Trouwen
mag, maar hoeft niet. Leuvense eerstejaars over huwen en scheiden
De standaard 29-05-2004
Veerle Beel
BRUSSEL - Ze vinden het volstrekt
aanvaardbaar om kinderen te krijgen zonder getrouwd te zijn. Ze
denken dat de kans dat ze ooit in het bootje stappen zes op tien
bedraagt. ,,Trouwen is geen must meer, maar het mag wel'', concludeert
de socioloog Tim Vanhove uit een enquête
bij Leuvense eerstejaarsstudenten.
HOE denkt de aanstormende generatie
over relatievorming, en welke toekomstverwachtingen heeft ze voor
zichzelf in dat verband? En wordt de mening van deze studenten beïnvloed
door de gezinssituatie waarin ze zelf zijn opgegroeid?
In januari van dit jaar legde Vanhove
een vragenlijst voor aan de Leuvense eerstejaars, van wie er 1.500
meewerkten. Hoewel de meesten op een studentenkamer verblijven,
is een ruime meerderheid, of 85 procent, bij beide, natuurlijke
ouders gedomicilieerd. In het licht van het stijgende aantal echtscheidingen
is dat vrij veel, geeft Vanhove toe.
,,Maar het gaat hier ook niet om een
doorsnede van de Vlaamse jeugd. We moeten dat in rekening brengen
bij alle bevindingen uit deze enquête. Je mag er immers van
uitgaan dat jongeren die zich aan de universiteit inschrijven, niet
al te veel nadelen hebben meegemaakt in hun ontwikkeling. En een
scheiding van je ouders is nu eenmaal een nadeel, hoewel sommigen
zich daar zonder al te veel kleerscheuren doorheen slaan.''
Getrouwd maakt niet per se gelukkiger,
is zo ongeveer het aanvoelen van de meeste studenten. Vanhove: ,,Ze
zijn er niet van overtuigd dat de relatiekwaliteit toeneemt door
de relatie structureel te verankeren. Letterlijk zeggen ze: 'Dat
papiertje maakt het verschil niet. Een goede relatie kan ook zonder
huwelijk.' Ongehuwd samenwonen is voor hen dus een aanvaardbaar
alternatief.''
Toch zeggen ruim acht op de tien studenten
dat ze zichzelf later ,,eerst zien samenwonen, daarna mogelijk trouwen''.
De kans dat ze ooit in het bootje stappen, schatten ze voor zichzelf
op ruim 60 procent. De kans dat ze ooit voor het altaar terechtkomen,
zien ze als fifty-fifty.
,,Dat komt doordat vier op de tien
studenten vinden dat het huwelijk meer zekerheid biedt, bijvoorbeeld
voor de kinderen, hoewel minstens evenveel studenten het daar niet
mee eens zijn'', zegt Vanhove.
Een kwart van de studenten denkt dat
ze later mogelijk zullen scheiden. Ze schatten hun eigen risico
optimistischer in dan dat van de gemiddelde bevolking, die ze een
risico van bijna een op twee toeschrijven. Opvallend is dat studenten
wier ouders gescheiden zijn, het persoonlijke echtscheidingsrisico
hoger inschatten: 37 procent denkt dat dit hen kan overkomen. Mogelijk
is die groep gewoon realistischer, denkt de socioloog, vermits het
echtscheidingspercentage op dit moment ongeveer 30 procent bedraagt
en nog jaarlijks toeneemt.
Een feit is dat de visie van studenten
met gescheiden ouders op relatievorming op diverse punten afwijkt.
Vanhove: ,,Ze zijn iets minder trouwlustig dan andere studenten,
ze zijn toleranter ten aanzien van een scheiding, ze blijken vroeger
seksueel actief en ze zijn ook seksueel permissiever.''
Dat heeft volgens Vanhove niet met
de scheiding an sich te maken, maar wel met de gevolgen ervan: ,,Uit
eenzelfde bevraging die we een jaar eerder hebben gedaan, blijkt
dat deze jongeren zich thuis significant minder goed voelen. Er
is een minder sterke vertrouwensband met hun respectieve ouders.''
Er is aan deze eerstejaarsstudenten
ook gevraagd welke hun eigen ervaringen zijn met intieme relaties.
Vier op de vijf hadden al eens een ,,serieus lief'' gehad - een
op de vijf dus nog niet. Meisjes hebben een lichte voorsprong op
jongens (83 versus 74 procent). Van alle studenten met gescheiden
ouders had 92 procent al een of meer relaties achter de rug, tegenover
slechts 77 procent van de eerstejaars met gehuwde ouders.
Studenten uit humane richtingen hebben
meer ervaring met seks en relaties dan studenten uit de economische
of de exacte richtingen.
Maar zes op de tien Vlaamse jongeren willen nog trouwen
De Morgen 28-05-2004
Katrijn Serneels
Voorpagina
Zes op de tien jongeren denken dat de kans groot is dat ze later
zullen trouwen. Dat blijkt uit nieuw onderzoek dat begin 2004 bij
1.500 eerstejaarsstudenten aan de KU Leuven werd uitgevoerd. Zeventig
procent vindt echter dat samenwonen een volwaardig alternatief is
voor trouwen. "Trouwen heeft het monopolie op het vormen van
een volwassen relatie verloren. Het is niet langer noodzakelijk
om serieus genomen te worden als koppel", zegt socioloog Tim
Vanhove. Vijfentachtig procent meent dat kinderen krijgen
perfect kan als je niet getrouwd bent. En de helft van de jongeren
vindt niet dat wie trouwt een grotere verantwoordelijkheidszin heeft.
Slechts 5 procent van de jongeren meent dat je van trouwen gelukkiger
wordt. "Jongeren zien nog wel voordelen aan een huwelijk, maar
die zijn van nogal praktische aard: meer financiële voordelen
en meer zekerheid voor de kinderen als een van de ouders iets overkomt."
Ego
Van trouwen word je niet gelukkiger
Zes op de tien studenten denken dat
de kans groot is dat ze later zullen trouwen. Dat blijkt uit nieuw
onderzoek dat begin 2004 bij 1.500 studenten aan de KU Leuven is
uitgevoerd. Maar wie trouwt is niet in het bezit van meer verantwoordelijkheidszin
dan wie dat niet doet, vinden de jongeren. 'Je kunt perfect kinderen
krijgen zonder te trouwen, en gelukkiger word je er volgens de jongeren
ook niet van', zegt socioloog Tim Vanhove. 'Trouwen
is niet langer een voorwaarde voor een volwassen relatie.'
Vijfentachtig procent van de jongeren
vindt dat kinderen krijgen terwijl je niet getrouwd bent, perfect
kan. En dat je door te trouwen meer verantwoordelijkheidsgevoel
ontwikkelt, daar is de helft van de jongeren ook niet mee akkoord.
"Zeventig procent vindt dat samenwonen een volwaardig alternatief
is voor trouwen, zegt socioloog Tim Vanhove, die werkt aan het Centrum
voor Bevolkings- en Gezinsonderzoek aan de KU Leuven. "Trouwen
heeft het monopolie op het vormen van een volwassen relatie verloren.
Het is niet langer noodzakelijk om serieus genomen te worden als
koppel."
Jongeren houden er dus duidelijk een
moderne visie op het huwelijk op na. "Maar dat betekent niet
dat ze het huwelijk maar niks vinden. Ze waarderen het wel, en zien
ook zelfs enkele voordelen op het vlak van praktische regelingen
en zekerheid. Jongeren denken niet dat het huwelijk je een intiemere
of gelukkigere relatie kan bezorgen. Het is dus meer een zaak van
praktische voordelen dan van emotionele voordelen. Zesenveertig
procent van de jongeren vindt dat je meer financiële zekerheid
en voordelen hebt als je getrouwd bent. Vierenvijftig procent denkt
ook dat het meer zekerheid biedt aan de kinderen, mocht een van
de partners ziek worden of doodgaan. Maar amper 5 procent van de
jongeren denkt dat wie getrouwd is, ook gelukkiger is."
Dat het huwelijk minder als een noodzaak
wordt gezien om een volwassen relatie te vormen, betekent niet dat
iedereen opeens wil samenwonen voor de rest van zijn leven. "Tweeënzestig
procent van de jongeren denkt dat de kans groot is dat ze later
zullen trouwen: ze zien een huwelijk wel zitten in de toekomst.
Maar slechts 4 procent wil meteen trouwen, zonder daarvoor te hebben
samengewoond. De grote meerderheid, 82 procent wil eerst samenwonen,
en dan trouwen. Twaalf procent zegt dat ze willen blijven samenwonen,
zonder dat daar ooit trouwen aan te pas komt. En 2 procent wil eeuwig
vrijgezel blijven of een lat-relatie hebben."
Maar niet elke intieme relatie moet
tot een huwelijk leiden, vinden jongeren. Slechts een derde van
de jongeren vindt dat als je een intieme relatie hebt, trouwen het
logische gevolg is. De helft van de jongeren is daar niet mee akkoord,
en vindt niet dat een relatie logischerwijs tot een huwelijk leidt.
Tweeënveertig procent vindt dat samenwonen een tussenstap naar
trouwen kan zijn. Samenwonen en trouwen worden dus nog vaak in een
adem genoemd, maar kunnen ook perfect naast of los van elkaar staan.
De kans dat ze zullen scheiden, schatten
jongeren lager in dan de realiteit. Zeventwintig procent denkt dat
er een grote kans is dat ze later zullen scheiden, bij de kinderen
van gescheiden ouders is dat 37 procent. Omdat ze zelf ervaren hebben
dat een echtscheiding tot de reële mogelijkheden behoort, schatten
ze hun kans op scheiding dan ook hoger in." Kinderen van gescheiden
ouders zijn misschien wel wat terughoudender en pessimistischer
als het om relaties gaat. Vanhove: "In deze groep zijn er ook
meer jongeren die vrijgezel willen blijven, of alleen een lat-relatie,
in plaats van trouwen of samenwonen."
In Wallonië is het huwelijk bij
jongeren populairder dan in Vlaanderen. Deze week werden de resultaten
van een gelijklopend onderzoek van de UCL bij 1.200 jongeren van
15 tot 18 jaar bekendgemaakt. Tachtig procent van de Waalse jongeren
zegt te willen trouwen. Eenentwintig procent wil zelfs meteen trouwen,
zonder daarvoor te hebben samengewoond. Bijna 40 procent geeft aan
dat de ouders invloed hebben op de partnerkeuze.
"Dat Waalse jongeren enthousiaster
zijn over het huwelijk dan Vlaamse, heeft in dit geval mogelijk
met twee factoren te maken. In het Waalse onderzoek werd een jongere
leeftijdsgroep onderzocht, en hoe jonger, hoe idealistischer men
tegen relaties aankijkt. Men heeft er minder ervaring mee, en heeft
ook minder vanuit een realistisch perspectief over zijn relationele
toekomst nagedacht. Een tweede factor is dat in het Vlaamse onderzoek
alleen jongeren die aan de universiteit studeren werden ondervraagd:
zij behoren tot de groep van hoger geschoolden, en houden er dus
minder traditionele denkbeelden op na dan de gemiddelde jongeren.
In de toekomst zouden we graag bij een doorsnede van de hele Vlaamse
jeugd nagaan hoe ze over huwelijk en relatievorming denken."
Veilig vrijen: alleen om niet zwanger te raken
De Morgen 07-05-2004
Nathalie Carpentier
Als studenten veilig vrijen, dekken
ze zich vooral in tegen een ongewenste zwangerschap. Aan de risico's
van seksueel overdraagbare ziektes (soa's) zoals hiv of chlamydia
denken ze veel minder. Zodra ze een in hun ogen vaste relatie hebben,
schakelen de meesten over van het condoom op de pil. "En wie
een condoom gebruikt, doet dat eerder om de kans op zwangerschap
te vermijden." Dat blijkt uit onderzoek van socioloog Tim
Vanhove van het Centrum voor Bevolkings- en Gezinsonderzoek
bij 1.500 studenten tussen 18 en 21 aan de KU Leuven. Tien procent
van de studenten met een losse of vaste relatie zei zelfs condoom
noch pil te gebruiken.
Vanhove wilde weten hoe het zat met het gebruik van voorbehoedsmiddelen
bij studenten. "Niet zozeer studenten die geregeld op café
iemand anders opscharrelen en er maar op los vrijen, maar eerder
studenten die een min of meer 'gesettelde' relatie hebben, een losse
of een vaste relatie. Het gaat dus niet zozeer over one-night stands."
Tachtig procent van de meisjes zegt de pil te nemen, en bijna de
helft van de mannen gebruikt een condoom.
Naïef zou Vanhove die Leuvense
studenten niet noemen op het vlak van seksuele risico's, wel selectief.
"Ze nemen vaak de pil om zich te beschermen tegen zwangerschap.
Maar de soa's zijn niet tot hun leefwereld doorgedrongen als een
risico. Er wordt ontzettend vertrouwd op de pil en ook vaak alleen
maar daarop. Als ze hun seksuele relatie als 'vast' gaan beschouwen,
schakelen ze bijna natuurlijk over van condoom naar pil. De pil
hoort bij een vaste relatie, een condoom niet."
De relatieduur bleek niet significant
bij de keuze voor condoom of niet. Ook het aantal seksuele partners
die ze gehad hebben, had rechtstreeks weinig invloed op het gebruik
van een condoom. "Dat ze overschakelen op de pil is niet zozeer
een probleem, maar wel dat ze vrij snel overschakelen en dat dat
bij elke relatie zo is. Ze vinden ook nogal snel dat ze een 'vaste
relatie hebben'. Maar als je dat drie keer in twee jaar denkt en
je staat niet stil bij de risico's op soa kan dat toch riskant zijn.
Ze gaan ervan uit dat ze aan geboortebeperking voldoende hebben,
een condoom is dan niet nodig."
Dat valt voor een stuk te verklaren
door de positievere berichten over de behandeling van hiv en aids
in de westerse landen, aldus Vanhove. "Ze herleiden soa's vaak
tot hiv en daarvan horen ze dat aids-patiënten hier langer
kunnen leven. Daarom maken ze zich er ook minder zorgen over. Bovendien
beschouwen ze zich niet als een risicogroep."
Ook kijken ze vaak onrealistisch optimistisch
tegen relaties aan, vervolgt Vanhove. "Zodra ze in een relatie
stappen, denken ze dat het voor het leven is.. Het risico op soa's
schrijven ze niet toe aan langetermijnrelaties, zelfs niet als die
relatie de zoveelste in de rij betreft." Maar het gevaar van
seriële monogamie is net dat elke relatie telkens opnieuw wordt
behandeld als de enige. Bovendien komt seksuele ontrouw daar zeker
voor. "En als er dan al eens buiten de pot gepist wordt, durven
ze de redenering door trekken dat de pil ook dan nog voldoende is."
Weinig geruststellend is dat 10 procent
van de studenten met een losse of vaste relatie aangaf nooit een
condoom of de pil te gebruiken. Vanhove: "Soms gebruikten ze
gewoon niks. In andere gevallen vertrouwden ze op coïtus interruptus
of de kalendermethode. Twee methodes waarvan bekend is dat die niet
betrouwbaar zijn." Sensoa, het Vlaams service- en expertisecentrum
voor seksuele gezondheid, wil alvast binnenkort campagnes over soa's
opzetten voor jongvolwassenen.
Info: vandaag organiseert Sensoa het eerste Vlaams wetenschappelijk
congres over seksuele gezondheid, zie www.sensoa.be
Trouwen wordt vooral hertrouwen
De Morgen 13-04-2004
Katrijn Serneels
Als mensen niet zouden hertrouwen, zouden er 14.000 minder huwelijken
zijn. Dat is een derde van het totale aantal huwelijken dat in 2002
werd gesloten. 'Je zou denken: wie zijn huwelijk heeft zien mislukken,
begint er geen tweede keer aan', zegt socioloog Tim Vanhove
(KU Leuven). Maar niets is minder waar. 'Wie één keer
besloten heeft te trouwen, zal dat ook een tweede keer doen. Anders
lijkt een relatie niet echt, of minder te betekenen dan de vorige.'
Trouwen is een gewoonte die je niet
vlug afleert. "Het aantal jonge mensen dat trouwt, blijft dalen",
zegt socioloog Tim Vanhove. "Maar wie een keer trouwt, zal
waarschijnlijk ook een tweede keer trouwen als het eerste huwelijk
mislukt. Die mensen zien het huwelijk als het ultieme bewijs van
liefde, en bij een tweede relatie willen ze niet voor minder gaan.
De betekenis van het huwelijk, voor altijd, tot de dood ons scheidt,
verandert niet bij mensen die voor een tweede keer in het huwelijksbootje
stappen. Als is het de eerste keer niet gelukt om hun intenties
waar te maken, ze willen deze keer dat het wel lukt. Het huwelijk
heeft voor hen niet aan betekenis verloren, ze gaan er nog steeds
voor."
In 1993 ging het in een kwart van
alle huwelijken om mensen die hertrouwen, in 2002 is dat gestegen
tot een derde. Van de 40.434 huwelijken die in 2002 gesloten zijn,
was het voor 13.990 paren niet de eerste keer dat ze in het huwelijk
traden, voor 26.444 paren was het wel de eerste keer. Het aantal
tortelduifjes dat nog nooit een ring om de vinger heeft gehad, neemt
dus af. "En dat is al een aantal jaren zo", zegt Tim Vanhove.
"Het aantal huwelijken zou enorm dalen mochten mensen niet
hertrouwen. Of het aantal hertrouwers ooit groter zal worden dan
het aantal mensen dat voor de eerste keer trouwt, is moeilijk te
voorspellen." Voorlopig blijft het aantal hertrouwers stijgen.
Momenteel bedraagt het 34,6 procent.
De toename van het aantal hertrouwers
zorgt ervoor dat de gemiddelde huwelijksleeftijd stijgt. De leeftijd
waarop Belgen huwen is sinds 1985 met zes jaar gestegen, zowel voor
mannen als vrouwen. In 1985 was de gemiddelde leeftijd waarop vrouwen
trouwden 24, die van mannen 27. In 2002 trouwt de gemiddelde vrouw
als ze 30 is, de man als hij 33 is. De hertrouwers trekken die leeftijd
de hoogte in, maar er is nog een andere oorzaak: door de hogere
opleiding van jongeren stellen ze het aangaan van vaste relaties
en het krijgen van kinderen uit. Ook het huwelijk vindt daardoor
op latere leeftijd plaats.
Ook de leeftijd waarop mensen scheiden
is de hoogte in gegaan. In 1985 was dat voor mannen nog 36 jaar,
nu is dat bijna 41 jaar. Ook vrouwen scheiden op latere leeftijd:
als 34 jaar in 1985 de leeftijd was waarop de meeste vrouwen uit
hun huwelijk stapten, dan is dat nu gestegen naar 38 jaar. "De
verklaring voor de stijging van de leeftijd waarop mensen scheiden,
is eenvoudigweg dat ze op latere leeftijd getrouwd zijn", zegt
Vanhove. "Want aan de duur van de ontbonden huwelijken is niet
veel veranderd." In 1985 gingen mensen uit elkaar na twaalf
jaar, nu is dat na twaalf jaar en vijf maanden. Een andere tendens
als het om scheiden gaat, is dat mensen zowel vroeger als later
scheiden. "De gemiddelde relatieduur van mensen die scheiden
blijft twaalf jaar, maar wat wel veranderd is tegenover vroeger,
is dat het ook drie of drieëndertig jaar kan zijn. Omdat de
drempel om te scheiden verlaagd is, durven jonge mensen nu vlugger
scheiden. Ze denken niet: laten we het nog maar een paar jaartjes
proberen. Scheiden is niet langer taboe, dus gaan ze vlugger uit
elkaar. Bij oudere mensen gaat het meestal om het legenestsyndroom:
als eenmaal de kinderen het huis uit zijn, ontdekken mensen na vijftien
of twintig jaar huwelijk dat ze eigenlijk niet gelukkig zijn bij
elkaar. En dat kan ook tot een echtscheiding leiden. Het taboe op
scheiden en op hertrouwen is nog wel aanwezig bij de oudste generatie:
weduwen en weduwnaars hertrouwen zelden. Hun eerste man is hun enige
man, ook al is hij gestorven. En ook al ontmoeten ze nog iemand
in het rusthuis waarop ze verliefd worden, trouwen doen ze zelden.
Ze trouwen voor het leven, en maar één keer in hun
leven."
Vrouwen kiezen steeds vaker voor jongere mannen
De Morgen 13-12-2003
Kim Herbots
Het is een trend die bij Hollywood-sterren al langer merkbaar is:
oudere vrouwen met jongere mannen. Nadat Demi Moore (40) Bruce Willis
het huis uitgezet had, papte ze aan met rijzende ster Ashton Kutcher
(25). Tegen alle verwachtingen in houdt de relatie nog altijd stand.
Joan Collins (wiens exacte leeftijd in een waas van mysterie gehuld
is) is bijna dertig jaar ouder dan echtgenoot nummer vijf Percy
Gibson. Maar het kan ook minder spectaculair: Coldplay-zanger Chris
Martin is met zijn 26 lentes een goede vijf jaar jonger dan kersverse
echtgenote Gwyneth Paltrow en Madonna werd tien jaar eerder dan
haar Guy Ritchie geboren.
Uit Brits onderzoek blijkt dat ook
niet-filmsterren steeds vaker geneigd zijn om met een jongere man
in het huwelijksbootje te stappen, zeker als het om tweede huwelijken
gaat: in 15 procent van de gevallen kiest een Britse vrouw bij haar
tweede huwelijk voor een man die minstens zes jaar jonger is.
Globaal gezien is het aantal huwelijken
waarbij de vrouw beduidend ouder is dan haar echtgenoot, in zes
jaar tijd gestegen van 3 naar 7 procent. Logischerwijze is het aantal
huwelijken tussen partners van dezelfde leeftijd of waarbij de man
tot vijf jaar ouder is dan zijn bruid sterk afgenomen: over een
periode van 25 jaar is er een daling van 15 procent merkbaar. In
net iets meer dan de helft van de huwelijken nu is ofwel de man
jonger ofwel de bruidegom meer dan vijf jaar ouder dan zijn bruid.
Voor België zijn er geen exacte
cijfers beschikbaar "en eigenlijk verwondert het mij wat",
zegt Tim Vanhove van het departement sociologie
van de KU Leuven. "Ik heb er geen cijfers over maar wij hadden
de indruk dat het bij tweede huwelijken steeds meer een trend wordt
om op zoek te gaan naar een partner die qua leeftijd en omstandigheden
sterk bij jezelf aansluit. Kwestie van problemen te kunnen delen.
Als je als gescheiden vrouw met kinderen een relatie begint met
een jongere man zonder kinderen, dan is die met heel andere dingen
bezig dan jij."
Dat er, tenminste in Groot-Brittannië,
toch een duidelijke stijging is van het aantal huwelijken tussen
oudere vrouwen en jongere mannen, is volgens Vanhove toe te schrijven
aan het feit dat heel wat druk vanuit de samenleving is weggevallen.
"Vroeger moest je qua milieu, geloof en ook leeftijd enigszins
overeenkomen. Nu is een leeftijdsverschil veel meer aanvaard."
Dat is ook de conclusie van de Britse onderzoekers: het eerste huwelijk
heeft te maken met sociale status, het tweede is een individuele
zaak.
Jongeren geloven nog in liefde voor altijd. Onderzoek
bij studenten over seks en relaties
De Morgen (Mix) 04-12-2003
Katrijn Serneels
De helft van de studenten met een
lief denkt dat ze altijd bij elkaar zullen blijven. 'Onrealistisch,
maar optimistisch', vat onderzoeker Tim Vanhove
het samen. 'Jongeren zijn erg veeleisend in relaties: ze willen
vertrouwen en eerlijkheid, maar ook onafhankelijkheid en vrijheid.
Meisjes zijn veeleisender dan jongens in relaties: ze vinden gebrek
aan liefde en seksuele ontrouw veel vlugger een reden om uit elkaar
te gaan dan jongens.'
Ze geloven misschien niet meer in
God, maar nog wel in de liefde. De helft van de jongeren van achttien
vindt dat seks alleen maar kan als je elkaar graag ziet, en dat
jongeren te vlug seks met elkaar hebben. "Jongeren willen relaties
die blijven. Als ze denken dat een relatie niet voor altijd is,
dan vinden ze het de moeite niet om er tijd en energie in te steken.
Een derde twijfelt soms aan zijn partner, maar 52 procent zegt dat
hij of zij geen enkele twijfel heeft", zegt Tim Vanhove, socioloog
aan de KU Leuven, die de houding van meer dan duizend eerstejaarsstudenten
tegenover seks en relaties onderzocht. "Zij denken dat ze het
lief dat ze nu hebben, hun lief voor altijd zal zijn."
Jongeren geloven wel in de eeuwige
liefde, maar niet in onvoorwaardelijke liefde. "Ze stellen
hoge eisen aan hun relaties. Drie vierde vindt eerlijkheid en vertrouwen
belangrijk in een relatie, de helft zegt dat jezelf blijven en wederzijds
respect erg belangrijk is, en een derde vindt onafhankelijkheid
en vrijheid. Aan de ene kant willen ze eerlijkheid, je moet alles
met elkaar kunnen delen, aan de andere kant willen ze hun eigen
ding doen. Hoe ze dat concreet allemaal gaan realiseren, dat weet
ik niet. Jongeren zijn erg veeleisend in relaties, en meisjes meer
dan jongens."
Meisjes hechten ook minder belang
aan traditionele waarden. "De meisjes die naar de universiteit
gaan, willen later geen huisvrouw worden. Die willen gaan werken,
en onafhankelijk zijn. Eigenlijk hebben ze geen man nodig om voor
hen te zorgen, dus als ze een relatie aangaan, dan moet die hen
meer bieden dan financiële zekerheid of sociale positie. Vandaar
dat bij meisjes gebrek aan liefde of een slippertje veel eerder
een reden is om te scheiden dan bij jongens. Zeventien procent van
de jongens vindt de financiële zekerheid en sociale positie
die een huwelijk hen brengt belangrijk, tegenover 10 procent van
de meisjes."
Ze willen altijd samen blijven, maar
hoort daar ook een trouwkleed bij? "Zes op de tien jongeren
zeggen dat het mogelijk is dat ze later trouwen, voor de kerk of
de wet, dat maakt geen verschil. Minder dan een op de tien is zeker
dat hij of zij later zeker zal trouwen. Eenennegentig procent van
de jongeren vindt dat een huwelijk niet nodig is om een geslaagde
relatie te hebben. Toch zien ze zich ook niet hun hele leven gewoon
samenwonen. De meesten willen op een bepaald moment wel trouwen
of op een andere manier duidelijk maken aan hun omgeving: wij kiezen
voor elkaar."
Niet alle jongeren hebben evenveel
vertrouwen in relaties. De meeste schatten hun eigen kansen te optimistisch
in, maar kinderen van gescheiden ouders zijn realistischer. Ook
opvallend is dat de studenten in de humane wetenschappen veel minder
traditioneel denken over seks en relaties. Die studenten vinden
dat seks zonder liefde wel moet kunnen, en zijn seksueel toleranter
dan hun collega's uit de exacte wetenschappen. Studenten uit de
humane wetenschappen schatten de kans op scheiding hoger in. Wie
minder traditioneel denkt, zal waarschijnlijk ook minder traditioneel
gedrag vertonen. Voor die jongeren is de drempel tot scheiding of
een slippertje minder hoog. Je attitude tegenover relaties is vaak
een self-fulfilling prophecy."
Het optimisme van jongeren is geen
gevolg van hun gebrek aan ervaring. Vijfenvijftig procent van de
jongeren heeft al een vaste relatie gehad, 51 procent seks.
'Echtscheidings-perikelen zijn besmettelijk'
De Morgen 29-08-2003
Nathalie Carpentier
Kinderen van gescheiden ouders schatten de kans dat ze zelf zullen
scheiden een stuk hoger in dan kinderen waarvan de ouders nog gehuwd
zijn: 33 procent tegenover 21 procent. Dat blijkt uit nieuw onderzoek
van Tim Vanhove van de KU Leuven bij meer dan 1.000
universiteitsstudenten. 'Je kunt echtscheidingsperikelen besmettelijk
noemen', zegt Vanhove. 'Kinderen van gescheiden ouders hebben het
meegemaakt, ze weten dat een echtscheiding ook bepaalde voordelen
heeft. Dat hun ouders stoppen met ruziemaken bijvoorbeeld. De drempel
is een stuk lager.'
Het aantal echtscheidingen in ons land is sinds 1970 maar liefst
verviervoudigd. Naar schatting 45 procent van alle Belgische gehuwde
koppels zal ooit scheiden. Tegelijk gaat het aantal huwelijken in
ons land in dalende lijn. Dat laat hoe dan ook sporen na bij de
volgende generatie. Tim Vanhove, onderzoeker aan het Centrum voor
bevolkings- en gezinsonderzoek aan de KU Leuven, bekeek bij meer
dan 1.000 universiteitsstudenten welke sporen. Bij 12 procent van
hen waren de ouders gescheiden. De resultaten worden besproken in
het jongste nummer van het blad Rep en Roer van de vzw Jeugd en
Seksualiteit.
"Voor veel studenten is echtscheiding
een vrij normale zaak geworden", zegt Vanhove. "Als een
huwelijk of een relatie slecht loopt, is het logisch dat daar een
scheiding op volgt. 'Slecht' wordt ook minder streng geïnterpreteerd.
Voor 65 procent van de studenten is elkaar minder graag zien een
goede reden om een huwelijk te beëindigen. Seksuele ontrouw
is slechts voor iets meer dan een derde een aanleiding."
Toch houden de studenten er geen zwart-witbenadering
op na, vindt Vanhove. "Het betekent niet dat ze daarom ook
snel zelf een relatie zullen beëindigen. Maar de drempel om
tot echtscheiding over te gaan ligt wel een stuk lager." Dat
is zeker het geval bij kinderen van gescheiden ouders. "Kinderen
van gescheiden ouders geven zichzelf 32 procent kans dat ze ooit
zullen scheiden. Dat is een groot verschil met kinderen van gehuwde
ouders, die het risico maar op 21 procent schatten."
"Je zou kunnen zeggen dat echtscheidingsperikelen
besmettelijk zijn", vervolgt Vanhove. "Kinderen van gescheiden
ouders leren uit die ervaring. Ze hebben het meegemaakt. Ze weten
dat een echtscheiding ook bepaalde voordelen heeft. Dat hun ouders
stoppen met ruziemaken bijvoorbeeld."
Er is nog een tweede reden, die ook
in Vanhoves onderzoek naar voor komt. Kinderen van gescheiden ouders
vinden vaker dat je het huwelijk niet koste wat het kost in stand
moet houden als er kinderen zijn. Dat het huwelijk een verouderde
instelling is en dat er alternatieve leefvormen aanvaardbaar zijn.
Ze zijn niet alleen vroeger seksueel actief dan kinderen van gehuwde
ouders, maar vinden ook vaker dat je seks kunt hebben met iemand
die je niet zo goed kent en eigenlijk niet echt liefhebt. Vanhove:
"De waarden van kinderen van gescheiden ouders zijn vaak een
stuk liberaler en progressiever, wat zorgt voor een hoger echtscheidingsrisico
omdat ze minder traditioneel over huwelijk en echtscheiding denken.
De drempel ligt lager."
Voor heel wat kinderen van gescheiden
ouders is de echtscheiding overigens niet alleen logisch, ze vinden
het vaak zelfs een goede zaak. Zesentachtig procent van hen vindt
dat zijn ouders goede redenen hadden om uit elkaar te gaan. Twee
derde vindt bovendien dat vader of moeder gelukkiger zijn dan voor
de scheiding. Opmerkelijk is ook dat meisjes hun risico op een echtscheiding
iets hoger inschatten dan jongens, vindt Vanhove. "Normaal
denken meisjes traditioneler over dingen als het huwelijk. Je zou
verwachten dat ze dan ook minder aan echtscheidingen denken."
Een echte verklaring ziet hij niet meteen. "Wellicht is het
een vorm van onzekerheid over het huwelijk en hebben ze meer schrik
over de slaagkansen ervan."
Wat hun eigen relatie betreft, zijn
de studenten "onrealistisch optimistisch", zo omschrijft
Vanhove het. "Ze schatten de kansen van hun eigen relatie hoger
in dan die van hun medestudenten. Ze beseffen dat er risico is op
echtscheiding, maar ze weten ook dat er nog mensen zijn die er wel
in slagen om hun huwelijk in stand te houden. Ze denken dat zij
wel weten hoe het moet." Of dat ook zo is, is een andere vraag.
Naïef wil Vanhove hun ideeën over de ingrediënten
die een relatie doen slagen geenszins noemen, maar toch is het niet
echt een realistisch beeld, eerder een romantisch.
"Als je elkaar maar graag ziet
en een goede mix tussen vrijheid en samenhorigheid vindt, redeneren
ze. Ze hechten weinig waarde aan objectieve factoren zoals financiële
mogelijkheden of de vraag of je eenzelfde opleidingsniveau of politieke
voorkeur deelt als je partner. Uit heel wat sociologisch onderzoek
blijkt dat die factoren net wel erg belangrijk zijn. Als je op zulke
punten overeenkomt, is de kans groter dat je elkaar graag zult blijven
zien. Dat besef is er nog niet, maar dat is misschien vrij normaal
als je achttien bent. Dan denk je nog niet zo erg in termen van
veel geld verdienen"
Rep en Roer van de vzw Jeugd en Seksualiteit
besteedt in zijn nieuwste nummer uitgebreid aandacht aan de problematiek.
info@jeugdenseksualiteit.be
|