0-modulebaan


CABUSART

Cabusart met Thanasse te gast op EUROSPOOR te Utrecht (NL) op 3,4 en 5 novemebr 2017. Cabusart met Thanasse te gast op SPUR-0 Tage te Giessen (D) op 24 en 25 maart 2018.

 

Verschenen Artikels: 
 
nr 52 oktober  2006

    december  2006 - Lay-out of the month

  juli/augustus 2007

Cabusart was op:

Flandrail - Coudekerque(F) - 2002
O-forum - Vilvoorde - 2004

Spoorwegen voor Toeristen - Blankenberge - 2005

RMC - Coudekerque(F) - februari 2006

Clubexpo - Ruddervoorde - september 2006

3de Modelspoorexpo - Mechelen - oktober 2006

O-forum - Roeselare - november 2006

Warley National - Birmingham(GB) - december 2006

Sporen naar het verleden - Goes (NL) - mei 2007

Ramma - Sedan (Fr) - oktober 2007

MSKK - 26eTreinweekend van Oostende - oktober 2008

Spoorwegen voor Toeristen - Blankenberge - Pasen 2009 

Euromodelbouw - Genk - oktober 2009

Cabusart  met Thanasse

Ramma - Sedan (Fr) - oktober 2011
Open deur MSA Oostkamp - oktober 2011
OntraXS - Utrecht (NL) - maart 2012

6
de Modelspoorexpo - Mechelen - oktober 2012
RAIL 2013 - Houten (Nl) - februari 2013
Flandrail - Coudekerque-Branche (F) - oktober 2013
Warley National - Birmingham (GB) - november 2013
German Rail - Bremen (D) - februari 2014
Open deur MSA Oostkamp - mei 2014
14e Salon du Train Miniature - Orléans (F) - november 2014
0-forum - Zemst (B) - november 2015
Intermodellbau - Dortmund (D) - april 2016
Euromodels - Chatellerault (F) - oktober 2016
MTD Edegem - Antwerpen - oktober 2016
Trainsmania - Lille (F) - april 2017
0-Guild - Telford (GB) - september 2017
Eurospoor - Utrecht (Nl) - november 2017
Spur 0 Tage - Giessen (D) - maart 2018
MOB-Expo - Sint-Niklaas - april 2018

Klik hier voor de video van Thanasse-Cabusart

Cabusart - het verhaal.

Foto's: Peter Embrechts. Tekst: Johan Van Balberghe en Peter Decaluwe.

...Après cet accident, la faveur administrative lui avait accordé la place de garde-salle. Il y avait près de vingt ans qu’il remplissait cette grave fonction dans la petite gare de Cabussart, beau village ardennais de huit cent âmes, mi-agricole, mi-ouvrier, blotté dans les collines boisées ou ensertées, à deux pas de la frontière de France....
Uit ‘Thanasse et Casimir’ van Arthur Masson. 1942.

Een vijftal jaar terug besloten een 5-tal leden van ModelSpoor Atelier Oostkamp vzw om in hun nieuw lokaal een baan te bouwen in de koningsschaal 0. Het kleine lokaal in de Kattestraat bood geen ruimte om verdere modelbouwactiviteiten te ontplooien en de vereniging was ondertussen gestart met de bouw van een eigen lokaal op het domein Riderfort in de Oostkampse deelgemeente Ruddervoorde.
Ondertussen werd er niet stilgezeten, elke vrijdagavond werd er gepraat over het nieuwe project en hoe het eruit zou zien. We wisten al wel dat we voor een grote uitdaging stonden, geen van de leden had enige ervaring in deze schaalgrootte en we wisten op voorhand dat we bijna alles zelf zouden moeten bouwen. 

Maar toch besloten we reeds enige ervaring op te doen. In een Engels tijdschrift vonden we een artikel over de ferryboot verbinding tussen Harwich en Zeebrugge, met daarin prachtige en duidelijke foto’s van “Etat Belge / Belgische Staat” ferry-boatwagens. Er werd dan ook besloten om deze wagentjes op basis van een Engels Slaters model om te bouwen en te beschriftigen.
Bij het bezoeken van tentoonstellingen in de omliggende landen, op de contactdagen van de plaatselijke afdeling “Nord – Pas-de-Calais” van de “Cercle du Zéro” – de Franse 0-spoor vereniging - werd eveneens heel wat nuttige ervaring opgestoken,

Concept  

Ondertussen was de verhuis naar het nieuwe lokaal een feit. Er werd geschetst en getekend,en rekening houdend met de ruimte in het nieuwe lokaal werd een concept uitgewerkt. 
Het zou een modulaire baan worden, zodat deze eventueel kon uitgebreid worden en er ook buiten het lokaal mee kon tentoongesteld worden.
Het thema was uiteraard een klein stationnetje – de gekozen schaal legde zelf al deze beperkingen op.
Het gekozen tijdperk werd liefst vooroorlogs, tussen 1935 en 1945, in voorkomend geval kon door het wijzigen van het rollend materiaal en de mobiele scenery – in dit geval auto’s en wagenkarren eventueel gewisseld worden naar de periode 1945-1955.

Uiteraard hoort bij een thema ook een omkadering, een situering in tijd en ruimte.

            Reeds in de jaren 1870 vroegen de plaatselijke marmergroeven een goede verbinding om hun product op een vlotte (en goedkope) manier te kunnen vervoeren.  Na veel politiek getouwtrek kwam de lijn er uiteinde-lijk in 1893.  De concessie was aanvankelijk toegekend aan de Société Générale d’Exploitation, maar de lijn is altijd uitgebaat door de Etat Belge.  Van de gelegenheid werd eveneens gebruik gemaakt om de lijn door te trekken naar Frankrijk.  Op die manier hoopte men een snelle, goed renderende verbinding te creëren tussen de Noordfranse en Lotharingse industrie enerzijds, en het Pays Noir en de haven van Antwerpen anderzijds.    
               
Al spoedig begon de lijn te floreren.  Het internationale vervoer begon op gang te komen, en meer en meer plaatselijke industrie besliste om een raccordement te vragen.  Jammer genoeg werd al deze vooruitgang teniet gedaan door de Eerste Wereldoorlog.  Aan de ene kant was de Belgische economie nagenoeg op nul ge-vallen.  Aan de andere kant hadden de Duitsers de internationale verbinding gebruikt om hun front te Verdun te bevoorraden, en de Franse generale staf was daar niet bepaald blij mee.  Eenzijdig werd dus beslist om het Franse gedeelte op te breken.  Cabusart werd een eindstation.
  
               
Gelukkig was er twee kilometer buiten Cabusart nog de splitsing naar een andere lijn… waarbij de ver-binding uitsluitend richting Frankrijk gemaakt was !  Om van de ene lijn naar de andere lijn te komen, moest er dus kop gemaakt worden te Cabusart.  Er is ooit wel bestudeerd om de driehoek volledig te maken, maar daar is van afgezien na grondige kostenanalyse.  Cabusart is dus eigenlijk als anomalie blijven voortbestaan.
  
               
Ondertussen zijn we in 1930 aangekomen.  Passagiersverkeer is er niet veel : uitsluitend de plaatselijke bevolking durft eens de trein te nemen, als ze naar de meest nabijgelegen grotere stad wil.  Eigenlijk draait het hele station op het plaatselijke goederenvervoer.  De meest vervoerde goederen zijn : marmer, mijnhout, kap-hout en leisteen.  Verder zijn er een aantal raccordementen naar het “Syndicat d’Agriculture”, naar de brouwerij “Olyslaegers” en naar de houtverwerking “Gilson Frères”.  Per dag komen er nog eens een drietal buurtgoederen treinen toe, die het gehele dorp en omgeving bevoorraden.
  


               
Rondom het station (dat toch een vijftal kilometer buiten het dorpscentrum ligt), heeft zich een geheel nieuw buurtschap ontwikkeld, met kenmerkend “Café de la Gare” en “Hôtel de la Gare”, de woningen van het stationspersoneel, kruidenier enzoverder.  Richting Frankrijk is nog de draaischijf te zien : ooit hebben hier nog de beruchte “Voitures à vapeur” van Belpaire gereden, en die móesten met cabine vooraan… 
  
               
Voorlopig kabbelt het leven hier dus verder.  We zijn nog ver af van 1950, met de toenemende concur-rentie van het wegtransport, en de uiteindelijke sluiting in 1959.  In 2004 zijn de sporen uitgebroken, is alles weer overwoekerd door de natuur, en spelen de kleine kinderen indiaan in het oude stationsgebouw.  Het enige wat nog in gebruik is, is het seinhuis… als schuurtje van de groententuin van Henry, de vroegere seingever!
                                                                                                                                                                                                                                                                                     tekst: Peter Decaluwe

Na de voorlopige ontwerpen kwam het definitief plan. En een viertal jaren geleden werd dan ook met de bouw gestart. Deze verliep in de eerste fase traag en moeizaam, maar de deelname aan enkele tentoonstellingen versnelde al snel de afwerking van de baan. In zijn huidige vorm is de baan bijna afgewerkt, alhoewel er nog steeds gesleuteld wordt aan bijkomende details en verdere afwerking.

Constructie:

Voor deze baan werden oorspronkelijk 4 modules van 1,83 m op 0,80m gebouwd. Hiervoor werden multiplexplaten (WBP) van 12 mm gebruikt. Deze onconventionele maat komt voor uit de franse normen voor modules waar een lengte of een veelvoud van  0,61 m de norm is. Ook de hoogte – bovenkant rail -van 1,20 m werd bepaald door deze norm. De modules waren eenvoudig van opbouw, rechthoekig van vorm met een kaderhoogte van 15 cm,. De eventuele hoogtes in het landschap werden er achteraf opgebouwd. Hiervoor werden hardschuimplaten, type Styrodur versneden en op elkaar gelijmd. Voor de opstelling werden eenvoudige poten gebouwd, die per twee aan elkaar verbonden werden met een drietal tussenregels. Dezelfde pootconstructies konden dan ook gebruikt worden om een drietal kaders boven elkaar te stapelen als de baan vervoerd wordt. Aan elke modulebak werd ook aan één zijde een aluminium hoekijzer gevezen, zodat bij opstelling de volgende module er op rust en mooi aansluit aan de vorige module. Enkel de eerste module heeft twee stel poten, de volgende modules telkens één stel. De modules worden aan elkaar bevestigd via enkele bouten met vleugelmoeren die in de nodige schroefgaten gestoken worden. Ondertussen is er links van de baan nog een bijkomende module en rechts een fiddle-yard - een schuifbak - gebouwd, beide eveneens met dezelfde afmetingen. Het geheel werd dan nog voorbij de fiddle-yard voorzien van een kleine draaischijf, zodat locomotieven konden gedraaid worden. De totale modulebaan heeft ondertussen een lengte van  11,59 m, waarvan 9,15 m landschap. Aan de achter- en zijkanten zijde werd een hemelsblauwe wand voorzien, een luifel plaats de baan in een kader en verbergt de halogeen verlichting van  8 x 150 W, die via regelaars gedimd kan worden.

De baan van rechts naar links.

Als je voor de baan staat, de baan wordt immers langs de voorzijde bediend, rijden de treinen vanuit de fidle-yard, aan de rechterzijde van de baan, het station onder een smal bruggetje (wie herkent hierin een verwerkte Kibri-H0 brug) binnen. De fidle-yard herbergt de treinen die vanuit een denkbeeldige vertakking zowel naar het binnenland als naar Frankrijk rijden of komen. Het station van “Cabusart” is dan ook voor veel treinen een kopstation, waar van lok moet gewisseld, of omgezet worden.

 Juist voorbij de brug staat het seinhuis. Dit seinhuis was het eerste bouwwerk dat voor deze baan gebouwd werd. Het is volledig in hout, afkomstig van sigarenkistjes gebouwd. De steunen en de reling van de gaanderij werden uit messing gemaakt. Voor de bouw werd geïnspireerd op het door Kibri uitgebrachte Belgisch seinhuis in H0.

Even verder komen we voorbij de “Marbrerie de Cabusart”. De ommuring is gebouwd uit karton en balsa, beplakt met steentjes papier. In een later fase zal die ommuring herbouwd worden met plasticardplaten van Slaters. Het achterliggende gebouw – door beperking in de diepte kon enkel een voorgevel gebouwd worden – is al gebouwd met Slaters plasticardplaten. Voor de bouw werd inspiratie opgedaan op een bestaande gevel in het Brugse. De “marbrerie” bezit eveneens een spooraansluiting.



Het station zelf heeft vier sporen:

Verder de nodige kopsporen voor het afstellen van de wagens.  

Tussen de sporen voor goederenvervoer en rangeringen staat de waterkraan. 

Deze wordt gevoed van de verder gelegen watertoren.
Het stationsgebouw is een kopie van het station van Oostkamp. Uiteraard is dit – zoals voor alle andere gebouwen  - zelfbouw en volledig in plasticard gebouwd.



Het bijhorend sanitair gebouwtje werd dan weer geïnspireerd op basis van prentkaarten en is een veel voorkomend gebouwtje in de Belgische stations.

Voor het station werd een stukje grond verpacht aan een man, die er zijn voorraad hout stapelt. Een oud wagonnetje doet er dienst als opslagmagazijn.



Voorbij de overweg, voorzien van de typische rolbarelen, staat langs de ene kant van de steenweg het oorlogsmonument, ter nagedachtenis van de gesneuvelden uit de “Grote Oorlog”. 

Er rechtover vind je een gebouw met links erin het “Café de la Gare”, en rechts erin de “Franco-Belge”, een plaatselijke kleinhandel. Je kan er ook aan de pomp benzine nemen, het autoverkeer begon toentertijd nog maar aan zijn groei. De brouwer is er juist aan het lossen en laden en neemt even een rustpauze. Het gebouw heeft een houten structuur maar is ook beplakt met Slaters plasticard. De daken, ook deze van het station en ander gebouwen zijn een product van Schulcz Modelbau Vertrieb uit Hannover. Voor de bestrating in keien werd eerst een model in plasticard gebouwd, waarvan nadien een latex mal gemaakt werd. Hierin werd de bestrating gegoten met Knauf Goldband pleister.

Later zou de keienbestrating, zoals deze langs het verder gelegen kanaal gemaakt worden in Jovi boetseerklei.
Links van het station staat op een kleine heuvel de watertoren. Hiervoor werd de watertoren van Quiévrain als voorbeeld genomen. De ernaast gelegen draaischijf is uitgebroken. Enkel de put is nog gebleven. Op het korte stukje spoor ernaar kan nog eventjes een lok pauzeren. 

De lijn die hier verder loopt wordt enkel nog voor de lokale aansluitingen gebruikt. De verder gelegen verbinding met Frankrijk werd immers opgeheven. We komen eerst voorbij het tweede seinhuis, nu verworden tot een seinpost, waar ook de brugdraaiers van de even verder op gelegen brug een onderkomen vinden. 

De brug zelf is een kopie van de brug van Balgerhoeke nabij Maldegem. Enkel de brugdekken zijn afgewerkt, de ophaalconstructie zal later toegevoegd worden. 

Naast de vaart ligt een betonnen weg met aan het uiteinde een gebouw, waar beneden een garage gehuisvest is, en de twee bovenliggende verdiepingen als stapelruimte dienen. Even verder op zit aan de overkant van de vaart de visser te wachten op eventuele buit.

Groen

Ook alle struiken en bomen op de baan van “Cabusart” zijn zelfbouw. Voor de grote boom naast het seinhuis werd als stam een stukje echte houttak gebruikt. Voor de kleinere bomen werden takken van fruitbomen gebruikt, die hebben een enigszins ruwer uitzicht.In deze houtstammen werden de nodige gaatjes geboord waarin dan takjes Zeeschuim gelijmd werden. Het Zeeschuim werd eerst nog met de airbrush met donkerbruine en groene acrylverf ingekleurd. Het geheel werd met lijm overspoten en daarna overvloedig met een Heki-Flor vlokken bestrooid. 

Voor de struiken werd eveneens Zeeschuim gebruikt en op dezelfde manier bewerkt. De haag tussen het café en de watertoren heeft als basis gelijmd paardenhaar – een product destijds ook op een Engelse beurs gekocht.
Alle ondergrond werd eerst met latexverf donkerbruin ingekleurd. Hierop kwam een basislaag in bruine of donkergroene Woodland-turf. Daarna werd afgewerkt met verschillende grasvezels van Heki en ER-decor. Het hoog gras is Heki-Wildgras.

Sporen leggen.

Voor de sporen werd oorspronkelijk gedacht om ook deze volledige zelf te bouwen. De rails zijn Bulhead spoorstaven van het merk  Markway (GB), voor de hoofdsporen werden spoorstoelen gebruikt van C+L Products (GB) , alles werd genageld met imitatie spoorschroeven, gekocht via de Franse “Cercle du Zéro”. De dwarsliggers werden eveneens zelf uit houten planken verzaagd en met houtbeits ingekleurd. De eerste wissels werden eveneens zelfgebouwd, maar we hadden hierin niet genoeg ervaring, vooral de bewegende delen konden bij het omschakelen van de wisseltongen niet vlak gehouden worden. Een exemplaar is op de baan behouden gebleven, de niet bediende wissel naar de “marbrerie”. Voor de overige wissels werden Peco-exemplaren aangeschaft. Deze werden zodanig bewerkt en bijgeschilderd dat het verschil met de houten dwarsliggers niet meer opvalt.  De wissels worden allen bediend met Lemaco-wisselmotoren. Deze verleggen langzaam de wisseltongen, zodat je het harde tikken bij het omzetten met bv een Peco-motor niet meer hoort. De sporen werden met de hand roestkleurig geschilderd. De ballastbedding is een bouwkiezel, die nadien nog met de airbrush bijgekleurd werd.  

Bediening.

In de oorspronkelijke fase was de baan gebouwd voor analoge bediening. De bedrading werd daarna aangepast voor digitale bediening. Gekozen werd voor een besturing van het Duitse merk Digital plus by Lenz. Een Profi-beginset 100 met digitale handregelaar werd dan ook aangekocht. De baan werd verder met drie aansluitpunten voor de regelaar, het zogenaamde Xpressnet uitgebreid. In principe wordt de baan door twee man bediend, een voor de fidle-yard, een voor de baan zelf. Maar beiden kunnen echter over de ganse baan ingrijpen. Het digitaal rijden was dan ook een hele positieve ervaring. Twee (of meerder) locs konden onafhankelijk van elkaar gestuurd worden. Voor de bediening van de negen wissels werden twee wisseldecoders bijgeplaatst. Via een pulsschakelaar aan de voorzijde van de modules kunnen de wissels ook ter plaatse manueel bediend worden in plaats van met de Lenz-handregelaar. Het met de hand omleggen van een wissel met Lemaco-motor is echter niet mogelijk.

Rollend Materieel.

Tijdens de bouwfase werd ook gezocht naar rijdend materiaal. Dat we weinig Belgische modellen zouden vinden wisten we bij voorhand. Op beurzen, E-bay en samenkomsten van 0-fanaten werd stilaan het een en ander bijeengebracht.
Voorlopig bezitten we een viertal locomotieven. Een Lima twee-assige diesellok werd herschilderd en daarna lichtjes vervuild. Ze kreeg voor- en achteraan een koplamp, er werden losse handgrepen op gemonteerd, de ramen werden voorzien van (plexi-)glas en in de cabine werd een bedieningsinrichting en een bestuurder geplaatst. Een Duitse BR80 van het merk Rivarossi werd volledig herschilderd en hernummerd als GF 02, de lok van de plaatselijke houthandelaar “Gilson Frères” .



Een veramerikaanste T3 van Pola werd terug ge-europariseerd en herschilderd.
Een tweede T3 van Pola werd aan de hand van foto’s van een Belgische type 59 volledig verbouwd en aangepast. 

Een Belgisch type 41 is in aanbouw. Alle locs werden voorzien van een digitale decoder, schroefkoppeling en verende buffers.
Op de jaarlijkse 0-guild tentoonstelling te Telford (GB) vonden we enkele jaren terug voor een prikje 4 Duitse Donderbussen (Pola), Ze waren herschilderd en zaten nogal redelijk onder het stof. Deze werden netjes opgepoetst, de verflaag werd verwijderd en herschilderd in twee tinten Belgisch groen. 

Goederenwagens werden stilaan gekocht van de merken 0-scale Models (OSM), Lima, Pola en Rivarossi. Sommige hiervan werden verbelgischt door ze te herschilderen of het aanbrengen van kleine wijzigingen aan het dak. Bijna alle rijtuigen en wagens werden ook voorzien van schroefkoppeling en verende buffers.
Wat ook belangrijk is op deze baan, alhoewel hun beperkt aantal, zijn auto’s die passen in het vooropgestelde tijdperk.

De baan is nu bijna volledig af, enkele elementen zoals o.a. de seinen  moeten nog gebouwd en voorzien worden. Verdere detaillering kan nog steeds bijgevoegd worden. 
Voor de leden van MSA vzw was het in ieder geval een leerrijke periode op gebied van zelfbouw, het aanleren van verscheidene technieken en het ontdekken van de digitale besturing.

Tekst:Johan Van Balberghe 



(Home) Contact Laatste update: 03.05.2016