Op 1 juni, van in het verder niets betekenende jaar 1982, werd de Oudenaardse binnenstad opgeschrikt door een hels geschreeuw. Het moet rondom tienen geweest zijn dat één of andere, in paniek uit zijn zetel gebelde, dokter het waagde om me een tik op mijn billen te verkopen. En ik had echt niets gedaan.
Ik werd Tim genoemd, naar een schattig ventje die mijn ouders kenden uit het volleybalmilieu. Mijn toekomst stond dus al vast: schattig en sportief! Ook bij de grootouders was het feest: een eerste kleinkind voor meme en pepe Heurne en het eerste kleinkind van hún jongste telg voor meme en pepe Oudenaarde. Dat meme dat nog mocht meemaken. Op mijn doopsel kwam de pastoor, om nog zeer onduidelijke redenen, zwaar te laat en op de koop toe kletste hij ijskoud water in mijn gezicht. En ik had echt niets gedaan.
Na een kleine periode in Huise, verhuisden we naar de metropool Heurne, naar nummer 366 (later 396 en zelfs nog een keer wat anders) op de drukke verkeersader, de Heurnestraat. Daar mocht ik gaan opgroeien. Steeds opgevangen door die lieve buurmensen, die toevalligerwijs ook meme, pepe en nonkel Frank waren, doorliep ik daar mijn zorgeloze kindertijd: spelen op ’t pleintje of aan ‘de heks’, voetballen met de oudere gasten van de wijk, onaangekondigd binnenvallen bij de buren en ijsjes kopen voor 10 frank van de cremekar (ook net voor het eten). Samen met Rainier, Stijn, Mathieu en andere bengels kattekwaad uithalen, ballen over ’t muurke shotten, in de planten lopen, niet op tijd thuiskomen. Beetje reclamaties en toch had ik echt niets gedaan.
Op een bepaald moment tussen al die drukke sociale bezigheden, ik was bijna 5 jaar, klonk er alweer geschreeuw over de binnenstad, maar nu wel in Gent: onzen Brecht kondigde zich aan. Een kameraadje om lief en leed mee te delen, maar evengoed om dit te veroorzaken. We waren echte broers: dagelijks rellen met elkaar, maar iemand anders kon deftig op zijn tanden krijgen als hij ‘onze kleinen’ lastig viel. Beetje vechten op ’t pleintje of aan ’t kabientje, naar binnen gehaald worden. En toch had ik echt niets gedaan.
Naast al die vrije tijd moest er natuurlijk ook naar school gegaan worden. Het kleuterklasje bij juffrouw Monique, waarvan ik me eigenlijk naast haar persoon enkel een grote bak met maïs kan herinneren. Dan het eerste en het tweede leerjaar bij juffrouw Hedwige? Toen was ik een zeer goede leerling. Ik kwam vaak met ‘bravo’s’ en Micky Mouse stempels op mijn toetsen naar huis en was steeds bij de eersten van de klas. Al kan je zeggen dat iedereen bij de eersten was in een klas van een man of vijf.
Daarna ging ik naar Eine. Een klas van twintig man, wat was dat? Gelukkig zat ik in de A-klas (allé, het ene jaar A, het andere B), met toffe leerlingen en alle leuke leerkrachten. Ook daar leerde ik heel wat: creativiteit, toneel spelen en toch ook zeer belangrijk: vriendschap. De klas was echt een leuke en hechte bende, ze klappen er daar nog van. Van het 6e leerjaar herinner ik me een zeer leuk deel, maar ook een deel rechtstaand naast een grijze kast en de geur van sigaren. En toch had ik echt niets gedaan.
In september ’94 begon dan het echte werk: het College. Na daar zowat alle studierichtingen geprobeerd te hebben, bleek ik toch niet echt over het College-profiel te beschikken, daarmee was ik het ook eens. En ook daar had ik echt niets gedaan.
Ondertussen bleef ik mijn vrienden uit het lager onderwijs nog terugzien. De hechte band tussen velen werd verdergezet in de KAJ. Deze periode is echt de tijd van mijn jeugdig leven (hoor mij bezig) geweest: activiteiten doen en uitvinden, vormingen, nachtspelen, weekends, kampen, amoureuze ontluikingen en bijhorende blauwtjes, fuiven in de Royal, … Te laat thuis, zonder licht op de fiets, te veel lawaai en geen boterkoeken mee, vermoedens van rook- en dranklucht. En toch had ik niets gedaan.
In die periode leerde ik ook een leuk meisje, Sara, kennen en tot mijn grote verbazing werd dat een grote liefde. Met goedkeuring van het thuisfront werden we een koppeltje. Hoera! Een eerste lief is toch niet zo een belangrijk feit op een bijna 25-jarig bestaan, hoor ik u denken. Maar daar vergist u zich, wacht maar. Na een paar maanden besloten we om niet met elkaar verder te gaan. En toch had ik echt niets gedaan.
Sara had een vriendin, een lief maar beetje verlegen meisje met wie ze alles deelde, ook de perikelen waar ondergetekende iets mee te maken kon hebben. Zij wist dus een boel meer over mij dan ik kon vermoeden. Komt daar nog eens bij dat dit meisje bijzonder veel details kan onthouden. Ik stond blijkbaar in haar geheugen geprent. En toch had ik echt niets gedaan.
Maar er moest toch nog iets gestudeerd worden, dus ging ik mijn oversociale zelf gaan scholen tot opvoeder in het Lyceum in Gent. Ik moest dit niet alleen doen, want Ruben, mijn ‘partner in crime’, had totaal onverwacht net dezelfde roeping. Na de acclimatisatie aan het gemeenschapsonderwijs vonden we beiden onze draai en hebben daar echt een mooie tijd beleefd. Zonder al te veel hindernissen wist ik daar af te studeren. En toch had ik daar niet echt zoveel gedaan.
In die tijd begon mijn vrije tijd helemaal vol te geraken: Chiro, Jeugdhuis ’t Tstadt, de Jeugdraad en Kaffee Hyppo vulden mijn bestaan. Zowel ’s avonds als in het weekend was er één plek waar ik niet te vinden was: thuis. Mijn uitgangsleven begon zich stilaan toe te spitsen op concerten en tijdens de zomer de vele festivalletjes.
Die bewuste zomer stond het gezellige Folkfestival van Dranouter op het programma. Een paar weken voor het festival werden er afspraken gemaakt. Sara (ondertussen zijn er toch een paar jaar verstreken sinds die eerste kus) en haar vriendin zouden graag gaan en vroegen of ik wou meegaan. Ik had al afgesproken met een paar mensen van het jeugdhuis en we besloten om met iedereen samen te gaan. Toen mijn ex-liefje dan toch niet mee kon gaan, kwam ik met haar, bij nader inzien toch niet altijd zo verlegen, vriendinnetje in hetzelfde tentje te liggen. De eerste dag (nacht) lagen de rugzakken nog mooi tussen ons in. De laatste avond, kwam het nu door de feeststemming, de opzwepende muziek, mijn fles whisky, Stijnie’s fles Ricard of de combinatie, begonnen de vonkjes in het tentje te knetteren. De rugzakken werden naar de achterkant van de tent geduwd en toen, … heb ik wel iets gedaan!
- Wat ik later graag wil worden : stinkend rijk
- Wat ik later zeker niet wil worden : saai
- Ik ben keuteldol op : Geena Lisa
- Mijn lievelingskleur is : geel met paarse bollen
- Het water in de mond krijg ik van : spa reine
- Favoriete muziek of liedje : kei-kei-hard
- Mijn lievelingswoord : hell yeah
- Waar ik me tuinslangslap om lach : er zaten eens twee pizza's in de oven ...
- Mijn lievelingsstrip(s) : de stamgasten
- Wat ik graag voor mijn verjaardag zou krijgen : een aanvulling op de whisky collectie of misschien een nieuw lief?