Arundo donax L.: grondstof voor het vervaardigen van enkelrieten en dubbelrieten


Botanische omlijsting

Door de eeuwen heen is gebleken dat Arundo donax Linneaus., ook Donax arundinaceus  of Arundo Sativa genoemd,  de beste grondstof is om enkelrieten en dubbelrieten te vervaardigen.

Etymologie: Arundo (Keltisch aru= water) donax (Grieks donax=riet) Linneaus. (Carl von Linne (1707-1778),  Zweeds wetenschapper die de planten indeelde volgens soort en geslacht).

Arundo donax L. is één van de twaalf variëteiten van het geslacht Arundinareae  (paalriet of pijlriet) die een onderorde is van de zeer uitgebreide familie der Gramineae (grasachtigen).  Hiertoe behoren ook suikerriet, graan, gerst, maïs, bamboe enz....  De grasachtigen zijn een belangrijk bron van voedsel voor de maatschappij.  


Arundo donax L. in het veld Pluim

Overzicht 1 Arundo donax Overzicht 2 van Arundo donax L.

Rhizoom: wortelstronk Arundostengel in zijn eerste jaar




Omschrijving

Arundo donax is een grote, rechtstaande, verhoutte grassooort die een lengte bereikt van 2 tot 8 meter. De holle stengels schieten op uit wortelstronken (rhizomen).  Deze vlezige, bijna knolvormige, kruipende wortelstronken (rhizomen) hebben een onbeperkte levensduur en vormen een compacte massa waaruit taaie wortelstrengen diep in de grond doordringen. De stengels bereiken een diameter van 1 tot 6 cm met een wanddikte van 2 tot 7 mm.  De stengel bestaat uit stengelleden en knoesten.  Bij de knoesten ontspruiten bladeren die de stam omsluiten met hun basis, ze zijn 5 tot 8 cm breed en kunnen tot 1 meter lang worden.  De bladeren zijn plat, lintvormig en hebben een grijsgroene kleur.  

Groei en ontwikkeling


In maart schieten de stengels op uit de grond en bereiken in enkele maanden tijd (40 tot 60 dagen) hun volledige lengte en min of meer hun definitieve dikte.  Op dit moment zijn de stengels groen van kleur en zacht van structuur.   Meestal ontspruit aan de top een  pluim met een lengte tot  60 cm.    De planten die geen pluim bevatten worden eunuchen genoemd en zijn volgens sommige rietmakers de beste stengels. De pluim bevat zaden maar deze zijn niet levensvatbaar (per uitzondering zijn levensvatbare zaden gevonden bij Arundo donax L. in Afghanistan, Baluchistan en Iran).  Arundo donax verspreid zich via de wortels.  Men kan ook een stuk versgesneden stengel in de grond plaatsen waaruit dan wortelstrengen ontstaan, maar dan duurt het enige jaren vooraleer er volwaardige stengels uit opgroeien.  Ongeveer van september tot maart valt de groeiactiviteit stil.  Gedurende het tweede levensjaar krijgt de stengel vertakkingen bij de knoesten en verhout de stengel waardoor deze zijn stevigheid krijgt en er nog een lichte verdikking optreedt. Het verhoutingsproces gaat door in het derde levensjaar.  Tijdens het vierde levensjaar sterft de stengel af en begint het rotttingsproces.

Arundo donax L. in verhouding tot mens Stengellid van Arundo donax L.

Locaties

Arundo donax L. vindt zijn oorsprong in het Middelands Zeegebied en is van daaruit grotendeels door de mens verspreid geraakt in alle subtropische en gematigde klimaatgebieden van de wereld.  We vinden Arundo donax L. overvloedig terug in Azië, zelfs tot op een hoogte van 2500 meter in de Himalaya, met verdere oostelijke verspreiding  naar Birma en China.  De plant werd ingevoerd in Australië en vele eilanden  in de Stille Oceaan., in Zuid-Afrika  en de V.S. waar men in Califonië een verwoede strijd voert tegen Arundo donax L. omdat deze steeds meer grondgebied inpalmt.

Niet alle vindplaatsen leveren riet op dat geschikt is voor het vervaardigen van rieten voor houtenblaasinstrumenten.  Dit heeft te maken met het klimaat en de bodemgesteldheid.



Ecologie

Arundo donax tolereert een grote variëteit van ecologische kondities.  Wat het biotisch milieu (levende organsimen) betreft kan Arundo donax gecombineerd  worden met bijvoorbeeld aardappels, mais, wortels en andere wortelplanten.  In het abiotsch milieu (niet-levende materie) floreert de palnt in allerlei bodemtypes (zelfs bodems met een hoog zoutgehalte).  De plant kan lange droge en lange vochtige periodes doorstaan doch ze kan geen vorst doorstaan.  De beste bodem  is een vochtige bodem met een waterpeil tot 30-90 cm onder de oppervlakte.   Deze abiotische kenmerken heeft Arundo donax te danken aan de ontwikkeling van de ruwe wortelstronken  met zijn taaie wortelstrengen die de diepliggende vochtbronnen kunnen bereiken.

Dit waren enkele algemene gegevens over Arundo donax.  In het volgende punt, groeiomstandigheden, volgen de details die nodig zijn voor de cultivatie van Arundo donax waaruit rieten kunnen vervaardigd worden voor houten blaasinstrumenten.

Groeiomstandigheden

Om riet de produceren dat kwalitatief geschikt is voor het vervaardigen van rieten voor houten blaasinstrumenten zijn er twee parameters van het abiotisch milieu van groot belang: het klimaat en de bodemgesteldheid.

Het klimaat

Arundo donax, geschikt voor rietproductie, wordt aangetroffen in warme droge gebieden waar langdurige droogte heerst, onderbroken door schaarse, maar hevige regenbuien..  Zuid-Frankrijk en meer bepaald het Var-departement met de stadjes Fréjus, Cogolin en Hyères als internationale handelscentra, heeft het klimaat bij uitstek dankzij de mistral.  

Var departementDe mistral is een koud-warme valwind die uit noordelijke tot noordwestelijke richting waait en soms tot volle storm kan uitgroeien.  De mistral komt dagelijkes voor: in de winter is hij meestal het sterkst tussen 12 en 15 uur en in de zomer valt het maximum meestal voor de middag.  De mistral zorgt ervoor dat het riet een stevige flexibiliteit opbouwt gedurende het groei- en verhoutingsproces.  De flexibiliteit is noodzakelijk om te voldoen aan de eisen om van de trillingspatronen van de houtblazers.  Voldoende wind is dus een absolute vereiste.

Andere geschikte locaties zijn de noordkust van Italië, de noordoostelijke kust van Spanje, enekele gebieden in Joegoslavië, het noordelijk deel van Turkije, enkele bijna ontoegankgelijke gebieden in Iran, in Nepall, Tibet, Birma en Zuid-China, in beperkte zones in Japan, in Mexico, in Argentië, op de Berumuda Eilanden, aan de noordkust van Marokko en in Engeland: Cornwall.

 
 

De bodemgesteldheid


De bodem moet aangeslibd zijn (slib is het gevolg van afzettingen uit de IJstijd samen met klei en leem) en dit slib moet de mineralen mica en silicium bevatten.  Deze voorwaarden eisen dat het waterpeil tot vlak aan de grondoppervlakte moet liggen.  Het Var-departement beschikt over deze bodemgesteldheid en min of meer ook de bovenvermeldde locaties.  Binnen het Var-Departement wordt nog onderscheid gemaakt tussen locaties voor dubbelrieten en enkelrieten.  De locaties voor dubbelrieten mogen droger zijn (oppervlaktewater ligt dieper) omdat de vereiste structuur voor dubbelrieten dichter en steviger mag zijn dan bij enkelrieten.

 

 

Stephan Vermeersch