Locaties
Arundo donax L. vindt zijn oorsprong in het Middelands Zeegebied en is
van daaruit grotendeels door de mens verspreid geraakt in alle
subtropische en gematigde klimaatgebieden van de wereld. We
vinden Arundo donax L. overvloedig terug in Azië, zelfs tot op een
hoogte van 2500 meter in de Himalaya, met verdere oostelijke
verspreiding naar Birma en China. De plant werd ingevoerd
in Australië en vele eilanden in de Stille Oceaan., in
Zuid-Afrika en de V.S. waar men in Califonië een verwoede
strijd voert tegen Arundo donax L. omdat deze steeds meer grondgebied
inpalmt.
Niet alle vindplaatsen leveren riet op dat geschikt is voor het
vervaardigen van rieten voor houtenblaasinstrumenten. Dit heeft
te maken met het klimaat en de bodemgesteldheid.
Ecologie
Arundo donax tolereert een grote variëteit van ecologische
kondities. Wat het biotisch milieu (levende organsimen) betreft
kan Arundo donax gecombineerd worden met bijvoorbeeld aardappels,
mais, wortels en andere wortelplanten. In het abiotsch milieu
(niet-levende materie) floreert de palnt in allerlei bodemtypes (zelfs
bodems met een hoog zoutgehalte). De plant kan lange droge en
lange vochtige periodes doorstaan doch ze kan geen vorst doorstaan.
De beste bodem is een vochtige bodem met een waterpeil tot
30-90 cm onder de oppervlakte. Deze abiotische kenmerken heeft
Arundo donax te danken aan de ontwikkeling van de ruwe wortelstronken
met zijn taaie wortelstrengen die de diepliggende vochtbronnen
kunnen bereiken.
Dit waren enkele algemene gegevens over Arundo donax. In het
volgende punt, groeiomstandigheden, volgen de details die nodig zijn
voor de cultivatie van Arundo donax waaruit rieten kunnen vervaardigd
worden voor houten blaasinstrumenten.
Groeiomstandigheden
Om riet de produceren dat kwalitatief geschikt is voor het vervaardigen
van rieten voor houten blaasinstrumenten zijn er twee parameters van
het abiotisch milieu van groot belang: het klimaat en de
bodemgesteldheid.
Het klimaat
Arundo donax, geschikt voor rietproductie, wordt aangetroffen in warme
droge gebieden waar langdurige droogte heerst, onderbroken door
schaarse, maar hevige regenbuien.. Zuid-Frankrijk en meer bepaald
het Var-departement met de stadjes Fréjus, Cogolin en
Hyères als internationale handelscentra, heeft het klimaat bij
uitstek dankzij de mistral.

De
mistral is een koud-warme valwind die uit noordelijke tot
noordwestelijke richting waait en soms tot volle storm kan uitgroeien.
De mistral komt dagelijkes voor: in de winter is hij meestal het
sterkst tussen 12 en 15 uur en in de zomer valt het maximum meestal
voor de middag. De mistral zorgt ervoor dat het riet een stevige
flexibiliteit opbouwt gedurende het groei- en verhoutingsproces.
De flexibiliteit is noodzakelijk om te voldoen aan de eisen om
van de trillingspatronen van de houtblazers. Voldoende wind is
dus een absolute vereiste.
Andere geschikte locaties zijn de noordkust van Italië, de
noordoostelijke kust van Spanje, enekele gebieden in Joegoslavië,
het noordelijk deel van Turkije, enkele bijna ontoegankgelijke gebieden
in Iran, in Nepall, Tibet, Birma en Zuid-China, in beperkte zones in
Japan, in Mexico, in Argentië, op de Berumuda Eilanden, aan de
noordkust van Marokko en in Engeland: Cornwall.
De bodemgesteldheid
De bodem moet aangeslibd zijn (slib is het gevolg van afzettingen uit
de IJstijd samen met klei en leem) en dit slib moet de mineralen mica
en silicium bevatten. Deze voorwaarden eisen dat het waterpeil
tot vlak aan de grondoppervlakte moet liggen. Het Var-departement
beschikt over deze bodemgesteldheid en min of meer ook de
bovenvermeldde locaties. Binnen het Var-Departement wordt nog
onderscheid gemaakt tussen locaties voor dubbelrieten en enkelrieten.
De locaties voor dubbelrieten mogen droger zijn (oppervlaktewater
ligt dieper) omdat de vereiste structuur voor dubbelrieten dichter en
steviger mag zijn dan bij enkelrieten.