e dikke Van Dale, of beter gezegd het Groot Woordenboek der Nederlandse Taal, is ongetwijfeld het bekendste woordenboek in BelgiŽ en Nederland. Dit bijna anderhalve eeuw oude woordenboek heeft een boeiende en niet geheel onbewogen geschiedenis achter de rug.

Men kan de loopbaan van de Van Dale ruwweg in drie periodes verdelen: van de eerste tot en met de zesde editie wordt het woordenboek eigenlijk alleen maar uitgebreid en is het eerst en vooral een verklarend woordenboek. Taalkundige informatie is beperkt. Opmerkelijk – maar historisch natuurlijk wel verklaarbaar – in deze eerste uitgaven is enerzijds het grote aantal Franse woorden die al dan niet vernederlandst zijn (plainte, remarqueeren, casseeren, adouceeren, indisponibel, poursuiveeren...) en anderzijds natuurlijk de grote hoeveelheid oer-Nederlandse woorden die nu op zijn minst ouderwets of zelfs puristisch aandoen (voorbeeld: wrijfvuurhoutje voor lucifer).

Hierna, vanaf 1950, volgt de "Kruyskamp-periode" (zevende tot en met de tiende editie). Het woordmateriaal van Van Dale wordt door Dr. Cornelis Kruyskamp – aanvankelijk redacteur van het WNT – allereerst "kritisch verwerkt en geschift", wat noodzakelijk was omdat in de zesde editie nog zowat de hele woordenschat van de tweede editie terug te vinden was. De korte voorberichten uit de eerdere edities worden vervangen door een elf pagina's tellende voorrede die nogal wat stof doet opwaaien. Overbekend en vaak aangehaald is de passage waarin hij stelt dat hij "vanuit de aard der zaak" niets anders kon doen dan zich op Noord-Nederlands standpunt stellen. Het Noord-Nederlands vormt namelijk "de hoofdschotel" en Zuid-Nederlanders worden "gewaarschuwd" dat hun woorden en uitdrukkingen niet of verkeerd begrepen worden in het noorden. Kruyskamp breidt het woordenboek vier edities lang aanzienlijk uit, en hij vult zijn uiterst heldere definities vaak aan met nuttige taaltips. Het loopt echter wat uit de hand met de labeling van de woorden: in de tiende editie wemelt het van zogenaamde "Zuidnederlandse" woorden en woordbetekenissen; het lijkt erop dat elk woord dat niet strikt tot het "Algemeen Beschaafd" behoort Zuid-Nederlands is.

Dit en een aantal andere zaken worden gecorrigeerd vanaf de elfde editie. Het woordenboek wordt opnieuw herzien en de labeling wordt consequenter gemaakt. "Zuidnederlands" wordt eindelijk overboord gegooid omdat het veel te dubbelzinnig is; het zeldzame (en nooit in de afkortingenlijst vermelde) labeltje "Amst." wordt gelijkgesteld met "gewestelijk" enz. AliŽnismen worden niet langer "grof" of "verwerpelijk" genoemd (ook al is de opvatting daaromtrent nog springlevend) maar worden steeds vaker met het neutralere "leenvertaling" aangeduid. Vanaf de twaalfde editie wordt ook etymologische informatie en andere taalkundig interessante informatie opgenomen.

Hieronder een beknopt overzicht van alle verschenen edities.









 
1864 Nieuw woordenboek der Nederlandsche taal
I.M. Calisch en N.S. Calisch

Dit woordenboek, dat algemeen als de eerste Van Dale beschouwd wordt, was gebaseerd op het Nederlands-Franse woordenboek van S.J.M. van Moock, dat op zijn beurt gebaseerd was op de bekende vertaalwoordenboeken van Pierre Marin en FranÁois Halma.

Het woordenboek van de zwagers Calisch was echter geen groot succes (in tegenstelling tot bijvoorbeeld hun viertalig woordenboek dat meerdere herdrukken beleefde) en werd al spoedig uit de handel genomen. De rechten werden gekocht door de Arnhemse uitgever Thieme, die het liet bewerken door Johan Hendrik Van Dale, hoofdonderwijzer en archivaris te Sluis.

Van dit interessante woordenboek werd door de dbnl een "diplomatische weergave" online gezet.

 RUG EN VOORPLAT   –   TITELPAGINA   








 
1872 Nieuw woordenboek der Nederlandsche taal
J.H. van Dale

De eerste druk van het woordenboek van Calisch & Calisch onder de naam Van Dale. Johan Hendrik van Dale zette het woordenboek in de nieuwe spelling (van De Vries en Te Winkel), voegde er een groot aantal woorden aan toe en nam ook veel Vlaamse woorden op — wat niet verwonderlijk is daar J.H. vlak bij de Belgische grens woonde en geregeld deelnam aan taalcongressen in Vlaanderen. J.H. overleed echter voor het woordenboek klaar was. Het werd voltooid door zijn leerling/assistent Johannes Manhave.

Van dit woordenboek verscheen in 1992 een fotomechanische herdruk met een inleiding door Ewoud Sanders.

 RUG EN VOORPLAT   –   TITELPAGINA   








 
1884 Nieuw woordenboek der Nederlandsche taal
J. Manhave

De derde editie was volledig bewerkt door J. Manhave (die overigens ook auteur was van een Zakwoordenboekje der Nederlandsche Taal, wat later uitgroeide tot het Beknopt Woordenboek der Nederlandsche Taal). Welbeschouwd heeft Manhave een veel grotere bijdrage aan het woordenboek geleverd dan J.H. Van Dale, maar de naam Van Dale blijft aan het woordenboek verbonden en in 1924 wordt voor hem een standbeeld opgericht in Sluis.

Nakomelingen van Manhave vinden terecht dat er ook een tweede standbeeld in Sluis zou mogen komen, maar of dat ooit zal gebeuren...

 RUG EN VOORPLAT   –   TITELPAGINA   








 
1898 Groot woordenboek der Nederlandsche taal
H. Kuiper jr., dr. A Opprel en P.J. van Malssen jr.

Het woordenboek wordt fors uitgebreid en krijgt een nieuwe naam. Om onbekende redenen werkt Manhave niet meer mee aan het woordenboek en ook de bewerking van zijn eigen Beknopt Woordenboek komt in handen van P.J. van Malssen jr. In het bijzonder korte voorwoord van deze editie wordt over deze redactiewijziging helaas met geen woord gerept.

Kleine typografische verandering: de symbooltjes bij namen van sterren en planeten worden achterwege gelaten.

In 1904 verschijnt van deze editie een onveranderde herdruk.

 RUG EN VOORPLAT   –   TITELPAGINA   








 
1914 Groot woordenboek der Nederlandsche taal
P.J. van Malssen jr

Nieuw in deze editie is de vermelding van de wetenschappelijke naam bij planten en dieren.

P.J. v. Malssen Jr. zegt in het voorwoord dat er in vrij ruime mate voldaan werd aan de "wenschelijkheid" om meer Zuid-Nederlandse woorden en uitdrukkingen op te nemen.

2061 bladzijden, kaft in olijfgroen linnen of bruin leer met letters in gouddruk. Op het voorplat staat voor het eerst het logo van de uitgever Martinus Nijhoff met de zinspreuk "Alles komt teregt".

 RUG EN VOORPLAT   –   TITELPAGINA   








 
1924 Groot woordenboek der Nederlandsche taal
P.J. van Malssen jr.

In deze nieuwe editie worden tal van lemma's gegroepeerd: homoniemen die ook etymologisch verwant zijn worden – ongeacht de woordsoort – in ťťn artikel ondergebracht. Zo vindt men nu bijvoorbeeld bij houten zowel het adjectief als het werkwoord.

In het voorwoord wijst P.J. van Malssen jr. op een aantal fouten "tegen onze zoo schoone moedertaal": belegstuk is een "leelijk Germanisme", uitzonderlijk en uiteindelijk zijn "zeer af te keuren" woorden enz.

2155 bladzijden, verschenen in groen linnen en bruin leer, beide met gouddruk op de rug en het voorplat.

 RUG EN VOORPLAT   –   TITELPAGINA   








 
1950 Nieuw groot woordenboek der Nederlandse taal
dr. C. Kruyskamp en dr. F. de Tollenaere

Eerste editie van Kruyskamp. Het woordenboek wordt volledig herzien en de herschikking van de lemma's wordt ongedaan gemaakt omdat die niet consequent doorgevoerd was (en bovendien weinig nut had).

Totaal onbegrijpelijk: Kruyskamp bekritiseert encyclopedische woordenboeken in het voorwoord (het publiek is volgens hem namelijk te zeer geneigd encyclopedieŽn met woordenboeken te verwarren), maar voegt zelf drie aanhangsels met encyclopedische informatie aan het woordenboek toe. Deze aanhangsels blijven tot op heden deel uitmaken van het woordenboek, ook al is uit een rondvraag bij universiteitsstudenten al gebleken dat vrijwel niemand die gebruikt of echt nuttig vindt.

2368 bladzijden, kaft in groen linnen met gouden belettering.

 RUG EN VOORPLAT   –   TITELPAGINA   








 
1961 Groot woordenboek der Nederlandse taal
dr. C. Kruyskamp

Grote verandering. De lemma's worden eindelijk in kleine letters gezet en het woordenboek wordt volledig in de nieuwe spelling (van 1954) gezet.

Rond 196(9?) ontstaat in Nederland opschudding rond het woord jood, dat als derde betekenis o.a. 'bedrieger' heeft (deze betekenis stond echter al meer dan zestig jaar in het woordenboek). Terecht merkt Kruyskamp op dat een woordenboek alleen maar bestaande woordbetekenissen registreert, niet zelf uitvindt.

Het woord volleybal wordt opgenomen, maar sportliefhebbers lopen niet echt warm voor Kruyskamps definitie ervan.

2632 blz., kaft in donkergroen linnen met goudopdruk.

 RUG EN VOORPLAT   –   TITELPAGINA   








 
1970 Groot woordenboek der Nederlandse taal
Supplement op de achtste vermeerderde druk
dr. C. Kruyskamp

Kruyskamp op z'n hevigst. Het zint hem niks dat het nieuw verzamelde materiaal in een supplement moet verschijnen, omdat de spellingsaneerders het verschijnen van een nieuwe editie onmogelijk maken. Verderop in het voorwoord trekt hij van leer tegen het schromelijk misbruik van meerledige samenstellingen. Zo vindt hij bijvoorbeeld het woord studieduurverkorting een wangedrochtelijke aaneenschakeling [van woorden]. Hij noemt dit misbruik een ernstige ziekte van het Nederlands en geeft die ziekte zelfs twee namen: de verbale lintwormziekte en horror praepositionis.

169 bladzijden (2633 tot 2802; de nummering uit de achtste editie wordt aangehouden), kaft in groen linnen met goudopdruk.

 RUG EN VOORPLAT   –   TITELPAGINA   








 
1970 Groot woordenboek der Nederlandse taal
dr. C. Kruyskamp

Eerste druk in twee delen. Eigenlijk is deze negende uitgave niets anders dan de achtste editie waar het supplement aan toegevoegd is.

In tegenstelling tot wat sommigen bij deze "nieuwe" uitgave toch wel verwacht hadden, blijkt er aan het artikel jood geen letter veranderd te zijn. Een zakenman uit Voorburg ontsteekt in woede en spant een kort geding aan tegen de uitgevers. Hij stelt daarbij nogal wat onzinnige eisen.

2802 blz., donkergroene kaft met goudopdruk.

 RUG EN VOORPLAT   –   TITELPAGINA   








 
1976 Groot woordenboek der Nederlandse taal
dr. C. Kruyskamp

Kritiek uit onverwachte hoek: van de Nederlandse schrijver W.F. Hermans verschijnt een artikel in het NRC waarin hij de Frans-onkundigheid van Van Dale hekelt. Het meest beschamende voorbeeld vindt hij het woord blamage, een woord dat als [Fr.] gemerkt staat, maar in werkelijkheid niets meer dan een ongelukkig gevormd neerlandisme is. Schrappen kan natuurlijk niet, dus krijgt het woord voortaan maar het labeltje "quasi-Frans" dat we al kennen van de uitvindsels balletteuse, reservage, tombade en chaperonne. Het bijna ongeloofbare introducť ontsnapt echter nog even aan de aandacht en wordt pas in de twaalfde editie ontmaskerd als Frans dat alleen in Nederland bestaat.

3230 blz, kaft in donkerrood linnen met letters in goud- en blinddruk.

 RUG EN VOORPLAT   –   TITELPAGINA   








 
1984 Groot woordenboek der Nederlandse taal
Door prof. dr. G. Geerts en dr. H. Heestermans, m.m.v. dr. C. Kruyskamp

Nieuwe heren, nieuwe wetten. De hoofdredactie is niet langer in handen van Kruyskamp en de vorige editie wordt grondig herzien; er worden correcties aangebracht en de befaamde Kruyskamp-definities worden herschreven.

Beter laat dan nooit: het woord boterberg dat Kruyskamp niet wilde honoreren wordt nu toch nog opgenomen.

De woorden honduree en spookwoord verschijnen voor het eerst en hebben vermoedelijk wel iets met elkaar te maken.

Eerste uitgave in drie delen. 3730 blz., grijze kaft met letters in gouddruk.

 RUG EN VOORPLAT   –   TITELPAGINA   








 
1992 Groot woordenboek der Nederlandse taal
prof. dr. G. Geerts en dr. H. Heestermans

De belangrijkste vernieuwing in deze uitgave is ongetwijfeld de vermelding van de etymologie bij zo'n 30.000 niet-samengestelde woorden. Voor- en achtervoegsels worden nu ook als aparte ingang opgenomen.

Dat Nederlanders de Belgen ook "rotbelgen" noemen wisten we al, maar vanaf deze editie moet dat ook nog eens met een citaat bij het lemma rot vermeld worden. Ook bij rottig moet een oud voorbeeldzinnetje plaats maken voor een al even fraai citaat. Ongetwijfeld een zeer noodzakelijke aanpassing, taalwetenschappelijk gezien.

Het boek wordt geheel uit de Lexicon gezet, een nieuwe schreefletter ontworpen door Bram de Does.

3897 blz., oudroze kaft met witte letters.

 RUG EN VOORPLAT   –   TITELPAGINA   








 
1999 Groot woordenboek der Nederlandse taal
prof. dr. G. Geerts en drs. C.A. den Boon

Een mijlpaal. Niet zozeer vanwege de verder doorgevoerde systematische opzet of de vermelding van de oudste vindplaats van een woord, maar vanwege de speciale aandacht die het Belgisch Nederlands in deze editie te beurt valt. Voor het eerst worden Belgisch Nederlandse woorden verder onderverdeeld met aanduidingen als algemeen, niet algemeen, spreektaal enz. Dit lijkt zowaar een officiŽle erkenning dat het Belgisch Nederlands toch wat "meer is dan de ongestructureerde verzameling fouten waarvoor het lang werd versleten", aldus een recensent. We drinken er een glaasje fruitsap op.

Drie delen, 4295 blz., donkerbruine kaft met witte en okergele belettering.

 RUG EN VOORPLAT   –   TITELPAGINA   








 
1999 Groot woordenboek der Nederlandse taal
prof. dr. G. Geerts en drs. C.A. den Boon

Tegelijk met het verschijnen van de dertiende uitgave wordt het woordenboek voor het eerst in elektronische vorm uitgebracht. Het programma zit echter nogal krikkemikkig in elkaar en een bibliothecaris besteedt zelfs een hele website aan de talrijke fouten in deze versie. In de praktijk valt het echter allemaal best mee en ondanks deze "kinderziekten" is de elektronische Van Dale toch een zeer waardevol product. De uitgebreide zoekfuncties maken het bovendien tot een onmisbaar instrument voor citatenjagers, puzzelaars en andere woordenwichelaars.

 RUG EN VOORPLAT   –   TITELPAGINA   







Meer over Van Dale


• Wie meer over J.H. van Dale en zijn woordenboek wil weten hoeft niet ver te zoeken. Ewoud Sanders vatte zijn leven en werk mooi samen in het artikel Johan Hendrik Van Dale (1828-1872): Maker van een half woordenboek. Het artikel staat nog steeds online op de site van het NRC.


• Voor wie echt alles wil weten: in 2003 verscheen van de hand van Lo van Driel Een leven in woorden, J.H. van Dale, schoolmeester-archivaris-taalkundige. Deze 448 pagina's tellende luxe-uitgave belicht J.H. van Dale en zijn werk nog wat uitvoeriger aan de hand van onlangs ontdekte bronnen. Zo kwam Van Driel bijvoorbeeld te weten dat J.H. in zijn jeugd een tijdje in Eeklo en Meulebeke gewoond heeft. ISBN 9057302578.