FIETSEN IN GROEP

A) INDIVIDUELE FIETSERS of GROEPEN van MINDER DAN 15

Een verplicht fietspad wordt aangegeven met bord G11.
Fietsers en snorfietsers MOETEN hier gebruik van maken (uitzonderingen - zie hierna wat groepen betreft).Invalidevoertuigen MOGEN er rijden.Voor andere bestuurders - waaronder bromfietsers - is het VERBODEN om er gebruik van te maken.Voor fietsstroken gelden dezelfde regels.

Wanneer mogen deze individuele fietsers naast elkaar rijden?

Als er een fietspad is,mogen fietsers er met zoveel personen naast elkaar rijden als de breedte van het fietspad toelaat.De voorwaarde is dat ze de andere weggebruikers niet hinderen of in gevaar brengen.Is er geen fietspad,dan wordt het iets complexer.Eén regel geldt wel altijd: op de rijbaan mogen fietsers nooit met meer dan twee naast elkaar rijden.

Het mag soms

Binnen de bebouwde kom mogen deze fietsers op de rijbaan naast elkaar rijden,behalve wanneer het kruisen met tegenliggers hierdoor onmogelijk wordt.Ze mogen nooit met meer dan twee naast elkaar rijden.Die regels gelden ook buiten de bebouwde kom,maar daar komt nog een extra regel bij: fietsers moeten achter elkaar gaan rijden als er een achteropkomend voertuig nadert.

Het mag nooit

Fietsers mogen niet naast elkaar rijden:

1) wanneer er een aanhangwagen aan de fiets gekoppeld is;
2) op een rijstrook voorbehouden aan voertuigen van geregelde openbare diensten en aan voertuigen bestemd voor het ophalen van leerlingen (bijv.een busbaan) of de bijzondere overrijdbare bedding.

B) GROEPEN FIETSERS

Koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.(B.S. 09.12.1975)

TITEL II: Regels voor het gebruik van de openbare weg

Artikel 43bis : Fietsers in groep - Dit artikel is enkel van toepassing op groepen van 15 tot 150 fietsers. De groepen van meer dan 50 deelnemers moeten worden vergezeld door tenminste twee wegkapiteins.De groepen van 15 tot 50 deelnemers mogen worden vergezeld door tenminste twee wegkapiteins.

  Van 15 tot 50 fietsers Van 51 tot 150 fietsers Meer dan 150 fietsers

Voorschriften gelden enkel
als de fietsers
GEGROEPEERD
blijven

Niet verplicht het fietspad te volgen.Mogen met twee naast elkaar rijden op de rijbaan.

Enkel op de rechter rijstrook als de rijbaan in rijstroken is verdeeld,of op niet meer dan de helft van de rijbaan,als deze niet in rijstroken is verdeeld.

Zoals voor groepen van 15 tot 50 fietsers Verplicht de groep te splitsen in groepen van maximum 150 fietsers.
Wegkapiteins MOGEN vergezeld zijn vanminstens 2 wegkapiteins. MOETEN vergezeld zijn van minstens 2 wegkapiteins. Verplicht te splitsen in groepen van maximum 150 fietsers.
Begeleidende auto - op afstand van ongeveer 30 meter. MAG 1 voor 1 achter.Als er maar 1 begeleidende auto is MOET deze de groep volgen. MOETEN voor en achter een begeleidende auto hebben. Verplicht te splitsen in groepen van maximum 150 fietsers.

Wegkapiteins

43bis.3.3.

De wegkapiteins waken over het goede verloop van de tocht.Deze wegkapiteins moeten tenminste 21 jaar oud zijn en zij moeten om de linkerarm een band dragen met,horizontaal,de nationale kleuren en,in zwarte letters op de gele strook,het woord "wegkapitein".

Op de kruispunten waar het verkeer niet geregeld wordt door verkeerslichten,mag tenminste één van de wegkapiteins het verkeer in de dwarswegen stilleggen op de wijze bepaald in artikel 41.3.2.(*) terwijl de groep met inbegrip van de twee begeleidende voertuigen oversteekt.

(*) 41.3.2. Om het verkeer stil te leggen,moeten die ... wegkapiteins ... gebruik maken van een schijf waarop het verkeersbord C3 (**) afgebeeld is en waarvan de karakteristieken bepaald worden door de Minister van Verkeerswezen.

Begeleidende auto (s)

43bis5.

Op het dak van de begeleidende auto's moet een blauw bord aangebracht zijn met de afbeelding van het verkeersbord A51 en eronder het symbool in 't wit van een fiets (***).Dit bord moet op een zodanige wijze aangebracht zijn op het voertuig dat de groep vooraf gaat,dat het voor de tegenliggers goed zichtbaar is en,op het achteropkomend voertuig,dat het goed zichtbaar is voor het achteropkomend verkeer.

Ministerieel besluit van 1 december 1975 tot vaststelling van de kenmerken van bepaalde schijven,bebakeningen en platen voorgeschreven door het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer - (BS,9-12-1975) - Gewijzigd door diverse KB...

(**)

Art.2.Schijf die door gemachtigde opzichters,de militairen,de signaalgevers,de wegkapiteins,de groepsleiders en de werkopzichters om het verkeer stil te leggen.(K.B. 7.5.1999,art.1)

De schijf bedoeld in de artikel 40bis3 en 41.3.2. van hetzelfde besluit,moet een middellijn hebben van tenminste 0,15 m en het verkeersbord C3 op beide zijden afbeelden; - hetzij van een eigen verlichting in de rode rand - hetzij van de twee middelen samen.

(***)

Art. 2bis.

Minimum afmetingen van de signalisatie van de voertuigen die de groepen wielertoeristen begeleiden.

De signalisatie bedoeld in artikel 43bis 5. van hetzelfde besluit moet de minimum afmetingen hebben die in de bijlage 1bis tot dit besluit zijn aangeduid.(K.B. 15.4.1980,art.3).De in de bijlage toegevoegde afbeelding leert dat de DRIE benen van de driehoek miunstens 70 cm lang moeten zijn en dat de afgebeelde fiets minimum 50 cm breed moet zijn.

Artikel 40ter: Gedrag tegenover de fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen.

De bestuurder van een auto of van een motorfiets mag een fietser of bestuurder van een tweewielige bromfiets die zich op de openbare weg bevindt,onder de in dit reglement voorziene voorwaarden niet in gevaar brengen.

Hij moet dubbel voorzichtig zijn ten aanzien van fietsende kinderen en bejaarden.Hij moet een zijdelingse afstand van tenminste één meter laten tussen zijn voertuig en de fietser of bestuurder van een tweewielige bromfiets.Hij mag een oversteekplaats voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen slechts met matige snelheid naderen teneinde de weggebruikers die er zich op bevinden,niet in gevaar te brengen en ze niet te hinderen wanneer zij het oversteken van de rijbaan met normale snelheid beëindigen.Zonodig moet hij stoppen om ze te laten doorrijden.Hij mag een oversteekplaats voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen niet oprijden wanneer het verkeer zodanig belemmerd is dat hij waarschijnlijk op die oversteekplaats zou moeten stoppen.

Artikel 43: Fietsers en bromfietsers

43.1. Het is de fietsers en bromfietsers verboden te rijden:

1° zonder het stuur vast te houden
2° zonder de voeten op de pedalen of op de voetsteunen te hebben
3° door zich te laten voorttrekken
4° terwijl zij een dier aan het lijzeel houden

43.2. De fietsers die de rijbaan volgen,mogen met twee naast elkaar rijden,behalve wanneer het kruisen niet mogelijk is.Buiten de bebouwde kom moeten zij bovendien achter elkaar rijden bij het naderen van een achteropkomend voertuig.

Wanneer de fietsers de rijstrook die voorbehouden is aan voertuigen van geregelde openbare diensten en aan voertuigen bestemd voor het ophalen van leerlingen of de bijzondere overrijbare bedding mogen volgen,moeten zij achter elkaar rijden.

Fietsers moeten achter elkaar rijden wanneer een aanhangwagen aan een fiets is gekoppeld.

De gebruikers van het fietspad mogen elkaar noch hinderen,noch in gevaar brengen,noch een gevaarlijk gedrag vertonen ten opzichte van de andere weggebruikers.

43.3.Wanneer er een oversteekplaats voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen is,moeten de fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen die zich op het fietspad bevinden deze gebruiken.

Zij mogen zich slechts voorzichtig op de oversteekplaats begeven met inachtneming van de naderende voertuigen.

Bron VWB