Vlaanderen hoopvol op weg...

Wij, mensen, zijn steeds op weg. We ondernemen een levensreis. Sommigen onder ons hebben een duidelijk einddoel voor ogen, velen weten niet goed waar zij zullen belanden en maken er zich eigenlijk geen zorgen over. De eersten hebben een innerlijke vrede en evenwicht gevonden, en bijgevolg het geluk ontdekt. Want met een doel voor ogen, bereik je zelfvervulling, besef je dat je waarde hebt, voor jou en de anderen, heb je een eigen identiteit verworven.

Je krijgt de grootste kans je doel te bereiken, als je hiertoe de vrijheid van denken en handelen krijgt. Je groeit als mens op de weg, omdat je gelooft in wat je wenst, omdat je hoopt dat je wens wordt vervuld, omdat je de liefde en de bezieling hebt, wat je de kracht geeft anderen je ideaal te laten delen.

Wij mensen zijn steeds samen op weg.

Samen zijn wij in deze kerk, samen zijn wij in de levensgemeenschap van wijk, dorp, stad, streek en eigen land. Dit basis-samenzijn wordt wel eens vergeten, wanneer ons de wereld wordt voorgehouden waarvoor wij ons moeten inzetten. Maar hoe kunnen wij de wereld helpen, als wij geen besef hebben van en geen liefde voelen voor de kleine eigen wereld rondom ons ? Hoe kunnen we de identiteit van anderen onderkennen en bijgevolg waarderen, als we de eigen eigenheid niet kennen ? Hoe kunnen we de taal van anderen spreken, als we de eigen spraak verleren ? Hoe kunnen we de cultuur en levensvormen van anderen begrijpen, als we eigen cultuur en levensvormen loslaten ?

We hebben als Vlamingen een lange weg afgelegd, en we zijn nog steeds op weg.

We volgen de weg vanaf 1302, toen we ontdekten dat onafhankelijke politieke besluitvorming de eerste voorwaarde was om economisch welvarend te worden en cultureel tot ontwikkeling te komen. Politieke zelfbeslissing blijft de basisvoorwaarde van het bestaan van elk volk. We vervolgden de weg in 1576 toen we over godsdienst- en standenverschillen heen de handen in elkaar sloegen om de "tirannie te verdrijven". Die kortstondige eenheid leerde ons dat eendrachtig streven een volk kan maken. Als Vlamingen ontdekten we in 1796 onze identiteit, toen in het kielzog van de VerlichtingsideeŽn sommigen tot de bevinding kwamen dat de eerbied voor de eigen taal de grondvest was van het volksbestaan, na 1830 werd de taal van de Vlamingen een waarde om voor te strijden, een waarde om zich voor in te zetten, en dit tot vandaag.

We waren met priester Daens op weg, om als volk de rechtvaardigheid te eisen voor een verdiend loon voor het vele werken, voor het in handen krijgen van de meerwaarde van de arbeid die we presteren. Als volk blijven we vandaag deze eis stellen: nog steeds krijgen we als Vlamingen niet het geld dat we verdienen en dat we nodig hebben om ons eigen huis te bouwen.

We waren als Vlamingen de pijnlijke weg van twee wereldoorlogen gegaan. We ervoeren wat het betekent als klein volk vermalen te worden tussen de belangen van grote mogendheden. De oorlog leerde ons vrede na te streven. We voelden de machteloze overlevering aan een staatsbestel dat de vele gedane beloften zeer snel vergat. We leerden dat we uiteindelijk slechts op de eigen kracht konden vertrouwen, het besef dat vele volkeren vroeg of laat tot verzet drijft.

"Nooit meer oorlog" was de leuze, ingegeven door de hoop op een betere wereld, het verlangen naar eigen ruimte en goed gezag. Deze hoop, dit verlangen wordt vandaag zoveel keren nagestreefd, geuit en verdeeld door alle volkeren ter wereld. Als de wereld meent dat elk volk recht heeft op zelfstandigheid, waarom zouden Vlamingen dit recht niet mogen delen?

De weg van de tweede wereldoorlog was bezaaid met de doornen van verscheurdheid en omzoomd met het idealisme van velen, ook wanneer ze in de collaboratie stapten. Na de oorlog werd de Vlaamse Beweging hiervoor ongenadig aangepakt. Het lidmaatschap van bijvoorbeeld het Davidsfonds was voldoende om verdacht te zijn. Met vallen en opstaan gingen velen van ons volk de harde weg van uitgeslotene, uitgestotene, vergetene, politiek vervolgde, tot vandaag financieel en maatschappelijk achteruitgestelde. Nog vandaag rust een taboe op het repressieonderwerp, wordt het mishandelen van vrouwen en kinderen toen bewust verzwegen of ontkend. Vergeefs waren alle verzoeningspogingen, beden om wederzijdse vergiffenis, dat zelfs prelaten in de arena traden om het onverwerkte verleden bespreekbaar te maken. Het verzoenend woord, de wederzijdse absolutie, de amnestie voor wie ongeveer zestig jaar geleden werd veroordeeld, het blijkt onmogelijk in BelgiŽ. Kijken we naar de wereld, dan is dit het laatste land waar de tweede wereldoorlog op deze wijze blijft voortduren, en waar geen vrede kan gebracht worden tussen vele mensen. De essentie van het christendom, uw naaste beminnen als uzelf, wat inhoudt dat je hem kunt aanvaarden zoals hij is en hem vergiffenis kan schenken, kan in BelgiŽ niet worden gesteld. Daarom is elke boodschap van vrede onecht, als we de vrede aan een deel van ons volk onthouden.

Elke etappe op onze weg leerde ons essentiŽle waarden: de noodzaak ons zelf te besturen, eenheid om een gemeenschappelijk doel te bereiken, respect voor eigen taal en cultuur, de vrede zonder dewelke niets blijvends tot stand kan komen, de noodzaak van amnestie om eindelijk naar de toekomst te kunnen kijken. Op deze herdenking van 11 juli rijst echter in ons de hoop dat ons de kracht is gegeven om het onafhankelijke land te verwerven, vermits we als Vlaams volk op wonderbaarlijke wijze alle hinderlagen van onze moeilijke tocht doorheen de tijden hebben doorstaan.

We hebben in moeilijke tijden steeds op hogere waarden vertrouwd. In deze kerk zijn generaties ons voorgegaan en ze hebben hun verdriet, hun vreugde, hun verlangen, hun vertrouwen in Gods hand gelegd. Hier was dag na dag, jaar na jaar, tijd na tijd, hetzelfde Vlaamse volk aanwezig, in een gebedshuis, zelfs wanneer het verlaten, vergeten, geminacht of verguisd was. Steeds was het onverwoestbare geloof aanwezig dat er een betere tijd kon komen.

Laten we dit onvoorstelbare vertrouwen overnemen en meedragen. Voor ons als volk komt het uur der zelfbeschikking dichterbij.

Zo helpe ons God.

Huguette De Bleecker – Ingelaere
9 juli 2000 - Leeuwergem


WB01624_.gif (281 bytes) TERUG naar "Standpunten"