Spreekwoorden i.v.m. WERKEN...

Aardewerk is geen paardewerk.


Graven of in aarde werken is een vermoeiende bezigheid.

Als u wilt dat uw dromen uitkomen, ga dan niet slapen.


Alleen met werken worden dromen waar.

Arbeid adelt, maar de adel arbeidt niet.


Werken is niet voor iedereen noodzakelijk.

Arbeid adelt.


Van werken wordt men een beter mens.

Arbeid verwarmt, luiheid verarmt.


Werken voor het geld is beter, dan met niets doen arm zijn.

Bergen werk kunnen verzetten.


Hard werken.

Daar valt niet mee te eggen of te ploegen.


Niet iemand om mee samen te werken.

De boog kan niet altijd gespannen zijn.


Niet alleen maar werken, ook ontspannen.

De boor afhouden.


Ergens niet aan meewerken.

Die werkt als een paard zal haver eten.


Hard werken is voor de meeste mensen geen garantie op een goed inkomen.

Die zich dood werkt wordt onder de galg begraven.


Hard werken en onderbetaald worden.

Een mens is geen aardappel.


Niet alleen maar werken.

Er met de botte bijl inhakken.


Ruw werken.

Eten en drinken is geen beroep.


Werken is noodzakelijk om te kunnen leven.

Ganzen krijgen de kost, maar je moet ze wel plukken.


Om aan de kost te komen moet je wel willen werken.

Graantje bij graantje krijgt de hen de krop vol.


Met gestaag werken komt het karwei ten einde.

Het geld groeit hem niet op de rug.


Hij moet werken voor zijn geld.

Het paard achter de wagen spannen.


Tegengesteld werken.

Hij gaat pompende de grond in.


Ondanks hard werken toch financieel achteruit gaan.

Hij zal de gans gelden.


Werken zonder enig resultaat.

Iedere dag een draadje is een hemdsmouw in het jaar.


Door stug door te werken komt iedere klus eens af.

Je moet roeien met de riemen die je hebt.


Je zult moeten werken met de middelen die beschikbaar zijn.

Loon naar werken.


Je krijgt wat je verdient.

Met de duimen draaien.


Weinig werken, luieren.

Met de ellebogen werken.


Ten kosten van anderen zich omhoog werken.

Met moet werken zolang het dag is.


Werken zolang men dat kan.

Moeten werken zonder genade.


Erg hard moeten werken.

Na gedane arbeid is het goed rusten.


Na hard werken genieten van het rusten.

Praten vult de buik niet.


Niet praten maar werken.

Rust roest.


Niet werken of bezig zijn maakt lui.

Samen onder een hoedje spelen.


Samenwerken (meestal negatief).

Veel kappen vellen grote bomen.


Slechts met doorwerken wordt de klus geklaard.

Werken als een galeislaaf.


Erg hard werken.

Wie niet werkt zal niet eten.


Werken is noodzakelijk om te kunnen leven.

Zaken gaan voor het meisje.


Werken is belangrijker dan amusement.