index   kalender   koncertberichten   on the road   kolofon  

Koncertberichten

 

<M&M> RoBodies

donderdag 22 juli 2010 om 20u
De naakte, tastbare lichamelijkheid van Mens & Machine

Eksakt een jaar terug in de tijd vond <M&M> 'Butoh' plaats, een interaktieve teater-dansproduktie van Godfried-Willem Raes, Nan-ping Chang en Emilie De Vlam. Het werd een avondvullende voorstelling, gebazeerd op de existentialistische en uiterst gestileerde dansvorm uit Japan. Het bood tevens een alternatief voor het gebruikelijke hektische feestvertier dat de Gentse Feesten ons elk jaar weer opdist.

Dit jaar zetten we de traditie in zekere zin voort met een produktie die draait rond het verband tussen het menselijk lichaam en de robot. En NaMuDa, het postdoktoraal onderzoeksprojekt waar Godfried-Willem Raes al geruime tijd mee bezig is vormt daar een onmisbaar aspekt van. NaMuDa staat voor Naked Music Dance en is een specifieker toepassing van het <ii>: het onzichtbaar, door radar en sonar aangestuurde instrument.

Het is een volkomen draadloos systeem, gebaseerd op de Doppler-reflekties van een naakt lichaam in beweging. Hiermee worden snelheid, versnelling, richting en bewegende lichaamsmassa opgemeten. Binnen de zelf ontwikkelde programmeeromgeving Gmt wordt deze informatie verwerkt en geanalyseerd. De fuzzy-logic gebaseerde resultaten worden dan door de komponist gebruikt voor de interaktieve verwer-king binnen een in kode geschreven muzikale en tevens ook koreografische kompositie.

Da's in grote lijnen de werking ervan, maar NaMuDa gaat een stap verder en spitst zich toe op herkenning van het soort beweging dat een lichaam maakt: een korte, agressieve stomp, of een sprong, een botsing, een vloeiende golfbeweging, een versnelling of vertraging, im- of eksplosie, enz. Hoofdzaak is de hardware zo efficiŰnt mogelijk de menselijke gestiek te laten herkennen met een latency van minder dan 10 mSec.

De naakte, tastbare lichamelijkheid. Wat kan daar beter simbool voor staan dan de machine, het meest menselijke artefakt ooit? <M&M> Robotorkest komt voor deze editie naar buiten als een multifunktioneel orgaan waarin elke schakeling open en volgbaar is voor wie het zien wil, en waarvan de hele werking de onthulling zelve is. Voor deze produktie splitste ons team zich op in drie werkkoppels: Godfried-Willem Raes en Dominica Eyckmans, Yvan Vander Sanden en Lazara Rosell Albear en Kristof Lauwers vormt tot slot een duo met oude bekende Emilie De Vlam.




New Media VII - Carter Williams

maandag 16 augustus 2010 om 20u30

Er zijn nog steeds instrumentalisten die een niet-gestandaardiseerd instrument verkiezen om experimentele muziek mee te maken. Eva Z÷llner doet dat bijvoorbeeld met de akkordeon, Wu Wei met de sheng, Jorge Isaac met de blokfluit en Carter Williams,... Wel, hij is op zijn beurt gespecialiseerd in de viola d'amore, een vandaag de dag ietwat in onbruik geraakt instrument dat zijn bloeiperiode kende in de Barok en stilaan uit de koncertpraktijk verdween tijdens het Klassicisme en de Rokoko.

Het instrument onderscheidt zich van de viool door de rijkelijk versierde krul (die een geblinddoekt menselijk hoofd - allegorie voor de liefde - afbeeldt), een iets 'buikiger' klankkast en resonantiegaten die in plaats van een gestileerde letter f een oosters zwaard voorstellen - naar men vermoedt een Magrebijnse invloed in de ontwikkeling ervan. De viola d'amore heeft zes of zeven melodiesnaren en, net als de Bulgaarse gdulka (knieviool) en de Noorse hardangerviool ook nog een aantal resonantiesnaren die vooraf in de te gebruiken toonsoort gestemd worden. Met als gevolg dat sommige noten langer doorzinderen dan bij een gewone viool, een soort natuurlijke reverb dus.

De in Keulen gesettelde Amerikaan Carter Williams is zowel uitvoerder, komponist als komputermuzikus. Zijn opleidingen zijn vrij divers: hij behaalde - naast zijn opleiding als instrumentalist - een doktoraat in muziekkompositie aan de State University of New York, volgde computer generated music aan Rice University in Houston en tenslotte muzikologie aan de Technische Universitńt in Dresden. Hij kombineert zijn viola d'amore met de nieuwste elektronische snufjes (live electronics en videoprojektie), maar loochent daarbij geenszins zijn roots, die we terugvinden in zowel de etnische muziek als in de historische uitvoeringspraktijk. Ook extended techniques, preparatie van het instrument of improvisatie zijn hem niet vreemd.
Williams ziet zichzelf als fulltime promotor van de viola d'amore in de wereld van de hedendaags klassieke muziek en heeft een pak solowerken gekreŰerd die speciaal voor hem geschreven zijn. Daarnaast bespeelt hij evengoed de baryton (een soort viola da gamba met 6 snaren) of de ghu-zheng, een traditionele, 21-snarige Chinese siter. Hij is medeoprichter van het Keulse Koan Trio, van Augenmusick Kollektief en van het Williams-Sack-Whitman Trio (Buffalo, NY). Daarnaast heeft hij banden met centra voor software-ontwikkeling zoals IRCAM en werkt hij geregeld samen met Schlagquartett K÷ln, ThŘrmchen Ensemble en het cello-trio BLU. Op dit koncert krijgen we tevens muziek van Cathy van Eck, Johannes Fritsch en Dario Palermo.






<M&M> Albion

donderdag 19 augustus 2010 om 20u
Logos' jaarlijkse Oude Muziek-special krijgt dit keer een flegmatisch, fijnbesnaard en Brits tintje...


In de zomer van 2007 vergaderde de Logos crew onder supervizie van dr. Godfried-Willem Raes voor het eerst met Oude Muziek-experts Dirk Moelants en Marcel Ketels over het volgende <M&M>-koncert. We stonden in het vooruitzicht van een publieksluwe augustus en die periode kwam goed uit om ons aan volgend stijlexperiment te wagen: programmeerbare muziekrobots een repertoire uit een ver vervlogen tijd doen vertolken, waarom niet. Na het eerste gebrainstorm boksten we een programma in elkaar waarin uiteenlopende komponisten als Perotinus, Gilles Binchois en Guillaume Dufay broederlijk naast latere meesters als Couperin, Bach, Purcell en Telemann stonden. We presteerden het bij wijze van kwinkslag zelfs om een oud-Griekse paean van Athanaios van Naukratia (123 jaar voor onze tijdrekening) op het menu te zetten; meteen het oudst bekende materiaal dat ooit voor het robotorkest werd bewerkt.

Nu, de publieksbijval was meer dan positief te noemen en na afloop werd besloten dat deze produktie wel eens voor herhaling vatbaar kon zijn. We kruisten diezelfde avond nog augustus 2008 in onze agenda aan en gingen voor de dubbelzinnige werktitel Ba/Ro(c)k, weerom voor dezelfde bezetting maar ditmaal met participatie van tenor Ludwig van Gijsegem en violist Stefaan Smagghe. Het werd een homogeen programma met voornamelijk werk van Purcell, Monteverdi, Hńndel en Bach. Ook dit werd een suksesvol koncert en we bundelden niet veel later de krachten om de nieuwe Lpd, <M&M> Ancient Music, te realiseren. Die kreeg - zo mochten we uit verscheidene betrouwbare bronnen vernemen - grote bijval en werd zelfs op vier sterren getrakteerd in Knack en op Klassiek Centraal.

In 2009 gingen we voor de derde editie een heel pak terug in de tijd en legden we ons toe op Middeleeuwse muziek. De programmatie werd nog homogener en de fokus op wat we precies wilden brengen duidelijker. Een en ander had tot gevolg dat we gevraagd werden om deel te nemen aan de Dag van de Oude Muziek, een onderdeel van het Basilica Festival in Alden Biezen. Meer hierover kunt u trouwens verderop in dit Logos Blad lezen.

En nu zijn we klaar om voor de vierde maal los te branden met <M&M> 'Albion'. Albion is de historische naam voor het grootste Britse eiland en zou reeds dateren uit de 6e eeuw voor onze tijdrekening. De naam zou voor het eerst zijn geboekstaafd in de Massiliote Periplus, een kustbeschrijving die Griekse kolonisten optekenden om het 'grote eiland in het Westen' mee te benoemen. Daarnaast lag ook een kleiner eiland, dat ze 'Ierne' doopten en op heden gekend is als Ierland (Eire). Tenslotte werden alle kleinere eilandjes (Isle of Man, Shetland Isles, Isle of Lewys) rond de kusten gegroepeerd onder de naam 'the Brittanniae', vandaar...

Andere bronnen leggen Albion's herkomst dan weer bij het Gallo-Latijnse Alb-I˛n, dat op zijn beurt waarschijnlijk afgeleid is van de Proto-Keltische stam AlbiŔn (het laatste stadium van de geologische periode Krijt). De Romeinen brachten dit in verband met het woord albus (letterlijk; 'wit'), daarmee wijzend op de witte krijtrotsen van Dover. Sommige taalkundigen schrijven de herkomst toe aan het oud-Welshe woord elfydd, dat zoveel als 'aarde' zou betekenen. Maar tot zover de kursus etimologie. Muziek, dßßr hadden we het over.

Er werd voor dit tema geopteerd omwille van de gemeenschappelijke feeling die de musici koesteren voor de engelse renaissancemuziek, Ún omdat het een buitengewoon rijkgevuld repertoire van pavans, gailliards, grounds, jigs en dergelijke is waarvan spijtig genoeg alleen de Schlagers vandaag de dag nog de Klara-speellijsten halen. Dat scenario wilden we dus net even vermijden en daarom kozen we voor de door de muziekgeschiedenis vergeten pareltjes uit het Elisabethaanse tijdvak van Ye Olde England.

Sumer is Icumen in, bijvoorbeeld: een vierstemmige Middelengelse kanon uit het Harley-manuskript van de abdij van Reading. Het is het oudst bekende profane lied uit die periode (wat overigens erg zeldzaam was) en wordt gezongen als een zogenaamde 'rota' of rondzang, waarbij de zangers alternerend de strofen herhalen:

Sumer is icumen in / Lhude sing cucu
Growe■ sed and blowe■ med / and spring■ ■e wude nu
Awe blete■ after lomb / lhu■ after calve cu
bullok sterte■ bucke verte■ / murie sing cucu
wel singes ■u cucu / Ne swik ■u naver nu

John Barleycorn is een stokoud volksliedje waarin de 'barley' (gerst) gepersonificeerd wordt in de gelijknamige onfortuinlijke ziel. De tekst beschrijft de gruwelijke beproevingen waar de plattelandsbevolking de man aan blootstelt: ze slaan hem tegen de grond, snijden zijn benen op kniehoogte af, vermalen zijn stoffelijke resten tussen molenstenen en kauwen al wat van hem overblijft tot pulp.
Maar zie: elk jaar weer keert John Barleycorn terug. Hij voedt ons en doet zijn werk als ingrediŰnt van de onvermijdelijke borrel. U krijgt John Barleycorn in een bewerking van Xavier Verhelst.

Van een al even archaische integriteit is The Holly and The Ivy, een volksdeuntje dat het in de loop der eeuwen tot heuse Christmass anthem heeft geschopt. Hierin wordt de ontwikkeling van hulst en klimop, twee plantensoorten die het hele jaar door groen blijven, van zaad over knop tot uitwas beschreven. The Holly and The Ivy, formeel gezien een eenvoudig koraal rond een al even eenvoudige kantus firmus, krijgt er voor de gelegenheid 4 ekstra gekomponeerde stemmen bij.

John Dowland's Come Again en Flow My Tears kunnen als ikonische stukken natuurlijk niet ontbreken op dit programma. Dat laatste komt uit een van de vele Lachrymae die Dowland schreef en geniet de reputatie het meest gearrangeerde lied uit de Engelse muziekgeschiedenis te zijn. U krijgt beide liederen gegarandeerd niÚt in de hese en onnodig trage versie van Sting, dan wel in de vrij bru´tistische remix van Sebastian Bradt.

Daarnaast passeren ook volgende pareltjes de revue: Pastime With Good Company (toegeschreven aan zijne majesteit Henry VIII - overigens zelf een ambitieus blokfluitspeler en -verzamelaar), Blow Shepherds Blow van Thomas Morley, Pavan to the Earle of Salisbury en een 6-stemmige Fantasia van William Byrd, A Jygge For Ladies van de musicerende huurling Tobias Hume, de Fantasia on a hexachord van Alfonso Ferrabosco Jr. (met merkwaardige harmonische modulaties die wat aan Gesualdo doen denken), Variations on a Ground van gambavirtuoos Christopher Simpson en een van de Fantasia's for the Great Dooble Bass van Orlando Gibbons. Voor de gelegenheid zal Xavier tevens in een aantal stukken meespelen op violone.

Tot slot is Henry Purcell waarschijnlijk de meest klinkende naam die mensen met muziek van 'Albion' zullen associŰren. Van hem staan Music for a while en de Fantazia upon One Note op het programma. U leest het: een goedgevuld programma waar we net als altijd iets uitzonderlijks zullen van proberen maken. En of ons dat lukt, dat kunt u zelf komen beoordelen op donderdag 19 augustus, 20u, in de tetraeder uiteraard.






Buchowiec / Darge / Lambkin / Vanhecke

maandag 30 augustus 2010 om 20u
Een soundscape-avond met komposities van Graham Lambkin en nieuw werk van de Logos Vrouwen FraMon en BasiaMo (Franšoise Vanhecke, Barbara Buchowiec en Moniek Darge).

Aanleiding tot deze avond is de nieuwste CD Crete Soundies, uitgegeven op het Newyorkse Kye label, waarvoor soundscaper Graham Lambkin verantwoordelijk is. Daar Graham Lambkin zelf een voortreffelijke klankschaps-komponist is, willen we zijn muziek graag met u delen en hier alvast enkele "quotes" over zijn werk, geplukt van het internet:

Over Graham Lambkin's softly softly copy copy (kye 04):
"softly softly copy copy Is the brand new CD by Graham Lambkin, following on from 2007's Salmon Run (kye) and 2008's collaboration with Jason Lescalleet The Breadwinner (erstwhile). softly softly copy copy Is a two-part tape compostion - a shoreline odyssey where man and beast wrestle for absolute rule. Recorded and mixed in upstate New York over a two year period, and aided by the talents of Samara Lubelski - violin, and Austin Argentieri - acoustic guitar."

"Blistering 2-part tape-music / musique concrŔte composition from Graham Lambkin, hot on the heels of his (already o/p) Salmon Run and The Breadwinner set(s)..." (november 2009 release)
"Utilizing a banner of field recordings, Samara Lubelski's violin, and Austin Argentieri's guitar playing, Lambkin's adept construct(s) take in the "classic-era" concrŔte signifiers (the four elements; man vs. nature, etc ...), going "off the rails" frequently & delving often into some of Walter Marchetti's "home-made electric music" tactics (soft recordings of loudly occuring events; occasionally the opposite) to yield something that is at once informed by the lineage of electro-acoustic composition yet playfully irreverent in terms of the "proper" form / flow patterns that have emerged over the past 60-odd years ..."

"Excellent work; my cursory listens thusfar (in the office, loud, at night, enebriated) have me rating it even higher than the bar-setting Salmon run; highly recommended !!!"

"(...) all of the shadow ring trademarks are there; barely capable guitar-strangle, wry / observational wordplay (sung through a telephone handset from the sound of things), murky tape-warble, and kitchen-sink percussioneering ... things reach a head of steam with the (kind of unbelievable) near-side-length "cave of ice cats"; nothing more than a guitar being "unplayed", then laid to rest ..." (march 2010 release)

"Edgar VarŔse once said that "The present-day composer refuses to die," and it's true. One might even argue that nowadays the composer can thrive like never before. Liberated by home computers from the need for massive financial or technological resources and freed by alternate distribution means from the obligation to satisfy patrons, conductors, grant committees, or peer review boards before reaching the 500 people worldwide who give a shit, the circumstances are there for composers with a modicum of gumption to bypass the politics and struggle and simply get on with their work.

But VarŔse might have added this caveat: "From now on the modern-day composer must descend from the ivory tower, work some crappy job that has nothing to do with his or her art, and live like everyone else." While some try to transcend or escape this circumstance, Graham Lambkin and Jason Lescalleet have made it a cornerstone of their art. The Breadwinner is subtitled "musical settings for common environments and domestic situations," but they've also made these musical settings from common environmental sounds and domestic situations. While both men are credited with using microphone, tapes, and Casio SK-5 (a cheap sampling keyboard), the main sound sources are the contents of Lambkin's apartment; the utensils, people, and records within it, and its essential parts were fair game, as were any sounds that happened to come through the window while the two men wrangled with their reels of tape.

The duo work with sounds so mundane, one normally filters them out; one of the key elements of There and Back is a stirred drink, and Soap Opera Suite makes liberal use of a creaky door. Which might sound like an explicit homage to Pierre Henry's Variations on a Door and a Sigh, but brings to mind another composer's quote. John Cage once said that "If something is boring after two minutes, try it for four," thereby implying that one could plumb rewards from the mundane by simply trying harder. The addendum here might be "if it's boring after four, slow the tape down so that it lasts eight."

Lescalleet has often used tape speed manipulation to transform his material, and here that intervention makes the sounds of murmured conversation and stuff being moved across a table waver on the edge of strangeness; it's as ordinary as ever, yet subtly -or not so subtly- off. Introduced surreptitiously into a domestic situation, The Breadwinner is likely to bring it to a halt. The rest of my family is pretty numb to most of the racket that comes out of my office, but the distorted gurgle running water on Two States totally freaked one of my teenagers. Lambkin and Lescalleet never explain their point of view, never give away their perspective on the sounds they've martialed, and they even withhold the auditory acknowledgement of what they're doing until the penultimate track, when they insert the sound of a tape reel precipitously stopping. It's up to the rest of us to keep listening harder. (Bill Meyer over Graham Lambkin's & Jason Lescalleet's Lucy Song uit The Breadwinner)

De Logos Vrouwen duiken op hun beurt in nieuwe klanken geplukt van het internet en brengen u deze verrassende internet-sprokkels, afgewisseld met korte live performances.

En tot slot hier wat u kunt vinden op de nieuwste CD Crete Soundies (10,- Euro, te koop aan de kassa):

"Three soundscapes of Crete, each 20 minutes in duration. The composer is Moniek Darge, of Ghent, Belgium and for one of the three pieces also Franšoise Vanhecke, from Harelbeke, Belgium."

1. Magnesia (2006), sound Moniek Darge
2. Anemos (2007), sound Moniek Darge
3. East Crete (2008-2009), sound Moniek Darge and Franšoise Vanhecke (together the Logos Women Duo FraMon).

Program notes:
The project lets us hear 3 soundscapes of 20 minutes each, made in Crete. It is the result of 2 years of Levka Ori research and a supplemental year in eastern Crete. The composer is Moniek Darge and for the East Crete project, also Franšoise Vanhecke. One of the compositions is also an intermedia piece for which Lien Baert made a DVD based upon a 360 degree picture of the Magnesia site.

1. Magnesia (2006)

MAGNESIA, PLATO'S UTOPIAN CITY IN CRETE - the philosopher Plato situates the city of his dreams "Magnesia" in Crete. It is a utopian autonomous city to which creative people are attracted as if by magnetic power.

Levka Ori, the white mountains of Crete are made audible
the magic point of Plato's Magnesia is localised there
sounds are transported from one site to the other
sea sounds to the mountains
goat bells and singing crickets
Magnesia

2. Anemos (2007)

This project is also part of the larger artist event called Levka Ori, which yearly takes place in West Crete. Artists from different media come together and what started off as a landart intitiative became an intermedia event. Central location is a site high in the mountains which we named Magnesia. When standing on Magnesia all you hear is wind and you have a 360 degree wide view of the mountains around. Quite an impressive experience.

3. East Crete. Mother Goddess (2008-2009)

After soundscaping for some years in South West Crete with mainly nature sounds as material, Moniek Darge and Franšoise Vanhecke decided to try their chance in the more known part of the island. We settled down on the east coast and started our sound hunting. Less nature sounds but the always present crickets were there again as well as the varied watersounds. But here the heavy winds gave way to voices of tourist guides and clouds of folk music in small pubs. Our search resulted in a hunt for the ancient Cult of the Mother Goddess. This cult being much older than Plato. The traces of the Mother Goddess are to be discovered everywhere on the Crete Island, for whom wants to find them. FraMon (Franšoise and Moniek) met the Mother Goddess even in the shape of the young girl in the tourist stalls of Kritsa, or in the shape of the old bearded woman at the Panaghia Kera, or the black silent shadow in the back of an empty little restaurant. With sounds we tried to evocate the atmosphere of the island and recall the ancient hope for a utopian society.

(All compositions with the support of the Flemish Government)



Tot slot willen we u deze unieke recensie over Crete Soundies niet ontzeggen:

Moniek Darge - Crete Soundies (Kye)

"What an odd recording. Three pieces, each right about 20 minutes long, each apparently recorded in Crete though the liner notes impart scarce little information on specifics. For example, the first work, Magnesia, seems to have been done in "Levka Ori, [where] the white mountains of Crete are made audible". Well, you do hear crickets, goat bells 'n' bleats and perhaps other ambient sounds, but predominantly, there's the singing/chanting of (again, presumably) Darge and several friends softly accompanied by (again guessing) electronics or a reed organ-type device. In this instance, I found said vocalizing excessively woozy and not so much in the spirit, so far as one could tell, of the place.
It overrode rather than integrated with the area sounds. The notes to the second piece, Anemos inform us that "Magnesia" was a name given to the site by Darge and company. OK. They also reference wind and, yes, rushing air is the major element heard. Voices appear here as well but, unlike the first track, there's a decided air of mystery. I take it they're speaking, and sometimes singing, in Cretan and perhaps if I understood the language there would be far less mystery, but as is, you receive a fine sense of place and ritual, the howling wind serving to isolate and somehow darken the proceedings. Nice.
But the final cut, East Crete, created by Darge in collaboration with Francoise Vanhecke, trumps them all. The cloistered nature of the prior works opens up into true space and life. Crickets again, in waves, engines, voices of old and young, recorded pop, air, water, everything. One assumes a good deal of construction went into the piece but it sounds entirely convincing as a particularly alive and fascinating environment; the listener resides there. Absolutely wonderful and worth the price of entry." (Brian Olewnick, Jersey City, New Jersey)

http://olewnick.blogspot.com/2009/11/graham-lambkin-softly-softly-copy-copy.html