|
 |
DE SPIEGELPLAS
Als Wout op weg naar school in een plas valt, gebeurt er iets heel raars met hem.
Alles lijkt opeens veranderd: hij herkent zijn eigen stad niet meer, hij kan niet meer lezen en schrijven, zijn hele wereld is een spiegelwereld geworden.
Wout raakt er vreselijk door in de war.
Is mama bij voorbeeld wel zijn échte mama? Of is zij een spiegelmama?...
Er volgen spannende dagen voor Wout, maar gelukkig loopt alles goed af.
|
|
|
 |
PARKIETEN ZIJN WILD
Parkieten, échte parkieten zijn wild. Dat beweert Muiter tenminste. Het is dan ook erg om in een bekrompen volière uit het ei te moeten kruipen. En als je enige gezelschap bestaat uit twee onuitstaanbare mensen en een niet al te snuggere cavia, is het helemaal niet te harden. Toch blijkt Sloerejas de cavia wel mee te vallen. Na een poosje kan Muiter het zelfs uitstekend met hem vinden. Alleen jammer dat hij geen parkiet is en er ook niks voor voelt om samen met Muiter te ontsnappen…
|
|
|
 |
HET BINNENSTE HUIS
Boris had het toch maar geweldig getroffen. Een eigen plekje, volop te eten en een mens. Een degelijke, betrouwbare, nette mens. Wat kon een weldoorvoede kat in de bloei van zijn leven nog meer verlangen? Maar toen kwam dat Gruwelijk Griezelgeluid, dat Rat heette. Waarom sprong Boris die nacht door het open raam, een nieuw leven tegemoet? Een leven zonder mens, maar met de Witte Schim en de Zwarte Pakker?
|
|
|
|
|
|