Hoofdlijn

Een lijn maken bestaat uit 5 delen :

Keuze draad
Beginlus + lengte snoer
Kiezen + bevestigen dobber
Loodzetting
Onderlus

Er bestaan veel discussie rond de dikte van de draad. Ik vind dat we er rekening mee moeten houden dat er ook karpers op onze vijver zitten. Ik stel 1,5 2,0 kg voor als bovendraad.

Als we de draad hebben, dan beginnen we met een bovenlus van 2 3 cm met een dubbele knoop.

       Voor de lengte is het handig als je bv. 3delen afdoet, je draad tot in ongeveer de helft van het vierde deel te laten komen. Dit omdat je anders in de problemen gaat komen als je kleine vis vangt.
Vervolgens kiezen we een dobber, dit hangt meestal af van een persoonlijke voorkeur. Maar voor sterk stromend water kan je best een zwaarder model pakken met een bolvormig lichaam van ongeveer 1,5 gr 2,0 gr. 

       Wanneer er minder wind is kan je vissen met een lichter model met een langere slanke vorm van 0,75 gr 1,25 gr.

       Voor de antenne moet je erop letten dat hij goed zichtbaar is voor jouw zicht en je kan het best kiezen voor een dobber met een langere antenne, zo zie je de aanbeten beter.
De onderantenne bestaat ofwel uit plastic, met als voordeel dat het buigzamer is en nadeel dat het minder stabiel is(hier bestaat een oplossing voor, zie uitloding), of een metale onderantenne die veel sneller gaan plooien en moeilijk terug recht te krijgen zijn. Ze zijn over het algemeen wel stabieler in het water.

       Om de dobber aan de draad te bevestigen bestaan er speciale silicoontjes. We nemen er 3 van ongeveer 0,5 cm. Die we eerst over de draad schuiven en vervolgens over de onderantenne.

De uitloding van een dobber is n van de belangrijkste onderdelen bij het maken van een lijn. Een vis zal het aas bij het minste weerstand loslaten, we moeten er dus voor zorgen dat de dobber zo weinig mogelijk weerstand bied. Wanneer is een dobber goed belood ? Een dobber die goed belood is, zou wanneer je hem in het water laat vallen van ongeveer een 20cm hoogte moeten ondergaan en langzaam terug naar zijn juiste positie komen.

       Voor een dobber juist te beloden gaan we als volgt te werk. We kiezen een dobber van bv. 1gr. Die monteren we aan de lijn. Dan gaan we er voor zorgen dat de pen uitgelood is. Dit wil zeggen dat het lichaam van de dobber onder water zit, we doen dit met zo weinig mogelijk lood!! Enkele voorbeelden:

       Door de vorm en de hoeveelheid van het lood zal de weerstand ervan in het water afnemen van A naar C. Je kan dus best ervoor zorgen dat je een aantal dikkere en slankere loodjes neemt dan 10 loodjes van 0,1 gr voor een dobbertje van 1gr. Enkele voorbeelden:

       Dit lood word op een 30 50 cm van het laatste loodje geplaatst, dit laatste loodje is een klein loodhageltje nr. 9 of 10. Dit loodje plaatsen we er ook pas bij wanneer we zien dat het lichaam van de dobber volledig onder is. Zo kunnen we de dobber afstellen en er voor zorgen dat de dobber, wanneer je hem laat valllen ondergaat en langzaam terug boven komt. We plaatsen dit loodje net boven de laatste lus die ongeveer 0,5cm tot 1cm groot is!! Een volledige lijn ziet er dus alsvolgt uit!!

       Dit loodje heeft eveneens als dienst het aas sneller naar de bodem te brengen en het er stil te houden. Ook zal het de beet duidelijker maken,doordat onze dobber nu afgesteld is, vooral de zogenaamde opstotters worden duidelijker.

       Wanneer het water veel dieper is, of wanneer het aas vlugger op de bodem moet zijn, dan kan je het dik lood lager zetten!! Of wanneer er veel wind is, dan kan je het laatste loodhageltje nr. 10 vervangen door een nr.7 of nr.8!! Maar houd er rekening mee dat zoveelste meer je het onderste loodje verzwaard zoveelste meer weerstand je maakt voor de vis. Ga dus nooit meer verzwaren dan dat nodig is. Zoals ik eerder zei, dit loodje heeft twee functies, het aas op de plaats houden en als beetverklikker. Je kan dus proberen door dit hoger of lager te plaatsen de beet beter te laten doorgaan. Wanneer hoger en wanneer lager ? Dit is iets waar niemand echt een antwoord op kan geven, dit kun je best zelf uitzoeken, door het uit te proberen wanneer je aan het vissen bent. Wanneer het een gewoon weer is, niet teveel stromingen enzovoort, dan kan je best beginnen met het loodje nadat je gepeild hebt 2 3 cm omhoog te brengen zodat het net de bodem niet raakt. Wanneer je dan aan het vissen bent en je krijgt moelijke beten, dan kan je proberen met het loodje te schuiven.
Een andere tip voor en dobber met een plastic onderantenne stabieler te maken is een zelfde klein lodhageltje net onder de onderantenne te plaatsen. Hou hier mee rekening in de verdere beloding.