Stamopbouw
Stamkoppel 1: “Special Man x Miss Orléans” In de zomer van 2011 nam ik, ondanks dat ik aardig mijn mannetje kon staan op de fond, het besluit om me opnieuw toe te leggen op het kortere werk (100 - 500 km). Voor de fond beschikte ik over een heel beperkte vliegploeg (9 weduwnaars + 5 duivinnen), waardoor ik ook heel “kwetsbaar” was. Eén slechte vlucht kon me enkele kweekjaren achteruit zetten… Ook kon ik maar enkele vluchten spelen. Neen, ik wilde terug wekelijks genieten om mijn gevleugelde vrienden te zien aanstormen. Uiteraard moest ik opzoek naar andere duiven. Zo kwamen er enkele namen van goedspelende liefhebbers in mijn hoofd naar boven. Maar ik had echt geen zin om bij die mensen aan te kloppen, om dan te “hopen” dat ze mij iets uit hun beste duiven zouden willen verkopen. Neen, één ding stond vast: ik zou en moest van start gaan met “het beste”. Ver moest ik eigenlijk niet zoeken. Jo Claeskens, een heel goede vriend en schoolkameraad, had de toppers zitten die ik zocht om van start te gaan. Hij maakte toen reeds de streek onveilig met de nazaten van het superkweekkoppel “De Rambo x het 58ke. Toen ik Jo het nieuws bekend maakte van de omschakeling en dat ik opzoek was naar “materiaal”, beloofde hij me onmiddellijk een groep jongen voor 2012 die ik nog aardig kon opleren. En zo geschiedde… In de loop van april 2012 mocht ik een 25-tal jongen gaan halen van de 3 de ronde. De jongen deden het super en al snel kon ik in juni reeds beginnen met het opleren. Als een sneltrein kwamen ze naar huis bij de eerste vluchtjes. Maar telkens te laat om op de uitslag te staan (vluchten van 100 km). Mijn vader maakte me er attent op dat dit ergens wel normaal was met ZW-wind en ik op de kortste afstand woon. Daarnaast ging het ook om piepjonge duifjes zonder enige drift. Maar toch had ik het gevoel dat er veel meer in die duifjes zat! Na vier vluchtjes van 100 km gevlogen te hebben (zonder resultaat dus), sprong ik naar 250 km (provinciale vlucht). Opnieuw kwamen ze aangevlogen als een sneltrein, maar deze keer wel op tijd! Zo had ik er 8 in de 30 eerste in het Trudo-verbond. Een weekje later zaten ze reeds in de mand voor de provinciale wedstrijd van Orléans (400 km). Als een kogel kwam er een klein, blauw duifje uit het luchtruim geschoten. Ze vloog in het lokaal de 1 ste tegen 438 duiven en de 14 de provinciaal tegen 10526 duiven. Dit was een prachtprestatie waar ik enorm fier op was! Maar wat ik toen nog niet wist, was dat dit duifje (Miss Orléans) de volgende jaren die volgden een enorme impact zou hebben op mijn kolonie. Het werd echt een superstart in 2012. Want met enkele duifjes trok ik naar de nationale vluchten en ik won o.a. de 98 ste nationaal Bourges tegen 33524 duiven en de 61 ste nationaal La Souterraine tegen 19155 duiven. Ik bekroonde het seizoen met de 3 de provinciaal asduif halve fond met een ander rechtstreeks duifje van Jo Claeskens (Lady Claeskens). Spijtig genoeg ging dit kampioentje in 2013 verloren en zette ik Miss Orléans aan de kant (kweek) nadat ze reeds het seizoen 2013 geopend had met een 2 de prijs. Vanaf toen nam ik het besluit om de komende jaren enkel met jonge duiven te spelen en zo snel mogelijk een eigen stammetje te kneden. Zodoende kwamen na het seizoen de beste jongen telkens op het kweekhok terecht. Dit gebeurde eind 2013 ook met “Special Man” (Frans en Timmy Verhairstraeten x kleindochter Rambo/58ke). Hij wist vanuit Orléans (zwaar weer) kop te vliegen en herhaalde dit een week later met felle rugwind vanuit Reims. In de winter die daarop volgde, kreeg hij “Miss Orléans” als partner. Al vlug ontdekte ik met deze koppeling mijn stamkoppel nummer 1. Ondertussen stroomt er door 75% van mijn duiven hun bloed! Stamkoppel 2: “Orhan x Lady Red” (Claeskens x Stakenborg) Op een veilingsite kocht ik in het najaar van 2012 één van Jo Claeskens zijn betere vliegers. “De Goede Jaarman” (nadien “Orhan” genoemd). Dit was werkelijk een topduif waar ik echt voor opzoek moest gaan voor een topduivin. Deze vond ik bij mijn goede vriend Peter Stakenborg. Ik kende zijn duiven door en door en ik kocht op een veilingsite een dochter uit zijn beste kweekkoppel. Maar toen ik de duif in mijn handen kreeg (bij betaling), was ik teleurgesteld. Dit was niet de duivin die ik zocht! Omdat ik Peter zeer goed ken, vroeg ik of ik haar niet mocht ruilen met een zus ervan. Ik mocht kiezen uit een viertal zussen en ik koos eer een rood duivinnetje uit (Lady Red). Ik zette ze tegen Orhan en bam! Mijn tweede stamkoppel was gevormd. Nadien is echter gebleken dat de kinderen uit dit koppel nog beter kweekten. Zo won Peter zelf in 2016 de 10 de nationale asduif snelheid jaarduiven met een kleinkind uit dit koppel. 3: Clerinx gebroeders + Dirk Leekens + Mathias Coel = BINGO! Uiteraard keek ik ook uit naar geschikt kruisingsmateriaal. Om zo snel mogelijk resultaat te beogen, probeerde ik toppers te kopen die zich reeds bewezen hadden op zowel het vlieghok, als op het kweekhok. Zo trok ik naar de verkoop van Dirk Leekens en ik kocht er één van zijn topduivinnen. Het was een dochter uit zijn vermaarde “Blue Viagra”. Steeds meer en meer werd het mij duidelijk dat de Clerinx-duiven het ideale kruisingsmateriaal was op vele tophokken in Limburg. Bij de totale verkoop van Clerinx sprong mijn oog op een blauwe doffer. Hij was niet meer van de jongste, maar hij was echt een klasbak. Ik moest diep in mijn geldbeugel tasten, maar het lukte mij toch om hem mee te nemen naar Kerkom. De kweek verliep stroef en ik kon nog maar een handvol duiven uit hem kweken. Maar toch wist hij zijn stempel te drukken op mijn kolonie. Eén van de laatste duivinnen die ik tegen de oude Clerinx zette, was de “Viagra duivin” (Dirk Leekens). Ik kweekte er een blauwe doffer (”Jonge Clerinx”) uit, die voor mij de perfectie was. Onmiddellijk kreeg hij een “Wild Card” voor het kweekhok. De naam “Mathias Coel” sprong mij meer en meer in het oog. Men kon gewoon niet langs de prestaties kijken die hij neerzette met zijn jonge duiven. In het najaar van 2014 kocht ik bijna alle bons die op het internet verschenen. Toen ik Mathias belde, moest hij wel even slikken toen hij hoorde wat ik te vertellen had… Ik vroeg hem of hij kon verdragen dat ik met goede duiven van hem naar Kerkom zou terugkeren (Ik had ondertussen al heel wat meegemaakt bij het kopen van bonnen). Waarempel antwoordde Mathias dat ik uit het beste wat hij zitten had, mocht gaan halen. Zo ook een kind uit zijn “Paulienha” (dochter Paulien; Albert Derwa). Reeds het jaar nadien vlogen er al onmiddellijk toppertjes rond uit deze dame (Paulette). Toen ze gekoppeld werd aan de “Jonge Clerinx”, was het echt bingo!