Pandora2
Agenda Cd's / Media Bio's Contact


Martin Luther
"Die Wittenbergisch Nachtigall"



Lucas Cranach - Martin Luther & Katharina von Bora


Programma:
- Johann Kugelmann : Ein feste Burg
- Lupus Hellinck : Ein feste Burg
- Josquin Desprez : Nimphes nappes / Circumdederunt me
- Josquin Desprez : Mille regretz
- Johann Walter : Fuga
- Martin Luther / Johann Walter : Eyn newes Lied
- Benedictus Ducis : Aus tiefer Not
- Arnold von Bruck : Aus tiefer Not
- Ludwig Senfl : Das Gleut von Speyer
      - korte pauze -
- Balthasar Resinarius : Ich gläbe an Gott, allmächtigen Schöpfer
- Kaspar Othmayr : Vater unser
- Mattheus Le Maistre : Vater unser
- Johann Walter : Vater unser
- Lorenz Lemlin : Guck Guck
- Ludwig Senfl : Fortuna ad voces musicales
- Ludwig Senfl : Ach Elslein, liebes Elslein
- Hans Neusidler : Ach Elslein, liebes Elslein
- Dietrich Sixtus : Elslin liebes Elselin min
- Ludwig Senfl : Ach Elslein / Es taget vor dem Walde
- Ludwig Senfl : Im Meyen hört man die Hanen kreen

Leander Van Gijsegem : tenor
Ludwig Van Gijsegem : tenor, blokfluit, kromhoorn
Marcel Ketels : blokfluiten, traverso, kromhoorn, dulciaan
Bart Roose : luit, vihuela, slagwerk
Adelheid Glatt : viola da gamba
Catou Pécher : viola da gamba, trombone, dulciaan
Xavier Verhelst : viola da gamba, violone

Uitvoeringen:
Dinsdag 21/05/'19, 20u30 CC La Vénerie, Watermael-Boitsfort
Zaterdag 18/11/'17, 20u in de Nieuwe Kerk, Korsele 39, Horebeke
Zaterdag 11/11/'17, 20u. in de St. Stefanuskerk, Sint-Margrietstraat 11, Gent


Wanneer de Nürnberger Meistersinger Hans Sachs deze titel Luther toedichtte waren daar zeker redenen voor.

Via de vele intavoleringen (notatie gebruikt door luitspelers) die Luther als amateur-luitist vast heeft doorgenomen, leerde hij de kruim van de polyfonisten kennen, of beter nog : her-kennen. Als currende-lid en in de koorbanken van o.a. de Magdeburger Dom en de Stiftskirche van Eisenach had hij hun muziek al gezongen, en met enkelen van hen onderhield hij regelmatig schriftelijk contact.

In huiselijke kring werd naar traditie gemusiceerd, waarbij Martin ook zelf fluit speelde. Binnen zijn opleiding had hij onder meer aan de Universiteit van Erfurt de muziektheorie van "de ouden" bestudeerd.

Zijn daar verder nog die passage uit een van de tafelredes waarbij hij Josquin Desprez tot quasi goddelijke status verheft en de talloze zinsnedes waarin voor hem de muziek op dezelfde hoogte staat als de theologie, wat vanuit zijn ambtelijk standpunt wel kan tellen.

Al deze evidenties hebben wij aan de al even evidente muziek verbonden. Het gekozen decorum echter is niet dat van een kerk, maar wel een zondagnamiddagse huiskamer, met de (soms devoot) musicerende familie rond de tafel : een klank-prentje waarop je Luther hoort meespelen.
(M.K)

* * *


Denn wir wissen, daß die Musik auch den Teufeln zuwider und unerträglich sei.
Und ich sage es gleich heraus und schäme mich nicht, zu behaupten,
daß nach der Theologie keine Kunst sei, die mit der Musik könne verglichen werden,
weil allein dieselbe nach der Theologie solches vermag, was nur die Theologie sonst
verschafft, nämlich die Ruhe und ein fröhliches Gemüte.
Brief van Martin Luthers aan Ludwig Senfl

Die Musik ist aller Bewegung des Herzens eine Regiererin.
Nichts auf Erden ist kräftiger, die Traurigen fröhlich, die Fröhlichen traurig, die Verzagten herzhaft zu machen, denn die Musik.
Tischreden

* * *


1. Ein feste Burg ist unser Gott (Psalm 46 = Deus noster refugium)
Eén van de bekendste hymnen met tekst en melodie van Luther, geschreven tussen 1527 en 1529. Met zijn sterk ritmisch karakter was het zowat hét strijdlied van de reformatie.
Over de oorsprong bestaan meerdere theoriën: Luther zou het geschreven hebben als eerbetoon aan zijn vriend Leonhard Kaiser die geëxecuteerd werd op 16 augustus 1527. Een andere mogelijke aanleiding was de Rijksdag in Speyer (1529) waarbij de Duitse Lutheriaanse prinsen protest aantekenden bij de keizer van het Heilig Roomse Rijk, Karel V.
1a. Johann Kugelmann (c.1495-1542) (Concentus novi trium vocum, Augsburg, 1540)
Kugelmann was trompettist aan de Hofkapelle in Innsbruck, daarna enige tijd in dienst bij de Fugger familie in Augsburg en nog later aan het hof van Markgraaf Albrecht V van Brandenburg.
1b. Lupus [Wulfaert] Hellinck (c.1494-1541) (Newe deudsche geistliche Gesenge, Georg Rhau, 1544)
Hellinck groeide op in Brugge en was daar aan meerdere kerken en het Sint-Janshospitaal verbonden. Hij componeerde vooral missen en motetten. Zijn 11 Duitse koralen, waarschijnlijk in opdracht van uitgever Georg Rhau gecomponeerd, zijn in motet-stijl met de koraalmelodie in de tenor. Zij getuigen van zijn sympathie voor de Reformatie, ook al was hij een katholieke priester.

2a. Josquin des Prez (c.1450-1521) - Nimphes nappées / Circumdederunt me
2b. Josquin des Prez - Mille regretz
Josquin (Lebloitte dit) des Prez, uit Picardie afkomstig, was zowat de eerste muzikale superster, ook al weten we bitter weinig over zijn leven en persoonlijkheid met zekerheid. Waarschijnlijk kreeg hij zijn opleiding in Saint-Quentin, en van Johannes Ockeghem. In 1477 was hij in dienst van René, Duc d'Anjou in Aix-en-Provence, en in de jaren 1480 van de Sforza familie in Ferrara, Napels en Milaan. Van 1489 tot 1495 was hij lid van het pauselijk koor in Rome. Na een korte periode in dienst bij de Sforza's in Milaan, verbleef hij even aan het Franse hof bij Louis XII, maar in 1503 werd hij ingehuurd door Ercole I d'Este in Ferrara. Toen in 1504 de pest daar uitbrak keerde Josquin naar zijn geboortestreek terug waar hij provost werd van de Notre-Dame kerk van Condé-sur-l'Escaut.
In de laatste 20 jaar van zijn leven groeide zijn bekendheid, onder meer doordat een van de eerste muziekdrukken compleet aan hem gewijd was (Ottaviano Petrucci, Venetië, 1502). Dat zijn werken, vooral in Duitsland, nog tot het eind van de 16e eeuw uitgevoerd werden, is voor een groot deel te danken aan de waardering van zijn oevre door Luther.
Bij een uitvoering ten huize Luther op 26 december 1538, herkende deze Nimphes nappées als een werk van Josquin en niet van Conrad Rupsch zoals vermeld in de uitgave van Hans Ott. Naar aanleiding van deze compositie merkte Luther op : "Josquin ist der noten meister, die habens müssen machen, wie er wolt; die anderen Sangmeister müssens machen, wie es die noten haben wöllen."
Mille regretz is het meest populaire werk van Josquin. Ook gekend als "La Canción del Emperador" zou het een favoriet van Karel V geweest zijn.

3. Johan Walter (1496-1570) - Fuga (Sechs und zwentzig fügen, 1542)
Van zeer nederige afkomst, bekleedde Johan Walter posities bij adelijke families en steden. Hij was een zeer vruchtbaar componist, vooral gekend door zijn didactisch werk en hymnen (Geystliches gesangk Buchleyn, 1524, met voorwoord door Luther), en zijn directe en toegewijde samenwerking met Luther.
Otto Schröder schreef: "No other composer of his day dedicated his talents so completely to Martin Luther and his reformational program as did Johann Walter. This self-surrender was grounded in profound inner convictions and was fed by faith in the Lutheran cause which was exceptionally virile."

4. Martin Luther / Johan Walter - Ein newes Lied (Geystliche gesamgk Buchleyn, 1524)
Op 1 juli 1523 werden twee Augustijner monniken op de Grote markt van Brussel door de kerkelijke en wereldlijke autoriteiten tot de brandstapel veroordeeld wegens "Lutherije".
Hierdoor aangegrepen schreef Luther nog in hetzelfde jaar zijn eerste muziekwerk. Het is geen hymne voor liturgisch gebruik, maar een ballade over het martelaarsschap van die twee broeders. Walter componeerde er de 3 polyfone stemmen bij.

5. Aus tiefer Not schrei ich zu dir (psalm 130, De profundis clamavi)
Luther's tekst voor deze hymne kende een eerste druk in 1524 in het Achtliederbuch, het eerste Lutheriaanse hymnenboek. De melodie zou uit de 15e eeuw stammen. Aus tiefer Not werd gezongen op de begrafenis van Luther.
5a. Benedictus Ducis (1492–1544) (Trium vocum cantiones, J.Petreius, Nürnber, 1541)
Ducis was een Zuid-Duitse predikant/componist, studeerde in Wenen, had connecties met de hofkapel van keizer Maximiliaan, en verkeerde in humanistische kringen. Zijn Duitse lieder, Latijnse missen, koralen, Latijnse & Duitse hymnen verschenen in veel drukken.
5b. Arnold von Bruck (1500?-1554) (Newe deudsche geistliche Gesenge, Georg Rhau, 1544)
Von Bruck was afkomstig uit Brugge, koorknaap bij de jonge Karel V in Mechelen, en later Kapellmeister bij Aartshertog Ferdinand I. Zijn belangrijke functie in dienst van een katholieke vorst, en zijn talrijke kerkelijke erefuncties sluiten uit dat hij sterke bindingen had met het protestantisme. Hij stond bij zijn tijdgenoten in hoog aanzien, gezien de velen drukken, en het feit dat hij duidelijk een welgesteld man was.

6. Ludwig Senfl (1486-1542/3) - Das Gläut zu Speyer
Ludwig Senfl was zonder twijfel de invloedrijkste componist van zijn tijd in het Duitse taalgebied. Hij was leerling van Heinrich Isaac en eerst als koorknaap, later als componist en copiist in dienst van keizer Maximiliaan.
Tijdens de Reichstag in Augsburg (1518) ontmoette hij wellicht voor het eerst Luther. Na de dood van Maximiliaan leefde hij enkele jaren van de hand in de tand, maar gelukkig kreeg hij in 1523 van Wilhelm IV in Munchen een positie als kapelmeester aan diens hofkapel. Onder zijn leiding groeide de faam van dit gezelschap, en Luther beweerde dat het de beste musici in Duitsland groepeerde.
Hoewel hij niet openlijk Luther’s hervorming steunde, bleek hij sympathie te hebben voor, en contacten te onderhouden met protestantse kringen in Augsburg en Nuremberg. Vanaf uiterlijk 1530 correspondeerde hij met Luther. Tijdens de Rijksdag in Augsburg (1530), werd Senfl’s Ecce quam bonum uitgevoerd als een poging tot verzoening. In hetzelfde jaar vroeg Luther hem in een brief naar een polyfone zetting van de psalm In pace in idipsum en stuurde hem als dank een koffer boeken.
Eind jaren 1520 verzaakte Senfl aan zijn clericale status, huwde, en kocht een huis dat grensde aan dat van de humanist Simon Minervius. Van 1526 tot 1541 onderhield hij een regelmatige briefwisseling met Hertog Albrecht van Pruissen, die het Lutheriaans geloof had aangenomen en voor wie Senfl meerdere Lieder en motetten componeerde. Als dank stuurde de hertog hem vorstelijke geschenken.
Ook al is er veel verloren gegaan, toch zijn Senfl’s werken ons overgeleverd in een 360-tal bronnen. Het betreft een zeer gevariëerd oeuvre : polyfone missen, motetten, een cyclus Magnificat zettingen, veel Lieder, en ook werken met een instrumentaal karakter.
In Das Gläut zu Speyer imiteert hij de klank van de klokken en de uitroepen van de klokkenluiders.

7. Balthasar Resinarius (1485-1544) - Ich gläube an Gott, allmächtigen Schöpfer (Newe deudsche geistliche Gesenge für die gemeinen Schulen, Georg Rhau, 1544)
Zoals Senfl werd Balthasar Resinarius opgeleid onder Heinrich Isaac aan de kapel van Maximilian I. In 1523 werd hij katholiek priester, bekeerde zich en werd uiteindelijk bishop van Leipa.
Al zijn composities staan in functie van de liturgie van de vroege Lutheriaanse kerk, en zijn als dusdanig representatief voor de concepten van de Wittenbergse theologen met een nadruk op de betekenis van het woord. Het betreft vooral cantus-firmus werken, conservatief van stijl, met veel archaismen en een duidelijke structuur.

8. Vater unser
Parafrase door Luther (1538) van het Pater Noster, op een oude anonieme melodie.
8a. Caspar Othmayr (1515-1553) (Bicinia sacra, 1547/1548)
Studeerde bij Lorenz Lemlin aan de universiteit van Heidelberg, werd rector van de St Gumbertus kloosterschool in Ansbach (1547). Hij componeerde veel hymnen op tekst van Martin Luther, en in 1546 "Epitaphium a Lutheri". Hij is Vooral gekend als componist van Duitse tenor-liederen, dikwijls met volksmelodieën. In zijn motettenbundel Symbola (1547) verwerkte hij lijfspreuken van wereldlijke en geestelijke dignitarissen.
8b. Mattheus Le Maistre (c1505-1577) (Schöne und auserlesene Deudsche und Lateinische geistliche Gesenge, Dresden, 1577)
Le Maistre was afkomstig uit Luik. Na zijn bekering tot het protestantisme volgde hij Johann Walter op als Kapellmeister van de Dresdener Kantorei. Zijn werken zijn technisch en muzikaal van hoog niveau.
8c. Johan Walter (Geistliches Gesangbüchlein, Wittenberg, 1544)

9. Lorenz Lemlin (c1490-c1550) - Guck guck (Der ander theyl kurtzweiliger guter frischer Teutscher Liedlein zu singen vast lustig, Georg Forster, 1540)
Lorenz Lemlin was priester en Kapellmeister aan het hof van Heidelberg. Als leraar van Jobst vom Brandt, Georg Forster, Caspar Othmayr en Stephan Zirler was hij peetvader van de zgn. ‘Heidelberger Liedmeister’. Van hem zijn 15 liederen bewaard, waarvan de bekendste, Der Gutzgauch auf dem Zaune sass, met zijn koekoekimitatie het lichtvoetige heeft van een volkslied.

10. Ludwig Senfl - Fortuna ad voces musicales (Sebald Heyden, De arte canendi, 1537)
Een vierstemmig werk met in de tenor de beroemde Fortuna Desperata melodie. De discantus exploreert in lange noten een hexachord, terwijl de altus en bassus - duidelijk instrumentaal gedacht - in snelle loopjes een web weven rond de de twee langzame melodische lijnen.

11a. Ludwig Senfl - Ach elslein, liebes Elselein (Hundert undainundzweintzig newe Lieder, Hans Ott, 1534)
11b. Hans Neusiedler (1508-1562) - Elslein liebstes Elslein mein (Ein newgeordent künstlich Lautenbuch, 1536)
11c. Dietrich Sixtus (1492-1548) - Elslin liebes elselin min (Trium Vocum Carmina, Hieronymus Formschneider, Nurnberg, 1538)
11d. Ludwig Senfl - Ach Elslein – Es taget vor dem Walde (Hundert und fünftzehn guter newer Liedlein, Johannes Ott, 1544)
Wat Mille Regrets voor Josquin was, was Elslin voor Selfl. De melodie is waarschijnlijk een volkslied en een anonieme versie verscheen al in het zgn. Glogauer Liederbuch (c.1480). Senfl componeerde meerdere versies, dikwijls als quodlibet (dus in combinatie met andere volksliederen). De populariteit van het lied blijkt uit de talrijke bewerkingen door ander componisten.
Neusidler was geboren in Pressburg en vestigde zich in 1530 in Nuremberg. Daar was hij luitleraar en publiceerde acht boeken luittabulaturen. Vanaf 1550 was hij ook als luitbouwer aktief. Met zijn 17 kinderen had hij grote moeite om financieel rond te komen.
Dietrich Sixtus was zoals Ducis van Konstanz afkomstig. Als gastdocent in Wittenberg ontmoette hij Luther, en samen zongen ze naar het schijnt heel wat af. Dietrich was bevriend met meerdere humanisten en kerkhervormers.

12. Ludwig Senfl - Im Meyen hört man die Hanen kreen (Der ander theil Teutscher Liedlein, Forster Nürnberg, 1549)
Een lichtvoetig en ondeugend lied om met een vrolijke noot af te sluiten!