Mond- en Klauwzeer:
nut van vaccinatie

Binnen de huidige context van de Mond- en Klauwzeerepidemie is het niet te verwonderen dat er meteen een roep komt om vaccinatie. Men blijft immers geloven in de “golden bullet” idee van vaccinatie: een maatregel die alles zal oplossen. Met name de Boerenbond heeft vandaag (14.3.01) dringend opgeroepen tot inenting, dit tegen de expliciete richtlijnen van de Europese Unie in. Maar is vaccinatie werkelijk dé oplossing?

In zijn boek “Impfen: Das Geschäft mit der Angst” schreef de Duitse vaccinatie-expert dr. G. Buchwald reeds in 1994 over dit vaccin (pp. 125-131). En wat blijkt?

Buchwald beschrijft 30 episodes van Mond- en Klauwzeer in de BRD tussen 1970 en 1994. Van de 30 opflakkeringen hadden er 22 rechtstreeks verband met het vaccin tegen de ziekte. 22 epidemies waren uitgelokt door het vaccin zelf; 5 waren er veroorzaakt door pollutie met het virus in de onmiddellijke omgeving van een vaccinfabriek.

Uit een vergelijking tussen landen mét en landen zonder vaccinatieplicht (zie tabel) blijkt dat er veel meer epidemies geweest zijn in landen mét vaccinatieplicht.
Bovendien bleek in die gevallen waar de oorsprong van de infectie achterhaald kon worden de ziekte ingevoerd te zijn uit gevaccineerde gebieden.

Toen in Duitsland de Bundestag een beslissing moest nemen over het beleid in verband met de ziekte kroop een wetenschappelijk ex-medewerker van het Wetenschappelijk Onderzoeksinstituut met 30 jaar dienst in zijn pen. Hij stuurde een brief naar de voorzitter en de leden van de commissie. In die brief noemde hij 7 punten waaruit bleek dat het MKZ-vaccin niet alleen onwerkzaam maar zelfs gevaarlijk was. Zijn argumentatie luidde alsvolgt:

1. Het vaccin heeft zich de voorbije 20 jaar niet kunnen waarmaken. Sinds 1970 braken er een honderdtal infecties uit (primair en secundair). Telkens het virus vrij kwam (zoals in 1987-88 uit het vaccin fabriek van Wellcome bij Hannover) werden gevoelige dieren besmet en werden ze ziek.

2. De vaccinaties waren schadelijk. Van de 30 primaire infecties sinds 1970 is bij 22 bewezen dat ze het rechtstreeks gevolg waren van de productie en het gebruik van het vaccin. In nog 3 gevallen is dit vermoedelijk ook het geval maar het bewijs is niet meer te leveren.

3. Het vaccin beschermt niet tegen import van het virus van buitenaf. Dit kan gebeuren via dieren die klassiek niet gevaccineerd worden tegen MKZ, zoals varkens, en die besmet worden via het voedsel. De virustypes die in het verleden bij zulke infecties aangetroffen werden kwamen niet overeen met het virus in het vaccin, zodat vaccinatie so wie so onnuttig zou geweest zijn.

4. De laatste grote epidemieën traden op in Duitsland en Italië, twee landen waar stelselmatig gevaccineerd werd. Het vaccineren in deze landen leidde dus niet tot het inperken van de epidemies, maar integendeel tot het veroorzaken van infectiehaarden die van daaruit naar niet-vaccinerende buurlanden konden geëxporteerd worden.

5. Transport doorheen een land (in dit geval Duitsland) heeft na 1970 nooit aanleiding gegeven tot verspreiding van de ziekte. Dit gebeurde wel in Italië omwille van lekkende vaccinfabrieken en besmettelijke vaccins.

6. Niet de vaccinatieplicht die in Duitsland in 1967 ingevoerd werd heeft geleid tot de afname van epidemies sedert 1969, maar het verbod uit 1966 op de verkoop van geïnfecteerde dieren, en, samen daarmee, de omschakeling van de vaccinproductie op weefsel- of orgaanculturen.

7. De epidemies die optraden in de niet-vaccinerende landen Denemarken en enkele eilanden voor de Engelse kust waren het gevolg van besmetting vanuit naburige vaccinerende landen. Zonder vaccinatie in deze laatste landen waren de epidemies in de eerste niet opgetreden.

In 1988 adviseerde een wetenschappelijk comité de EG dan ook het vaccineren tegen MKZ niet alleen te verlaten maar zelfs te verbieden. Een van de weinigen die voor verdere vaccinatie pleitte was Prof. Dr. Wittmann, van wie al snel bleek dat hij rechtstreekse financiële belangen had bij de firma Bayer, de producent van het vaccin... De Bundestag besliste dan ook dat vanaf uiterlijk 1992 het vaccin op haar gebied verboden was. Reeds een jaar tevoren, in juli 1991, kwam het vaccin niet meer voor in de lijsten van de diervaccinatieprogramma’s. Zelfs de invoer van gevaccineerde dieren en producten van gevaccineerde dieren werden verboden.

Wellicht mogen we hier de parallel trekken met vaccinatie tegen de varkenspest. Ook hier werd reeds vele jaren geleden (in Duitsland in 1993) van vaccinatie afgezien toen bleek dat vaccineren vaker tot opflakkeringen leidde dan niet-vaccineren.

Bovendien moeten we beducht zijn voor zogenaamde “incubatie-vaccinaties”. Eveneens uit de werken van dr. Buchwald blijkt dat vaccinatie tijdens de incubatieperiode * vaak tot de zwaarste nevenwerkingen leidt en de gevaccineerde mensen of dieren eerder gevoelig maakt voor de infectie dan ze er tegen beschermt.

Uit dit alles blijkt dat vaccinatie als “gouden kogel”, als onfeilbare en ultieme beschermingsmaatregel, moet verwezen worden naar het domein van de sprookjes. Zolang de historische ervaringen met het vaccin niet weerlegd zijn moet een overhaaste vaccinatiecampagne gezien worden als een paniekreactie die hier allerminst op haar plaats is.

* Incubatieperiode = de periode na besmetting maar voor het optreden van de symptomen van de ziekte.

dr. Kris Gaublomme