Het boeiende verhaal van de lexicografie begint in de zestiende eeuw. Voor die tijd bestonden er weliswaar al lexicografische werken, maar vaak waren dit niet meer dan woordenlijsten (zgn. glossaria) die enkel de studie van andere talen (en dan vooral het Latijn) beoogden. Algemeen geldt dat de tussen 1530 en 1539 verschenen vertaalwoordenboeken (dictionaria) van de Parijzenaar Robert Estienne de eerste "echte" woordenboeken waren die als basis dienden voor latere vertaalwoordenboeken. Het eerste woordenboek waarin het Nederlands van toen echt op de voorgrond komt is het Nederlands-Franse Naembouck van allen natuerlicken ende ongheschuumde [1] vlaemsche woorden, dat in 1546 door de Gentse boekdrukker en typograaf Joos Lambrecht uitgegeven werd. Het niveau van Estiennes woordenboeken werd echter voor het eerst geëvenaard door Kiliaan, corrector bij de Officinia Plantiniana, de wereldvermaarde drukkerij van Christoffel Plantijn in Antwerpen.


Een van de drie authentieke handtekeningen van Kiliaan die bewaard gebleven zijn.

Wie was Kiliaan?

Kiliaan werd geboren te Duffel, maar zijn precieze geboortedatum is niet bekend. Uit een afscheidsgedicht dat Kiliaan schreef bij het overlijden van zijn vriend de geograaf Abraham Ortelius meende men te kunnen afleiden dat hij in 1528 geboren was, maar recentere opzoekingen wijzen uit dat hij niet vroeger dan in 1530 geboren kan zijn. Ook over zijn jeugd en studies is niets met zekerheid bekend. Zeker is wel dat hij van Duffel naar Antwerpen verhuisde, waar hij in Plantijns drukkerij woonde en werkte. Hij werd er in 1558 tot meesterknecht, en in 1565 tot corrector benoemd. Kiliaans taal was het Brabants, de taal van het hertogdom Brabant, dat toentertijd het economisch en cultureel centrum van de Nederlanden was. De term Nederlands werd nog niet gebruikt; het Latijn was de cultuurtaal, met daarnaast "de taal van het volk", die als lingua Teutonica aangeduid werd.


De naam Kiliaan

Over de naam Kiliaan bestaat enige verwarring. In officiële stukken in zijn geboorteplaats wordt Kiliaan voluit Cornelis Abts alias van Kiele genoemd. In ambtelijke stukken uit Antwerpen wordt hij Cornelis Kiel of van Kiel genoemd. Deze vorm werd – zoals in die tijd gebruikelijk was – verder verlatijnst tot Cornelius Kilianus, waar de vorm Kiliaan of Kiliaen dan weer een vernederlandsing van is. Het is dus verkeerd de vorm Kiliaen als een latinisering van (van) Kiel te zien, zoals dat ten onrechte in sommige boeken vermeld staat.


Kiliaans woordenboeken

Kiliaan begon zijn lexicografische werkzaamheden rond 1560, toen hij door zijn werkgever Plantijn betrokken werd bij het samenstellen van diens Dictionarium Tetraglotton, een viertalig (Latijns, Grieks, Frans, Nederlands) woordenboek dat in 1562 verscheen en nog tot op het einde van de achttiende eeuw regelmatig herdrukt werd. Plantijn had namelijk tijdens een verblijf in Parijs de woordenboeken van Estienne leren kennen en wilde ook hier dergelijke werken uitgeven. Het viertalig woordenboek verscheen anoniem, maar in de inleiding schreef Plantijn dat de bewerking ervan in handen was van een "zeer geoefend man", waarmee hij Kiliaan bedoelde. Naast dit Dictionarium bracht Plantijn in 1573 ook nog een drietalige Thesaurus Theutonicae linguae uit, waar Kiliaan – samen met nog drie andere proeflezers van Plantijn – ook aan meegewerkt heeft.



Een origineel Etymologicum uit 1599.

Kiliaans eerste eigen werk dateert van 1574. Onder zijn eigen naam geeft hij het Dictionarium Teutonico-Latinum uit. Dit woordenboek onderscheidt zich van Plantijns andere woordenboeken omdat het als eerste een wetenschappelijke beschrijving levert van de Nederlandse woordenschat van die tijd. Het boek telt 232 bladzijden en bevat naast Nederlandse woorden ook Franse en Duitse woorden om de verwantschap met de Nederlandse trefwoorden aan te tonen of hun betekenis te verduidelijken.

Na het verschijnen van dit eerste Dictionarium blijft Kiliaan het woordenboek verder aanvullen, totdat in 1588 de tweede editie ervan verschijnt. Het boek is sterk in omvang toegenomen en telt nu 765 bladzijden. Voor het eerst vermeldt Kiliaan bij sommige woorden hun geografische verspreiding (Vlaams, Hollands, Fries, Saksisch, enz.) en neemt hij bij een groot aantal woorden ook de etymologie op. Vooral de geografische aanduidingen maken dit woordenboek uniek voor zijn tijd.

Elf jaar later, in 1599, verschijnt dan de derde uitgave. De etymologische verklaringen zijn nu nog verder uitgebreid – voor Kiliaan reden genoeg om het woordenboek om te dopen tot Etymologicum – en ook de geografische aanduidingen zijn vermeerderd. Kiliaan excerpeerde ook andere wetenschappelijke werken; woorden die hij uit oudere bronnen haalt duidt hij aan met "vetus". Deze derde editie van het woordenboek verwierf een zeer grote bekendheid en zou de grondslag vormen voor de moderne lexicografie. Kiliaan bleef het woordenboek verder aanvullen, maar bracht geen nieuwe editie meer uit voor zijn overlijden in 1607. Van de derde editie verschenen in de loop van de volgende eeuwen vele herdrukken; de laatste in Utrecht in 1777.


Kiliaans andere werken

Naast lexicograaf was Kiliaan ook dichter en vertaler. Hij vertaalde werken uit het Frans, Latijn en Italiaans (bekend is o.a. zijn Beschryvinghe van alle de Nederlanden, een vertaling van Guicciardini's Descrittione di tutti i Paesi Bassi dat na Kiliaans overlijden in Amsterdam uitgegeven werd) en schreef Latijnse gedichten en kwatrijnen bij illustraties in prentenboeken. Deze vertalingen en gedichten nemen echter maar een bescheiden plaats in naast zijn baanbrekend lexicografisch werk.


Kiliaan in Duffel

Het spreekt vanzelf dat Kiliaans gedachtenis in Duffel levendig gehouden wordt. Reeds in 1863 kreeg hij er een borstbeeld, en in 1882 ook een standbeeld. Verder bevindt er zich nog een gedenkplaat aan de geboorteplaats van Kiliaan. In de gemeentelijke archiefdienst van Duffel kan men verder ook terecht voor een aantal zeer interessante publicaties en eventueel zelfs een fotomechanische herdruk van het Etymologicum.

Terzijde: Naast de geboorteplaats van Kiliaan is de gemeente Duffel ook nog bekend voor de zwaar gevolde stof die er tot het einde van de 16de eeuw geweven werd. De stof werd naar de gemeente genoemd en de naam komt vervolgens nog voor in het Nederlandse werkwoord induffelen, evenals in de Engelse woorden duffel coat en duffel bag (vaak ook duffle gespeld).


Van Kiliaan tot Van Dale

Zoals reeds gezegd diende het Etymologicum van Kiliaan als grondslag voor latere vertaalwoordenboeken, meer bepaald voor twee achttiende-eeuwse woordenboeken, namelijk het Woordenboek der Nederduitsche en Fransche Taalen van François Halma en het Compleet Nederduitsch en Fransch Woordenboek van Pierre Marin. Deze woordenboeken dienden op hun beurt als grondslag voor het Nieuw Fransch-Nederduitsch en Nederduitsch-Fransch woordenboek van S.J.M. van Moock, waarvan het Nederlands-Franse deel in 1846 verscheen. Dit deel werd later door de gebroeders Calisch bewerkt tot wat nu algemeen als de eerste Van Dale beschouwd wordt.


Bronnen voor dit artikel

Kiliaan, een schets van zijn leven en werk door Maurits Sabbe (S.V. Lectura, Antwerpen, 1920)

• Publicaties Gemeentelijke Archiefdienst en Heemkundige Kring Duffel.

• Artikels in "Wetenschappelijke tijdingen" door dr. F. Claes s.j.





[1] ongheschuumde woorden = ongeschuimde woorden, d.w.z. "eigen" woorden die niet aan een andere taal ontleend zijn. Schuimen heeft hier de betekenis van roven of stelen (verg. zeeschuimer). – [terug]








© Copyright 2008 Luc P.