1. Algemene regel |
| De documenten afgegeven in een vreemd land moeten worden gelegaliseerd
en vertaald.
Naargelang het land van herkomst zijn de formaliteiten verschillend. (Die zijn bepaald door internationale verdragen). De stukken afgegeven door in het Belgische Koninkrijk geaccrediteerde vreemde autoriteiten moeten eveneens worden gelegaliseerd door het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken kan ook de authenticiteit bevestigen van een hem voorgelegd document dat aan de legalisatieformaliteiten niet kan worden onderworpen. |
2.a. Vrijstelling van legalisatie voor sommige landen |
| Legalisatie is niet vereist wanneer het Belgische Koninkrijk en het
land dat de stukken afgeeft, zijn gebonden door een bilaterale of multilaterale
overeenkomst houdende vrijstelling van legalisatie of door de Overeenkomst
van Den Haag van 5 oktober 1961 tot afschaffing van het vereiste van legalisatie
van buitenlandse openbare akten, goedgekeurd bij de wet van 5 juni 1975,
gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 7 februari 1976, blz. 1405.
De in de hierna volgende landen afgegeven uittreksels uit akten van de burgerlijke stand zijn aan geen enkele legalisatie onderworpen: Bosnia-Herzegovina, Denemarken, Duitsland, Frankrijk (ook overzeese gebieden), Great-Brittan, Groot-Hertogdom Luxemburg, Israil, Italia, Kroatia, Macedonia, Monaco, Nederland (ook Nederlandse Antillen, Aruba), Oostenrijk, Portugal, Slovaakse Republiek, Slovenia, Spanje (ook Canarische eilanden) (meertalige uittreksels), Tsjechische Rapubliek, Turkije, Zweden, Zwitserland. Zijn eveneens vrijgesteld van iedere legalisatie de meertalige uittreksels uit de akten van de burgerlijke stand afgegeven door de diplomatieke of consulaire overheden van Turkije in het Belgische Koninkrijk voor zover zij zijn opgesteld op het formulier waarin de Overeenkomst van Parijs van 27 september 1956 betreffende de afgifte van bepaalde uittreksels van de burgerlijke stand bestemd voor het buitenland voorziet. |
2.b.Verplichting van het laten aanbrengen van een "apostille" voor andere landen. |
| De uittreksels uit akten van de burgerlijke stand afgegeven door de
landen gebonden door de hiervoor genoemde Overeenkomst van Den Haag van
5 oktober 1961 moeten door de bevoegde plaatselijke autoriteiten worden
voorzien van de apostille zoals bepaald bij deze overeenkomst, behalve
wanneer het Belgische Koninkrijk met een van deze landen is gebonden door
een overeenkomst houdende vrijstelling van legalisatie (zie B, 2, a) hiervoor).
Onder meer de volgende landen zijn gebonden door de Overeenkomst van Den Haag van 5 oktober 1961: Amerikaans-Samoa, Andorra, Anguilla, Antigua en Barbuda, Argentinia, Armenia, Australia, Bahama's, Barbados, Belize, Bermuda, Botswana, Brunei-Darussalam, Carolinen, Caymaneilanden, Cyprus, El Salvador, Falklandeilanden, Fidji, Finland, Gibraltar, Griekenland, Guam, Hawai, Hongarije, Hong Kong, Japan, Lesotho, Letland, Liechtenstein, Litouwen, Maagdeneilanden (Amerikaanse & Britse), Macau, Malawi, Malta, Marshalleilanden, Mauritius, Mexico, Monserrat, Niue, Noorwegen, Panama, Pitcairneilanden, Porto-Rico, Russische Federatie, Samoa, San Marino, Seychellen, Sint Helena, Stille Oceaan (gebieden afhankelijk van Australia), Suriname, Swaziland, Tonga, Turks en Caicos, Venezuela, Verenigde Staten van Amerika, Wit-Rusland, Zuid-Afrika. |
3. Legalisatieprocedure voor de overige landen |
| De documenten in een vreemd land afgegeven, door de autoriteiten van
dat land, worden gelegaliseerd overeenkomstig de procedure die in dat land
van toepassing is.
Die documenten moeten bovendien worden gelegaliseerd door de ambassade of het consulaat van het Belgische Koninkrijk in dat land. De handtekening van de Belgische diplomatieke of consulaire ambtenaar moet, op haar beurt, worden gelegaliseerd door het Ministerie van Buitenlandse Zaken, Dienst Echtverklaringen, Karmelietenstraat 27, 1000 Brussel (open tussen 9 u en 11 u 30). In uitzonderlijke gevallen, namelijk enkel wanneer legalisatie in het buitenland niet kan worden bekomen, kan de legalisatie gevraagd worden aan de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiger van dat land in het Belgische Koninkrijk . De handtekening van de vreemde diplomatieke of consulaire ambtenaar moet eveneens, op haar beurt, worden gelegaliseerd door het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Indien de Belgische overheid aan wie de akte wordt voorgelegd, twijfelt aan de echtheid van de akte, kan zij steeds eisen dat de gewone legalisatieprocedure wordt gevolgd. Zo nodig kunnen de belanghebbenden zich wenden tot het departement van Buitenlandse Zaken met het oog op het bekomen van een legalisatie in het buitenland. |
4. Politieke vluchtelingen en staatlozen |
| Met toepassing van artikel 25 van het Verdrag van Geneve van 28 juli 1951 (wet van 26 juni 1953 - Belgisch Staatsblad van 4 oktober 1953) en van het verdrag betreffende de status van staatlozen, ondertekend op 28 september 1954 te New York, en goedgekeurd bij de wet van 12 mei 1960, kunnen de politieke vluchtelingen en de staatlozen die als dusdanig in het Belgische Koninkrijk zijn erkend, zich wenden tot de diensten van het Commissariaat-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen, Northgate 1, Koning Albert II-laan, 6, 1000 Brussel, voor de documenten en getuigschriften die ze niet bij hun nationale autoriteiten mochten kunnen bekomen. |