Graag stel ik mezelf even voor:

 

Ik ben reeds van in de wieg een toneelliefhebber. Ik vroeg aandacht door mijn keel open te zetten en huilde waarschijnlijk onbewust reeds onverstaanbare Shakespeare klassiekers.

 

Zoals “My kingdom for a horse” (uit Richard III) en ik kreeg een schommelpaard.

 

En nadien was ik misschien wel een van de weinige leerlingen die graag met de klas naar voorstellingen in de KVS ging kijken. Ook mijn beroepsleven ging in die richting. Ik heb het genoegen gehad om meer dan 35 jaar luisterspelen voor de radio te mogen maken. Daar heb ik ook dagelijks veel kunnen leren van de beroepsacteurs waarmee ik samenwerkte.

 

Kriebels, jeuk, zenuwen, diarree, plankenkoorts … het ging nooit meer over.

 

De scaena pestilentia (scaena = latijn voor toneel – pestilentia= latijn voor besmettelijke ziekte) had van kop tot teen bezit van mij genomen. Alles wou ik er over weten, ik verzamelde theaterstukken, documentatie, naslagwerken, volgde cursussen bij het AKVT, NVKT, ICVA en bij OPENDOEK in alle mogelijke nevenverschijnselen van deze “aangename” ziekte.

 

De toneelmicrobe zoals de scaena pestilentia in de volksmond wordt genoemd zal nooit meer elders gaan huizen.

 

Ik blijf de scaena pestilentia dankbaar omdat ik er nog steeds van geniet, er graag mee bezig ben en er graag spelers en publiek mee besmet … wachtend op het beste medicament “Applaus”.

 

Verder ga ik veel naar theater kijken, lees veel toneelstukken, volg als de tijd het toelaat alle mogelijke cursussen over theater, ben provinciaal secretaris van Opendoek Vlaams-Brabant & Brussel (sinds 14 november 2005) - de vereniging voor het amateurtheater in Vlaanderen - en ik blijf geboeid kijken naar de mensen rondom mij om inspiratie op te doen voor een of ander personage.

 

Al meer dan 30 jaar ben ik als regisseur actief bij verschillende toneelverenigingen waar ik iedereen tracht te besmetten met het virus waar geen enkele inenting tegen helpt.

 

Ondertussen heb ik ook reeds twee boeken over theater geschreven: een lexicon van theatertermen “Van acteur tot zetstuk” en “Van stuk tot stuk” een handleiding bij het lezen van toneelstukken. (zijn nog steeds verkrijgbaar bij mij)

 

Verder ben ik adviseur inzake stukkenkeuze en dramaturgische begeleiding voor verschillende verenigingen en raadgever bij hun zoektocht naar geluiden, rekwisieten, scenografie e.d.

 

Met andere woorden ik ben vreselijk besmet door de toneelmicrobe.

 

Naast toneel ben ik ook heel actief in het verenigingsleven:

 

Jaren bestuurslid van de Cultuurraad van Ternat (nog steeds lid ) en 13 jaar lang voorzitter van de Raad van Bestuur van CC De Ploter uit Ternat

 

 

Enkele weetjes:

Begonnen met kleine rolletjes in het schooltoneel verzeilde ik bij “Toneelvereniging Maxtofil” (ondertussen reeds lang ter ziele gegaan).

 

Nadien amuseerden wij ons bij “’t Loemeks Toniel”.

 

Nadien speelde ik enkele jaren bij Toneel Tijl uit Ternat.

 

Mijn eerste regie (om een jonge groep toneelliefhebbers uit de nood te helpen omdat de man die zich regisseur noemde hen in de steek had gelaten)

 

“Tante non komt uit Zaire” van Paul Soetkin (januari 1984)

 

Ook de volgende jaren deed ik er de regie. Ondertussen begon ik vragen te krijgen van andere verenigingen om te regisseren.

 

En zo verzeilde ik bij verschillende verenigingen uit Vlaams-Brabant, Brussel en Oost-Vlaanderen.

 

Ondertussen ben ik bezig met mijn 56° regie en in voorbereiding van de twee volgende.

 

Zelf schrijf ik ook graag. Gelegenheidsteksten, korte sketches, eenakters e.d. en ben een verzamelaar, archivaris van alles wat met theater en luisterspelen te maken heeft.

 

En ja ik ben getrouwd, heb twee, ondertussen gehuwde of samenwonende kinderen en twee lieve kleindochters … en hoop stiekem op nog een kleinzoon om het geslacht verder te zetten.