STIEN EN DE FIETS

 

terug

DE SPIN EN DE MOL

'Beu...euh!', roept Ties verschrikt, 'jij bent gek!'

'Ja,' knikt zus Stien met haar grote kop: 'waarom dan niet?'

'Omdat... omdat... euh... nou... jij bent een koe,' merkt Ties op.

'Boe-ah-ha- ha-', lacht Stien, 'dat ben jij ook, weet je!' Ze snuift diep en lang. 'Prrrrttt...', gaat het.

Vlakbij, tegen een paaltje, staat een knalrode fiets. Hij heeft een hoog stuur, een zwart zadel en een hele grote bel.

Stien wil graag op die fiets rijden, net als een mens...

Maar kan een koe wel fietsen?...

Wat zal er gebeuren?

  Het was een mooie, warme dag in mei. Tussen de onderste takken van een ligusterhaag maakte een spin haar web. Ze zong daarbij een vrolijk lied, zoals alleen een spin kan zingen.

Hé, kijk nou!

Vlakbij de haag werd plots de aarde omgewoeld, tot een grote zandberg. Het zand spleet uiteen en zie... daar verscheen een grijze kop.

Verhip! Het was een mol!

De spin bleef als versteend zitten.

'Dat noem ik nog eens geluk hebben', grinnikte de mol. 'Een mals spinnenhapje gaat er altijd in.' Het speeksel liep al langs zijn kin.

Maar onze spin is niet dom...

Wat zal de spin doen?

 

nr. 7   nr. 8