg maar jenever. Zijn strategie helpt, als ze 's anderendaags halsoverkop - en met een houten kop - moeten verder trekken, blijven er twee van de vier klokken in de toren hangen!

1803
Pastoor Willem Natalis Wijns overlijdt in zijn ouderlijk huis te Hoeselt. Vanaf 1797, toen hij weigerde de 'eed van trouw aan de Republiek' af te leggen, leefde hij ondergedoken en oefende hij zijn ambt in het geheim uit.

1820
Uit een volkstelling blijkt dat in Hoeselt 1.848 mensen wonen en 308 huizen staan. De hoofdberoepen zijn: bierbrouwer, broodbakker, hoefsmid, kaarsenmaker, kleermaker, klompenmaker, kooremolenaer, schoenlapper, schrijnwerker en stroepstoker.

1882
Baron de Moffarts trekt met zijn hondeke en met de jachthond van zijn zoon Charies naar Sint-Huibrechts-Hern, alwaar de pastoor honden 'brandt' tegen de hondsdolheid. De jachthond wordt inderdaad gebrand, maar het hondeke van papa krijgt van pastoor Nartus de kogel

1838
Eindelijk een nieuw gemeentehuis!

1841
De Dorpsstraat wordt de eerste 'stenen' straat van Hoeselt.

1863
Op 16 april (een Ram, een ramp!) wordt te Althoeselt Lambert Capiot geboren. Kleine Lemmen zal opgroeien tot een beruchte schurk en minsten 25 veroordelingen op zijn palmares mogen schrijven
.

1868
Vanaf nu doet 'den ijzeren weg' ook Hoeselt aan.

1886
Op 24 september wordt Lambrecht Lambrechts geboren als zesde van zeven kinderen, in het gezin van hoofdonderwijzer Willem Hendrik Lambrechts en Elizabeth Rosalie Somers. Hij wordt een bekend dichter.

1893
Stichting van een coöperatieve melkerij te Hoeselt. Deze is gelegen beneden in het Kruis en treedt in 1894 in werking.

1907
De broeders Maristen doen hun intrede in Hoeselt. Ze zullen er tot 1981 blijven en instaan voor het lager onderwijs aan de mannelijke jeugd.

1910
Martinus Brepoels, kluizenaar van de kluis van Vrijhern is overleden. Als laatste sluit hij een reeks af van 18 kluizenaars van wie de namen bekend zijn. In 1662 zou de eerst bekende eremijt zich in Vrijhern afgezonderd hebben.

1921
Het gedenkteken van de grote oorlog 1914-1918 wordt met de nodige ceremoniële omkleding ingehuldigd.

Het monument direct naast de kerk

1927
Aanvang van de bouw van twee nieuwe klaslokalen op de Nederstraat. Eindelijk kan het bewaarschooltje dat opgestart was door Schoolmarieke uitgroeien tot een volwaardige wijkschool.

1938
Mobilisatie en oorlog zijn onafwendbaar. Kapelaan Vliegen wil door het bouwen van de jeugdkapel de oudere jeugd, die het eerste slachtoffer zou zijn en ook de hele Hoeseltse bevolking onder de bijzondere bescherming van Maria stellen.

1942
Tijdens de oorlog laten de Hoeselaren zich verleiden tot snel en grof geldgewin door smokkel, siroop en alcohol stoken(banc russen). Hoeselt werd in die dagen niet voor niets Klein Amerika genoemd.

1964
Er wordt een préhistorische vuistbijl gevonden op de Heibrik, tezamen met voorwerpen uit de Romeinse tijd.

1971
De eerste fusie wordt uitgevoerd.De gemeenten Romershoven, Werm en een gedeelte van Henis en Riksingen worden bij Hoeselt gevoegd. Er wordt tevens een gebiedsuitbreiding uitgevoerd ten koste van de gemeente Bilzen. Rijkhoven en Hoeselt staat enkele gronden af aan Beverst. Hoeselt krijgt gelijktijdig goedkeuring voor de aanleg van een industriezone.

1977
Bij de tweede fusie krijgt Hoeselt Schalkhoven en Sint-Huibrechts-Hern erbij.

1982
Er wordt een grenscorrectie uitgevoerd, waardoor de recreatiezone Schabos en een deel van de voormalige gemeente Vliermaal aan Hoeselt worden toegevoegd. De totale oppervlakte van Hoeselt is nu 3.003 ha.

1986
Vergroting van het gemeentehuis en de eerste steenlegging voor de nieuwbouw.

1999
Het aantal inwoners in Hoeselt is gestegen tot 9.078. Door bouwgelegeheid te creëren in de Gieterijstraat van18 bouwplaatsen, het Hondhof 47, de Middelste Kommen 109, op den Hofakker 90, Stationsbuurt 5, Tongersesteenweg 5, Werm 12, Zapstraat 14 en Romershoven 'Het Dorp' 45 - zal Hoeselt in 2000 de 10.000 bereiken.