dat vloeit in gebieden overzee:
mijn woorden bloeden mee.
Mijn verzen kunnen de wonden niet helen
die gruwelijk schrijnen in pijn en wee:
mijn verzen schrijnen mee.
Mijn gedichten kunnen het leed niet verzachten
dat heerst zo ver van mijn beddenstee:
mijn gedichten lijden mee."
"Vanouds getuigen veel van mijn gedichten van een maatschappelijke bewogenheid, met als thema's onder andere: macht en uitbuiting, armoede en uitsluiting, oorlog en bewapening, milieuverloedering, racisme en onverdraagzaamheid, censuur en betutteling, verdwazing en vervlakking. Daarnaast komen ook universele en tijdloze onderwerpen aan bod, zoals hunker, gemis en vergankelijkheid. In mijn proza zijn voornamelijk verwondering en vervreemding aan de orde.
Na te zijn
afgestudeerd als neerlandicus aan de Rijksuniversiteit Gent, en na enkele korte
tussentijdse aanstellingen als leraar Nederlands verkoos ik het middelbaar
onderwijs, na een oneervol ontslag wegens subversieve activiteiten - medewerker
aan het weekblad Links,
antiroyalistische en antimilitaristische acties - vaarwel te zeggen en mij te
wijden aan de literatuur en het boekbedrijf. Het pamflettaire nawoord dat ik
schreef voor Julien Weverberghs sarcastische schoolroman Een dag als een ander, onder de titel Janisme illustreert mijn afwijzende houding tegen de burgerlijke
moraal en de heersende conventies, een revolte die als vanzelf aansluiting vond
bij de in Nederland opkomende provo-beweging, en aanvankelijk literair
artistiek verschijnsel (Simon Vinkenoog, Hans Plomp) dat vanaf 1965 een
groeiende sociale dimensie kreeg (Robert Jasper Grootveld, Roel van Duijn) maar
steeds op ludieke wijze het Gezag in al zijn vormen uitdaagde (de ontheiliging
van de koninklijke huwelijksplechtigheid van Claus en Beatrix bijvoorbeeld). De
Brugse uitgeverij De Galge van Johan Sonneville bood nieuwlichters een
klankbord voor maatschappijkritische geschriften en innoverende literatuur, en
dus verscheen daar in 1966 mijn boek Wat
is Links?, de neerslag van 30 literaire interviews die ik samen met Jan
Emiel Daele reizend met een bandopnemer door Nederland en Vlaanderen had gemaakt.
Van belang voor mijn ideologische zelfvorming was mijn betrokkenheid bij de
kring "angry" schrijvers en kunstenaars rond de tijdschriften Bok, Mep,
Merlijn, Diagram, Daele, Yang en trefplaatsen zoals Celbeton in Dendermonde, Trefpunt
in Gent, Pili-Pili en later De dolle mol in Brussel.
Als reactie tegen
de toen alom woedende overheids- en privé-censuur inzake kunst en informatie
richtte ik het subkulturele sentrum Krea
op te Brussel, een documentatiecentrum waartegen de repressie van de overheid
niet op zich liet wachten. Uit het puin rees in 1965 een alternatieve boekhandel
op, die ik in aansluiting met het internationale free press syndicate de naam
Free Press Bookshop meegaf. Ik specialiseerde mij in de import van in
Vlaanderen niet verkrijgbare of niet gedistribueerde literatuur en
sociologische en politieke geschriften, alsook in de druksels van allerhande
binnen- en buitenlandse alternatieve actiegroepen en bewegingen. Daardoor werd
de shop een ontmoetingsplaats voor revolterende geesten en een uitvalsbasis voor diverse
protestacties en "happenings". Ook verboden of uit de handel genomen
boeken, tijdschriften en pamfletten waren er te koop of te krijgen, met als
gevolg een niet aflatende reeks huiszoekingen en inbeslagnames van
"gezagsondermijnende, ordeverstorende en moreel verwerpelijke"
publicaties. De veroordelingen zouden resulteren in een ophefmakende censuurproces
met als advocaat John Bultinck die er – ook in hoger beroep - een principezaak
van maakte in een poging om de verouderde wetgeving en jurisprudentie te
beïnvloeden.
Inmiddels waren
bij de Brusselse uitgeverij (Angèle) Manteau mijn eerste twee romans verschenen
in de reeks De Vijfde Meridiaan.
Vooral Het Geluid (1968) vond een
goede weerklank omdat het als symbolisch en exemplarisch voor de hoopvolle
nieuwe tijdsgeest werd ontvangen. Steen
was pessimistischer van toon en voert in poëtisch aandoend proza een ik-figuur
op die volkomen vervreemd en niet-begrijpend in de grootstad rondwaart en er
tenslotte fataal door opgeslorpt wordt. Van meet af aan gebruikte ik daarnaast
gretig ook het opkomende nieuwe medium: podiumpoëzie buiten de academische
lokalen, "poëzieavonden" op kleine locaties, met diverse
gelijkgestemde dichters op het programma, vrijwel steeds rond een
controversieel sociaal-politiek thema. Niet alleen over binnenlandse
misstanden, maar ook over wapenindustrie, het koudeoorlogsdenken en de roofbouw
op natuur en milieu die mij zoals zoveel andere schrijvers en kunstenaars
allerminst onberoerd lieten, en voor wie er geen echte scheiding bestond tussen
hun artistieke bezigheden en het voeren van fysieke acties, zoals deelname aan
pacifistische demonstraties, protestmeetings, "teach-ins" en vooral directe actie, zoals het doorbreken van
cordons en omheiningen of het bezetten van gebouwen en terreinen die symbolische
burchten zijn van onrecht en machtsmisbruik. Legio zijn embrio's van gedichten
neergepend op velletjes in een nachtelijke politie- of rijkswachtcel. Typerend
voor mijn werkwijze is dat mijn gedichten ook nu nog naar het podium of naar
een actie toe worden geschreven, en dat brengt met zich mee dat ze vaak worden
aangepast aan wisselende omstandigheden. Om die reden worden ze ook bij
voorkeur in losbladige mappen en in elektronische versie gepubliceerd. Hoewel
mijn deelname aan Poëzie in het Paleis
te Brussel, aan de Nachten van de Poëzie
en andere grootschalige evenementen ijkpunten waren en zijn in mijn
ideologische zoektocht en ontwikkeling, blijft de belangrijkste openbaarmaking
van mijn literair-ethische boodschap toch telkens weer het experiment in
kleinschalige en alternatieve kringen. Kenschetsend hierbij is dat ik als
dichter vaak bij niet-literaire gebeurtenissen betrokken word en voor een ander
publiek optreed dan een doorsnee literator gewend is.
Door de recentste decennia heen ben ik globaal genomen niet meer van
dat sociaal-geëngageerd schrijf- en leefstramien afgeweken, uiteraard mutatis
mutandis inzake de actualiteit, daarbij de vinger aan de pols houdend van de
steeds evoluerende sluipende vormen van bevoogding, brainwashing en repressie
vanwege lokale en bovenlokale machtsstructuren. Als vanzelf was ik als auteur
en direct activist onmiddellijk
betrokken bij vernieuwende bewegingen als groen-links en het andersglobalisme (Ya Basta, globalisering van onderop,
2002).
Schrijven – en optreden – is voor mij echter niet therapeutisch. Het is
de verbale uitvloeiing en tegelijk de voedingsbron van een
maatschappijkritische, zeer constructieve levenshouding."
DE GLAZENMAKER
Elke
dag
ben ik
een onbewoond huis
met
onbetreden kamers
en
mijn ramen blikken mat
in een
beslagen wereld
vol
mensen.
Elke
avond
sla ik
mijn eigen ruiten in
en
adem
hoorbaar
en zichtbaar en voelbaar
in de
verbazende nacht
in de
grenzeloze nacht.
Maar
elke ochtend
komt
naamloos en ongevraagd
de
witte glazenmaker langs
om
mijn ruiten
te
herstellen.
Overmorgen
en eergisteren
zet ik
een ladder
voor
hem klaar
met
half doorgezaagde
sporten.
Herman J. Claeys is auteur
van romans (Het geluid, Manteau 1968; Steen Manteau 1970; Bevrijding 1995),
gedichten, novellen (o.a. Belladonna; De
Kruisweg), woord/beeld-assemblages, murale poëzie, songteksten en
literatuurkritiek (Wat is links?, Sonneville, 1966). Van
zijn hand zijn literaire bijdragen aan tal van verzamelbundels, tijdschriften
en elektronische publicaties.
Hij is ook bedrijvig als taalkundige op het gebied
van de variatielinguïstiek en als zelfstandig taalconsulent.
Elke tweede donderdag van de maand nodigt Herman J.
Claeys een gastdichter(es) uit in 'De Muziekdoos', Verschansingsstraat 63 te
Antwerpen-Zuid. Dit gaat telkens gepaard met een interview en voorleesbeurt op
Radio Centraal (FM 103.9) de voorafgaande maandag van 13 tot 14u30.
Tot op heden hadden meer dan 60 poëzieavonden
plaats. 'De Muzeval', zoals de reeks wordt genoemd, wordt georganiseerd door de
Stichting Pipelines vzw,
i.s.m. het Masereelfonds v.z.w.
Bovenstaande
teksten zijn overgenomen uit het lieraire e-zine STROOM, te bezoeken op
http://users.pandora.be/francois.vermeulen1/Stroom.htm
(Typ francois zonder cedille!)