| |
Tips
voor communicatie
Algemeen
- trek
eerst de aandacht van de slechthorende voor je iets gaat zeggen! stel
je vraag voor de slechthorende persoon niet aan de partner, familielid,...
die er naast staat, richt je rechtstreeks tot hemzelf
- zorg
dat de slechthorende kan zien wat je zegt (zie spraakafzien). praat
dus niet met uw handen voor uw gezicht en mond.
- blijf
zo dicht mogelijk in de buurt van de slechthorende
- direct
contact, zoals oogcontact, gelaatsuitdrukking en lichaamstaal kan de
communicatie vergemakkelijken. gebruik mimiek en gebaren die de boodschap
ondersteunen.
- articuleer
duidelijk (vooral de medeklinkers goed uitspreken) en langzaam, maar
schreeuw niet. Duidelijk articuleren wil niet zeggen met overdreven
mondbewegingen. Je mondbeeld wordt daardoor alleen maar onherkenbaar.
- probeer
hetzelfde eens op een andere manier te zeggen als u niet begrepen wordt
(heb geduld). sommige woorden zijn makkelijker te verstaan dan andere.
- schakel
achtergrondlawaai uit - zet radio of televisie af
- vergewis
u ervan dat het licht niet in zijn/haar ogen schijnt
- horenden
moeten gedurende heel het gesprek deze adviezen in het achterhoofd houden
en ze niet enkel tijdens de eerste gespreksminuten in acht nemen.
- neem
in gezelschap de slechthorende op in het gesprek, zodat hij het gevoel
heeft dat hij erbij hoort.
- zeg nooit:
Laat maar, het was niet belangrijk. Ook onbelangrijke opmerkingen zijn
belangrijk voor een relatie.
- benader
een slechthorende nooit ongemerkt langs achter; hij/zij hoort je meestal
niet aankomen en zal schrikken.
- een
slechthorende moet extra moeite doen om een gesprek te volgen en er
aan deel te nemen. Veel slechthorenden hebben dan ook last van vermoeidheid.
- het
vraagt zowel van horenden als van slechthorenden een extra inspanning
om met elkaar te communiceren.
Tips
voor leerkrachten
- probeer
zoveel mogelijk te vermijden dat je met de rug naar de klas staat als
je lesgeeft (om vb iets op het bord te schrijven) en probeer dat vol
te houden gedurende heel de les
- je kan
eventueel het onderwerp van je les op papier zetten en het aan de slechthorende
geven (of eventueel op bord schrijven) zodat hij/zij weet waarover de
les zal gaan
- probeer
tijdens de les belangrijke woorden, trefwoorden en moeilijke woorden
op het bord te schrijven.
- probeer
zo weinig mogelijk te verduisteren indien je dia’s projecteert
of transparanten toont
- indien
je een video getoond hebt in de les, kan je eventueel de video met de
slechthorende kan meegeven. zodat ze/hij het thuis rustig kan bekijken
(eventueel met een ouder die zo veel mogelijk vertelt wat er gezegd
wordt) ook je transparanten kan je eventueel meegeven.
- zorg
dat de slechthorende je kan zien en jij de slechthorende kan zien. zorg
dat de medeleerlingen zo weinig mogelijk haar/zijn zicht op jouw mondbeeld
en het bord beperken.
- probeer
de slechthorende zoveel mogelijk te betrekken in de les (sla hem/haar
niet over tijdens een leesoefening e.d.)
- vermijd
teveel heen en weer lopen
- indien
een leerling een vraag gesteld heeft die de slechthorende mogelijkerwijze
niet gehoord heeft, probeer ze zoveel mogelijk te herhalen vooraleer
je een antwoord geeft
- dictee:
een spellingscontrole mag geen gehoorscontrole worden. het is nuttig
dictees te vervangen door andere oefeningen die peilen naar de echte
spellingskennis: vb invullen van synoniemen
- schrijf
belangrijke mededelingen vb aankondigingen van toetsen, examens, wat
ze eventueel de volgende les moeten meenemen op het bord of op papier
Tips
voor verpleegkundigen en verzorgenden
- praat
niet extra hard, maar duidelijk en rustig. veel mensen, ook verpleegkundigen
en verzorgenden hebben de neiging om tegen een slechthorende extra hard
te praten. Het is wel een automatische reactie maar daardoor worden
de klanken meestal onduidelijk.
- jongere
mensen die slechthorend zijn leren vaak spraakafzien. Maar oudere mensen
worden hierin meestal niet zo getraind! maar ook zij hebben bij het
verstaan veel steun van het mondbeeld van de spreker.
- maak
aan alle het personeelsleden duidelijk welke personen slechthorendheid
zijn en of ze een hoorapparaat dragen.
- begin
de verzorging ’s morgens met éérst het licht aan
of de gordijnen open te doen. en begin pas een gesprek als de patiënt
zijn/haar hoorapparaten aan heeft.
- als iemand
nog slaapt, raak hem/haar voorzichtig aan om schrikken te voorkomen.
- indien
de slechthorende zichzelf niet meer kan verplaatsen: zorg voor een goede
plek in de huiskamer indien u iets zegt.
|