Patrick Kloek in de 60 km van Texel(21/10/01)

INTRODUCTIE
ARCHIEF
UITSLAGEN
ULTRA CV's
WEETJES
LINKS
CONTACT
ULTRACUP
   - Inschrijving
   - Stand
   - Uitslagen
   - Kalender
   - Punten
   - Historiek


Het einde van het loopseizoen nadert, iedereen snakt naar wat rust na een lange reeks wedstrijden. Toch besluiten Paul Beckers en ik om nog even wat Texelse zuurstof op te gaan snuiven.De normaal in het voorjaar gehouden wedstrijd werd  door de mond- en klauwzeer affaire verlaat naar 21 oktober. In de, in het voorjaar gehouden, zes urenloop hadden we al van de sfeer van dit eiland mogen proeven maar er gaat toch niets boven de echte zestig van Texel, die het hele eiland rond gaat. Zodoende reisden we beide af naar het hoogste punt van Nederland. Na een reisje van vijf uur kwamen we van de boot af en konden we (in het pikdonker) op zoek gaan naar onze slaapgelegenheid, “De potvis”. Het was niet eenvoudig te vinden daar we geen markeringen vonden en vroegen dan maar de weg aan enkele passanten. Geen van hen wist ons echter  de weg te wijzen. Ten slotte vroegen we het een jongetje.”Door de duinen heen en dan aan de eerste struik linksaf” vertelde hij, en waarachtig we kwamen bij "De potvis" aan. Het had zoiets van de weg vragen in de woestijn ( aan die en die palmboom links en de vijfde duin rechts). Na een kleine wachtpauze kreeg Paul zijn startnummer. Hij zou starten voor de 120 km en voluit voor de overwinning gaan. Ik ben wat bescheidener en startte voor de 60 km. Meteen doken we dan ook het bed in. Paul moest er immers al heel vroeg uit.

De volgende ochtend, net na het uitgebreid ontbijt, ging ik poolshoogte houden aan het keerpunt waar de 120 lopers draaiden voor hun tweede  rondje. Het was nog even wachten maar dan kwam (tot mijn vreugde) Paul als eerste gedraaid. Wat loopt die nog lekker. Hij kwam vlotjes  voorbij. Even zijn commentaar tot mij: “zwaar parcours, vooral dat strand”. Ik wist meteen wat me te wachten stond. Zes minuten later kwam Guus Smit langs en even later ook Wim Epskamp. Beiden liepen iets minder vlot dan Paultje maar wetende wat Wim in de laatste uren kan, kon het nog spannend worden. Als vierde tenslotte passeerde  Karl Graf. Meteen werd het ook tijd voor mij om van start te kunnen gaan. Met een groepje van zo’n 70 deelnemers stonden we te drummen aan de streep. We werden op gang geschoten, ieder op zijn eigen tempo. Dat de limiet erg nipt was deerde blijkbaar niemand. Ik liep samen met landgenoot Jean-Claude Roels uit Oostende die jammerlijk uit de wedstrijd moest wegens blessure. Hij had de dag voordien ook al de nodige pech gekregen. Toch bleven we zo’n dik anderhalf uur samen en hielden het aan een tempo van10 km/hr. Samen zochten we de eerste strook strand op. Zo dicht mogelijk langs de waterlijn lopend viel dit toch enorm tegen. Gelukkig komt hier ook een eind aan en na negen killometer strandweg zochten we weer de duinen op. We klommen de duinen in en we zouden echt merken dat hier haast geen meter vlak was. Toch waren onze tussentijden regelmatig. Tot het tempo  bij hem wat zakte en ik in het enige bos van het eiland alleen verder mocht lopen. Lang duurde het alleen lopen niet (Nederlanders zijn erg sociaal) want nog voor het 2e strand liep ik al weer samen met iemand (Sorry maar ik ken zijn naam niet). Het tempo bleef wel hetzelfde maar op het strand kostte het ons wel moeite om het beste spoor te vinden. Het lag er ook enorm zwaar bij. Meerdere malen liepen we dan ook door de plassen heen. Eindelijk was ook dit laatste stukje hindernis opgeruimd en werd het weer klauteren geblazen. Stuk voor stuk korte nijdige klimmetjes.Met mijn partner bleven we tot het dertigste kilometerpunt samen. Hier nog eens vragen naar Paul. “Op kop met vijftien minuten voorsprong” meldde men mij. Na ruim 90 kilometer wedstrijd, dat geeft hij niet meer af. Ik was amper in de helft van de koers en mocht nu richting vuurtoren lopen. Nog even het natuurdomein “ De slufter" door en dan werd het volledig verhard, volgens mijn compagnon die het even later moest afleggen. Het ging hem eventjes te hard. Weer stond ik er alleen voor en zou dit zo houden ook. Het ging me nog vlot af, hoewel het parcours er niet gemakkelijker op werd. Wel waren er geen gras of zandstroken meer maar nu kregen we een dijk te verwerken die eindeloos lang leek. Het eindeloze was zo erg eigenlijk nog niet maar hier stond de wind zodanig op kop dat het bijten werd om vooruit te komen. En het bleef maar op en neer gaan. De laatste 25 kilometer werden haast volledig met wind in het aangezicht gelopen. Eindelijk, weer na een ellendig lange dijk passeerden we het bordje 100 km. Nog amper 20 km te gaan en twee derde van de koers gelopen. Het ging goed. Dan na 46 km kreeg ik het ook moeilijk. Elk klein heuveltje was er teveel aan en de klimmetjes werden al wandelend genomen. Meteen de afdaling weer lopen want anders verliezen we teveel tijd, nam ik me voor en zo goed als het ging probeerde ik het tempo vast te houden. Tot ik even voorbij de eerste dame (Prisca Vis) in koers liep. Ik sloeg meteen een kloofje maar moest even later weer wandelen tot ze weer bij mij kwam. Zij liep me weer voorbij en op haar beurt sloeg ze een kloofje die ze vast hield tot  aan het 55 km punt. Het gat werd echter niet groter dan enkele tientallen meters en gelukkig waren er de vele vrijwilligers die voor de drank en in mijn geval voor de hard nodige steun zorgden. Ik doorkruiste het pittoreske vissershaventje van Oudeschild en een geur van gebakken vis kwam me tegemoet. Geen tijd om te fijnproeven, er moest nog een klein eindje gelopen worden.  Eindelijk mocht ik ook aan de laatste vijf kilometer beginnen. Gelukkig  voor mij kregen we meteen de wind in de rug en na even wat druivesuiker geslikt te hebben, meer voor de geest dan voor het lichaam, perste ik de tanden op elkaar en vloog als het ware de finnish tegemoet. Als de haven in zicht komt kunnen we precies dat ietsje extra. Prisca Vis werd weer bijgebeend en voorbij gestoken en tegen hetzelfde hoge tempo raasde ik voorbij het bord met de laatste kilometer erop. “Nog even bijten, nog even vasthouden”, pompte  ik bij mezelf moed in. Ik had gehoopt rond de 5,30 u te eindigen en haalde alles uit de kast wat er nog inzat. Eindelijk mocht ik de fietsbaan oplopen en kon ik de finnish al ruiken. Het zat er op. Net vier minuten later dan gepland, maar toch mooi. (5,34.44 uur) Meteen stond Jean-Claude me op te wachtten en werden er kort wat woorden gewisseld. Ook Wim stond me op te wachten en eventjes later mocht ik Paul vervoegen die glunderend van een bord lekkere friet zat te genieten (Wat moeten wij Belgen zonder onze friet?). Meteen na de prijsuitreiking konden we de bus nemen richting Veerhaven en konden we weer aan  een rit van 5 uur beginnen.

Verder nog een pluim aan de organisatie en verzorgers en helpers onderweg, ze waren broodnodig.

Kortom genieten van een zware maar prachtige wedstrijd. Oh ja, niet vergeten, ik eindigde toch nog op een mooie 20e plaats. Nu nog een wedstrijd (Marathon over 105 rondjes op de piste) en ook mijn zwaar seizoen zit erop.

Sportieve groetjes, Kloek Patrick.

 

                                             Terug naar boven op deze pagina                              E-mail : jp.praet@pandora.be