De woordenboeken van R.K. Kuipers


De woordenboeken van Kuipers zijn al lang in het vergeetboekje geraakt en ook bij antiquairs zijn ze nog maar met mondjesmaat te vinden. Toch zijn deze woordenboeken ooit van groot belang geweest. Ze waren een van de vele bronnen van het WNT, en ook Kruyskamp maakte er voor 1950 nog gebruik van bij het samenstellen van de zevende editie van de Van Dale. Kuipers' woordenboeken verschenen bij de Amsterdamse uitgeverij Elsevier en werden zowel in Nederland als in België verspreid. De bronnenlijst van het WNT vermeldt drie woordenboeken van Kuipers, namelijk:


• het Volledig Woordenboek der Nederlandsche Taal (1893)

• het Geïllustreerd Woordenboek der Nederlandsche Taal (1901)

• het Encyclopaedisch Woordenboek (1912-1918)



Wie was R.K. Kuipers?

Over R.K. Kuipers is bedroevend weinig informatie te vinden. Op het titelblad van zijn Geïllustreerd Woordenboek staat alleen vermeld dat hij Leeraar aan het Gymnasium en de Hoogere Burgerschool te Gorinchem was. In het boek Wegwijs in woordenboeken – dat toch de Nederlandse lexicografie in z'n geheel behandelt – van Geeraerts & Janssens komt hij nergens aan bod, en evenmin in de online jaargangen van het lexicografisch tijdschrift Trefwoord. In gewone biografische woordenboeken wordt hij ook niet vermeld, en ook in de auteurslijst van de dbnl komt hij niet voor. Zijn naam wordt daar wel enkele keren bij de beschrijving van andere auteurs vermeld, en daaruit kan men afleiden dat hij zich intensief met letterkunde bezighield en daarover ook publiceerde.



Het Volledig Woordenboek der Nederlandsche Taal

Kuipers' eerste woordenboek verscheen in 1893 en is in vergelijking met zijn latere woordenboeken nog bescheiden in omvang. Het boek telt in totaal 1200 bladzijden en bevat naast het woordenboekgedeelte ook een lijst met bastaardwoorden en een lijst met Nederlandse toponiemen die "moeilijkheden zouden kunnen opleveren" in de spelling. In het vrij korte voorwoord vermeldt Kuipers dat hij voor het opstellen van het woordenboek enigszins van de gebruikelijke werkwijze afgeweken is. De opbouw van de artikelen is inderdaad nogal vreemd: samenstellingen worden door een dubbele verticale streep gescheiden en afleidingen worden door een soort gekanteld dropje voorafgegaan. Bij samenstellingen wordt bovendien alleen de eerste letter van het grondwoord herhaald, gevolgd door een gedachtestreep. Dit in combinatie met de twee andere tekens levert soms nogal vreemd uitziende lemma's op. Doch wat volledigheid en taalkundige informatie betreft kan het woordenboek zeker de vergelijking met andere toenmalige woordenboeken doorstaan.

Aan het eind van het voorwoord betuigt Kuipers nog zijn dank aan Dr. G. van Helbergen, H.F. Eckmann en N. van Milligen. Geen van deze drie namen komt voor in de auteurslijst van de dbnl.

Het Geïllustreerd Woordenboek

In 1901 verschijnt Kuipers' tweede woordenboek. Het woordenboek bestaat nu uit twee kloeke delen in een halfleren band met gemarmerde platten en bevat 1469 pagina's met de tekst verdeeld over drie kolommen. De volledige titel luidt: Geïllustreerd woordenboek der Nederlandsche Taal, bevattende alle gebruikelijke Nederlandsche en bastaardwoorden benevens veel voorkomende vreemde woorden met hunne beteekenissen, opgehelderd door aanhalingen uit Nederlandsche schrijvers en door vermelding van spreekwoorden, zegswijzen en synoniemen.

Bastaardwoorden worden in het woordenboek gemerkt door een dubbele verticale streep voor het woord, maar de term zelf heeft bij Kuipers geen enkele negatieve bijklank, zoals ook blijkt uit zijn eigen definitie ervan:


Bastaardwoord, o. —en (spraakk.), een aan den vreemde ontleend woord, dat nog niet geheel het karakter van een Nederlandsch woord heeft aangenomen, maar waarvan de spelling, vooral wat betreft den uitgang, gewijzigd is, overeenkomstig de wijze, waarop het wordt uitgesproken: advocaat, publiek, partikel, majesteit, bagage, enz. zijn —en; het wordt dagelijks door de ondervinding gestaafd, dat, in een levende taal, het gebruik van —en onvermijdbaar is, Alb. Thijm.


Over de illustratie van het boek valt weinig opmerkelijks te vertellen, want die stelt niet zoveel voor: de zwart-wittekeningen (2350 in totaal) zijn niet altijd even geslaagd en vaak veel te klein om echt informatief te zijn.

In het voorwoord zegt Kuipers dat hij voor de bewerking van het boek "allerlei werken van wetenschap en kunst" excerpeerde en er dus in zijn woordenboek "duizenden woorden voorkomen, die men elders te vergeefs zal zoeken". Dat klopt helemaal, want het boek bevat enorm veel wetenschappelijke termen uit de meest uiteenlopende vakgebieden. Dat gaat echter niet ten koste van de gewone Nederlandse woordenschat, want zijn artikelen zijn meestal zeer uitvoerig en worden met tal van voorbeeldzinnen en citaten verduidelijkt.

Bij de lemma's vermeldt Kuipers niet alleen alle noodzakelijke taalkundige informatie zoals woordsoort, geslacht, meervoudsvorm, vervoegings- en verbuigingsvormen, enz... maar ook de etymologie (zelfs in Grieks schrift als dat nodig is) en de wetenschappelijke naam bij dieren en planten. Hierdoor steekt het woordenboek toch wel met kop en schouders uit boven andere woordenboeken uit dezelfde tijdsperiode.

Kuipers hoopte op een zeer vermeerderde herdruk van zijn Geïllustreerd Woordenboek, "om het ideaal, eene verzameling van ALLE Nederlandsche woorden en hunne beteekenissen, zoo na mogelijk te komen", maar een tweede druk van dit woordenboek is mij niet bekend.



Het Encyclopaedisch Woordenboek

De volledige titel luidt: Encyclopaedisch woordenboek bevattend alle Nederlandsche en gebruikelijke vreemde woorden, met hun beteekenissen, benevens alle belangrijke namen op het gebied van aardrijkskunde en geschiedenis, wetenschap en kunst. Het boek heeft hetzelfde kloeke formaat als het geïllustreerd woordenboek, maar beslaat nu drie delen. De opbouw van het boek is echter heel vreemd: in elk apart deel wordt eerst een derde van het Geïllustreerd Woordenboek ongewijzigd overgenomen. Dat stuk wordt gevolgd door een aantal bladzijden correcties en aanvullingen daarop. Pas daarna begint het eigenlijke encyclopedische deel. Opmerkelijk in het gedeelte met aanvullingen en correcties zijn de nieuwe tekeningen van apparaten of toestellen waarvan de onderscheiden delen aangeduid worden met een aantal letters. Die letters worden echter nergens in het artikel of bij de tekening zelf verklaard, wat een beetje een slordige indruk maakt.

Het encyclopedisch gedeelte ten slotte is ongeveer even groot als het taalkundig gedeelte en is zeer uitvoerig. Het bevat iets minder tekeningen, maar de artikelen zelf zijn geenszins beknopt te noemen. De beschrijving van landen en steden is zeer uitgebreid, en de selectie van namen uit wetenschap en kunst is zeker ook niet gering.


Al bij al zijn de woordenboeken van Kuipers schitterende werken die een plaatsje verdienen in de boekenkast van elke liefhebber van antiquarische boeken. Het is alleen jammer dat er over deze Nederlandse lexicograaf zo weinig informatie te vinden is.