Oostenrijk.

In 1960 zijn wij voor het eerst naar Oostenrijk geweest. Wij hadden ons eerste autotje, een occasie VW kever gekocht. Wij hadden met deze auto nog niets dan last en kosten gehad, en daarom besloten wij een complete revisie te laten uitvoeren. Nu waren wij echt gerust en besloten onze eerste reis te ondernemen naar Oostenrijk. Rekening houdend met onze financien gingen wij maar voor een week. Wij hadden van iemand een adres gekregen om bij particulieren te logeren in GRÖDIG, nabij ZALSBURG. Wij hadden geschreven naar de familie Kolnbaüer, en ons verblijf was verzekerd. Wij werden er hartelijk ontvangen en voelden ons al snel thuis. Iedere morgen waren wij vroeg de baan op, en de kilometers gleden onder de wielen weg.

Wij deden de originele uitstappen zoals KAPRUN, St WOLFGANG en het volledige ZALSKAMMERGUT, de GROSSGLOCKNER, ZELL AM SEE, de zoutmijnen van HALLEIN, BERCHTESGADEN enz. Als wij in Berchtesgaden het Arendsnest van Hitler bezocht hadden, reden wij met de bus waarmee wij naar boven gereden waren terug naar beneden, maar in de helft waar de stijgende en dalende bussen elkaar kruisten, vroegen wij de busbestuurder ons te laten uitstappen. Wij wilden een paar mooie foto's maken, en zouden tevoet ook wel beneden komen! De weg kronkelde voortdurend naar beneden. Juist voor de laatste bocht, iets wat wij toen nog niet wisten, besloten wij om die bochten af te snijden, en de terugweg korter te maken, en gewoon recht door het bos naar beneden te stappen. Wij kwamen natuurlijk niet meer op de verwachte baan, en bleven maar afdalen. Plots zagen wij een honderd meter lager tegen de voet van de berg een legerkamp met Amerikaanse soldaten. Vermits wij geen andere keuze meer hadden, deden wij onze intrede in dit kamp. "De dood met de kogel,, kregen wij net niet!!! Met het engels dat wij kenden probeerden wij zo goed en zo kwaad mogelijk duidelijk te maken wie wij waren en hoe het kwam dat wij bij hen terecht gekomen waren. Zij hadden er wel begrip voor en een officier gaf de opdracht aan een soldaat om ons met een jeep terug te brengen naar de bewoonde wereld, waar onze auto stond. Wij waren MAAR 13 Km. van onze bestemming verwijderd. Maar eind goed al goed! Mevrouw Kolnbauer zei dat wij in een paar dagen al meer gezien hadden dan de mensen die ons haar adres gegeven hadden, en er reeds verschillende jaren kwamen, en zij bedoelde niet die Amerikaanse soldaten. Wij waren dan ook alle dagen van 7u 's morgens tot 9 - 10u 's avonds de baan op. Na vier dagen nodigden wij onze gastheren uit om eens mee te rijden, en zelden hebben wij iemand zo gelukkig gezien als Mr. en Mvr. Kolnbauer en hun zoontje van ongeveer 4 jaar oud. Mijnheer had reeds vroeger een paar dorpjes bezocht, maar mevrouw had enkel nog maar haar eigen dorp gezien, en dat van haar man, het dorp waar zij nu woonden. Wij reden van hier naar ginder, maar wij konden geen dorpje passeren of mevrouw Kolnbauer vroeg om eens te stoppen aan het dorpskerkje om er even een kijkje te kunnen nemen. Nog nooit hadden wij zoveel kerken bezocht, maar onze gastvrouw was in de hoogste hemel. Mijnheer Kolnbauer die in de slachterij werkte bracht de volgende dagen worst, hesp enz. mee, en beleg voor onze boterhammen hebben wij niet meer moeten kopen. Wij hadden er een formidabel verlof doorgebracht.

Een jaar later deden wij het nog eens over, dit keer samen met mijn ouders. Intussen was mijnheer Kolnbauer overleden. Hij was 42 en had een hartinfarct gehad. Mevrouw Kolnbauer was alleen met haar zoon van vijf. Ons verlof was niet meer hetzelfde.

In 1982 zal het geweest zijn, toen wij voor het eerst terug keerden naar Oostenrijk. Dit keer in de winter. Het was met vrienden, maar hierover heb ik reeds meer verteld in de rubriek SKIËN.

In augustus 1995 ben ik dan met mijn tweede vrouw Karine nog eens voor een week naar Oostenrijk getrokken. Het was een mooie warme zomer. Het was reeds zeker vijf weken onafgebroken zonneschijn en een temperatuur van om en bij de 30°. Ik dacht om met zo'n weder te kunnen rondrijden in Oostenrijk, dat moet toch prachtig zijn. Van de ene dag op de andere beslisten wij dat wij het zouden doen. Reeds vroeg in de nacht waren wij op weg, en de temperatuur was nog altijd even zwoel. Alles verliep vlot maar hoe verder wij Duitsland binnen reden hoe meer wolkjes er opdoken. En zoals U reeds zal vermoeden, toen wij Munchen binnen reden was het reeds flink aan het regenen. Wij zeiden tegen elkaar dat zal maar een vlaagje zijn, en trokken langzaam verder. Vermits onze reisplannen waren opgekomen zoals hoog water, hadden wij geen hotel of een kamer besteld. Toen wij Zalsburg bijna bereikten regende het pijpenstelen. Wij besloten dan maar een kamer of hotel te zoeken. Wij verlieten de autostrade, en zonder dat ik het wist zaten wij weer in Grödig. Wij moesten wel wat zoeken om een kamer te vinden, maar in het toeristenbureel gaf men ons een adres, en klaar was kees. De volgende morgen gingen wij eerst naar de bank om geld uit te wisselen, en wat zag ik, op het naambordje van de loketbediende stond Kolnbauer. Ik vroeg de man of er vele families Kolnbauer in Grödig woonden, maar hij zei, slechts één enkele maar. Ik vroeg nog wat meer, en toen bleek dat de man achter het winket het zoontje was van frau Kolnbauer, dat 35 jaar geleden samen met ons had meegereden. De vrouw waar wij nu verbleven was dan nog een nicht van zijn moeder ook! Zijn moeder leefde nog, en woonde nog steeds op hetzelfde adres. Wij zijn haar gaan opzoeken, en zij kon haar nog alles herinneren van de tijd dat wij bij haar logeerden.

Opnieuw zijn wij vele dingen gaan bekijken. De volgende dag was het weder toch al een beetje beter en bezochten wij de zoutmijnen, maar deze keer langs de Duitse zijde. Het was allemaal een beetje gemoderniseerd, maar veel was er niet veranderd. De pakjes die wij moesten aantrekken waar wel mooier geworden. Ik had wel de indruk dat de rondgang kleiner was dan 35 jaar geleden, want toen moesten wij 11 keer naar beneden glijden, en nu was dat wel minder. De volgende dag reden wij naar WERFEN om de eisgrotten te bezoeken. Tot op een zeker hoogte konden wij met de auto rijden, maar dan ging het verder met een volkswagen busje. Dan kwam er nog een kabellift en na een kwartiertje stappen kwamen wij aan een cafetje met twee terrastafeltjes.

En wat dacht U, eerst koffie drinken natuurlijk! Om 13u was het onze beurt om met een groep de grot te betreden. In de grot had de tijd stil gestaan, want hier was niets veranderd. Bij het verlaten van de grot was het nog tamelijk vroeg, en wij zijn dan nog maar eens naar RADSTADT geweest, om daar nog wat rond te neuzen. De morgen nadien leek de zon er toch al een beetje te willen doorkomen, en daarom besloten wij naar BERCHTESGADEN te gaan om de berg Jenner te bestijgen en daarna de KONINGSEE op te varen. Wij waren er reeds vroeg, maar er stond al een lange rij om de zetellift naar boven te kunnen nemen. Uiteindelijk duurde het allemaal niet zo lang en een half uur later waren wij boven. Dit keer een groot terras, en andermaal was er koffie. Een groot bord kondigde aan dat wij te voet tot aan de Jenner gipfel konden stappen. Even later stonden wij boven, en een prachtig zicht op de Koningsee lag aan onze voeten. Vanhieruit hadden wij een panoramisch zicht op Berchtesgaden en St Bartholomá. Na een tijdje vertoeven namen wij de zetellift naar beneden, maar in het middenstation stapten wij uit en deden de rest tevoet naar beneden. Bij het begin alles mooi en prachtig, maar na een twintig minuten stappen kreeg ik stekende pijn in mijn knie, en de pret was eraf. Na veel gesukkel raakte ik toch beneden, en eens terug op vlakke bodem was de pijn ook verdwenen.

Daarna zijn wij naar de Koningsee gereden en hebben een rustige boottocht gemaakt op het meer. Heel schoon! Tijdens de rondvaart met de excursieboot begon de gids op een klaroen te spelen en de echo drong door merg en been. 's Avonds zijn wij in Grödig in een chineese restaurant gelakte eend gaan eten, en zo goed van smaak hebben wij ze nooit meer voorgeschoteld gekregen. Weer een dag later deden wij de meren van Zalskammergut. Vooreerst ging het naar de HALSTATTER SEE. Ik vind dat dit het mooist gelegen meer is in de omtrek. Dezelfde dag reden wij ook nog naar de MONDSEE, de ATTERSEE, de TRAUNSEE en de St WOLFGANGSEE. In St Wolfgang hebben wij ons een mooi plekje gezocht bij het meer, en zijn er eens lekker gaan eten. Een rondgang in het dorp mocht niet ontbreken. Ook een versnapering IM WEISSES RÖSSL kon er nog wel bij.

De volgende dag zochten wij het wat hogerop. Wij zetten koers naar KAPRUN. Vanaf de parking ging het met de bus al eerst een stukje naar boven. Daar aangekomen stapten wij over op een groot platform op wielen dat schuin tegen de berg naar boven getrokken werd. Boven gekomen opnieuw in een bus en na nog een eindje rijden langs een smalle weg en de nodige ravijnen bereikten wij de stuwdam. Aan de voorzijde van de dam ontwaarden wij een groot stuwmeer. Het meer gelegen tussen de bergen met op de achtergrond in de diepte Kaprun zorgde voor een gigantisch panorama. Achter de stuwdam was er nog een klein meertje waarin de besneeuwde bergtoppen zich spiegelden. Wij klommen ook nog wel wat hoger naar een uitkijkpunt, en vandaaruit had men een overzicht op alle meren samen. Terug beneden gekomen gingen wij nog naar ZELL AM SEE. Ik zou zeggen dat er hier feestelijkheden aan de gang waren, maar ik denk dat daar wel altijd iets aan de gang is. De zon was van de partij, het was er echt gezellig en het ging er gemoedelijk aan toe. Na een uurtje of twee rondlopen hielden wij het voor bekenen en zetten ons terug op weg naar Grödig.

De dag daarna zijn wij 's morgens mevrouw Kolnbauer gaan opzoeken, en na een lang en blij gesprek zochten wij een parkeerplaats in Zalsburg. Wij waren er reeds een paar maal doorgereden, maar te voet hadden wij er nog niet geweest, en dat zouden wij vandaag goed maken. Eerst leek het dat wij een grot binnenreden, maar daarin vonden wij een parking. Toen wij de parking verlieten stonden wij al direct beneden Winkler. De ingang lag eveneens in een grot, en de lift bracht ons tot boven. Van hier had men een mooi zicht over de stad en de Salzach rivier die de stad in twee deeld, en op het kasteel dat nog wel een stuk hoger staat. Heel de stad was in de ban van MOZART. Het begint met de Mozart Platz en het was al Mozart wat de klok sloeg, maar terecht. Wij hebben er de ganse middag en nog een stuk van de avond doorgebracht, en dan maar weer terug naar Grödig. Later hebben wij ook nog de Wasserspiele gaan bekijken. Een mooi kasteel met een prachtige tuin waar allerlei verrassingen schuil gingen. Men kon wandelen waar men wou, iedere keer opnieuw kwam er wel van ergens water uit de muur of uit een ander voorwerp gespoten. Er waren ook verschillende zaken die met water aangedreven werden. Het was onze laatste dag, en wij hadden toch veel uit de omgeving gezien. Een beetje spijtig van het weer, dat was toch maar kwakkelachtig geweest, en soms vrij koud. De volgende morgen stonden wij met de kippen op en trokken terug huiswaarts. Onderweg hielden wij nog halt aan de CHIEMSEE, maar dan was het gedaan met de pret. In de vroege avond waren wij terug van weg geweest. Hier was het nog steeds warm weer en het was ook de voorbije week zo geweest. Maar een mens kan niet alles hebben nietwaar!

Naar Boven

Terug naar Menu REIZEN!