Laureaten opstelwedstrijd 2010-2011

De winnaars van onze opstelwedstrijd midden achteraan


Het verhaal over elke dag

 

De Land-Rover van Paul rijdt langzaam het asfalte wegeltje op dat leidt naar de personeelsparking van “zijn” P&G fabriek.

Aan de schouw te zien is er nog geen volk in de fabriek. Geen rook.

Sommige mensen vinden een verlaten fabrieksterrein misschien eng, maar voor Paul is dit doodgewoon. Als baas van de grootste fabriek van Mechelen moet je wel iets doen: elke dag om vijftien over vijf opstaan. Paul kent niemand die dat ook doet.

Maar Paul kent ook niemand die zo’n grote fabriek als hij heeft.

Ondertussen heeft hij zijn auto al op de verlaten parking geparkeerd en stapt hij met korte passen het gebouw in.

De grote hal slorpt je onmiddellijk op. Hij degradeert je van mens tot insect, zo groot is hij.

Maar dat deert Paul niet, integendeel hij is fier op deze machtige boog.

Net als hij door wil gaan om zijn kantoor op orde te zetten hoort hij achter zich een deur dichtslaan.

Ann, zijn secretaresse komt met veel moeite en een veel te zware doos de inkomsthal in.

“Zo vroeg al?” vraagt Paul verbaast. “Ja, ik moest die nieuwe computer toch voor half zeven komen leveren?” “Maar het is nog maar  half zes,” antwoord de toch wel verbaasde baas.

“Normaal ben je altijd te laat, nu ben je ruim een uur te vroeg!!!”

In zijn stem valt een beetje woede te horen. Dit is zijn fabriek en tussen halfzes en zes wil hij hier ook alleen zijn. Voor Paul is de fabriek zijn thuis, wat privacy graag.

Maar zijn verbaasde secretaresse is al lang verdwenen in ččn van de zes gangen die elk naar een ander deel van het fabrieksgebouw leiden.

Vlug stuurt de grote baas nog even een berichtje met zijn i-phone naar zijn vrouw.

Om te zeggen dat hij wat later thuis is dan anders wegens de vergadering met de mensen van de NMBS om een rechtstreekse spoorlijn naar de fabriek te leggen.

Daarna stapt hij, terwijl hij zijn electronische zakagenda nakijkt, naar zijn kantoor.

Met zijn pasje gaat de deur automatisch open. Als hij binnenstapt in zijn bureau wacht er hem een verrassing: er staat een hele gote verjaardagstaart op zijn werktafel.

“O,juist, het is vandaag mijn verjaardag,” realiseert hij zich.

Naast de taart ligt ook nog een pakje. Nieuwschierig pakt hij het op.

Als hij de vorm eens goed  heeft bekeken lacht hij en scheurt hijgretig het papier--- er af.

“Ja, een i-pad, leuk,” mompelt hij. “Gelukkige verjaardag baas!!!”

Alles werknemers van zijn bedrijf zijn achter hem komen opdagen en beginnen ‘happy birthday to you’ te zingen.

Paul lacht, “omdat jullie zo mooi hebben gezongen mogen jullie allemaal een stuk taart!!!”

De driehonderdvijventwintig personeelsleden stormen allemaal tegelijk de kamer in.

 Een robuust voorbijscherende man scheert langs Paul. Door het korte, maar stevige kontact valt de gloednieuwe i-pad uit zijn handen.

Paul vloekt binnensmonds. “Het is ook maar een ding,” sust Ann, die naast haar baas is komen staan. “Je hebt gelijk, ik koop er gewoon een nieuwe,” stemt Paul mee in.

“Het is wel stom na die computer,die i-phone en de projector is dit al het vierde ding dat stuk is deze maand.”

“Oh, we hebben toch genoeg geld om een nieuwe te kopen,” stelt de secretaresse Paul gerust.

“Okč,we laten dit achter ons en feesten er lekker op los!!!”

De muziek dendert uit een luidspreker die op de gang is gezet.

De sfeer is echt happy.

 

 

Samir kijkt rond of er op de schroothoop nog wat eten te rapen valt.

Een bananenschil of een appel-klokhuis,zoals gisteren zit er niet meer in.

Wel vindt hij nog een kleine pijnboompit en stopt die gretig in zijn mond.

Opeens voelt hij robuust een voet op zijn rug.

“Hč,kleine,werke!!! Nog een keer en je krijgt niets meer van geld!!!” Bill,de baas van de schrootfabriek schreeuwt het alsof de wereld net is vergaan.

Ontmoedigd buigt Samir zich terug op het afval.

Hij graait eens met zijn handen en haalt er een oude radio uit.

De antenne is afgebroken,maar voor de rest valt het ding best wel nog mee.

Hij pakt zijn schroevendraaier uit zijn broekzak en schroeft het ding open.

Als het koper haalt hij er uit en hij gooit het in de emmer die hij voor zich heeft neergezet.

De rest gooit hij in de grote,verroeste container een stukje verderop.

Weer graait hij. Nu heeft de jongen een i-pad vast.

Op de achterkant staat er gegraveerd: voor Paul,de tofste baas op de wereld...

Samir begrijpt niet wat er staat.--- Buiten Engels en Arabisch kan hij geen andere taal.

Voor zo’n spullen weet Samir dat hij het moet openmaken met een grote vijl.

Met veel moeite krijgt hij het spul open, weer haalt hij--- er het koper uit.

Opeens veert Samir recht. Aan de rand van de container ligt een oude meloenenschil.

Hij loopt zo snel hij kan naar het-voor hem- kostbare stuk voedsel en begint er gretig aan te knabbelen.

Zijn vuile,met gevaarlijk chemische stoffen doordrenkte hand omklemt de schil stevig.

Zelfs het kleinste overgebleven stukje vruchtvlees eet hij op.

Opeens voelt hij een loop van een pistool tegen zijn hoofd.

Traag en bang richt hij zijn hoofd op naar de bediener van het gevaarlijke ding.

Het is George,de bewaker.

“Als je niet werkt,zul je straks nooit meer hoeven te werken!!!”snauwt hij de arme jongen toe.

“So...rrr...y,”beeft Samir. Zijn blik is nog steeds op het grote jachtgeweer gericht.

Hij weet maar al te goed hoe gevaarlijk het ding is.

Zijn vriend Momo is vlak voor zijn ogen met hetzelfde wapen neergeschoten.

Nu is Momo er niet meer.

“Komt er nog wat van?” George begint opgewonden te geraken.

“Jaja, zeker meneer.” Zonder nog een woord te zeggen klimt Samir terug op de schroothoop.

Hij gaat weer op zijn knieen zitten en ziet vanuit zijn ooghoek dat George hem nog steeds aankijkt.

Vlug went hij zijn blik af en pakt een nieuw electronisch toestel vast.

Een computer,deze keer.

De initialen P&G Mechelen zijn boven op het scherm gebrand.

Weer pakt Samir zijn schroevendraaier uit zijn broekzak.

Het scherm zit redelijk vast. Na wat trekken schiet het los.

Een dikke,grijze rook walmt uit het scherm op.

Samir voelt het langzaam zijn longen binnendringen.

Opeens krijgt hij tranen in zijn ogen. Het ademen wordt moeilijker.

De jongen valt voorrover op zijn knieen en handen.

Zijn luchtwegen lijken wel vast te zitten, ademen is onmogelijk.

Hij hoort nog de stem van Bill: “sta op,luierd!!! Wat heb je vandaag toch?!”

Dan is dan ook het laatste wat hij hoort.

 

 

Samen sleuren Bill en George het lichaam van de dode Samir naar de achterkant van het park.

Ze gooien hem ruw bij de rest. Samirs mond beweegt nog even,dat is dan čcht het laatste...

Tommy kijkt tevreden naar de boomhut die hij samen met Charles in de Vogelkers heeft gebouwd.

De takken van de omgevallen Eik vorig jaar doen het uitstekend. Hij kraakt niet eens.

“Leuk,morgen nemen we,na school,Mary en Martin mee.” lacht Tommy.

“Ja,die zullen nog al opkijken!!!”

“Zeker weten, weer punten bij voor ons.”

Het is even stil.

Charles kijkt nog eens van onder naar boven naar hun pas voltooide boomhut.

De eerste verdieping rust op de stevige zijtakken van de Vogelkers.

De tweede is er stevig op bevestigd en het kleine balkon dat er uit steekt maakt het nog mooier.

Een vrolijke fietsbel haalt hun uit hun gedroom.

“Hč,Tomles doen jullie ook mee met reisje rond de wereld?” Luk is het zo gewoon van Tommy en Charles samen te zien dat hij nu altijd ‘Tomles’ tegen hun zegt.

“O,leuk. Waar?” antwoorden Tommy en Carles tegelijk.

“In Clara haar tuin.”

“Okč,over twee minuutjes zijn we er!!!”

Terwijl Luk al weg rijdt maken de jongens hun zeepkist gereed om te vertrekken.

Ze springen in de zelfgemaakte kar en racen er vandoor.

Ze halen Luk zelfs nog in.

In Clara’s tuin heerst er een drukte van jewelste.

Alle kinderen tussen negen en twaalf van de school hebben zich er  al verzameld.

In totaal zijn dat er zo’n zevsenvijftig.

Clara’s tuin is erom gekend dat hij perfect is voor reisje rond de wereld en daarom komt iedereen er op af.

De moeder van haar verdeelt de groepen.

Tommy en Charles zitten in een groep met Mary,Martin en Leo.

Bij het zeggen van de namen ‘Mary en Martin’ knipoogt ze naar de twee jongens.

Bijna iedereen in het dorp weet dat Tommy heimelijk verliefd is op Mary en Charles op Martin.

Het spel is reuze-tof.

Het is een geweldig zicht om alle kinderen lachend van boom tot boom te zien springen.

De groep van Tomles wordt tweede, na die van Luk en Clara.

Maar dat maakt niemand iets uit, iedereen heeft zich geamuseerd en dat is het belangrijkste.

Alle kinderen,ook de verliezers,keren vrolijk huiswaarts.

Tommy gaat nog even thuis een boek lezen en Charles wat voortknutsellen aan meubels voor hun boomhut.

 

De volgende dag praat iedereen uitgelaten over de leuke dag die ze hebben beleefd.

De schooldag vliegt voorbij en ’s avonds laten Tommy en Charles hun boomhut fier aan de meisjes zien.

De gehoopte punten krijgen ze inderdaad...

Ulysse MAES, laureaat 2011, reeks 1


Verborgen wereld

 

Ik lig lang uitgestrekt op mijn eenpersoonsbed.

“Waarom bestaan er in godsnaam zo’n ouderwetse moeders als de mijne?” denk ik in mezelf terwijl ik me moeizaam uit mijn bed sleep.

“Mama, mag ik écht niet naar dat feestje van Laura?”doe ik nogmaals een poging.

“Nee, nee en nog eens nee!!! Jje weet goed genoeg dat ik die wandeling belangrijk vind.”

“Ooh, ik mag ook nooit iets!”

Ik smijt de deur met een klap achter me dicht, en vertrek naar school.

“Ik haat de natuur!!!” denk ik boos in mezelf als ik de schoolpoort binnen stap.

Maar.. de dag erna staat er toch een vreselijke wandeling in de natuur op me te wachten.

 

Ik sta op met een helse hoofdpijn en een slecht humeur, slof de trap af, eet een paar boterhammen met choco en drink een glas melk.

Ten slotte trek ik aarzelend mijn wandelschoenen aan en stap samen met mijn bazige mama en papa de deur uit.

Ik trek de met spinnenwebben bedekte poort open, slalom langs de vele bosbessenstruiken en dan kom ik samen met mama en papa op een open plek in het bos.

Mama en papa liepen als betoverend rond zich heen te staren. Ik daarentegen, vond er niets speciaals aan, alleen zag ik in de verte precies een oud bouwvallig hutje staan.

Ik sloop voorzichtig dichterbij en merkte dat er iemand voor het deurtje stond.

Het was gewoon een oud vrouwtje, dat me niks kon misdoen, dacht ik in mijn eigen.

Dat was fout gedacht, mijn leven veranderde op dat ogenblik.

Had ik maar nooit naar dat hutje gegaan, denk ik nu in mijn eigen, terwijl ik die vieze druppel slijm voor me houdt.

Wacht… …ik snap het wel… jullie kunnen niet volgen, wel ik zal mijn verhaal in het kort vertellen:

Het vrouwtje begroette mij met een lieve glimlach, ze had iets magisch, ze zag aan mijn gezicht dat er iets mis was en vroeg wat er scheelde.

Ik vertelde over het feestje van mijn vriendin en over deze saaie wandeling.

Ze knikte naar me en graaide in haar zak, ze haalde een groen flesje boven, waar een wit brouwseltje in zat en gaf het aan mij.

“Hier, neem dit aan, als je dit in het glas van je mama of papa giet en zij drinken het op, zal je leven veranderen en zal je mama je naar alle feestjes van de wereld laten gaan en ze zal altijd een luisterend oor voor je hebben.”

Er ontstond een reuzensmile op mijn gezicht.

“Maar,”zei ze “ let erop dat je het zelf niet opdrinkt of er zelf niet mee betoverd word, want dan zal je leven ook helemaal veranderd zijn, maar dan niet op de manier die jij wilt, maar je ouders willen.”

“Nou, zei ik, ik denk dat mijn ouders denken dat ik nog wat klein ben en dat ik nog hun lieve schattige dochtertje ben, maar ik ben al 12 hoor…”

“Wie weet word je dan zo klein, dat ze je niet meer kunnen zien!!!” zei de vrouw met een sarcastisch lachje.

Maar ze zei direct erna op een wat strengere toon: “ik zweer het je, er kunnen ERNSTIGE dingen gebeuren.”

Ik wou nog een heleboel dingen vragen maar de vrouw was bijna direct erna verdwenen.

Mijn mama riep,en ik spurtte terug naar de open plek in het bos.

“Waar zat je nu?”vroeg ze streng toen ik bij haar was aangekomen. “Ooh ik was gewoon wat aan het spelen” , zei ik op een heilig toontje en we vertrokken naar huis.

Eenmaal thuis schoot ik direct in actie, ik maakte wat thee klaar en  goot die in een tas. Ten slotte pakte ik het middeltje en goot het mengsel in de met thee gevulde tas. Voor mij maakte ik trouwens ook een kopje thee.  Dat had ik wel verdiend, dacht ik in mezelf.

Mama kwam naar me toe en pakte een van de kopjes. Daarna pakte ik mijn kopje (dacht ik) en begon te drinken, terwijl ik dronk keek ik stiekem naar mama. Opeens begon ik te duizelen en werd het zwart voor m’n ogen.

Toen ik terug mijn ogen opende, staarde ik  voor me uit.

“Opzij, opzij!!! Wat ligt dit rare insect hier te doen?”hoorde ik een hoog piepstemmetje zeggen. “Ik weet het niet majesteit, ik zag het hier liggen en heb jou er direct bij gehaald.”

Ik zet mijn ogen op scherp en was direct klaarwakker. Er stond een mier voor mij, maar dat is nog niet het ergste, het was een reuzenmier!!”

Ik sprong overeind en keek goed om me heen,  terwijl die reuzenmier mij stond aan te gapen.

Het begon langzaam tot mij door te dringen…ik keek langzaam omhoog en schrok me een hoedje. Een wereld van vliegende insecten en reuzen kruipinsecten gingen aan me voorbij.

Ik begon me stilaan weer te focussen op de mier.

“Wat moet je van me?” vroeg ik aan de mier.

“Wachters!!!” piepte de mier en ik werd direct omsingeld door zowat 1000 mieren.

Een tijd later werd ik  wakker in een bed van bladeren. “Zij is wakker” hoorde ik een mier fluisteren.

“Wilt u mij even excuseren? Wat voor insect bent u??” vroeg de mier op een vriendelijke toon. “Ik ben geen insect, ik ben euh...een  10 000 keer verkleinde mens”, stamelde ik.

“Wat?! Een MENS ??? Oh nee!!! Vlug, we brengen haar naar zijne majesteit.”

Ze leidden mij door een grote ondergrondse gang, ik was bang maar tevreden tegelijkertijd, ik was tevreden dat ik al dit moois te zien kreeg.

We bereikten stilaan de uitgang van de eindeloze gang en kwamen in een grote open ruimte waar het krioelde van de mieren.

We strompelden verder door en kwamen uiteindelijk aan een aparte ruimte waar er een iets grotere  mier zat.

Het was vermoedelijk de koningin.

“Hallo” zei ik op een onzekere toon.

 “Goedendag mensenkind, wat brengt jou hier op zo’n manier?”

Ik deed heel mijn verhaal. Ik zag dat ze één en al  luisterend oor was, net het tegenovergestelde van mijn moeder.

Ik werd betoverd, betoverd door de natuur en door wat ze te bieden had.

Begreep ik dat nu goed? Ik hield ineens  van de natuur! Ik vroeg aan de koningin hoe ik weer normaal kon worden. Ze wees naar boven, daar kwam via een verticale gang een kever naar beneden gedoken. Ik snapte het wel, ik wist wat me te doen stond…

Ik klom op de rug van de kever, de buik voelde slijmerig aan, maar de rug zat super comfortabel. De rit was heel schokkerig en hobbelig, maar ik kwam gelukkig toch ongedeerd boven. Ik stapte van de rug en bedankte de kever, de kever gaf me een druppel van zijn slijm. “Hier heb je een druppel van mijn slijm, drink hem op en je word weer normaal. Ik nam onzeker de druppel in mijn handen. Zou het geen vergif zijn?

Maar de kever zag er vriendelijk uit en ik dacht  niet dat hij me dood wil. Ik raapte mijn moed bij elkaar en dronk uiteindelijk  de druppel op. Opeens begon de kever te verkleinen, alles werd kleiner!!!Dat wilde dus zeggen dat ik terug aan het groeien was, dat ik weer normaal werd.

 “ Het viel allemaal nog wel mee” denk ik nu, als ik aan mijn avontuur in de mierenwereld terugdenk. Het voornaamste van de reis is, dat ik nu van die lieve, vriendelijke mieren iets geleerd heb. Ik heb geleerd, dat je van de natuur en alles rond de natuur moet houden. En… …dat je NOOIT een wandeling door het bos moet weigeren.

Rani DE SMEDT, laureaat 2011, reeks 2


©  Davidsfonds Heist-op-den-Berg, Oude Liersebaan 75, 2220 Heist-op-den-Berg, BELGIUM