Invloed van visuele stoornissen op het slaap-waakritme


Bachelorproef Sarah Strobbe (2009)

Volledige versie in PDF - PowerPointpresentatie

De ogen zijn een belangrijke bron van informatie binnen het menselijke functioneren. Ruim tachtig procent van de omgevingsprikkels die de hersenen bereiken is van visuele oorsprong. Lichtprikkels komen het oog binnen door de cornea en vallen via de kristallens en het glasachtig lichaam op de retina, waar reeds een deel van de sensorische verwerking plaatsvindt. De ontstane neurale impulsen worden vervolgens overgebracht naar de visuele cortex voor de beeldvorming. De interpretatie van de visuele input kan beginnen. Maar naast dit dynamische proces dat we het 'zien' noemen, heeft het oog nog veel meer functies.

In 2002 bevestigde de Amerikaanse wetenschapper David Berson van de Brown University het jarenlange vermoeden dat er, naast de kegeltjes en staafjes, een derde type fotoreceptor aanwezig in het oog. Deze lichtgevoelige retinale ganglioncellen bleken de ontbrekende schakel in de regulatie van de biologische klok te zijn. Licht heeft dus zowel visuele als niet-visuele functies en heeft invloed op een grote hoeveelheid lichamelijke processen.

Slechts één tot drie procent van de ongeveer 1,6 miljoen ganglioncellen die over de volledige retina verspreid liggen, zijn lichtgevoelig. Het intrinsieke vermogen om te reageren op licht is een gevolg van de aanwezigheid van het fotopigment melanopsine in de celmembranen, celaxonen en dendrieten van deze ganglioncellen.

Lokatieschets van de lichtgevoelige ganglioncellen in de retina.

De lichtrespons van de lichtgevoelige ganglioncellen verschilt veel van die van de staafjes en kegeltjes. Melanopsine is veel minder gevoelig voor licht en heeft een veel lagere resolutie in vergelijking met het rhodopsine in staafjes en het fotopsine in kegeltjes. Meest opmerkelijk is de trage depolariserende lichtrespons bij de retinale ganglioncellen, tegenover de snelle hyperpolariserende respons van staafjes en kegeltjes. Er is een langere opnametijd van de lichtsterkte vereist. Deze kenmerken zijn ideaal voor de belangrijkste functie van de retinale ganglioncellen, namelijk veranderingen in de lichtsterkte doorheen de dag naar de hersenen signaleren.

Dankzij deze recente ontdekking van de lichtgevoelige ganglioncellen in het oog is het duidelijk hoe licht een groot aantal processen in het menselijk lichaam regelt en stuurt. De meeste van deze functies vertonen een 24-uursritme. Daarom spreekt men ook wel van het ‘circadiane ritme’. De nucleus suprachiasmaticus - ook wel de biologische klok genoemd - stuurt de verkregen informatie over het tijdstip van de dag door naar de epifyse, waar melatonine aangemaakt wordt. Melatonine is het hormoon dat ervoor zorgt dat we slaperig worden. De afgifte ervan wordt door licht onderdrukt. Het slaap-waakritme kan dus verstoord worden wanneer een duidelijke licht-donker cyclus ontbreekt. Hierdoor is het mogelijk dat er structurele slaapproblemen ontstaan die niet voortkomen uit een inherent probleem met het slaapvermogen. De mensen die hier het meeste last van hebben zijn ouderen, maar voornamelijk ook blinden en slechtzienden. Om na te gaan in welke mate slaapproblemen voorkomen bij mensen met een visuele beperking werd een enquête uitgevoerd. Door het gebrek aan lichtprikkels voor het reguleren van de biologische klok, werd verwacht dat blinden vaker een verschoven slaap-waakritme vertonen in vergelijking met de controlegroep. 54 mensen met een visuele beperking namen deel aan de enquête, waaronder 33 blinden en 21 slechtzienden. 48 mensen met een normaal gezichtsvermogen reageerden op de enquête. Deze mensen hebben geen bijzondere aandoeningen of lijden geen onregelmatig leven waardoor eventuele slaapproblemen veroorzaakt kunnen worden.

Enkele algemene conclusies die uit de enquête voorvloeiden:

  • Meer blinden (67 %) dan zienden (33 %) hebben slaapklachten. 38 % van de slechtzienden ondervindt slaapmoeilijkheden.



  • blinden

    slechtzienden

    controlegroep

    ≥ één slaapprobleem

    67 %

    38 %

    33 %

    moeite met inslapen

    45 %

    24 %

    27 %

    ontwaken tijdens slaap

    39 %

    29 %

    21 %

    niet herstellende slaap

    18 %

    14 %

    17 %

    slechte slaapkwaliteit

    21 %

    19 %

    15 %

  • De meerderheid van de blinden met slaapproblemen (86 %) slaapt een periode goed en vervolgens een periode slecht. Dit kan een gevolg zijn van een verschoven slaap-waakritme. 63 % van de slechtzienden en 56 % van de controlegroep met slaapproblemen zegt dat de klachten periodiek voorkomen.

  • De studie bestond uit 16 blinden zonder lichtperceptie (48 %) en 17 blinden met lichtperceptie (51 %). Uit de resultaten bleek dat meer blinden zonder mogelijkheid tot lichtperceptie (88 %) slecht slapen in vergelijking met blinden die wel licht kunnen waarnemen (48 %).

  • 4 van de 5 personen (80 %) met twee kunstogen heeft slaapproblemen. De vijfde persoon slaapt wel minder goed sinds de eigen ogen verwijderd zijn, maar spreekt niet van ‘echte problemen’.

  • De helft van de 22 blinden met slaapproblemen zegt dat ze als sinds de geboorte, sinds de kindertijd of sinds het volledig blind worden kampen met slaapproblemen. Ook de andere helft had al slaapklachten tussen hun 20 en 30 jaar. Slechts 1 blinde persoon, ouder dan 45 jaar, heeft nog maar een half jaar slaapproblemen. 4 van de 16 personen in de controlegroep (25 %) met slaapproblemen heeft al sinds de kinder- of tienerjaren slaapklachten.

  • 5 van de 22 blinden (23 %) heeft al eens een slaaponderzoek ondergaan. Bij drie blinden werd een verstoorde melatonineproductie vastgesteld.

  • Onder de mensen met slaapproblemen gebruikt 59 % van de blinden, 50 % van de slechtzienden en 44 % van de controlegroep, hetzij altijd, hetzij sporadisch een slaapbevorderend middel.

  • 8 van de 22 blinden met slaapproblemen (36 %) geeft andere factoren op als oorzaak van hun slaapprobleem, dan het onvermogen om te kunnen zien. Ze wijten hun slaapproblemen onder meer aan stress, muizenissen in het hoofd, slaapangst, de weersomstandigheden en het wisselen van seizoenen.

  • Gemiddeld geven alle blinden een mindere score op vijf bij de beoordeling van de slaapkwaliteit (2,91 op 5), in vergelijking met de controlegroep (3,46 op 5) en de slechtzienden (3,33 op 5).

  • Twee blinden merken na het invullen van de enquête expliciet op dat ook ze sneller vermoeid raken doordat alle activiteiten die ze als blinden ondernemen meer energie vragen.

Uit de enquêtegegevens kon er geen besluit genomen worden over welke oorzaken van blindheid slaapproblemen in de hand kunnen werken. Aan de hand van de literatuur weten we wel dat uitval van het gezichtsvermogen niet noodzakelijk betekent dat ook de synchronisatie van de biologische klok wegvalt. Als de ogen en de gezichtsbanen niet beschadigd zijn, en de lichtgevoelige retinale ganglioncellen dus intact zijn, dan kan nog wel een signaal doorgestuurd worden naar de nucleus suprachiasmaticus in de hersenen.

Als de retinale ganglioncellen wel beschadigd zijn, krijgt de klok geen informatie over het tijdstip van de dag, en wordt meestal een vrij lopend slaap-waakritme aangehouden. Uit onderzoek is gebleken dat het endogene ritme bij de mens volgens een cyclus van ongeveer 24 uur en 12 minuten loopt. Dit verklaart waarom sommige blinden een periode goed slapen en dan weer een hele tijd slecht. Er is sprake van een vrij lopend slaap-waakritme.

Niet alle blinden hebben hier last van, omdat licht niet de enige (doch wel de belangrijkste) stimulus is dat het circadiane ritme op pijl kan houden. Bijvoorbeeld het nuttigen van maaltijden op regelmatige tijdstippen zal ook een invloed hebben. Ongeveer zesendertig procent van de blinden heeft een vrij lopend slaap-waakritme. Ook uit onze enquête blijkt dat blinden dubbel zo vaak slaapklachten hebben in vergelijking met mensen zonder visuele beperking, zeker als er ook geen mogelijkheid tot lichtperceptie is. Het slaaphormoon melatonine wordt dan niet op het juiste tijdstip van dag aangemaakt, met vermoeidheid en slaapklachten tot gevolg. Dit kan het persoonlijke en professionele leven van blinden bemoeilijken. Een goede behandeling van deze verstoorde ritmes kan de slaapkwaliteit, en als dusdanig ook de levenskwaliteit van deze mensen verbeteren.