Spreekwoorden i.v.m. ARBEID

Al doende leert men.


Herhaalde arbeid levert vaardigheid op.

Arbeid adelt, maar de adel arbeidt niet.


Werken is niet voor iedereen noodzakelijk.

Arbeid adelt.


Van werken wordt men een beter mens.

Arbeid is voor de dommen.


Van werk wordt men niet rijk.

Arbeid verwarmt, luiheid verarmt.


Werken voor het zijn geld is beter, dan met niets doen arm zijn.

Dat is verloren arbeid.


Dat werk is tevergeefs.

Geld verzoent de arbeid.


Als het goed wordt betaald doet men ook onaangenaam werk.

Na gedane arbeid is het goed rusten.


Na hard werken genieten van het rusten.

Onder de distels doornen zaaien.


Volkomen nutteloze arbeid verrichten.