Late Zomer 2019: PENNINE WAY

Dagverslag

Dag 1: Di 10/09/2019. (Zwijndrecht –) Edale - Kinder Downfall.

wirwar van paden
ongerijmde merktekens
snelle deceptie

Dag 1

Pad komende van Upper Booth bij het bruggetje aan Jacob's Ladder.

De EUROSTAR! De snelste en comfortabelste weg naar Londen. Tot je de proef op de som neemt. Als ik de dag voor het vertrek op het internet de reisbepalingen raadpleeg, stel ik vast dat ik tenminste 1 uur voor het vertrekuur aanwezig moet zijn in de incheckruimte. De deuren gaan op 30 minuten onherroepelijk dicht. Ik zal dus een trein vroeger moeten vertrekken in Zwijndrecht dan wat ik had gepland. Om 5u25 om op tijd te zijn voor de incheckprocedure in Brussel-Zuid voor de Eurostar van 7u56.
De identiteitscontrole moet er niet onderdoen voor die in Zaventem. De wachtrij is stukken langer want (voorlopig ?) slechts 1 (Britse) grenscontroleur die dan nog eens een gesprek dient te voeren met zijn oversten voor paspoorten die hem niet bevallen. De securitycontrole is op dezelfde leest geschoeid als die in een luchthaven. Met voor mij een onaangenaam gevolg. Mijn gasfles wordt gedetecteerd en moet ik achterlaten. Nochtans is er van gasflessen geen spoor te vinden in de lijst met verboden bagage zoals ik die op de website van Eurostar kon vinden. Me van geen kwaad bewust en voortgaand op wat gebruikelijk is bij een treinreis, had ik zelfs een grote fles en een kleine restfles meegenomen. Na een oncomfortabele rit van 2 uur in een met valiezen volgepakt rijtuig met te krap bemeten beenruimte kan ik om 9 uur lokale tijd op verkenning gaan in St. Pancras station Londen.
In de buurt van het station is geen outdoorshop te vinden. Mijn trein naar Sheffield vertrekt om 10u02. Er rest me te weinig tijd om verder in de me onbekende stad op zoek te gaan naar een nieuwe gasfles. Als gepensioneerde heb ik recht op 30% reductie op de trein in Groot Brittannië. Maar daarvoor moet eerst een reductiekaart gekocht worden. Geldig voor 1 jaar en geprijsd op 30 £. Heen, en later terug, zal ik die uitgave net gerecupereerd hebben. In Sheffield moet ik wel op zoek naar een gasfles. Daarvoor neem ik de tram naar Malin Bridge waar zich een groot outdoorcentrum bevindt. Terug in Sheffield kan ik pas om 14u14 een boemeltrein nemen naar Edale, waar ik om 14u47 het station verlaat om rond 15u bij het startpunt te staan van de Pennine Way. Het weer is grijs maar droog met sporadisch een doorbrekende zonnestraal.
Een licht bemoste bouwvallige houten pijl wijst de te volgen richting aan. Een witte eikel lijkt symbool te staan voor de Pennine Way. Gerustgesteld trek ik onder het toeziend oog van schapen door padbreed geplaveide weiden langzaam stijgend naar de Broadlee-bank Tor. Daar staan meerdere wandeltekens, met identiek symbool maar verschillend in kleur. Geel of wit. Maar geen wijzers af andere merktekens die ondubbelzinnig de Pennine route aangeven. De witte eikel indachtig volg ik de witte tekens. Dat pad leidt naar een bosje. Het is een pad dat niet op mijn kaart aangegeven staat en, zoals me later duidelijk wordt, verder loopt naar de Crowden Brook. Nog niet goed vertrokken en al op de verkeerde weg. Ik keer op mijn passen terug naar de Broadlee-bank Tor en daal van daar af naar Upper Booth. Hier begint een stenig, stijgend pad boven de bedding van een riviertje naar Jacobs' Ladder. Het pad loopt over een lief stenen bruggetje het riviertje over en begint dan zeer steil, over trappen van grote stenen, te klimmen naar Noe Stool, een gemarkeerde top (633 m) van het Kinder Scout National Nature Reserve. In het oosten het plateau van Kinder Scout en in het westen een steile afgrond naar het Kinder Reservoir. Het pad loopt noordwaarts naar de waterval bij Kinder Downfall. Weinig water en nog minder val. Ik moet de rotsen afdalen om toch wat bruinig veenwater in mijn drinkfles te krijgen. De paden lopen hier meerdere kanten uit zodat ik weer moet gissen welk pad te volgen. Het begint al te duisteren. Ik moet ook uitkijken naar een bivakplaats. Die vind ik in de buurt van de Sandy Heys, op de rand van de afgrond naar het Kinder Reservoir. Het is 19u00. Ik bereid mijn maaltijd in de tent. Buiten verslechtert het weer. De wind komt opzetten vanuit de diepte. Maar goed dat ik mijn stormlijnen heb uitgezet

Dag 2: Wo 11/09/2019. Kinder Downfall (Punt 3) + 500 m – Crowden Camping (Punt 6 + 2,6 km). 18,3 km.

de tent swingt en danst
hand in hand met de stormwind –
benarde uren

Dag 2

Pad door de Devil's Dike naar de Torside Cloug.

Een nacht zonder slaap. De wind wakkerde steeds verder aan. Mijn tent begon te flapperen. Regen begon te tokkelen. Aanvankelijk was het slechts het geluid van het natuurgeweld dat me wakker hield. Tot de wind aanzwol tot storm. Mijn tent begon te dansen. Ik begon te vrezen dat mijn onderkomen weldra de lucht in zou vliegen. Aanvankelijk hoopte ik nog dat de storm gauw zou gaan liggen. Maar hij werd steeds woester. Als had hij zich voorgenomen dit storend obstakel 'The Edge' van de Kinder Scout af te blazen. Mijn hoop veranderde naar machteloos afwachten tot mijn stormlijnen het zouden begeven en/of mijn tentzeil in stukken zou scheuren. Maar mijn fantastische tent hield stand tot ik bij het ochtendgloren vlug vlug een ontbijt klaarmaakte en goed gekleed de tent uit en het onweer tegemoet kroop. Deftig opvouwen van de tent was onmogelijk. Ik moest er alleen voor zorgen dat ze niet wegvloog. Slordig in mijn tentzak geduwd en op mijn rugzak gesjouwd. Mijn poncho kon ik in dit weer niet over me heen trekken. Die zou te veel wind vangen waardoor ik van mijn sokken geblazen zou worden. Ik stak hem onder de regenbeschermer van mijn rugzak en trok, me slechts moeizaam staande houdend, het stormweer in.
Het duurde niet lang of de stormwind trok de regenbeschermer van mijn rugzak en mijn poncho begon aan een vrije vlucht over de Kinder Scout. Onmogelijk die nog te recupereren. Verder in stormwind, regen en mist zonder degelijke regenbescherming. Het spoor komt op een splitsing zonder enige aanduiding. Op mijn kaart is ook geen splitsing te zien. Wat verder eenzelfde situatie. Ik ben wel aan het dalen, wat niet zou mogen. Door het dalen ontsnap ik aan de woede van het stormweer. Het pad brengt me naar een bruggetje over een riviertje. Gelukkig staat er een bordje waaruit ik kan afleiden dat in ben afgedaald in de 'William Clough', een kloof van een riviertje naar het Kinder Reservoir. 2 km uit koers. Ik moet de kloof stroomopwaarts zien uit te raken. Een nat en stenig pad, omzoomd met druipend groen, dat van de ene oever naar de andere springt. Na een lastige 250 m klim kom ik op de hoogte van Mill Hill. Hier staat een paal met wegwijzertjes en kentekens. Ik ben terug op het juiste pad maar nat. Wind en regen blijven me teisteren en dulden geen rustpauze. De paden verworden tot rivieren. Ik zak tot mijn enkels in modderige passages. Aan de Snake Pass kruis ik de A57 en hoop daar toch iets te vinden om te schuilen. Een verlaten en volledig open parkeerterrein slaat mijn hoop aan diggelen. Ik sukkel verder naar de Devil's Dike. De Pennine Way loopt er over een stenig pad naast een riviertje. Het stopt met regenen. Ik zet me op en tussen de stenen, ontdoe me van mijn schoenen en wring mijn kousen uit. Bij Bleaklow Head verschijnen de eerste opklaringen. De middag is al gepasseerd en ik kan voor het eerst een rustpauze nemen. Ik kan er beschutting zoeken achter de nabije Wain Stones om een warme drank te maken voor mijn middageten.
Het pad loop naar de Torside Clough en klimt dan naar de Clough Edge vanwaar ik een zicht krijg op het Rhodeswood en Torside Reservoir. Tussen beide stuwmeren door kom ik bij een parking aan de A628. Richting Crowden verlaat ik de Pennine Way om soelaas te zoeken in de camping van Crowden. Mijn opgezette tent droog ik zorgvuldig uit. Mijn slaapmat en slaapzak zijn door de onbeschermde rugzak nat geworden. Alleen de stapkleren aan mijn lijf zijn door de wind volledig gedroogd. Een warme koffie bij de receptie doet deugd. Een groep van 3 studenten geven me hun overschot aan bonen om mijn avondmaal aan te vullen met koolhydraten en vetten. Ik neem een verkwikkende warme douche. Om 20u is het donker en kruip ik in mijn natte slaapstonde.

Dag 3: Do 12/09/2019. Crowden Camping (Punt 6 + 2,6 km) – Camping Redbrook Reservoir (Punt 10 + 1,3 km). 15,7 km.

in regen een wind
heeft het kraam in aanbieding
verse TwoEggsToast

Dag 3

Butterley Reservoir.

Een droge maar grijze ochtend. De Penninehoogte ligt verborgen in een wolkenkruin. Ik moet 400 m terugkeren op mijn stappen van gisterenavond om de noordelijke afslag van de Pennine Way te bereiken. Op de flank van de vallei van de Crowden Great Brook klim ik over een rotsig en moeilijk pad naar de Oaken Clough. Deze rivierkloof overbruggen stelt me zwaar op de proef. Daarachter wordt het stijgingspercentage zeer hoog naar de Laddow Rocks waarover het pad terugzwaait naar de Crowden Great Brook. De rotsen liggen in de miezerende wolkenkruin. Nagenoeg op dezelfde hoogte blijvend bereikt het pad de bedding van de uitgedunde rivier. Aan de Grains Moss wordt het riviertje, nu dicht bij zijn bronnen, verlaten en begint de klim naar Dun Hill en nog verder naar de met een pilaar gemarkeerde top van Black Hill bij Soldiers Lump. Ondertussen is het miezeren overgegaan in fijne regen. Ik heb gelukkig mijn voorzorgen genomen. Onder de inefficiënte regenbeschermer van de rugzak zit het grondzeil van mijn tent dubbelgevouwen. De passages door het 'Moss' zijn meestal geplaveid met grote vlakke natuurstenen (+/- 75 cm bij +/- 50 cm). Een alternatief voor een plankenpad maar wel veel duurzamer. Waren die er niet dan zakte ik diep het moeras in. Deze stroken zijn een verademing voor de anders wel behoorlijk lastige paden. Naast deze plaveien groeit het gras echter hoog op. Bij of na regenweer fungeren deze stevige grashalmen als gulle zegenende kwispels. Achter het witte baken bij de Soldiers Lump (582 m) kan ik even schuilen voor de striemende westenwind die hier op de boomloze hoogte vrij spel heeft. Schuil- en rustplaatsen zijn er langs de Pennine weinig of niet te vinden. Met mijn gat op de stenige ondergrond voel ik de kou langzaam maar zeker in mijn lijf dringen.
Het plaveipad stopt hier. De afdaling begint naar de Dean Clough die zijn bronnen vindt in het Wessenden Moor. Bij het afdalen zie ik het Wessenden Head Reservoir, en nog dieper het Wessenden Reservoir, al liggen. Een bordje verwijst naar een omleiding via de Kirklees Way. De reden: bij regenweer is de Dean rivier moeilijk te overbruggen. Ik negeer de suggestie en stel vast dat de oversteek van de rivierkloof al met al nog meevalt. Het afdalen in en opklimmen uit de kloof is, wegens de steilheid en de nattigheid, echter geen sinecure. Opgeklommen uit de kloof zie ik de A635 liggen. Er hangt een uitnodigende vlag te wapperen aan een vlaggenstok. Daarnaast meen ik een kraampje te kunnen ontwaren. Het is al na de middag en wie weet kan ik daar iets warm en versterkend verkrijgen. Mijn hoop wordt bevestigd. Ik bestel een koffie met een TwoEggsToast. Een rond, doormidden gesneden broodje met daarin twee versgebakken spiegeleieren. Extra veel suiker in de koffie. Ik haal een stoel uit het karretje achter het kraampje zodat ik toch even kan zitten. Strategisch achter het kraampje, beschut tegen de opgezweepte koude westenwind. De er wat lomp uitziende kraampjesvrouw haalt de vlag binnen en begint op te kramen. Tijd om mijn stoel terug te plaatsen en terug de onbeschutting in te trekken. Het is terug aan het regenen.
Een lekkere track loopt naar het noordpunt van het Wessenden Head Reservoir met daarna een goed lopend pad tot voorbij de dam van het Wessenden Reservoir. Hier daalt het pad zeer steil af in de Blakeley kloof om er nog veel steiler terug uit te klimmen. Grote passen zijn vereist van de ene trapsteen naar de andere. Een met veel zweet bekochte onderneming. Eens boven volgt het pad een riviertje. Soms helpen plaveien me door het Black Moss. Tegen de strakke wind in, die regen in mijn gezicht zwiept, laveer ik tussen het Swellands Reservoir en het Black Moss Reservoir naar de parking bij de A62. Wegens het triestige weer besluit ik de camping voorbij het Redbrook Reservoir, gelegen naast de A62 en 1,3 km verwijderd van de parking op te zoeken. Ik zie er een paar caravans staan maar verder niets dat op een camping lijkt. Als ik ontgoocheld wil terugkeren hoor ik een stem. Ik zie bij een aanbouwtent een hoofd uitsteken in de zeildeur waarvan het bovenste deel is opengeritst. De eigenaar van het hoofd fungeert hier als toezichthouder. Hij wijst me een plaats toe op het natte, recent gemaaide gras. Het maaisel heeft men laten liggen. Dat zal ongetwijfeld nog een paar dagen aan mijn tent blijven plakken. Er is een kleine sanitaire ruimte die er pover en verwaarloosd uitziet. Uiteindelijk valt het nog goed mee. Ik ben hier alleen en heb alles ter mijner beschikking. Eerst een douche. Dan haal ik ergens een stoel en installeer me in de wasruimte voor mijn avondmaal en de administratie. Het is immers nog altijd aan het regenen. Ik ontdek de chauffageruimte van het aanpalend huis. Het is er lekker warm. Ik benut er alle haken en buizen om mijn natte kleren aan op te hangen.

Dag 4: Vr 13/09/2019. Camping Redbrook Reservoir (Punt 10 + 1,3 km) - Camping Jack Bridge (Punt 17). 26,5 km.

waterreservoirs
van het een naar het ander -
een paternoster

Dag 4

De Casleshaw Reservoirs vanop de hoogte van het Castleshaw Moor.

De zon is van de partij. Terug van lang weggeweest. Langs de redelijk drukke weg moet ik de anderhalve kilometer terug naar het aanknopingspunt met de Pennine Way. Het pad, over slome hellingen tussen het Close Moss en het Castleshaw More is redelijk. Over droge, harde uitgesleten zandpaden. Op de hoogtes lopen grazende koeien tussen enkele stenige “outcrops”. Van daar opent zich een zicht op de Catleshaw Reservoirs in het zuidwesten. Ik steek de A640 over waar het pad blijft golven over White Hill naar Road A672. De lucht vult zich met wolken. Het Low House Moor is gedeeltelijk geplaveid. Het pad vormt een smalle doorgang tussen nog druipende hoge muren van stevige grasstengels. De ondergrond wordt weer hard en stenig naar de Aiggin Stone. Vanaf deze rotsvlakte ontwaar ik in de verte de vallei van het Warland Reservoir. Het pad is over de rotsvlakte van de Aiggin Stone moeilijk te traceren. Het daalt af naar de Broad Head Drain waar de vervallen wijzertjes suggereren om rechtdoor te gaan. Ik volg echter de Drain naar het White House waar een paar picknicktafels staan. Het is 11u30. Sporadische zonnestralen fleuren deze rustige plek op. Een middagpauze is hier op zijn plaats.
Een brede grindweg loopt gemakkelijk langs het Blackstone Reservoir, vlak en verder langs de Head Drain tot bij het White Holme Reservoir. Hier moet ik opletten en de track verlaten voor een even vlak, weliswaar smaller, maar vlot begaanbaar pad naast het Hazzles Resevoir en het Warland Reservoir. Het pad volgt nog even de Warland Drain en loopt dan, over plaveisels van de Withens Moor, naar de rand van het plateau. In het zuidwesten ligt Todmorden te zonnen aan het Rochdale Canal. In het noordoosten ontwaar ik de piek van het Stoodley Pike Monument. Een steeds drassiger wordend pad leidt naar het monument. Op de rand van het plateau stort een parapente zich in de diepte. De stijgwind uit de vallei houdt hem cirkels draaiend in de lucht.
Het pad richting Charlestown loop in de war wegens gebrek aan markeringen en een overvloed aan kruisende paden. Ik volg een goed gemarkeerde omleidingsroute naar Hebdenbridge. Die blijkt precies samen te vallen met de omleidingsroute die ikzelf had voorzien om in Hebdenbridge mijn bevoorrading te doen. Het laatste stuk, afdalend van de hoogte bij de zendmast van Horsehold, is zeer steil. Om 16u30 kan ik de noodzakelijke aankopen doen in de COOP. Het zonnetje straalt nog steeds tussen de wolken.
Ik volg de hoofdweg tot aan de brug over de Colden Water, een zijrivier van het Rochdale Canal waarlangs Hebdenbridge gelegen is. Een zijbaantje loopt hier zeer steil voorbij de parochiekerk. Daar voorbij begint een uitgeholde bosweg die niet beter gekozen kon zijn. Een wegwijzer zegt: "Bridle Way to Jack Bridge". De bosweg wordt pad en blijft, steeds matiger maar volhardend, stijgen. Waar ik de Pennine Way kruis loop ik verder naar de bocht van de dorpsweg bij Jack Bridge. In de kromming van de weg ligt "The New Delight Inn" met zijn camping. Het is 18u15.
Alles beschouwd een uitzonderlijke mooie dag die afsluit met volle blauwe hemel. Echter te weinig zonnekracht om mijn tent nog droog te krijgen. Ook een mooie wandeling zonder modder en plassen. Een stoet ruiters wandelt nog rustig en groetend mijn kampeerplaats voorbij.

Dag 5: Za 14/09/2019. Camping Jack Bridge (Punt 17) - Wild Bivak Lothersdale (Punt 24) + 500 m. 28,4 km.

een uitweg zoekend
door moeras, over muurtjes -
een doodlopend pad

Dag 5

Laatste ruïne van boerderijtjes op de Withins Height.

Een schamel zonnetje probeert door een mistige hoge wolkenlaag te dringen. Zonder kosten verlaat ik met een dauwnatte opgevouwen tent de camping. De belofte om mijn staangeld te komen ophalen is men niet nagekomen. Of men vond het niet nodig een eenzame trekker op kosten te jagen.
Langs de dorpsweg loop ik tot bij het kruispunt van Colden waar ik terug op de Pennine Way zou moeten komen. Er zijn daar geen aanduidingen te vinden. Ik draai het veld op en tref er een kruispunt van een pad noordwest met een pad noordoost. Weer geen aanduidingen, maar het pad noordoost komt overeen met de richting van de PW. Volgen dus. Het is een smal, hobbelig en zompig pad tussen hoge graswanden. Duidelijk weinig belopen. Ik begin te twijfelen maar kan niet anders vaststellen dan dat dit de goede richting is. Het pad wordt steeds smaller en lijkt na een tweetal kilometer dood te lopen. Ik moet een uitweg zien te vinden. Links zie ik de muurtjes van afgebakende weiden. Daar moeten dus boerderijen en ook een weg te vinden zijn. Daarheen. Maar ik bevind me in het Heptonstall Moor en dat zal ik vlug geweten hebben. Door het hoge grasland zak ik steeds dieper in een moeras met opstijgend water. Eens aan de muurtjes gekomen is de ellende nog niet voorbij. Ik kan er niet overheen en moet er rond lopen tot ik ergens een doorgang vind. Nog meer waterplassen verdoken onder het hangende gras. Een eerste hek kan ik overklauteren naar een drogere weide. Die steek ik over naar een tweede hek dat ik overklauter om op een ruwe veldweg te komen. Die volg ik nu naar het noorden waar hij zich weldra opsplitst in twee veldwegen. Die naar het noorden is een uitgeholde weg en leidt me droog door het Heptonstall Moor. Nog voor ik het oostelijke Gorple Reservoir bereik vind ik de aansluiting met de PW. Het traject dat ik net volgde is dat van de Pennine Bridleway. Het is me duidelijk dat deze Bridleway in de plaats gekomen is van de oorspronkelijke PW vanaf Colden. Het pad dat ik volgde is het oorspronkelijke pad en wordt niet meer gebruikt. Vandaar ook de afwezigheid van merktekens. Na nog een mooie passage door de Graining Clough kan ik om 10u00 even tot rust komen aan de weg na het Graining Water te zijn overgestoken.
Over een asfaltweg is het gemakkelijk stappen naar de afdamming tussen de Walshaw Reservoirs. Een smal pad loopt tussen een muurtje en het middelste van 3 Reservoirs. Halfweg stijgt het pad naar de Withins Height. Het is een geplaveid pad door het Middle Moor. Afdalend passeer ik een enig overblijfsel van een groep "farmhouses" die hier uitkeken over Stanbury en Haworth Moor en Haworth in de vallei van de River Worth. Dit was de setting van Emily Brontës novelle "Wuthering Heights". Het pad loopt uit op een veldweg waarna ik moet zoeken naar de juiste afslag van de PW naar het Ponden Reservoir. Geen merktekens, veel kruisende paden en dus verwarring. Deels omdat ik niet het Ponden Reservoir maar het even ver afgelegen Lower Laite Reservoir in zicht krijg. Nadat mijn vergissing duidelijk wordt keer ik 500 meter op mijn stappen terug en volg een pad dat me naar en langs het Ponder Reservoir brengt. De sluierbewolking heeft zich ondertussen verdikt. Er staat meer wind en het is koud noch warm. Op een brugdam op het uiteinde van het Ponden Reservoir installeer ik me op mijn grondzeil om 13u00 voor de middagpauze.
Het wordt weer zonniger en warmer. Een zware klim brengt me eerst naar een stukje asfaltweg en een veldweg die al even zwaar klimt naar het Oakworth Moor. Een vijftal Pick-ups, volgeladen met uitgelaten gasten, danst me op de stenige veldweg voorbij. Eens in het Oakworth Moor verspreiden ze zich op regelmatige afstand langs de PW om gezamenlijk het Moor in te trekken, roepend en met stokken slaand, om het verscholen kleine wild in de val van wachtende schietklare jagers te drijven. Ik blijf de steeds matiger stijgende PW volgen die voorbij Old Bess zijn hoogste punt bereikt ter hoogte van de Wolf Stones. Het pad loopt grotendeels langs een kilometers lange weidemuur. Voorbij Old Bess liggen een paar noodzakelijke stukken plavei. De Stott Hill More wordt doorkruist door enkele watertjes. Het pad wordt nu echt drassig. Het is als lopen op een tapijt dat op water drijft. De afdaling naar de zomerhuisjes van Lumb is iets tussen modder en slijk. Een vies pad dat moddersporen tot boven de knieën nalaat. Bij Lump kan ik eindelijk 500 m profiteren van een veldweg. De volgende 500 m zijn dan weer een stront- en moddergevecht door een weide naar de A6068 bij Cowling. Daar is warempel een rustplaats te vinden waarvan ik om 16u40 gretig gebruik maak.
Na alweer een lastige uitklim van Cowling volgen weer onbeschrijflijke paden tenzij gebruik gemaakt zou worden van onfatsoenlijke woorden. Telkens bij de afdaling naar en opstijgen uit een rivierdal. Het eerste 500 m voorbij Cowling, het tweede over de Surgill Beck voorbij Cowling Hill. Telkens scherp hellende weiden met diepe putten van koeiengedraaf en hun massaal achtergelaten voedingssporen. Bah! Bij de rivierovergang telkens een wirwar van lage bomen en struiken. Gelukkig valt de markering nog mee. Oud, maar nog net intact. In Lothersdale wacht me een verrassing. De camping is er allang opgedoekt. Mijn water is op. Bij een huisje op weg naar de vroegere camping vraag ik om mijn grote fles te vullen. Op de vroegere camping staat alleen nog een grote schuur voor schapen. Die lopen nu rond op een grote weide afgebakend met een stenen muurtje. De PW loopt stijgend langs het muurtje. Waar de stijging wat afvlakt zet ik mijn natte tent op de weide. Terwijl ik tegen het muurtje mijn avondmaal klaarmaak droog ik mijn tent uit. Ik hoor een drietal trekkers achter me passeren. Het begint te druppelen. Snel verhuis ik mijn maaltijd binnen de tent. Het is nu 19u30 en al goed aan het duisteren. De schapen hebben hun nieuwsgierigheid ondertussen bevredigd en ook een slaapplekje in het weidegras opgezocht.

Dag 6: Zo 15/09/2019. Wild Bivak Lothersdale (Punt 24 + 500 m) – Camping Gargrave (Punt. 28). 13,8 km.

Bij het oude sas
moet ik het schippersvrouwtje
een handje helpen.

Dag 6

Leeds and Liverpool Canal bij East Marton.

Een winderige nacht met fijne regen. Een nacht vol slaapverhinderende pijn aan de kleine teentjes die weer aan het etteren zijn. Droge tent binnen (geen condensatie), natte tent buiten. De triestogende ochtend zegent het doorweekte groen weiland met fijne miezerige druppels. Geen hoop op beterschap. Ontbijt binnenin de tent.
Ik vertrek zonder mijn teentjes te verzorgen. Merkwaardig genoeg ondervind ik tijdens het stappen nauwelijks hinder van dit terug opgedoken ongemak. Het pad door het Elslack en het Carleton Moor wisselt tussen veen en weidepad. Weidepoortje na weidepoortje, “Cattle Grid” na “Cattle Grid”, langs weidemuurtjes, sporadisch over stapstenen, vorder ik over de Pinhaw Beacon naar de vallei van de Earby Beck. Daar kruis ik een onzichtbare “Roman Road” en steek de A56 over in Thornton-in-Craven. Een op zondag nog slapend dorp zonder coffeeshop. Die had ik daar graag gevonden. Langs de weg staat een bank die me een rustplaats biedt. Het is 9u30.
Een track tussen weiden verlaat ik bij de Langber Farm en sukkel verder over natte weiden, tussen hun muurtjes en door hun poortjes. Nog een zacht rivierdal over en ik kom bij het 'Leeds and Liverpool Canal'. Een in onbruik geraakte waterweg, smal en ondiep, met aangemeerde smalle platbodems als woonboot of pleziervaartuig. Het is zondag en op het gladde water glijden rustig enkele van die tuigen voorbij. Hun scheepslui genietend van de rust, zich niet storend aan het triestige druilweer. Langs het kanaal loopt een trekpad, nu wandel en fietspad. Bij East Marton kom ik aan de eerste brug. Aan de overkant zie ik bedrijvigheid. Een samenkomst van boeren en ruiters uit de omgeving. Een soort zondagmarkt. Een wandelroute voor ruiters is uitgestippeld. Ik steek de brug over om een kijkje te nemen. Er wordt een gratis kop warme thee aangeboden voor de bezoekers van de markt. De rij is me te lang. Aan de overkant bevindt zich in het onooglijke dorpje een coffeeshop. Hij is geopend en serveert me een warme koffie met een 'homemade' taartje. Het is eventjes droog en ik zet me op het kleine verhoogd buitenterrasje met 4 tafeltjes. Het is 10u30. Lang kan ik van mijn rust niet genieten. Lichte regen verplicht weer op te krassen en verder te trekken.
Na nog 1 km langs het kanaal slaat de PW, samen met het ruiterparcours, een drassige weide in om uit te komen op een verharde weg. Niet voor lang. Weer de weide in, een riviertje over en langs dit waterloopje verder. Op Moorber Hill zie ik al de kerk van Gargrave en de spoorbrug over het kanaal. Er is misschien een station in Gargrave. Het weidepad wordt weer veldweg. Als ik over de spoorbrug loop zie ik rechts het stationnetje liggen. Onmiddellijk over de brug verlaat het pad de veldweg en loopt naar de weg tussen station en Gargrave. Ik neem onmiddellijk een kijkje in het station. Het is een onbemand stationnetje zonder ticket automaat. Er staat voldoende informatie. Aan de ene kant is het perron naar Lancaster. Aan de overkant, over de spoorbrug, het perron naar Leeds. Ik noteer de ochtenduren voor beide richtingen en stap geïnformeerd naar Gargrave en zijn COOP in het centrum. Die is 7/7 open van 7u00 tot 22u00. Wat een luxe. Ik koop me broodjes voor straks en stap naar de camping. Die ligt langs de weg, iets voorbij het kanaal. Aan het kanaal is men bezig een paar schepen te versluizen. Alles moet met de hand gebeuren. Een tenger vrouwtje sleurt zonder veel resultaat aan een van de sluisdeuren terwijl haar schipper probeert hun schuit op een stilliggende koers te houden. Ik ga haar een handje toesteken en geniet nu nog meer van het schouwspel. Eens het versassen tot een goed einde gebracht wuif ik het koppel goede vaart en stap naar de camping. Tussen veel caravans en mobilhomes is mijn tent een eenzame uitzondering. Ik heb het tentterrein voor mij alleen. Bij het aangrenzend kanaal staat een picknicktafel die me wel dienstig zal zijn. Geen wasmachine noch droogkast. Ik was mijn (zeer) vuile stapkleren in warm water en hoop ze droog te kunnen aandoen morgen. Wel een douche. Het is nog wel grijs en kil, maar er valt geen regen meer. Tegen de late namiddag is mijn tent droog en kan ik ze klaarmaken voor de nacht. Ik maak nog een avondwandeling langs het kanaal en heen en weer naar het dorp. Ik leer dat de beste weg naar Londen over Leeds loopt en dat de trein van Gargrave in die richting vertrekt om 7u45. Een half uur naar Leeds. De weersvoorspelling voor de komende dagen is deprimerend. Veelvuldige en zware regenval.

Overwegingen.

Besluit.

Gezien deze omstandigheden, maar vooral vanwege de lichamelijke pijnen en het weer, is een voortijdige beëindiging van deze tocht aangewezen.

Dag 7: Ma 16/09/2019. Terugreis Gargrave – Leeds – Brussel – Zwijndrecht.

node gedwongen
vroegtijdige terugtocht -
ik kom (n)ooit terug

Ik sta vroeg genoeg op om tegen 7u00 bij de COOP van Gargrave te zijn. Weliswaar in korte broek. Mijn lange is niet droog geraakt. De COOP opent wel op tijd, maar er zijn nog geen verse broodjes. Jammer. Ik ben ruim op tijd op het perron voor Leeds in het stationnetje van Gargrave. Mijn ticket naar Leeds moet ik op de trein kopen. Met mijn reductiepas, gekocht in Londen, krijg ik 30% korting. In Leeds station is het een drukte vanjewelste. In het station is geen horeca te vinden. Dus geen verse broodjes! Er staat een drievoudige ellenlange rij aan te schuiven voor de ticketcounter. Spoedig komt extra personeel de dienst versnellen. Er zijn twee loketten. In ieder loket zitten nu twee bedienden zij aan zij tickets te verkopen. Naast de loketten zijn nog eens twee verkopers bijgeschoven met een ticketdrukker in de hand Het gaat goed vooruit. Op korte tijd heb ik mijn ticket voor Londen King's Cross beet. Ook met reductie. Met de intercity van 9u15 ben ik om 11u30 in Londen waar ik oversteek van King's Cross naar St. Pancras. Hier moet ik veel langer aanschuiven voor een (duur) Eurostar ticket naar Brussel. Weer een grondige securitycheck. Ook een dubbele paspoortcontrole. Om 12u15 zit ik in de opeengepakte wachtzaal voor een Eurostar die vertrekt om 12u58. Ook mijn wagon zit volgepakt. Koffers in de gang maken alle beweging in de wagon onmogelijk. Controle en berispingen van de treinbegeleiders. Die moeten maar zelf de koffers een plaats zien te geven. Alles bij elkaar is een vliegtuigreis naar Londen goedkoper te vinden, comfortabeler en waarschijnlijk binnen hetzelfde tijdsbestek af te ronden. Aan de automaten in Brussel Zuid verspil ik ook veel tijd om mijn ticket naar Zwijndrecht kopen. Er zijn er enkele buiten dienst en de uitleg bij de werkende is niet altijd even helder. Tegen 18u00 ben ik toch weer thuis. Een dag zonder stappen is voor mijn voeten (de teentjes) nog pijnlijker dan een dag op tocht.