Pandora2
Agenda Cd's / Media Bio's Contact



Programma :
- 17. Paradizo [Pavan]
- 18. The Sighes [Galliard]
- 63. The Fairie-Round [Galliard]

- 19. Sedet Sola [Pavan]
- 20. Galliard
- 34. Muy Linda [Galliard]
- 39. Pavan
- 40. Galliard
- 60. The Honie-suckle [Almaine]

- John Dowland : luitsolo
- 45. Pavan
- 21. Infernum [Pavan]
- 22. Galliard
- 46. Galliard

- 27. The Image of Melancholy [Pavan]
- 43. Amoretta [Pavan]
- 44. Nec invideo [Galliard]
- 28. Ecce quam bonum [Galliard]

- William Byrd : virginaalsolo
- John Dowland : Sir Henry Umpton's Funerall (uit "Lachrimae")
- 31. The Funeralls [Pavan]
- 65. Heigh Ho Holiday [Galliard]
- 55. The Night Watch [Almaine]


Marcel Ketels : blokfluit, algemene leiding
Jan Devlieger : blokfluit, virginaal
Bart Roose : luit, slagwerk
Adelheid Glatt, Catou Pecher & Xavier Verhelst : viola da gamba

Uitvoering: Sint-Elisabethkerk, Oud Groot Begijnhof, Gent - 21 juli 2016


foto Marc Lamote

Tijdens de regering van Elizabeth I (1558-1603) kende Engeland een ongekende culturele bloeiperiode, vooral op gebied van literatuur (Edmund Spenser, Christopher Marlowe, William Shakespeare,...) en muziek. Tijdgenoten/componisten als William Byrd, Thomas Morley (beiden ook aktief als uitgevers) en John Dowland mogen heden ten dage terecht enige bekendheid genieten, Holborne moest bij zijn tijdgenoten qua reputatie niet onderdoen.

Over Antony Holborne's levensloop is niet veel met zekerheid bekend.
In de twee publicaties die van hem verschenen, omschreef hij zichzelf als ‘gentleman and servant to her most excellent Majestie’, maar er zijn geen documenten waaruit blijkt dat hij als musicus aan het hof van "the Virgin Queen" verbonden was. Uit de raadselachtige Latijnse, Italiaanse en Spaanse titels kan men afleiden dat hij mogelijks de Antony Holborne was die in 1562 in Cambridge studeerde en drie jaar later lid werd van de juristenvereniging "the Inner Temple". Zeker is dat hij in 1584 huwde, 4 kinderen had en als koerier voor het hof enkele malen naar Nederland reisde. Eind 1602 stierf hij aan de gevolgen van een verkoudheid.

Holborne publiceerde twee boeken - "The Cittharn Schoole" (1597) en "Pavans, Galliards, Almains" (1599) - en verder zijn van hem een 50-tal composities voor luit bewaard gebleven.
De achting die Holborne bij collega-musici genoot blijkt uit volgende feiten.
Hij schreef twee inleidende gedichten voor Morley's "Plaine and Easie Introduction to Practicall Musicke" (1597), en een Latijns gedicht voor Farnaby's "Canzonets" (1598).
In een brief uit Anwerpen werden kopies van Holborne's bandora stukken aangevraagd (1594), misschien wel door de in Vlaanderen verblijvende banneling Peter Philips, die trouwens enkele van Holborne's pavanes arrangeerde.
Postuum verschenen ook nog enkele werken in Rosseter’s "Lessons for Consort" (1609), in Robert Dowland’s "A Varietie of Lute Lessons" en "A Musical Banquet" (1610), en in Duitsland in Christian Hildebrand's "Außerlesener Paduanen und Galliarden" (1607).
John Dowland droeg het eerste lied van zijn "Second Booke of Songes or Ayres" (1600), "I saw my Lady weepe", op aan 'the most famous, Anthony Holborne'. Dat Dowland muzikaal in het krijt stond bij (zich muzikaal liet inspireren door) Holborne blijkt vooral in zijn "Lachrimae" (1604), nl. door de 5-stemmige componeerstijl, een aantal melodische motieven en harmonische schema's. Dat is het duidelijkst in Dowland's "Sir Henry Umpton's Funeral" dat duidelijk gemodeleerd is naar Holborne's "The Funerals".

Veel van de mysterieuze titels verwijzen naar de literaire kring rond Mary Sidney, Countess of Pembroke, zelf een vooraanstaande intellectueel en mecenas van de dichter Edmund Spencer. "Paradizo" is gelinkt aan de uitgave door Mary Sidney van haar broer Philip's "Arcadia" (1593), "Heigh Ho Holiday" aan een dialoog uit Edmund Spenser's The Shepheardes Calendar (1579) en "The Fairie-Round" aan Spencer's meesterwerk "The Faerie Queene" (1590-96). "The Sighes" en "The Funerals" hebben betrekking op het overlijden van zijn beschermvrouwe's vader, moeder en broer, alle drie in hetzelfde jaar 1586.

Mary Sidney, c.1590, door Nicholas Hilliard

The Early Music Consort of London's opname (1976) van "The Fairie Round" maakte deel uit van "the Voyager Golden Record", waarvan copies de ruimte ingestuurd werden aan boord van de ruimtesondes Voyager 1 en Voyager 2 in 1977, als een voorbeeld van de menselijke cultuur en verwezenlijkingen, voor wie deze ooit in handen zou krijgen.

Antony Holborne's devies was "Ni merear, moriar" (If I were not worthy, I should die).