Achtste kortverhalenwedstrijd 2012-2013



Marie-Anne BARBE, winnares 2012

De man met de plastiek zakjes.

Elke avond doet hij het.  Uit de berg verzamelde plastiek zakjes plukt hij er één waar een naam en een adres opstaat. Het telefoonnummer zoekt hij via de witte gids op de computer. Hij zet zich aan de keukentafel met de telefoon en het plastiek zakje. Het beste moment is acht uur ‘s avonds

Dan toetst hij het nummer in. Terwijl hij wacht spelen zijn vingers met kruimels. Kruimels die er zich al enkele dagen ophopen. Het is de plek aan tafel waar hij altijd zit, op de enige stoel. Lang geleden stonden er twee. Die heeft hij in woede aan stukken geslagen. Hard beukenhout, stevig in elkaar gezet.

‘ Met Peggy’.

Dit is het moment suprème. Hij voelt het rond zijn navel. Het is een heerlijk genot die onwetendheid aan de andere kant van de lijn.

‘Hallo, het is hier met Geert.’

‘ Geert?’

‘Ja Geert van in de lagere school.’ De stilte die volgt verhoogd het genot.

‘…’

‘Het is lang geleden maar ik ben iedereen van het zesde leerjaar toen, aan het opbellen in verband met een samen komst.’

‘ Maar ik ken geen Geert.’ Het genot spreidt zich nu in de breedte uit.

‘Geert, ik was het jongetje met het brilletje en zijn lange haar.’

‘…’

‘Ik zat altijd vooraan in de klas.’

‘…’

Het genot stijgt in zijn borst, het is een moeilijk evenwicht tussen spanning en genot. Het is  vol verwachting proeven van iets onbekend. Het in de mond nemen van een hap langs de tong en tegen het gehemelte. Een culinaire uitspatting.

‘Jij droeg toen dikwijls witte sportschoenen in de klas, dat vonden de andere meisjes zo cool.’

‘ De basisschool in Merksem?’

‘ Ja, die school.’

‘Maar die was toen toch niet gemengd.’ Het genot is van korte duur, er komt geen tweede hap.

Nu is er geen weg terug, hij moet afronden.

‘ O.K. dan heb ik de verkeerde Peggy aan de lijn, mijn excuses.’

Klik, de woorden klinken na, in de kilte aan de keukentafel, in de stilte om hem heen.

Ook het genot lost op, het is geen lust dat hij voelt, het is een warm stijgend gevoel van geluk. Een gevoel dat hij heeft telkens hij een vreemde opbelt. Het praten met een ander.

Deze keer is het genot van korte duur.

 

Sinds zijn brugpensioen, nu een jaar geleden spreekt hij weinig. Te weinig. Mensen zijn meestal met zichzelf bezig of met hun GSM. In de supermarkt, op restaurant, overal is men in gesprek met een mobile telefoon. Men kijkt weg als zijn pad hen kruist. Na de scheiding had hij zich van alles en iedereen afgezonderd.  De woorden die hij wil zeggen nemen niet de lucht die hij inademt met zijn neus. Zijn woorden blijven zitten tussen zijn oren. Geruisloos, luchtloos, stil voor de buitenwereld. In zijn hoofd volgen de woorden elkaar snel op, het éne woord komt op en het andere volgt. Snel. Hele zinnen die zich in zijn hoofd vormen. Gedachten die niet te stoppen zijn. Onuitgesproken.

Geluidloze woorden die lawaai willen brengen, die gedachten willen laten horen. Zijn gedachten. Aan iemand.

 

Een nieuw zakje, een groen gestreept met groene letters.

« Exotisch fruit. De zusters Zandloper. Bilzen.

Op internet zoekt hij het telefoonnummer en Bilzen op. Via de routeplanner zoekt hij zijn weg. De dorpen die hij door moet, zijn plaatsnamen die hij opschrijft. Diepenbeek, Munstterbilzen, Hoeselt. Eens de omgeving genoteerd drukt hij op delete.

Hij neemt de draagbare telefoon. Voor hij het nummer intoetst draait hij met zijn hoofd zijn nek los, de gedachten moeten stromen, ook zijn zitvlak schudt hij los. Met zijn mond maakt hij smakkende geluiden.

Met zijn rechterhand drukt hij de toetsen in. In zijn linkerhand de kruimels. Belangrijke onderdelen. De kiestoon gaat over. Hij telt. Bij tien legt hij altijd neer. Zes, zeven,…

‘ Hallo met Marijke, met wie spreek ik alstublieft?’ De woorden komen zoet uit de hoorn. En beleefd, vooral beleefd.

‘ Dag Marijke, is uw mama thuis?’ Het genot komt voorzichtig op. Hij houdt het even vast, langzaam moet het gaan, anders gaat het mis.

‘Ja, met wie spreek ik?’ de zoete kinderstem streelt zijn gehoor.

‘ Met Eric, een oude schoolvriend van je mama.’

Aan de andere kant hoort hij een tic van de hoorn, het blijft stil.

Langzaam laat hij het genot toe, hij ziet hoe het kind de moeder roept. Twee vlechtjes die huppelen. Een klassieke gang waar een antiek tafeltje staat, met een spiegel erboven. Of misschien een telefoon in de salon, tussen twee zetels, met een foto ervoor.

‘Met Ingrid, met wie spreek ik?’

‘ Met Eric, ik heb vroeger bij U in het middelbaar gezeten en bel iedereen op in verband met een reünie. Het is nu twintig  jaar geleden, tijd om elkaar weer eens te zien.’

‘Van in de school in Hasselt?’

‘Ja, de directeur heeft mij de adressen door gegeven. Bij sommigen kom ik op het thuisadres uit, bij anderen, zoals bij U heeft men dit telefoonnummer gegeven. Klopt het dat U in Bilzen woont?’

‘Eric zegt U, Eric van Tendeloo?’

Wat voelt dit genot heerlijk, zijn gedachten werken feilloos, de woorden komen eruit gerold, wat doet hij het goed.

‘Ja, ja, daar spreekt U mee.’

Het genot blijft. Hij sluit zijn ogen om zich beter te kunnen concentreren op dit gesprek.

‘ En wat had U dan gepland, een reünie ergens in de buurt van de school?’

‘Ik heb de parochiezaal vast gelegd in Roerheide. Dat is wat tussenin. Voor vrijdag  negentien september.’ Wat goed dat hij op het idee van een parochiezaal komt.

‘Wie komt er nog allemaal?’

Nu wordt het moeilijk. Tot hier klinkt het allemaal geloofwaardig, één naam verkeerd en het is allemaal om zeep.

‘Dirk, Bart en Anne hebben al toe gezegd. Wist je dat Bart bankdirecteur geworden is, die had toch een hekel aan wiskunde, ja het zullen zijn charmes wel geweest zijn, die had hij meer dan genoeg.’

Hij spreekt snel, enige aarzeling zou de twijfel kunnen wakker maken.

‘Was er toen een Bart in onze klas? Ja het is allemaal lang geleden, ik heb nog contact met Sonja. Zij heeft nu vier kinderen. Zal ik je haar telefoonnummer geven?’

Ooh, dat woordje « je » het genot neemt helemaal bezit van hem. Hij doet het, hij heeft het!

‘Ja dat is goed, wacht ik neem even een pen.’

Hij schuift met de poten van de stoel over de stenen vloer de hoorn naar beneden gericht, hij maakt zittend stappen met zijn schoenen. Met gesloten ogen geniet hij. Hij schuift terug met de poten van de stoel over de vloer.

‘ Geef haar telefoonnummer maar, heb je ook een adres?’

‘Sonja Barends, nul, vier, zeven, een,…’

‘Wacht zeven.’ Hij doet alsof hij schrijft, maakt met zijn wijsvinger cijfers in de kruimels op het tafelblad.

‘ Vijf, negen. Het is het beste dat je haar belt na negen uur, dan liggen haar kinderen in bed.’

‘ Okee, bedankt, hoeveel kinderen heb jij nu?’

‘ Ik heb alleen Marijke, ze is nu zeven. Ik zit samen met mijn zus in een kraam op de markt. Wij doen in exotisch fruit. Het is veel werk. Ben jij getrouwd? Kinderen?’

‘Jaja, ik ben getrouwd met Els we hebben drie kinderen. Jonas, Lukas en Saartje. Het gaat erg goed met ons.’

‘Fijn, stuur je dan nog een uitnodiging? Ik moet opleggen, Marijke moet naar bed.’

‘Okee, ik zie je dan binnen twee maand.’

Klik, de verbinding is verbroken. Hij zucht, heerlijk is het, zo een lang gesprek voeren.

Nu voelt hij zich lekker. Voldaan. Tevreden. Hij kijkt op de klok. Achtentwintig minuten na acht. Het gesprek van de dag heeft dertien minuten geduurd.

 

Om zoveel mogelijk verschillende plastiek zakjes te verzamelen rijdt hij soms wel honderd kilometer naar een andere stad. Het zijn uitstappen waar hij van geniet. Ze hebben een doel: zakjes vinden. Dikwijls rommelt hij in vuilbakken. Hij heeft er een blauwe overall en zwarte plastiek handschoenen voor gekocht. Zo valt hij niet op. Wisten de mensen veel welke gemeentewerker nu in vuilbakken rommelt. Er liggen er ook veel op straat, zomaar voor het oprapen. Hij selecteert enkel die waar een adres op staat, de anderen gooit hij weer weg in andere vuilbakken, kan hij tegelijkertijd kijken of er nog bruikbare zakjes in zitten. Het is een obsessie geworden.
De gesprekken die hij voert via de plastiek zakjes is zijn enigste genot om te spreken met mensen. Vreemde mensen die hij het gevoel geeft hen te kennen. Vertrouwen via zijn stem. Hij gebruikt verschillende onderwerpen om de mensen aan de lijn te houden. De reünie is zijn favoriet. Ook voor zijn fantasie. Hier kon hij feiten blijven verzinnen. Iets verkopen aan de telefoon loopt nooit goed.

Hij belt soms ook mensen op waarvan hij de naam via het televisiescherm te weten kwam. Mensen die iets gewonnen hadden. Mevrouw De Belser Maria uit St-Niklaas. Via internet zocht hij haar telefoonnummer in de witte gids. Dan belde hij haar op, deed alsof hij van de televisie was en vroeg haar of haar prijs goed was toegekomen. Zo was er een dame die een stel koffers had gewonnen. Neen, ze kon er niets mee doen. Zij was zelf in de negentig, goed van geest maar slecht ter been en familie had ze bijna niet. Hij was de koffers dan bij haar gaan ophalen, met een sticker van de TV zender op zijn blauwe overall.

Dat was écht contact geweest. De dame had hem binnen gelaten en een tas koffie met hem gedronken.

Zij vroeg veel zaken over de wedstrijd, hoeveel mensen zo elke dag mee deden, of het soms niet alleen de familieleden waren van mensen die voor de zender werkten. Hij kon alle antwoorden goed verzinnen. Tot de dame vroeg of hij bij alle mensen die iets wonnen naging of de prijs goed was toegekomen. En hoe zijn naam was. Toen stapte hij op, nonchalant en zelfverzekerd. Hij nam de koffers mee. Via een telefoonnummer op een plastiek zakje heeft hij deze bij een beenhouwerskoppel afgegeven, met de smoes dat zij deze gewonnen hadden.

 

Hij zucht. Zou hij nog een telefoontje doen? Neen, hij is voldaan. Het laatste telefoontje was de max.

Hij hangt de grote tas met de gevonden zakjes terug aan het haakje in de keuken. Op voorhand de zakjes kiezen doet hij nooit. Het vergroot de spanning om het zakje open te vouwen op het moment zelf. Met zijn linkerhand, het moet de onbevooroordeelde linkerhand zijn, rommelt hij tussen de zakjes. Met zijn ogen dicht denkt hij aan wat komen gaat, een gesprek. Het langzaam open vouwen en de plaatsnaam lezen…

In de aanloop van zijn genot zoekt hij op internet. Het vooruitzicht om met vreemde mensen een vertrouwelijk telefoongesprek te voeren.

Nu zijn herinneringen terug in het nu uit komen overvalt hem de stilte. Hier is hij alleen.

Het moment nu is belangrijk, vroeger en later zijn hersenspinsels. Hij heeft die nog nooit gezien. Dat de mensen dit niet willen begrijpen. Zelfs zijn vrouw kon dit niet begrijpen ook al zei hij haar dat liefde niets met verwachtingen te maken had. Dat het hier en nu telde, geen toekomstplannen, geen vooruitzichten.

Eenentwintig uur eenentwintig. Achteloos op zijn uurwerk kijken en dan twee dezelfde getallen zien is voor hem het teken dat hij naar bed moet. Als dit niet zo is dan ligt hij de hele nacht wakker. Bij deze combinatie niet. Het is geen toeval. Het is ondervinding. Het werkt altijd. Drieëntwintig uur drieëntwintig, tweeëntwintig uur tweeëntwintig, vandaag is het vroeg. Niets aan te doen.

Met zijn linkervoet op de eerste trede van de trap hoort hij zijn telefoon. Hij schrikt.

 

 

‘ Hallo’

‘Hallo, U spreekt hier met Peggy, spreek ik met Geert?’

‘….’

‘U hebt mij deze avond gebeld en het heeft eventjes geduurd voor ik het begreep maar U zei:  ‘een samenkomst van de lagere school’ hebt U zich niet vergist? Wij kennen elkaar van in de middelbare school.’

‘ …Euhh, ja’

‘Ja kijk ik heb uw nummer, dat verschijnt op het scherm van de telefoon als er wordt gebeld en ik drukte op bewaren want ik dacht het is allemaal zo lang geleden en nu bel ik terug want ik dacht die Geert, die ken ik van in de middelbare school en ik dacht misschien heb ik het niet goed verstaan en daarom bel ik nu terug.’’

‘Ja’ Geen genot nu, enkel praten,  moeilijk zonder kruimels wat had hij haar allemaal gezegd?

‘ Ik heb uw adres opgevraagd aan de inlichtingen en ik sta voor uw huis ik zou met U willen praten kan ik binnen komen?’

‘…’

‘ Ik kom eraan.’

Klik.

Een fel, indringend, roestig, geluid.

Hij aarzelt, maar gaat toch naar de voordeur. Die klemt. Hij trekt.

‘Hallo, dag Geert, ik ben Peggy.’

Zij komt binnen, in het duister van de gang ziet hij uitgesproken vrouwelijke rondingen. Een zachte arm komt tegen zijn borst.

Zij wacht, hij wijst naar binnen. Zij gaat. In het licht van de woonkamer kijkt zij naar hem.

Haar mond valt wat open.

‘ Geert?’


Marie-Anne BARBE, winnares 8ste kortverhalenwedstrijd

Marc GIJSEMANS kwam voor de prijsuitreiking uit Ierland over; hij was derde..

.   


© Davidsfonds en Cultuurraad Heist-op-den-Berg, Kriekenstraat 10, B-2220 Heist-op-den-Berg/BELGIUM / Foto's: Peter Van Bree