Verkeer en veiligheid

Verplichtingen van de andere weggebruikers

Het verkeersreglement voor ruiters

(Volgens Belgische Wetgeving, www.wegcode.be)

Ruiters zijn weggebruikers net zoals voetgangers, fietsers en autobestuurders. Zij hebben rechten en plichten. Die staan geschreven in het verkeersreglement. Hoe oud moet je zijn en wat moet je kunnen om je te paard op straat te begeven? Wat is je plaats op de weg? Hoe moeten andere weggebruikers zich tegenover jou gedragen? Hoe zit het met aangespannen voertuigen? Verplichte lectuur voor iedereen die ervan droomt met zijn viervoeter(s) op wandeling te gaan op de openbare weg.

Wanneer geldt het verkeersreglement?

Het verkeersreglement is van toepassing op ruiters die zich op de openbare weg begeven. Een openbare weg is elke weg die door voor het verkeer openstaat. Dit betekent dat ook aardewegen of paden - bijvoorbeeld in een bos, veld of park - openbare wegen zijn als er verkeer toegelaten is. Is de toegang echter beperkt, dan vervalt het openbaar karakter. Zo zal een weg die bijvoorbeeld naar een manege of een oefenterrein leidt en voorbehouden is voor leden van de club of de deelnemers aan een oefenterrein, niet als een openbare weg wordt beschouwd. dit privé-karakter kan nog worden versterkt door verbodsvoorschriften, afsluitingen, hekken, enz. Gelden er dan geen regels op privé-wegen? Je moet rekening houden met het voorzichtigheidsprincipe. Dit wil zeggen dat je ook hier regels moet respecteren die analoog zijn aan het verkeersreglement: voorrang (van rechts), manoeuvres, beheersing van de snelheid, enz. Tot slot is ook het begrip openbare plaats voor ruiters van belang. Het gaat niet alleen om de openbare weg, maar ook om terreinen die voor het grote publiek of voor een zeker aantal personen toegankelijk zijn. Zo zijn overtredingen op het vlak van vluchtmisdrijf, dronkenschap en drugsgebruik zowel strafbaar op de openbare weg als op openbare terreinen.

Is een ruiter een bestuurder?

Jazeker. Als ruiter ben je een bestuurder, ook als je je paard aan de handt leidt of op de openbare weg bewaakt. Je hoeft je paard zelfs niet aan de teugel vast te houden om als bestuurder te worden beschouwd. Behoudens enkele uitzonderingen ben je als ruiter-bestuurder aan alle voorschriften van het verkeersreglement onderworpen.

Hoe oud moet je zijn om op de openbare weg te rijden?

Als ruiter-bestuurder of bewaker van een rijdier op de openbare weg moet je tenminste 14 jaar oud zijn. Dit geldt zowel bij het rijden, begeleiden als drijven van paarden, veulens en pony's. Deze minimumleeftijd is niet van toepassing voor andere plaatsen zoals maneges en oefenterreinen. Belangrijke uitzondering: kinderen vanaf 12 jaar mogen op de openbare weg rijden als zij begeleid worden door een ruiter van minstens 21 jaar oud. Als het dier aan de hand wordt geleid door een persoon van minstens 14 jaar, heeft de leeftijd van de persoon die op het dier zit geen belang. De begeleider wordt dan als bestuurder beschouwd.

Aan welke andere vereisten moet een ruiter op de openbare weg voldoen?

Een ruiter-bestuurder van een rijdier moet:
- het betrokken rijdier kunnen besturen;
- de nodige kennis en vaardigheid bezitten om dat rijdier te besturen;
- de vereiste lichaamsgeschiktheid bezitten om dat rijdier te besturen;
- voortdurend in staat zijn met het rijdier alle nodige rijbewegingen uit te voeren;
- zijn rijdier voortdurend goed in handen hebben.

Een woordje uitleg. Als bestuurder - ruiter, begeleider of drijver- moet je je dier(en) in normale verkeersomstandigheden kunnen doen stoppen, vertrekken, versnellen, vertragen, omkeren, enz. Opgelet! Het lawaai van een betonmolen, een voorbijrijdende auto, tractor, vrachtwagen, trein en zelfs van een laagvliegend vliegtuig wordt beschouwd als normale verkeersomstandigheid. Je moet voldoende ervaring hebben om de gewone schrikreacties van je paard te voorzien en er doeltreffend op te reageren.
Je moet fysiek en psychisch in staat zijn om je dier te besturen. Dit legt beperkingen op aan mensen met lichamelijke en mentale problemen. als je echter plotseling onwel wordt door bijvoorbeeld de hitte wordt dat als overmacht beschouwd. Hoewel over de realtie ouderdom en lichaamsgeschiktheid niets expliciet in het verkeersreglement staat, is het toch duidelijk dat te jonge of te oude ruiter-bestuurders soms niet (meer) in staat zijn hun rijdier op een correcte manier te besturen. Zij zijn dan ook in overtreding als zij zich op de openbare weg begeven.

Hoeveel paarden mag je als begeleider aan de teugel langs de weg leiden?

Een begeleider is een persoon die te voet ruiters bijstaat. Over het aantal paarden dat hij onder zijn hoede mag hebben, bestaan geen precieze voorschriften. Er mag worden aangenomen dat één begeleider maximaal drie paarden - niet bijzonder zenuwachtige of kwaadaardige dieren - onder zijn hoede mag hebben. Er is geen leeftijdsgrens voor begeleiders vooropgesteld. Hij zal echter wel de nodige bekwaamheid moeten hebben om zijn taak naar behoren uit te voeren.

Mag iemand bij een groepswandeling het verkeer op de kruispunten regelen?

Ga je uit wandelen met minstens 10 ruiters, dan mag je een groepsleider aanstellen. Hij is minstens 21 jaar oud en draagt om de linkerarm een driekleurige armband met in de gele band het woord 'groepsleider'. Hij mag op kruispunten waar het verkeer niet geregeld wordt door verkeerslichten, het verkeer stilleggen en de groep voorrang geven. Daarvoor gebruikt hij een reflecterend C3-verkeersbord. Andere weggebruikers zijn verplichten de aan wijzingen van de groepsleider op te volgen. Alle ruiters moeten wel minimum 12 jaar oud zijn. Meer info

Zijn er speciale rechten als je in groep uit wandelen gaat?

Neen, je bent gehouden aan de normale verkeersregels. Je hebt bijvoorbeeld geen voorrang op kruispunten of bij het veranderen van rijrichting. Andere bestuurders mogen de colonne breken om bijvoorbeeld in te voegen. Als groep kan je je wel laten vergezellen door een 'groepsleider' (zie hoger).

Wat is jouw plaats als ruiter op de rijbaan?

Een ruiter is verplicht op de rijbaan te rijden en zo dicht mogelijk bij de rechterrand te blijven. Buiten de bebouwde kom mag je op de gelijkgrondse berm rechts van je rijden, als je tenminste geen andere weggebruikers hindert.
Een belangrijk aandachtspunt: als je als ruiter rechts de rijbaan volgt mag je maximum met twee naast elkaar rijden, ook als andere voertuigen naderen of willen voorbijsteken! Op de gelijkgrondse berm mag je met zoveel naast elkaar rijden als de breedte van de berm mogelijk maakt. In toegelaten stoeten en processies mag je ook met meer dan twee naast elkaar rijden.
Het volgen van voorsorteringspijlen, het oversteken van pleinen en het opvolgen van verkeersborden ontslaan je van de verplichting om steeds zo dicht mogelijk bij de rechterzijde te rijden.
Het gebodsbord D 13 duidt een verplichte weg voor ruiters aan.

Wat is jouw plaats op aardewegen en bospaden?

Hier geldt de verplichting niet om zo dicht mogelijk aan de rechterkant te rijden. Je mag ook met meerdere ruiters naast elkaar rijden. Je moet wel de voorschriften op het vlak van kruisen en inhalen respecteren. Het kruisen moet rechts en op voldoende zijdelingse afstand gebeuren. Wanneer een andere weggebruiker je wil inhalen ben je ook verplicht uiterst rechts te houden zonder je snelheid op te drijven.

Waar hoor je als ruiter/menner niet thuis?

Je rijdt niet op privé-eigendommen. Het rijden zonder toestemming op erven, weiden en velden - voordat de oogst is weggenomen - wordt bestraft met een geldboete. In bossen mag je alleen de paden gebruiken die daarvoor door het Bosbeheer aangeduid zijn.
Uiteraard begeef je je als ruiter ook niet op autosnelwegen of autowegen. Bepaalde verkeersborden kunnen je ook verbieden om op andere openbare wegen te rijden. Je mag ook niet op voet- of fietspaden rijden, tenzij om te kruisen. Je draagt er dan zorg voor de voetgangers en fietsers niet te hinderen.
Als ruiter hoor je ook niet thuis op buiten de rijbaan aangelegde sporen. Je mag ook niet rijden op de zogenaamde aanhorigheden van de sporen: bermen, paden en braakliggende terreinen tussen de sporen.

Mag je om het even waar draven en galopperen?

Je moet onder alle omstandigheden meester blijven over je snelheid. Je moet hierbij rekening houden met verschillende factoren: plaatsgesteldheid, belemmering van het verkeer, het zicht, de staat van de weg en het karakter en de geaardheid van je paard. Je moet je snelheid dus zelf aanpassen. Je zal wel beseffen dat galopperen op een drukke rijbaan niet kan, maar net zo goed kan je onvoorzichtigheid worden aangewreven als je galopperend een onoverzichtelijke bocht op een aardeweg neemt. Het is trouwens ook verboden te galopperen binnen de bebouwde kom. draf en verlengde draf zijn op alle wegen toegelaten.

Welke verlichting ben je verplicht te dragen?

Als je rijdt tussen het vallen van de avond en het aanbreken van de dag of wanneer de zichtbaarheid om gelijk welke reden minder wordt dan 200 meter' ben je verplicht een wit of geel licht vooraan en een rood licht achteraan te dragen. Een lamp op de arm is hier misschien wel het meest doeltreffend en veilig. Voor ruiters in colonne zijn er geen specifieke bepalingen. Zij dragen best elk individueel verlichting.

Hoe geef je een richtingsverandering aan?

Je doet dit door een teken met de arm te geven, maar enkel 'indien mogelijk'. Dit betekent dat je je eigen veiligheid niet in het gedrang mag brengen door bijvoorbeeld de controle over je paard te verliezen. 's Nachts zal je armbeweging veel aan duidelijkheid winnen als je een reflecterende armband draagt.

Mag je je dieren achterlaten op de openbare weg?

Stel dat je tijdens je wandeling halthoudt om iets te drinken of te eten. Je mag rustig afstijgen, maar je moet voortdurend in de nabijheid van het paard blijven, je moet het in bedwang kunnen houden en beletten dat het het verkeer hindert of ongevallen veroorzaakt. Je mag je paard enkel achterlaten als je de nodige maatregelen getroffen hebt om ongevallen te voorkomen.

Welke andere wettelijke bepalingen zijn belangrijk als je je op de weg begeeft?

Rijden onder invloed van alcohol of drugs is verboden. Er gelden voor ruiters geen andere bepalingen op dit vlak dan bijvoorbeeld voor autobestuurders en fietsers.
Bij het vervoer van paarden moet je de wetgeving op de dierenbescherming respecteren. Het is verboden:
- dieren te slaan met harde, puntige of scherpe voorwerpen en ze hevig te zwepen op de kop of andere gevoelige lichaamsdelen zpals de buik en de benen;
- dieren voor het afmaken te vervoeren, indien zij wegens wonden of ziekte niet meer kunnen blijven staan;
- grote dieren te laden of lossen zonder gebruik te maken van een looptrede die behoorlijk vastgemaakt is en waarop de dieren niet kunnen uitglijden;
- grote dieren tijdens het vervoer zo vast te binden dat zij niet in een natuurlijke houding kunnen blijven rechtstaan.


Aanspanningen in het verkeer.


Bij het aangespannen rijden in het verkeer kan in het algemeen gesteld worden dat zodra men zich met een aanspanning begeeft op de openbare weg het algemeen verkeersreglement, dus de normaal geldende verkeersregels, van toepassing is.
Het verkeersreglement beschrijft echter enkele artikels die specifiek van toepassing zijn op het aangespannen rijden op de openbare weg.

Toepassingsgebied van het verkeersreglement:

Het verkeersreglement geldt voor het verkeer op de openbare weg van voetgangers, van voertuigen, van trek- last- of rijdieren en van vee (Art1).

Bestuurder

In het reglement wordt vaak het woord bestuurder genoemd. Hieronder wordt verstaan al wie een voertuig bestuurt of trek- last- en rijdieren of vee geleidt of bewaakt. (art. 2.12)

Leeftijd

Voor een bestuurder van bespannen voertuigen is een vereiste minimum leeftijd vastgesteld van 16 jaar. Voor de bestuurders van niet ingespannen trekdieren, van last- of rijdieren of van vee geldt de vereiste minimumleeftijd van 14 jaar. Die leeftijd wordt teruggebracht op 12 jaar voor de bestuurders van rijdieren op voorwaarde dat zij begeleid worden door een ruiter die ten minste 21 jaar oud is.(Art 8.2)
Elke bestuurder moet in staat zijn te sturen en de vereiste lichaamsgeschiktheid en de nodige kennis en rijvaardigheid bezitten. Hij moet steeds in staat zijn alle nodige rijbewegingen uit te voeren en voortdurend zijn voertuig of zijn dieren goed in de hand hebben.(Art 8.3).

Voertuig

Met voertuig wordt bedoeld: elk middel van vervoer te land, alsmede alle verrijdbaar landbouw- of bedrijfsmaterieel (Art 2.13). Elk voertuig of elke sleep in beweging moet een bestuurder hebben Dit geldt ook voor trek-, last- of rijdieren of van vee (Art 8.1).

Plaats van een bestuurder op de openbare weg (Art 9).

Hier worden geen specifieke regels genoemd voor aanspanningen, dus gelden de algemene regels: wanneer een openbare weg een rijbaan omvat moeten de bestuurders deze volgen. Een aanspanning mag niet op het fietspad, dit is slechts bestemd voor fietsers of bestuurders van tweewielige bromfietsen (klasse A en klasse B onder bepaalde voorwaarden); Een aanspanning mag uiteraard niet op het trottoir. De bestuurders van niet ingespannen trekdieren, van last- of rijdieren of van vee mogen buiten de bebouwde kommen de gelijkgrondse bermen volgen die rechts in hun richting liggen, op voorwaarde dat zij de andere weggebruikers niet in gevaar brengen (KB 25-3-87). Aanspanningen mogen niet op autosnelwegen want art. 21.1 vermeldt dat voetgangers, bestuurders van dieren en bestuurders van voertuigen of slepen die op een horizontale weg de snelheid van 70 km per uur niet kunnen bereiken niet op de autosnelwegen toegelaten zijn.

Snelheid (Art10).

Algemeen geldt dat elke bestuurder zijn snelheid dient aan te passen aan de situatie ter plaatse en de staat en lading van zijn voertuig opdat de snelheid geen ongevallen zou kunnen veroorzaken noch het verkeer hinderen. Als de bestuurder de snelheid van zijn voertuig aanzienlijk wil verminderen dient hij dit kenbaar te maken door middel van de stoplichten wanneer het voertuig ervan voorzien is of, zoniet, (en indien mogelijk) door een teken met de arm. (dus als menner verkeerstekens geven). Elke bestuurder moet vertragen wanneer hij trek- last- en rijdieren of vee op de openbare weg nadert (hij moet stoppen indien deze dieren tekenen van angst vertonen).

Aankondiging van een manoever (Art 13).

Het reglement vermeldt dat de bestuurder zijn voornemen om een zijdelingse verplaatsing of een wijziging van richting uit te voeren dient kenbaar te maken met de richtingaanwijzers wanneer het voertuig daarvan voorzien is of, zoniet, (en indien mogelijk) door een teken met de arm. Deze aanduiding moet ophouden zodra de zijdelingse verplaatsing of de wijziging van richting is uitgevoerd. Als we deze algemene regel vertalen naar de aanspanning dan betekent dit dat de menner verplicht is een richtingsverandering aan te geven met de arm (verkeerteken geven).

Gebruik van lichten (Art 30).

Art 30 vermeldt welke lichten voertuigen en weggebruikers die de openbare weg volgen moeten gebruiken tussen het vallen van de avond en het aanbreken van de dag en in alle omstandigheden wanneer het niet meer mogelijk is duidelijk te zien tot op een afstand van ongeveer 200 meter. Voor gespannen, handkarren, niet ingespannen trekdieren, last- of rijdieren of vee geldt dat vooraan een wit of geel licht en achteraan een rood licht dient te zijn. Deze lichten mogen in een enkel toestel verenigd zijn dat links geplaatst of gedragen wordt behalve in de volgende gevallen :
-A.Indien het gespan een ander voertuig trekt
-B. Indien het vee een kudde van zes stuks of meer vormt.
-In geval A en B de lichten niet in een toestel verenigd.
Bij stilstaan of parkeren gelden dezelfde verlichtingseisen.
Die lichten worden aan de aslijn van de rijbaan gebracht. (Art 31.1.2). Dit is alleen verplicht wanneer de openbare verlichting niet toelaat het voertuig op ongeveer 100 meter duidelijk te zien.

Art41: Gedrag tegenover groepen ruiters:

Art41: Gedrag tegenover militaire kollones, stoeten, wielerwedstrijden, niet gemotoriseerde sportwedstrijden of -competities, groepen wielertoeristen en groepen ruiters:
In dit artikel wordt onderandere beschreven dat de weggebruikers een stoet of processie niet mogen verbreken. Ook moeten de weggebruikers de aanwijzingen opvolgen die gegeven worden om de veiligheid te verzekeren van
- niet gemotoriseerde sportwedstrijden of -competities door daartoe gemachtigde signaalgevers
- en van de groepen ruiters, door groepsleiders.
Deze groepsleiders of signaalgevers moeten om het verkeer stil te leggen gebruik maken van een schijf waarop verkeersbord C3 afgebeeld is. Deze schijf moet ten minste 15 cm middeliijn hebben, het verkeersbord op beide zijden afbeelden en van reflecterend materiaal zijn.

Artikel 53: Gespannen:

Art 53 is geheel gewijd aan gespannen en vermeldt de volgende regels:
53.1 In een gespan mogen niet meer dan vier dieren achter elkander en niet meer dan drie nevens elkaar lopen.
53.2 Het leidsel of het tuig moet zodanig ingericht zijn dat de bestuurder het gespan steeds goed in de hand kan hebben en zijn voertuig veilig en juist kan mennen.
53.3 Gespannen moeten vergezeld zijn van zoveel begeleiders als voor de veiligheid van het verkeer vereist is. Aan de bestuurder van het voertuig dient in ieder geval een begeleider worden toegevoegd zodra er meer dan vijf dieren ingespannen zijn.
53.4 Wanneer een gespan een ander voertuig voortbeweegt en de sleep, zonder inbegrip van de dissel van het eerste voertuig, langer dan 16 meter is, moet een begeleider het tweede voertuig vergezellen.
53.5 Wanneer de lading van een mallejan langer dan 12 meter is moet een begeleider te voet achter de lading volgen.

Dieren (Art 55).

55.1 De bestuurders van trek- last of rijdieren en van vee moet, in voorkomend geval door een voldoende aantal begeleiders bijgestaan worden.
55.2 De bestuurders en de begeleiders moeten voortdurend in de nabijheid van de dieren blijven, ze in bedwang kunnen houden en kunnen beletten dat zij het verkeer belemmeren en ongevallen veroorzaken.
55.3 Binnen de bebouwde kom is het verboden de ingespannen of bereden dieren te laten galopperen.
55.4 De ruiters die de rijbaan volgen mogen met tweeen naast elkaar rijden. Groepen ruiters van ten minste tien ruiters mogen begeleid worden door een groepsleider die waakt over het goede verloop van de tocht.

De groepsleider moet ten minste 21 jaar oud zijn en hij moet om de linkerarm een band dragen met horizontaal, de nationale kleuren en, in zwarte letters op de gele strook, het woord GROEPSLEIDER. Op de kruispunten waar het verkeer niet geregeld wordt door verkeerslichten mag de groepsleider het verkeer op de dwarswegen stilleggen op de wijze bepaald in art 41.3.2, terwijl de groep oversteekt.

Reflectoren, remmen en afmetingen (Art 83) van gespannen.

Reflectoren:
Bespannen voertuigen moeten altijd achter aan twee rode reflectoren voeren. Deze moeten een driehoekige vorm hebben; zij moeten vast aangebracht zijn en goedgekeurd zijn. Een der toppen van de driehoek moet naar boven gericht zijn, terwijl de tegenoverliggende zijde horizontaal ligt. Op de zijkant van het voertuig mogen een of meer oranje reflectoren aangebracht worden. De reflectoren moeten zodanig geplaatst zijn dat geen enkel deel van het voertuig de doelmatigheid ervan vermindert. Zij moeten altijd duidelijk zichtbaar zijn en goed uitkomen. Het hoogste punt van het lichtweerkaatsende gedeelte van de reflectoren mag zich op niet meer dan 1,20 meter boven de grond en het laagste punt op niet minder dan 0,40 meter boven de grond bevinden, als het voertuig leeg is. De twee rode reflectoren achteraan moeten symmetrisch ten opzichte van de lengteas van het voertuig en in een zelfde vlak, loodrecht op die lengteas aangebracht zijn. De buitenrand van het lichtweerkaatsende gedeelte van de reflectoren achteraan moet zich zo dicht mogelijk bij de buitenomtrek van het voertuig en, in ieder geval, op ten hoogste 0,40 meter hiervan bevinden.

Remmen:
Bespannen voertuigen moeten voorzien zijn van een voldoende doeltreffende reminrichting. Deze bepaling geldt niet voor tweewielige bespannen voertuigen waarvan het gewicht in beladen toestand niet meer dan 1000 kg bedraagt en waarvan de bespanning zodanig is dat het voertuig te zelfde tijd als het trekdier stilhoudt.

Afmetingen:
De afmetingen van bespannen voertuigen mogen niet groter zijn dan deze bepaald door het technisch reglement van de auto's.

 

 

Search Engine Submission and Internet Marketing