Verslag 24u Welden van Patrick Kloek |
|
Het is al een hele lange tijd geleden dat ik me nog
eens vertoond heb. Gelukkig voor
jullie ben ik eventjes licht geblesseerd zodat ik de tijd gevonden heb om me
weer eens tot jullie te richten. Zoals jullie weten lopen mijn broer Gerald en
ik de langere afstanden die onze hobby rijk is. En zoals iedereen zijn doelen
heeft gesteld, zo hebben wij die ook. Voor de meesten onder jullie gaat het om
een snellere tijd, of een verdere worp of sprong. Bij ons geldt dat eerste ook,
maar vooral kijken hoever we kunnen lopen zonder ons teveel schade toe te
brengen. Zo was ik reeds lang van plan om eens een 24 uurswedstrijd te lopen.
Deze werd gehouden in Welden, Oudenaarde. Een te lange 100 km Dodentocht zou een mooie
voorbereiding worden hoewel die eigenlijk te kort op de eigenlijke wedstrijd
kwam (1 week verschil). We zouden wel zien wat komen ging. De Dodentocht werd
een succes, rustig lopen in 12,21 uur zonder echt te forceren. Het moest dus ook
in Welden lukken . Gerald had iets meer pech, de laatste km was er teveel aan en
kreeg hij zuurstofgebrek . Daardoor had hij voor de laatste 5 km meer dan drie
uur nodig. Toch heeft hij die100 km uitgelopen. Getroost met het feit dat er een
week verder nog een wedstrijd komt. Een week later staan 25 dapperen aan de startlijn om
tweemaal het klokje rond te lopen. Ook
van de partij is Europees kampioen 24 u Paul Beckers. Hij zal deze race winnen
met ruim 218 km. Het is warm en het waait enorm wanneer het startsein gegeven
wordt. Een rondje bedraagt 3,215 km Rustig vertrekken en zien wat komt raden we
elkaar aan. Aan een gemiddelde van 10 km/u lopen we de eerste vier uur los. Dan
wordt het voor Gerald lastig, een gescheurde spier in de bil maakt hem het lopen
moeilijk. Hij probeert toch nog even maar helaas het wordt niets. Na 51 km moet
hij de strijd staken. Een onweersbui maakt het voor mij nog moeilijker. Vol
tegen wind en stortregen in loop ik over een parcours dat onbeschut tussen de
velden ligt. Het is inmiddels aardedonker geworden en plots voel ik iets knappen
in mijn schoen. De nagel van mijn middelste teen aan de linkervoet is gescheurd.
Het bloed stroomt de schoen in en lopen wordt pijnlijk.
Geen nood, ik heb dit probleem reeds voorgehad :
als het bloed wat gestold is dan is het bloeden en de pijn wat verzacht
en dan gaat het weer. De 100 km grens loop ik door in 12,31 u. Tijd om even wat
te slapen. De betere atleten lopen verder. Ik zoek mijn tent op en rust
anderhalf uur. Na 14 uur wedstrijd ben ik weer als nieuw. Ik dartel weer over
het parcours en de rust heeft me vleugels gegeven. Het tempo, dat iets was
gezakt voor de rust loopt weer tegen de 9 km/hr aan. Geen pijnlijke bovenbenen
meer, geen last van rug of ander letsel. Het belooft. Twee uur verder sta ik
voor een cruciaal punt. Ik nader de 115 km. Nog nooit in mijn leven heb ik
verder gelopen. Nu moet ik nog 8 uur op de been blijven. Gelukkig is het reeds
dag geworden en kunnen we zien waar we lopen. Iedere atleet is haast aan het
wandelen geslagen en zo nu en dan loopt er nog eentje me voorbij. Geen nood voor
mij, ik weet wie ik in het oog moet houden. Paul Beckers
en Alfons Vekemans lopen te snel voor mij. Zij halen meer dan 200 km. Van
Luc Maes en Marc Meirlaen weet ik niets en dat zijn mijn directe concurrenten.
Even navraag doen in de doorkomsttent. Gelukkig werken we met een chip. Deze
registreert elke gelopen ronde. In de tent zijn ze karig met de informatie maar
net als ik wil vertrekken komt Luc binnen. Hij drinkt even en vertrekt weer. Ik
hoor zijn ronde afroepen. Zes
ronden meer en hij loopt nog vlot, niet meer in te halen dus. Na 20 uur
wedstrijd loop ik eindelijk Marc voorbij. Even vragen hoever hij staat. Hij is
aan zijn 42e ronde bezig. Hij wandelt trager dan mij en ik sta twee ronden voor.
Prima dus. Ik lig nu op een vierde plaats. Vasthouden nu. De anderen zijn geen
bedreiging voor me. Twee ronden zijn echter niet veel, een blessure of wat
rusten en je bent je voorsprong kwijt. Doorgaan dus, vooral doorgaan. Vooral dat
laatste woordje dan want de laatste vijf uur zal lopen er niet meer inzitten. We
tellen af, nog vier lange uren, nog drie, de tijd gaat niet vooruit, de
tegenwind daarentegen wel. Het waait harder en harder, en ik moet me goed stevig
houden of ik waai de velden in. Alles schreeuwt het
nu uit van de pijn, ik verlang naar rust, de benen en voetzolen branden.
Ik voel weer het kloppen in de teen. Als de wonde maar niet weer opengaat.
Gelukkig voor mij gebeurt dat niet. Ik heb ook geen steun meer want Gerald is al
vanaf tien uur ‘s morgens huiswaarts gereden, dus sta ik er alleen voor. Er
zijn haast geen toeschouwers ook. Enkel aan de andere deelnemers heb je nog wat.
De kameraadschap is groot, iedereen sleept iedereen mee de meet over. Geen
concurrenten maar lotgenoten. Eindelijk het laatste uur heeft geslagen. Ik moet
nog anderhalve ronde doen en dan heb ik mijn doel bereikt. Ik begin net aan de
laatste ronde als Paul Beckers bij mij komt. We wandelen rustig de laatste
kilometers. Geen van beiden heeft nog zin om ook maar veel verder te lopen. Voor
ons loopt de eerste en enige vrouw
in koers. We halen haar bij en nu telt ons groepje drie personen. Samen komen we
aan de eindmeet. We hebben het gehaald. Het zit erop. Nu nog even door de knieën
om de tent af te breken en dan naar de prijsuitreiking. Groot is mijn verbazing
als ik te horen krijg dat ik niet vierde maar vijfde geworden ben. Dirk Goemaere
is me nog in het laatste uur op kousevoeten voorbij geslopen. Geen nood, we
krijgen alle vijf toch een beker. Mijn eindafstand bedraagt: 51 ronden of
164,006 km. Hiermee ben ik best tevreden. Meer moet nog kunnen zonder tegenwind
en met minder lastig parcours. En Gerald? Die zal zijn afstand zeker verbeteren.
Patrick Kloek |
|
Terug naar boven op deze pagina E-mail : jp.praet@pandora.be |