Spreekwoorden i.v.m. WERKEN...
Aardewerk is geen paardewerk.
Als u wilt dat uw dromen uitkomen, ga dan niet slapen.
Arbeid adelt, maar de adel arbeidt niet.
Arbeid adelt.
Arbeid verwarmt, luiheid verarmt.
Bergen werk kunnen verzetten.
Daar valt niet mee te eggen of te ploegen.
De boog kan niet altijd gespannen zijn.
De boor afhouden.
Die werkt als een paard zal haver eten.
Die zich dood werkt wordt onder de galg begraven.
Een mens is geen aardappel.
Er met de botte bijl inhakken.
Eten en drinken is geen beroep.
Ganzen krijgen de kost, maar je moet ze wel plukken.
Graantje bij graantje krijgt de hen de krop vol.
Het geld groeit hem niet op de rug.
Het paard achter de wagen spannen.
Hij gaat pompende de grond in.
Hij zal de gans gelden.
Iedere dag een draadje is een hemdsmouw in het jaar.
Je moet roeien met de riemen die je hebt.
Loon naar werken.
Met de duimen draaien.
Met de ellebogen werken.
Met moet werken zolang het dag is.
Moeten werken zonder genade.
Na gedane arbeid is het goed rusten.
Praten vult de buik niet.
Rust roest.
Samen onder een hoedje spelen.
Veel kappen vellen grote bomen.
Werken als een galeislaaf.
Wie niet werkt zal niet eten.
Zaken gaan voor het meisje.