Het gebied van Snepkensvijver maakt deel uit van de Netevallei, één van de laatste natte heidegebieden van de Kempen. Daar valt botanisch heel wat te beleven: veenpluis en ronde zonnedauw getuigen daar nog van. Maar die heideflora, die het vooral moet hebben van voedselarme bodem, is in de tweede helft van vorige eeuw sterk bedreigd geweest door de grote kolonie kokmeeuwen die voor veel mest en dus nutriënten zorgde. Nu deze vogels verdwenen zijn, is het beheer gericht op het herstel van de heide. Hiervoor zijn ten noorden van het ven al vele bomen gerooid en werd ook de strooisellaag verwijderd.
Op de hoger gelegen, droge zandgronden vindt struikheide zijn ideale groeiplaats. Struikhei is een altijd groene, sterk vertakte dwergstruik die in de nazomer bloeit. De plant is in staat omzich te herstellen van allerlei beschadigingen, zolang hij niet te oud is en het wortelstelsel intact blijft. Ook na brand kan de hei zich snel herstellen, mits de stambasis niet is mee verbrand. Het afbranden van oude heide, die door de schapen niet meer wordt gegeten, was vroeger een methode om de heide te verjongen. Betreding verdaagt struikhei slecht, maar toch verdwijnt zijn niet gauw helemaal.