Recente schrijfsels...

Radja —de ninja— Nainggolan. Talk of the day, talk of the country. Radja dus. Topper bij Roma, afwezige bij de Duivels. Schandalig! Martinez buiten! Alleen al daarvoor. #ALLFORRADJA

Ze gleed door de straten, alsof de oneffenheden op het trottoir haar niet deerden, alsof ze ze niet voelde. Ze droomde, vaak, nu ook. Waarover wist niemand.

Ze was nieuw in het dorp. En zoals elk vers bloed, prikkelde ze de locals. Hun interesse uiteraard. Iedereen keek, als ze voorbij dreef, niemand zei iets. Nieuw heeft zo zijn tijd nodig.

Daar kwam-ie dan, Kareltje. Vrolijk Kareltje, zo noemden ze hem. Hij lachte bijna altijd. Dat moest van zijn mama, maar dat wisten de anderen niet. Kareltje was altijd picobello in orde. Zeker voor een kind van vijf. Mooi broekje, hemdje, propere schoenen. Kareltje.

‘k heb ‘t gezien
wat
niks
hoezo niks
gewoon niks
‘k gluurde binnen
lege kamer
vuile matras
verder niks
‘t Is al wa’k heb
zei-ie
‘t Is al

I pulled a he on him
He didn't like it
It's you, I said
He didn't realize

F*ck you, he stated

Slow learner

Ik lig, plat, rug. Hoewel. Niet helemaal. Daar zit die hangmat zeker voor iets tussen. Die heeft namelijk een aangeboren onplatheid vanaf het moment ze functioneel wordt. Maar dat volledig terzijde. Ik lig, zonnebril op mijn neus, blik naar boven, denkend aan hoe slecht ik ben in het nietsdoen. Nog niet echt beseffend dat ik net wel iets deed.

Hij grijpt me vast en neemt me mee naar een afgesloten ruimte. Er hangen heel wat speeltjes aan de muur, aan het plafond. We zijn hier niet alleen, maar dat deert hem niet. ‘t Is wat hij wil, en ik schik me.

Liefste NMBS,

Sinds kort trein ik weer wat meer. Je bent me daar dankbaar voor, dat weet ik, ik zie het aan je ogen. Ik ben je daar ook dankbaar voor. Want hoewel ik op een drukke lijn Kapellen-Brussel zit, vallen de vertragingen reuze mee. Denk ik. Eigenlijk let ik er gewoon niet zo op.

'Goed,' zei ze, vrijwel meteen. 'Goed.' We hadden ze twee dagen niet gezien. Met Moetie en Vokke naar zee waren ze. Dat kan wel eens, je moet de vakanties overbruggen. Vrijdagavond reden we ook naar zee, om ze op te pikken.

Waar is m’n wé wé wé punt dertiger punt be. De Fixkes schallen door mijn boxen, een jaar of tien geleden. Oké, nu nog soms, maar dat doet er niet toe. Niet hun bekendste nummer, maar het kwam spontaan in me op, zopas, verbaasd over mijn eigen adaptatievermogen.

Meneertje Sterk is al oud. Heel oud zelfs. Hij is zo oud dat hij het oudste Meneertje van ons land is. Da’s al behoorlijk oud he! Maar er is nog iets speciaal aan Meneertje Sterk. Overal waar hij gaat, neemt hij een koffertje mee. Het lijkt wel of het vasthangt aan zijn hand. En elke keer als er iemand wil aankomen, gromt Meneertje Sterk, als een beer, of een hond, of een ander dier dat gromt.

De bel luidde. Sommige van ons draaiden zich naar, andere weg van het televisietoestel. Vake luidde de bel altijd, altijd als er gekus op tv te zien was. Waarom? Geen idee, maar het had wel iets.

We waren met acht thuis. Een gemiddeld gezin in die tijd. We kenden er van twaalf ook bijvoorbeeld...

Karel is een kameleon. Een mooie zelfs. Voor zover je dat van kameleons kan zeggen natuurlijk. Want, zoals je misschien wel weet, wat kameleons het beste kunnen, is veranderen van kleur. Gewoon, ze denken: da’s wel een mooie kleur en nemen die over. Da’s wat een kameleon doet. Oh, en vliegen opeten ook.

Dotje was blij. Dolblij! Dotje is een vrolijke meid. En vrolijke meiden, die zijn wel eens dolblij. Vanmorgen zei moeder haar. ‘Dotje, ik heb een verrassing voor je. Als je flink eet, en flink je kleertjes aandoet, gaan we op stap.’ ‘Op stap? Waarheen dan?’ vroeg Dotje. ‘Gewoon, met de trein, heen en terug, naar nergens.’

Mensen verschillen, hoera, hoera. Er zijn er die zich van niemand iets aantrekken, er zijn er die zich alles aantrekken, en er zijn er die zich aantrekken wat anderen van hen denken (da's een beetje een logische reflex). Ik heb dat wat van me afgeworpen. Ik probeer, doe, vinden anderen dat uitlachmateriaal, of hebben ze commentaar, is dat hun probleem.

Het is gemakkelijker dan je denkt, om die denkwijze aan te houden, je moet ze gewoon bewaken. Het is ook gemakkelijker om ze aan te leren, toch simpeler dan het continu aanpassen aan de mening van anderen. Ik verklaar me nader.

Een boek! Een boek! Mijn eerste dan nog wel. Nu ja, niet mijn eerste, wel de eerste die niets met onderzoeksjournalistiek te maken heeft. Maar da's een ander verhaal.
Deze staat trouwens gratis ter uwer beschikking. Downloadbaar én -voor wie een papieren voorkeur heeft- ook koopbaar, tegen een zeer schappelijk prijsje!

Een kleine trigger met grote gevolgen.
Ze zoekt, naar antwoorden, naar zichzelf, naar een manier om haar gedachten te plaatsen, en rust te vinden.
Ze vindt hulp, bij een oude vriend, bij haar moeder.
Gaandeweg beseft ze wat het leven haar heeft afgenomen, ongewild, vanzelf, gewoon, omdat de wereld zo in mekaar zit.
Ze denkt, ze slingert.
Crisis.
Quarterlife.
Kwartleven.

Beer geeuwde, en strekte zich uit. ‘Waar zijn we nu?’ vroeg hij aan Bas? ‘De bib,’ antwoorde Bas. ‘De bib is een soort boekenfabriek, of zoiets, dat heeft mama me verteld. Je kan er boeken brengen, en boeken komen halen.’ Beer is de knuffel van Bas. Ze zijn de dikste vrienden. Beer mag altijd overal mee. En dus ook naar de bib.

Weg met de oudjes, da's wat ik er van denk. Ze zijn toch een verlies voor de maatschappij. Staan in de weg als ik ga winkelen. Op een zaterdag. Terwijl ze tijd hebben. De hele week. Want wat doet zo'n oudje anders.

Respect voor leeftijd, meneer?...

Het was koud, heel koud in het dorpje van Klara, suuupeerkoud. Het was zo koud dat je wel vijf truien moest aandoen als je buiten ging. Zo koud dat je wel vier mutsen moest opzetten, en wel zeker drie paar kousen. Het was zelfs zo koud, dat je snel genoeg moest stappen, anders vroor je vast aan de grond. Zo koud was het.

‘Hallo?’ Aan de andere kant van de lijn werd de telefoon opgenomen. ‘Dag Moetie,’ hoorde ik papa zeggen. ‘Is het zo ver? Ik kom direct naar daar! Hoe is het verlopen? Is het een jongen of een meisje? Een meisje? En hoe noemt ze? Nina? Wauw, mooie naam. Ah je gaat de rest ook verwittigen. En… ah ja… tot sebiet!’ Moetie was de eerste die het wist. Na papa, mama en de verpleegsters natuurlijk.

De onbevangenheid van een kind, het is iets magnifiek. In het leven staan, zonder al te veel te weten, en continu bijleren. Maar langs de andere kant. Ze worden vanaf het begin in een richting gestuurd, ongeacht waar ter wereld. Mijn oudste dochter (4) kwam trots haar meest recente knutselwerk tonen, een dinosaurus, met 5 poten en 4 ogen. Creatief, origineel, en eigenlijk nog wel redelijk uitgevoerd ook. Het was een knutselwerk voor mama.