Persartikels

Tim Vanhove aan het woord

Trouwen mag, maar hoeft niet. Leuvense eerstejaars over huwen en scheiden De Standaard, p. 10 29-05-2004

Maar zes op de tien Vlaamse jongeren willen nog trouwen

De Morgen, p. 1 & 31 28-05-2004
Een op tien studenten vrijt niet veilig met vaste partner Metro, p. 26 19-05-2004
Condooms niet populair bij studenten. Eerstekanners vrijen onveilig, een op de tien gebruikt zelfs geen anticonceptie Het Nieuwsblad - Leuven, p. 15 19-05-2004
Vrijverkeer in Leuven. Anticonceptie bij Leuvense studenten Veto, p. 5 14-05-2004
Veilig vrijen: alleen om niet zwanger te raken De Morgen, p. 6 07-05-2004
Trouwen wordt vooral hertrouwen De Morgen, p. 6 13-04-2004
Doe mij maar een jonge man Evita, p. 6 27-02-2004
Vrouwen kiezen steeds vaker voor jongere mannen De Morgen, p.11 13-12-2003
Jongeren geloven nog in liefde voor altijd. Onderzoek bij studenten over seks en relaties De Morgen, p. 2 04-12-2003
Studenten steeds progressiever over huwelijk en echtscheiding, maar romantisch en... al te naïef over eigen relatie Het Laatste Nieuws
30-08-2003
'Echtscheidings-perikelen zijn besmettelijk' De Morgen, p. 6 29-08-2003
De jeugd van tegenwoordig. Ze zijn best bereid zich te engageren Libelle, p. 43 28-02-2002
Bestaat de geëngageerde student nog? Veto, p. 1 26-11-2001
Komen ze nog uit hun kot? Campuskrant, p. 1 22-11-2001



Trouwen mag, maar hoeft niet. Leuvense eerstejaars over huwen en scheiden
De standaard 29-05-2004
Veerle Beel

BRUSSEL - Ze vinden het volstrekt aanvaardbaar om kinderen te krijgen zonder getrouwd te zijn. Ze denken dat de kans dat ze ooit in het bootje stappen zes op tien bedraagt. ,,Trouwen is geen must meer, maar het mag wel'', concludeert de socioloog Tim Vanhove uit een enquête bij Leuvense eerstejaarsstudenten.

HOE denkt de aanstormende generatie over relatievorming, en welke toekomstverwachtingen heeft ze voor zichzelf in dat verband? En wordt de mening van deze studenten beïnvloed door de gezinssituatie waarin ze zelf zijn opgegroeid?

In januari van dit jaar legde Vanhove een vragenlijst voor aan de Leuvense eerstejaars, van wie er 1.500 meewerkten. Hoewel de meesten op een studentenkamer verblijven, is een ruime meerderheid, of 85 procent, bij beide, natuurlijke ouders gedomicilieerd. In het licht van het stijgende aantal echtscheidingen is dat vrij veel, geeft Vanhove toe.

,,Maar het gaat hier ook niet om een doorsnede van de Vlaamse jeugd. We moeten dat in rekening brengen bij alle bevindingen uit deze enquête. Je mag er immers van uitgaan dat jongeren die zich aan de universiteit inschrijven, niet al te veel nadelen hebben meegemaakt in hun ontwikkeling. En een scheiding van je ouders is nu eenmaal een nadeel, hoewel sommigen zich daar zonder al te veel kleerscheuren doorheen slaan.''

Getrouwd maakt niet per se gelukkiger, is zo ongeveer het aanvoelen van de meeste studenten. Vanhove: ,,Ze zijn er niet van overtuigd dat de relatiekwaliteit toeneemt door de relatie structureel te verankeren. Letterlijk zeggen ze: 'Dat papiertje maakt het verschil niet. Een goede relatie kan ook zonder huwelijk.' Ongehuwd samenwonen is voor hen dus een aanvaardbaar alternatief.''

Toch zeggen ruim acht op de tien studenten dat ze zichzelf later ,,eerst zien samenwonen, daarna mogelijk trouwen''. De kans dat ze ooit in het bootje stappen, schatten ze voor zichzelf op ruim 60 procent. De kans dat ze ooit voor het altaar terechtkomen, zien ze als fifty-fifty.

,,Dat komt doordat vier op de tien studenten vinden dat het huwelijk meer zekerheid biedt, bijvoorbeeld voor de kinderen, hoewel minstens evenveel studenten het daar niet mee eens zijn'', zegt Vanhove.

Een kwart van de studenten denkt dat ze later mogelijk zullen scheiden. Ze schatten hun eigen risico optimistischer in dan dat van de gemiddelde bevolking, die ze een risico van bijna een op twee toeschrijven. Opvallend is dat studenten wier ouders gescheiden zijn, het persoonlijke echtscheidingsrisico hoger inschatten: 37 procent denkt dat dit hen kan overkomen. Mogelijk is die groep gewoon realistischer, denkt de socioloog, vermits het echtscheidingspercentage op dit moment ongeveer 30 procent bedraagt en nog jaarlijks toeneemt.

Een feit is dat de visie van studenten met gescheiden ouders op relatievorming op diverse punten afwijkt. Vanhove: ,,Ze zijn iets minder trouwlustig dan andere studenten, ze zijn toleranter ten aanzien van een scheiding, ze blijken vroeger seksueel actief en ze zijn ook seksueel permissiever.''

Dat heeft volgens Vanhove niet met de scheiding an sich te maken, maar wel met de gevolgen ervan: ,,Uit eenzelfde bevraging die we een jaar eerder hebben gedaan, blijkt dat deze jongeren zich thuis significant minder goed voelen. Er is een minder sterke vertrouwensband met hun respectieve ouders.''

Er is aan deze eerstejaarsstudenten ook gevraagd welke hun eigen ervaringen zijn met intieme relaties. Vier op de vijf hadden al eens een ,,serieus lief'' gehad - een op de vijf dus nog niet. Meisjes hebben een lichte voorsprong op jongens (83 versus 74 procent). Van alle studenten met gescheiden ouders had 92 procent al een of meer relaties achter de rug, tegenover slechts 77 procent van de eerstejaars met gehuwde ouders.

Studenten uit humane richtingen hebben meer ervaring met seks en relaties dan studenten uit de economische of de exacte richtingen.



Maar zes op de tien Vlaamse jongeren willen nog trouwen

De Morgen 28-05-2004
Katrijn Serneels

Voorpagina
Zes op de tien jongeren denken dat de kans groot is dat ze later zullen trouwen. Dat blijkt uit nieuw onderzoek dat begin 2004 bij 1.500 eerstejaarsstudenten aan de KU Leuven werd uitgevoerd. Zeventig procent vindt echter dat samenwonen een volwaardig alternatief is voor trouwen. "Trouwen heeft het monopolie op het vormen van een volwassen relatie verloren. Het is niet langer noodzakelijk om serieus genomen te worden als koppel", zegt socioloog Tim Vanhove. Vijfentachtig procent meent dat kinderen krijgen perfect kan als je niet getrouwd bent. En de helft van de jongeren vindt niet dat wie trouwt een grotere verantwoordelijkheidszin heeft. Slechts 5 procent van de jongeren meent dat je van trouwen gelukkiger wordt. "Jongeren zien nog wel voordelen aan een huwelijk, maar die zijn van nogal praktische aard: meer financiële voordelen en meer zekerheid voor de kinderen als een van de ouders iets overkomt."

Ego
Van trouwen word je niet gelukkiger

Zes op de tien studenten denken dat de kans groot is dat ze later zullen trouwen. Dat blijkt uit nieuw onderzoek dat begin 2004 bij 1.500 studenten aan de KU Leuven is uitgevoerd. Maar wie trouwt is niet in het bezit van meer verantwoordelijkheidszin dan wie dat niet doet, vinden de jongeren. 'Je kunt perfect kinderen krijgen zonder te trouwen, en gelukkiger word je er volgens de jongeren ook niet van', zegt socioloog Tim Vanhove. 'Trouwen is niet langer een voorwaarde voor een volwassen relatie.'

Vijfentachtig procent van de jongeren vindt dat kinderen krijgen terwijl je niet getrouwd bent, perfect kan. En dat je door te trouwen meer verantwoordelijkheidsgevoel ontwikkelt, daar is de helft van de jongeren ook niet mee akkoord. "Zeventig procent vindt dat samenwonen een volwaardig alternatief is voor trouwen, zegt socioloog Tim Vanhove, die werkt aan het Centrum voor Bevolkings- en Gezinsonderzoek aan de KU Leuven. "Trouwen heeft het monopolie op het vormen van een volwassen relatie verloren. Het is niet langer noodzakelijk om serieus genomen te worden als koppel."

Jongeren houden er dus duidelijk een moderne visie op het huwelijk op na. "Maar dat betekent niet dat ze het huwelijk maar niks vinden. Ze waarderen het wel, en zien ook zelfs enkele voordelen op het vlak van praktische regelingen en zekerheid. Jongeren denken niet dat het huwelijk je een intiemere of gelukkigere relatie kan bezorgen. Het is dus meer een zaak van praktische voordelen dan van emotionele voordelen. Zesenveertig procent van de jongeren vindt dat je meer financiële zekerheid en voordelen hebt als je getrouwd bent. Vierenvijftig procent denkt ook dat het meer zekerheid biedt aan de kinderen, mocht een van de partners ziek worden of doodgaan. Maar amper 5 procent van de jongeren denkt dat wie getrouwd is, ook gelukkiger is."

Dat het huwelijk minder als een noodzaak wordt gezien om een volwassen relatie te vormen, betekent niet dat iedereen opeens wil samenwonen voor de rest van zijn leven. "Tweeënzestig procent van de jongeren denkt dat de kans groot is dat ze later zullen trouwen: ze zien een huwelijk wel zitten in de toekomst. Maar slechts 4 procent wil meteen trouwen, zonder daarvoor te hebben samengewoond. De grote meerderheid, 82 procent wil eerst samenwonen, en dan trouwen. Twaalf procent zegt dat ze willen blijven samenwonen, zonder dat daar ooit trouwen aan te pas komt. En 2 procent wil eeuwig vrijgezel blijven of een lat-relatie hebben."

Maar niet elke intieme relatie moet tot een huwelijk leiden, vinden jongeren. Slechts een derde van de jongeren vindt dat als je een intieme relatie hebt, trouwen het logische gevolg is. De helft van de jongeren is daar niet mee akkoord, en vindt niet dat een relatie logischerwijs tot een huwelijk leidt. Tweeënveertig procent vindt dat samenwonen een tussenstap naar trouwen kan zijn. Samenwonen en trouwen worden dus nog vaak in een adem genoemd, maar kunnen ook perfect naast of los van elkaar staan.

De kans dat ze zullen scheiden, schatten jongeren lager in dan de realiteit. Zeventwintig procent denkt dat er een grote kans is dat ze later zullen scheiden, bij de kinderen van gescheiden ouders is dat 37 procent. Omdat ze zelf ervaren hebben dat een echtscheiding tot de reële mogelijkheden behoort, schatten ze hun kans op scheiding dan ook hoger in." Kinderen van gescheiden ouders zijn misschien wel wat terughoudender en pessimistischer als het om relaties gaat. Vanhove: "In deze groep zijn er ook meer jongeren die vrijgezel willen blijven, of alleen een lat-relatie, in plaats van trouwen of samenwonen."

In Wallonië is het huwelijk bij jongeren populairder dan in Vlaanderen. Deze week werden de resultaten van een gelijklopend onderzoek van de UCL bij 1.200 jongeren van 15 tot 18 jaar bekendgemaakt. Tachtig procent van de Waalse jongeren zegt te willen trouwen. Eenentwintig procent wil zelfs meteen trouwen, zonder daarvoor te hebben samengewoond. Bijna 40 procent geeft aan dat de ouders invloed hebben op de partnerkeuze.

"Dat Waalse jongeren enthousiaster zijn over het huwelijk dan Vlaamse, heeft in dit geval mogelijk met twee factoren te maken. In het Waalse onderzoek werd een jongere leeftijdsgroep onderzocht, en hoe jonger, hoe idealistischer men tegen relaties aankijkt. Men heeft er minder ervaring mee, en heeft ook minder vanuit een realistisch perspectief over zijn relationele toekomst nagedacht. Een tweede factor is dat in het Vlaamse onderzoek alleen jongeren die aan de universiteit studeren werden ondervraagd: zij behoren tot de groep van hoger geschoolden, en houden er dus minder traditionele denkbeelden op na dan de gemiddelde jongeren. In de toekomst zouden we graag bij een doorsnede van de hele Vlaamse jeugd nagaan hoe ze over huwelijk en relatievorming denken."



Veilig vrijen: alleen om niet zwanger te raken

De Morgen 07-05-2004
Nathalie Carpentier

Als studenten veilig vrijen, dekken ze zich vooral in tegen een ongewenste zwangerschap. Aan de risico's van seksueel overdraagbare ziektes (soa's) zoals hiv of chlamydia denken ze veel minder. Zodra ze een in hun ogen vaste relatie hebben, schakelen de meesten over van het condoom op de pil. "En wie een condoom gebruikt, doet dat eerder om de kans op zwangerschap te vermijden." Dat blijkt uit onderzoek van socioloog Tim Vanhove van het Centrum voor Bevolkings- en Gezinsonderzoek bij 1.500 studenten tussen 18 en 21 aan de KU Leuven. Tien procent van de studenten met een losse of vaste relatie zei zelfs condoom noch pil te gebruiken.


Vanhove wilde weten hoe het zat met het gebruik van voorbehoedsmiddelen bij studenten. "Niet zozeer studenten die geregeld op café iemand anders opscharrelen en er maar op los vrijen, maar eerder studenten die een min of meer 'gesettelde' relatie hebben, een losse of een vaste relatie. Het gaat dus niet zozeer over one-night stands." Tachtig procent van de meisjes zegt de pil te nemen, en bijna de helft van de mannen gebruikt een condoom.

Naïef zou Vanhove die Leuvense studenten niet noemen op het vlak van seksuele risico's, wel selectief. "Ze nemen vaak de pil om zich te beschermen tegen zwangerschap. Maar de soa's zijn niet tot hun leefwereld doorgedrongen als een risico. Er wordt ontzettend vertrouwd op de pil en ook vaak alleen maar daarop. Als ze hun seksuele relatie als 'vast' gaan beschouwen, schakelen ze bijna natuurlijk over van condoom naar pil. De pil hoort bij een vaste relatie, een condoom niet."

De relatieduur bleek niet significant bij de keuze voor condoom of niet. Ook het aantal seksuele partners die ze gehad hebben, had rechtstreeks weinig invloed op het gebruik van een condoom. "Dat ze overschakelen op de pil is niet zozeer een probleem, maar wel dat ze vrij snel overschakelen en dat dat bij elke relatie zo is. Ze vinden ook nogal snel dat ze een 'vaste relatie hebben'. Maar als je dat drie keer in twee jaar denkt en je staat niet stil bij de risico's op soa kan dat toch riskant zijn. Ze gaan ervan uit dat ze aan geboortebeperking voldoende hebben, een condoom is dan niet nodig."

Dat valt voor een stuk te verklaren door de positievere berichten over de behandeling van hiv en aids in de westerse landen, aldus Vanhove. "Ze herleiden soa's vaak tot hiv en daarvan horen ze dat aids-patiënten hier langer kunnen leven. Daarom maken ze zich er ook minder zorgen over. Bovendien beschouwen ze zich niet als een risicogroep."

Ook kijken ze vaak onrealistisch optimistisch tegen relaties aan, vervolgt Vanhove. "Zodra ze in een relatie stappen, denken ze dat het voor het leven is.. Het risico op soa's schrijven ze niet toe aan langetermijnrelaties, zelfs niet als die relatie de zoveelste in de rij betreft." Maar het gevaar van seriële monogamie is net dat elke relatie telkens opnieuw wordt behandeld als de enige. Bovendien komt seksuele ontrouw daar zeker voor. "En als er dan al eens buiten de pot gepist wordt, durven ze de redenering door trekken dat de pil ook dan nog voldoende is."

Weinig geruststellend is dat 10 procent van de studenten met een losse of vaste relatie aangaf nooit een condoom of de pil te gebruiken. Vanhove: "Soms gebruikten ze gewoon niks. In andere gevallen vertrouwden ze op coïtus interruptus of de kalendermethode. Twee methodes waarvan bekend is dat die niet betrouwbaar zijn." Sensoa, het Vlaams service- en expertisecentrum voor seksuele gezondheid, wil alvast binnenkort campagnes over soa's opzetten voor jongvolwassenen.


Info: vandaag organiseert Sensoa het eerste Vlaams wetenschappelijk congres over seksuele gezondheid, zie www.sensoa.be



Trouwen wordt vooral hertrouwen
De Morgen 13-04-2004
Katrijn Serneels

Als mensen niet zouden hertrouwen, zouden er 14.000 minder huwelijken zijn. Dat is een derde van het totale aantal huwelijken dat in 2002 werd gesloten. 'Je zou denken: wie zijn huwelijk heeft zien mislukken, begint er geen tweede keer aan', zegt socioloog Tim Vanhove (KU Leuven). Maar niets is minder waar. 'Wie één keer besloten heeft te trouwen, zal dat ook een tweede keer doen. Anders lijkt een relatie niet echt, of minder te betekenen dan de vorige.'

Trouwen is een gewoonte die je niet vlug afleert. "Het aantal jonge mensen dat trouwt, blijft dalen", zegt socioloog Tim Vanhove. "Maar wie een keer trouwt, zal waarschijnlijk ook een tweede keer trouwen als het eerste huwelijk mislukt. Die mensen zien het huwelijk als het ultieme bewijs van liefde, en bij een tweede relatie willen ze niet voor minder gaan. De betekenis van het huwelijk, voor altijd, tot de dood ons scheidt, verandert niet bij mensen die voor een tweede keer in het huwelijksbootje stappen. Als is het de eerste keer niet gelukt om hun intenties waar te maken, ze willen deze keer dat het wel lukt. Het huwelijk heeft voor hen niet aan betekenis verloren, ze gaan er nog steeds voor."

In 1993 ging het in een kwart van alle huwelijken om mensen die hertrouwen, in 2002 is dat gestegen tot een derde. Van de 40.434 huwelijken die in 2002 gesloten zijn, was het voor 13.990 paren niet de eerste keer dat ze in het huwelijk traden, voor 26.444 paren was het wel de eerste keer. Het aantal tortelduifjes dat nog nooit een ring om de vinger heeft gehad, neemt dus af. "En dat is al een aantal jaren zo", zegt Tim Vanhove. "Het aantal huwelijken zou enorm dalen mochten mensen niet hertrouwen. Of het aantal hertrouwers ooit groter zal worden dan het aantal mensen dat voor de eerste keer trouwt, is moeilijk te voorspellen." Voorlopig blijft het aantal hertrouwers stijgen. Momenteel bedraagt het 34,6 procent.

De toename van het aantal hertrouwers zorgt ervoor dat de gemiddelde huwelijksleeftijd stijgt. De leeftijd waarop Belgen huwen is sinds 1985 met zes jaar gestegen, zowel voor mannen als vrouwen. In 1985 was de gemiddelde leeftijd waarop vrouwen trouwden 24, die van mannen 27. In 2002 trouwt de gemiddelde vrouw als ze 30 is, de man als hij 33 is. De hertrouwers trekken die leeftijd de hoogte in, maar er is nog een andere oorzaak: door de hogere opleiding van jongeren stellen ze het aangaan van vaste relaties en het krijgen van kinderen uit. Ook het huwelijk vindt daardoor op latere leeftijd plaats.

Ook de leeftijd waarop mensen scheiden is de hoogte in gegaan. In 1985 was dat voor mannen nog 36 jaar, nu is dat bijna 41 jaar. Ook vrouwen scheiden op latere leeftijd: als 34 jaar in 1985 de leeftijd was waarop de meeste vrouwen uit hun huwelijk stapten, dan is dat nu gestegen naar 38 jaar. "De verklaring voor de stijging van de leeftijd waarop mensen scheiden, is eenvoudigweg dat ze op latere leeftijd getrouwd zijn", zegt Vanhove. "Want aan de duur van de ontbonden huwelijken is niet veel veranderd." In 1985 gingen mensen uit elkaar na twaalf jaar, nu is dat na twaalf jaar en vijf maanden. Een andere tendens als het om scheiden gaat, is dat mensen zowel vroeger als later scheiden. "De gemiddelde relatieduur van mensen die scheiden blijft twaalf jaar, maar wat wel veranderd is tegenover vroeger, is dat het ook drie of drieëndertig jaar kan zijn. Omdat de drempel om te scheiden verlaagd is, durven jonge mensen nu vlugger scheiden. Ze denken niet: laten we het nog maar een paar jaartjes proberen. Scheiden is niet langer taboe, dus gaan ze vlugger uit elkaar. Bij oudere mensen gaat het meestal om het legenestsyndroom: als eenmaal de kinderen het huis uit zijn, ontdekken mensen na vijftien of twintig jaar huwelijk dat ze eigenlijk niet gelukkig zijn bij elkaar. En dat kan ook tot een echtscheiding leiden. Het taboe op scheiden en op hertrouwen is nog wel aanwezig bij de oudste generatie: weduwen en weduwnaars hertrouwen zelden. Hun eerste man is hun enige man, ook al is hij gestorven. En ook al ontmoeten ze nog iemand in het rusthuis waarop ze verliefd worden, trouwen doen ze zelden. Ze trouwen voor het leven, en maar één keer in hun leven."



Vrouwen kiezen steeds vaker voor jongere mannen

De Morgen 13-12-2003
Kim Herbots

Het is een trend die bij Hollywood-sterren al langer merkbaar is: oudere vrouwen met jongere mannen. Nadat Demi Moore (40) Bruce Willis het huis uitgezet had, papte ze aan met rijzende ster Ashton Kutcher (25). Tegen alle verwachtingen in houdt de relatie nog altijd stand. Joan Collins (wiens exacte leeftijd in een waas van mysterie gehuld is) is bijna dertig jaar ouder dan echtgenoot nummer vijf Percy Gibson. Maar het kan ook minder spectaculair: Coldplay-zanger Chris Martin is met zijn 26 lentes een goede vijf jaar jonger dan kersverse echtgenote Gwyneth Paltrow en Madonna werd tien jaar eerder dan haar Guy Ritchie geboren.

Uit Brits onderzoek blijkt dat ook niet-filmsterren steeds vaker geneigd zijn om met een jongere man in het huwelijksbootje te stappen, zeker als het om tweede huwelijken gaat: in 15 procent van de gevallen kiest een Britse vrouw bij haar tweede huwelijk voor een man die minstens zes jaar jonger is.

Globaal gezien is het aantal huwelijken waarbij de vrouw beduidend ouder is dan haar echtgenoot, in zes jaar tijd gestegen van 3 naar 7 procent. Logischerwijze is het aantal huwelijken tussen partners van dezelfde leeftijd of waarbij de man tot vijf jaar ouder is dan zijn bruid sterk afgenomen: over een periode van 25 jaar is er een daling van 15 procent merkbaar. In net iets meer dan de helft van de huwelijken nu is ofwel de man jonger ofwel de bruidegom meer dan vijf jaar ouder dan zijn bruid.

Voor België zijn er geen exacte cijfers beschikbaar "en eigenlijk verwondert het mij wat", zegt Tim Vanhove van het departement sociologie van de KU Leuven. "Ik heb er geen cijfers over maar wij hadden de indruk dat het bij tweede huwelijken steeds meer een trend wordt om op zoek te gaan naar een partner die qua leeftijd en omstandigheden sterk bij jezelf aansluit. Kwestie van problemen te kunnen delen. Als je als gescheiden vrouw met kinderen een relatie begint met een jongere man zonder kinderen, dan is die met heel andere dingen bezig dan jij."

Dat er, tenminste in Groot-Brittannië, toch een duidelijke stijging is van het aantal huwelijken tussen oudere vrouwen en jongere mannen, is volgens Vanhove toe te schrijven aan het feit dat heel wat druk vanuit de samenleving is weggevallen. "Vroeger moest je qua milieu, geloof en ook leeftijd enigszins overeenkomen. Nu is een leeftijdsverschil veel meer aanvaard." Dat is ook de conclusie van de Britse onderzoekers: het eerste huwelijk heeft te maken met sociale status, het tweede is een individuele zaak.



Jongeren geloven nog in liefde voor altijd. Onderzoek bij studenten over seks en relaties
De Morgen (Mix) 04-12-2003
Katrijn Serneels

De helft van de studenten met een lief denkt dat ze altijd bij elkaar zullen blijven. 'Onrealistisch, maar optimistisch', vat onderzoeker Tim Vanhove het samen. 'Jongeren zijn erg veeleisend in relaties: ze willen vertrouwen en eerlijkheid, maar ook onafhankelijkheid en vrijheid. Meisjes zijn veeleisender dan jongens in relaties: ze vinden gebrek aan liefde en seksuele ontrouw veel vlugger een reden om uit elkaar te gaan dan jongens.'

Ze geloven misschien niet meer in God, maar nog wel in de liefde. De helft van de jongeren van achttien vindt dat seks alleen maar kan als je elkaar graag ziet, en dat jongeren te vlug seks met elkaar hebben. "Jongeren willen relaties die blijven. Als ze denken dat een relatie niet voor altijd is, dan vinden ze het de moeite niet om er tijd en energie in te steken. Een derde twijfelt soms aan zijn partner, maar 52 procent zegt dat hij of zij geen enkele twijfel heeft", zegt Tim Vanhove, socioloog aan de KU Leuven, die de houding van meer dan duizend eerstejaarsstudenten tegenover seks en relaties onderzocht. "Zij denken dat ze het lief dat ze nu hebben, hun lief voor altijd zal zijn."

Jongeren geloven wel in de eeuwige liefde, maar niet in onvoorwaardelijke liefde. "Ze stellen hoge eisen aan hun relaties. Drie vierde vindt eerlijkheid en vertrouwen belangrijk in een relatie, de helft zegt dat jezelf blijven en wederzijds respect erg belangrijk is, en een derde vindt onafhankelijkheid en vrijheid. Aan de ene kant willen ze eerlijkheid, je moet alles met elkaar kunnen delen, aan de andere kant willen ze hun eigen ding doen. Hoe ze dat concreet allemaal gaan realiseren, dat weet ik niet. Jongeren zijn erg veeleisend in relaties, en meisjes meer dan jongens."

Meisjes hechten ook minder belang aan traditionele waarden. "De meisjes die naar de universiteit gaan, willen later geen huisvrouw worden. Die willen gaan werken, en onafhankelijk zijn. Eigenlijk hebben ze geen man nodig om voor hen te zorgen, dus als ze een relatie aangaan, dan moet die hen meer bieden dan financiële zekerheid of sociale positie. Vandaar dat bij meisjes gebrek aan liefde of een slippertje veel eerder een reden is om te scheiden dan bij jongens. Zeventien procent van de jongens vindt de financiële zekerheid en sociale positie die een huwelijk hen brengt belangrijk, tegenover 10 procent van de meisjes."

Ze willen altijd samen blijven, maar hoort daar ook een trouwkleed bij? "Zes op de tien jongeren zeggen dat het mogelijk is dat ze later trouwen, voor de kerk of de wet, dat maakt geen verschil. Minder dan een op de tien is zeker dat hij of zij later zeker zal trouwen. Eenennegentig procent van de jongeren vindt dat een huwelijk niet nodig is om een geslaagde relatie te hebben. Toch zien ze zich ook niet hun hele leven gewoon samenwonen. De meesten willen op een bepaald moment wel trouwen of op een andere manier duidelijk maken aan hun omgeving: wij kiezen voor elkaar."

Niet alle jongeren hebben evenveel vertrouwen in relaties. De meeste schatten hun eigen kansen te optimistisch in, maar kinderen van gescheiden ouders zijn realistischer. Ook opvallend is dat de studenten in de humane wetenschappen veel minder traditioneel denken over seks en relaties. Die studenten vinden dat seks zonder liefde wel moet kunnen, en zijn seksueel toleranter dan hun collega's uit de exacte wetenschappen. Studenten uit de humane wetenschappen schatten de kans op scheiding hoger in. Wie minder traditioneel denkt, zal waarschijnlijk ook minder traditioneel gedrag vertonen. Voor die jongeren is de drempel tot scheiding of een slippertje minder hoog. Je attitude tegenover relaties is vaak een self-fulfilling prophecy."

Het optimisme van jongeren is geen gevolg van hun gebrek aan ervaring. Vijfenvijftig procent van de jongeren heeft al een vaste relatie gehad, 51 procent seks.



'Echtscheidings-perikelen zijn besmettelijk'

De Morgen 29-08-2003
Nathalie Carpentier

Kinderen van gescheiden ouders schatten de kans dat ze zelf zullen scheiden een stuk hoger in dan kinderen waarvan de ouders nog gehuwd zijn: 33 procent tegenover 21 procent. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van Tim Vanhove van de KU Leuven bij meer dan 1.000 universiteitsstudenten. 'Je kunt echtscheidingsperikelen besmettelijk noemen', zegt Vanhove. 'Kinderen van gescheiden ouders hebben het meegemaakt, ze weten dat een echtscheiding ook bepaalde voordelen heeft. Dat hun ouders stoppen met ruziemaken bijvoorbeeld. De drempel is een stuk lager.'

Het aantal echtscheidingen in ons land is sinds 1970 maar liefst verviervoudigd. Naar schatting 45 procent van alle Belgische gehuwde koppels zal ooit scheiden. Tegelijk gaat het aantal huwelijken in ons land in dalende lijn. Dat laat hoe dan ook sporen na bij de volgende generatie. Tim Vanhove, onderzoeker aan het Centrum voor bevolkings- en gezinsonderzoek aan de KU Leuven, bekeek bij meer dan 1.000 universiteitsstudenten welke sporen. Bij 12 procent van hen waren de ouders gescheiden. De resultaten worden besproken in het jongste nummer van het blad Rep en Roer van de vzw Jeugd en Seksualiteit.

"Voor veel studenten is echtscheiding een vrij normale zaak geworden", zegt Vanhove. "Als een huwelijk of een relatie slecht loopt, is het logisch dat daar een scheiding op volgt. 'Slecht' wordt ook minder streng geïnterpreteerd. Voor 65 procent van de studenten is elkaar minder graag zien een goede reden om een huwelijk te beëindigen. Seksuele ontrouw is slechts voor iets meer dan een derde een aanleiding."

Toch houden de studenten er geen zwart-witbenadering op na, vindt Vanhove. "Het betekent niet dat ze daarom ook snel zelf een relatie zullen beëindigen. Maar de drempel om tot echtscheiding over te gaan ligt wel een stuk lager." Dat is zeker het geval bij kinderen van gescheiden ouders. "Kinderen van gescheiden ouders geven zichzelf 32 procent kans dat ze ooit zullen scheiden. Dat is een groot verschil met kinderen van gehuwde ouders, die het risico maar op 21 procent schatten."

"Je zou kunnen zeggen dat echtscheidingsperikelen besmettelijk zijn", vervolgt Vanhove. "Kinderen van gescheiden ouders leren uit die ervaring. Ze hebben het meegemaakt. Ze weten dat een echtscheiding ook bepaalde voordelen heeft. Dat hun ouders stoppen met ruziemaken bijvoorbeeld."

Er is nog een tweede reden, die ook in Vanhoves onderzoek naar voor komt. Kinderen van gescheiden ouders vinden vaker dat je het huwelijk niet koste wat het kost in stand moet houden als er kinderen zijn. Dat het huwelijk een verouderde instelling is en dat er alternatieve leefvormen aanvaardbaar zijn. Ze zijn niet alleen vroeger seksueel actief dan kinderen van gehuwde ouders, maar vinden ook vaker dat je seks kunt hebben met iemand die je niet zo goed kent en eigenlijk niet echt liefhebt. Vanhove: "De waarden van kinderen van gescheiden ouders zijn vaak een stuk liberaler en progressiever, wat zorgt voor een hoger echtscheidingsrisico omdat ze minder traditioneel over huwelijk en echtscheiding denken. De drempel ligt lager."

Voor heel wat kinderen van gescheiden ouders is de echtscheiding overigens niet alleen logisch, ze vinden het vaak zelfs een goede zaak. Zesentachtig procent van hen vindt dat zijn ouders goede redenen hadden om uit elkaar te gaan. Twee derde vindt bovendien dat vader of moeder gelukkiger zijn dan voor de scheiding. Opmerkelijk is ook dat meisjes hun risico op een echtscheiding iets hoger inschatten dan jongens, vindt Vanhove. "Normaal denken meisjes traditioneler over dingen als het huwelijk. Je zou verwachten dat ze dan ook minder aan echtscheidingen denken." Een echte verklaring ziet hij niet meteen. "Wellicht is het een vorm van onzekerheid over het huwelijk en hebben ze meer schrik over de slaagkansen ervan."

Wat hun eigen relatie betreft, zijn de studenten "onrealistisch optimistisch", zo omschrijft Vanhove het. "Ze schatten de kansen van hun eigen relatie hoger in dan die van hun medestudenten. Ze beseffen dat er risico is op echtscheiding, maar ze weten ook dat er nog mensen zijn die er wel in slagen om hun huwelijk in stand te houden. Ze denken dat zij wel weten hoe het moet." Of dat ook zo is, is een andere vraag. Naïef wil Vanhove hun ideeën over de ingrediënten die een relatie doen slagen geenszins noemen, maar toch is het niet echt een realistisch beeld, eerder een romantisch.

"Als je elkaar maar graag ziet en een goede mix tussen vrijheid en samenhorigheid vindt, redeneren ze. Ze hechten weinig waarde aan objectieve factoren zoals financiële mogelijkheden of de vraag of je eenzelfde opleidingsniveau of politieke voorkeur deelt als je partner. Uit heel wat sociologisch onderzoek blijkt dat die factoren net wel erg belangrijk zijn. Als je op zulke punten overeenkomt, is de kans groter dat je elkaar graag zult blijven zien. Dat besef is er nog niet, maar dat is misschien vrij normaal als je achttien bent. Dan denk je nog niet zo erg in termen van veel geld verdienen"

Rep en Roer van de vzw Jeugd en Seksualiteit besteedt in zijn nieuwste nummer uitgebreid aandacht aan de problematiek. info@jeugdenseksualiteit.be

 



Inhoud en webmaster: Tim Vanhove | Laatste wijziging: 24/10/05
URL:
http://users.telenet.be/timvanhove | www.timvanhove.tk

 
NAVIGATIE

Home
Tim Vanhove
Publicatielijst

LINKS

Arteveldehogeschool
Kwalitatief Sterk
Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen

...
...