DE ZAAK VAN VLERKEN
BRIEVEN
van Anneke Andries aan Frans Stuyck
(ter beschikking gesteld door Karel Swolfs) |
| 1947 - 26 october
Anneke vraagt aan haar achterneef Frans Stuyck of hij haar een stamboom kan bezorgen van zijn voorouders langs moeders kant [de afstammelingen van Antonetta Van Vlerken]. Ze vindt dat er dringend een familiebijeenkomst moet belegd worden "om de bewerking van de zaak zo gauw mogelijk te beginnen". Ze omschrijft niet wat de "zaak" is. 
Antwerpen 26-10-1947
Geachte familie
juist eennig woorden om uw wel willehijd in te vragen of gij zoo goedt zou willen zijn om de familie stam van uwen kandt te willen bezorgen zoo veer achter uit te gaan als gij kund het zij uwe Groot Ouder natuurlijk langs uw Moeder kand als ook uwe Moeder en Vader en dan alle uwe Broeder en Zuster en wanneer er Weduwe of Weduwnaaren zijn als ook de kinden die zij nagelatten hebben mij te willen op geven met hun foledigge adres met Man en Vrouw straat en stad of drop daar wij dringgen de familie moetten bij een zoekken om eenne bij eens komst te belengen om de bewerking van de zaak zoo gouw mogelijk te beginnen zijdt zoo goed mijn gevraagde zoo gouw mogelijk te willen bezorgen hartelijk dank op voorhandt
Uw Nicht en Cozijn
Van Heester Andries
Graaf van Egemond st 36
Antwerpen
[ongenummerde pagina 2]
Groot Ouder
v
Ouder
v
en kinderren en kleinkinderen die wees zijn
Wanneer ik soms foutten geschreven heb neemt het mij dan niet kwalijk daar ik nooit geennen school heb kunnen bijwonnen omdat ik van mijn 7 jaar al moest in de zant kaar staan dan kund u wel denkken wat een geleesthijd ik zoo al gehadt heb Nog maal aan allen eennen
[de rest ontbreekt in de copie]
|
| 1950 - 21 november
Anneke heeft vernomen, maar zegt niet van wie, dat er nog twee "erfgenaam stammen" moeten gevonden worden "aangaande" een verkoop in 1835 van eigendommen van [de Lommelse molenaar] Sevens-Gerardi.
Frans Stuyck heeft daar inderdaad opzoekingen naar gedaan in 1941, vermoedelijk op haar verzoek. Anneke vraagt welke eigendommen er verkocht werden. Ze gelooft in een complot om de "erfgenaam stammen" Hanegreefs en Van Vlerken [de afstammelingen van Thomas Van Vlerken x Maria Hanegreefs] uit te sluiten van een erfenis van de goederen die verkocht werden in 1835.
Een verband tussen een en ander valt niet op te maken uit hetgeen ze schrijft.
[Deze brief is geschreven in een ander handschrift dan al de andere, met veel meer samenhang in de gedachtengang, ook met punctuatie en een meer gebruikelijke spelling - vermoedelijk door iemand (over)geschreven in haar opdracht]
Wwe Van Heester-Andries
Gierstraat 9
Antwerpen
Antwerpen, 21 november 1950
Beste Kozijn,
Daar ik vernomen heb dat er nog slechts twee erfgenaam stammen moeten gevonden worden, aangaande de verkoop die in 1835 werd gedaan en [? vanwege] Sevens-Gerardi en waarvan U mij, als U het nog herinnert, de verkoopakte hebt laten geworden; daarom reken ik nogmaals op uw bereidwilligheid en wend ik mij tot U, om te vragen of U mij soms die twee ontbrekende stammen zoudt kunnen opgeven Volgens onze meening zijn die twee onvindbare stammen namelijk Haenegreefs en Van Vlerken, en ik denk dat het toch zóó moeilijk niet moet zijn om die 2 zoogezegde onvindbare stammen te vinden, enfin er zal toch wel een ernstige rede zijn om die stammen onvindbaar te houden
2)
Zoudt U mij ook kunnen opgeven wat er in 't testament van Sevens-Gerardi vermeld staat over de goederen die moeten verkocht worden om aan de wettige erfgenamen te doen delen
In de hoop beste kozijn een gunstig antwoord van U te ontvangen, aanvaardt onderwijl mijne beleefde groeten alsook mijn besten dank,
Wwe Van Heester-Andries
Anneke |
| 1950 - 21 december
Frans Stuyck heeft blijkbaar geantwoord op de vorige brief dat hij het verband niet ziet.
Anneke verklaart dat de goederen die in 1835 verkocht werden als eigendom van Sevens-Gerardi in feite eigendom waren van Elisabeth Van de Weijer en Jan Hanegreefs
[die ze altijd "Jan Goaart" noemt - de tweede voornaam, die niet in de parochieregisters voorkomt, heeft ze uit een testament en schepenakten, waarin hij voorkomt als Goijaert, afgeleid van Govaartsse < Govaart (Godefridus), de vader van Jan].
De eigendommen van Elisabeth Van de Weijer en Jan Hanegreefs zouden "blijven liggen zijn" en hun afstammelingen zouden daarvan een rente gekregen hebben tot in 1914. Gerardi, de echtgenote van Sevens, zou ook een achterkleinkind geweest zijn van Elisabeth Van de Weijer. "Ze" [het is niet duidelijk wie, vermoedelijk Elisabeth Van de Weijer] was "in gehouw" bij haar ouders en na haar dood hebben haar zuster en broer "alles" [het eigendom van Sevens-Gerardi? - het is niet duidelijk wat bedoeld wordt met "alles"?] laten verkopen.
De rentmeester heeft de twee stammen [de afstammelingen van Thomas Van Vlerken x Maria Hanegreefs] niet teruggevonden en tot in 1914 hun deel van de rente mee uitbetaald aan de hem wel bekende erfgenamen, ondermeer Sevens-Gerardi. Anneke beweert dat ze correspondeert met deze rentmeester, die een "afgezant" naar haar heeft gestuurd. Deze laatste zou aan de hand van Anneke's "papieren" hebben vastgesteld dat wij "rechtstreekse" [?] afstammelingen zijn, wat nog beter is dan wat ze al dacht.
Wat ze dan schrijft begrijp ik niet en ze begint uit te weiden over "het complot". "Ze" stellen alles in het werk om te beletten dat zij, Anneke, de hele waarheid aan het licht zou kunnen brengen. Zij is bij de procureur moeten komen: een anecdote die ze in latere brieven gedetailleerder vertelt. De tijd dringt, want na nieuwjaar [dat is nog maar tien dagen] wordt "die Erfzaak" [de erfenis van Sevens-Gerardi?] "teruggestuurd naar Brussel". Als er dan na 30 jaar niemand van ons nog is om "de zaak" op te volgen, kunnen "de heren die ons alles ontnomen hebben" ongemoeid profiteren van ons deel van de erfenis, dat ze zich onrechtmatig hebben toegeëigend. De "grote schuld" van haar problemen ligt volgens Anneke in Lommel. Wanneer daar [in het gemeentehuis] geïnformeerd wordt naar een Van de Weijer of een Hanegreefs, weten ze al waarover het gaat en kunnen ze geen informatie terugvinden. Haar ongeluk is dat al haar opzoekingen steeds naar Lommel leiden, waar het resultaat van haar vragen om inlichtingen altijd nul is. Ze heeft wel eens een goede medewerker gehad, de pater overste van het klooster van "Lommel Usines". Deze pater overste heeft haar eens gezegd "draai u rond en alles wat ge ziet is van jullie". Hij vraagt of ze al naar het geld gevraagd hebben, maar "Mijnheer" die bij hen is zegt dat het nog niet zo ver gekomen is. De pater overste vraagt zich af waarom "ze" het geld niet uitkeren aan de familie, want er komt dagelijks zo veel bij. Dan zijn "ze" in Lommel te weten gekomen wat "het pastoorke" [de pater overste] kwam opzoeken in de oude boeken op het gemeentehuis. Alhoewel hij al vele jaren pater overste was in Lommel Usines, hebben ze hem in een klein klooster gezet in Izegem bij Kortrijk. Dat is de beloning voor zijn bereidwilligheid om "onze rechten ten dele te helpen opzoeken". Dat is volgens Anneke "de zuivere waarheid".
Ze kan niet alles wat ze weet en waarmee ze bezig is in de brief opsommen, omdat het "veelteveel" is.
Ze wil nog wel een en ander kwijt over de Erfzaak in Peer [waar Frans Stuyck in 1941 ook inlichtingen over inwon]. Ze beweert dat de ontvanger van Peer geen erfgenamen vindt omdat hij ze niet wilt zoeken. Hij hoeft trouwens niet te zoeken, want hij weet goed genoeg dat het om de erfzaak van Anna Hanegreefs gaat, de meter van Jenne Marie [net als haar vader krijgt ook Maria Hanegreefs van Anneke altijd een bijkomende voornaam, Jenne, die voorkomt in haar huwelijksakte en naar Emma Van Vlerken later beweert, niet van Joanna maar van Adriana, haar meter, zou afgeleid zijn - maar de meter van Maria Hanegreefs heette volgens haar geboorte-akte Anna]. Hij weet ook goed genoeg dat de erfgenamen de afstammelingen zijn van de kinderen van Maria Hanegreefs x
Thomas Van Vlerken. Maar indien de ontvanger van Peer de erfgenamen zou oproepen, dan zijn "ze" in Lommel ontmaskerd en zal "de zaak" dezelfde weg gaan gelijk "de ander". Ze gaat een brief schrijven naar "den notaris" van Lommel om zijn geheugen op te frissen, zodat ze de namen van de erfgenamen kan doorgeven aan de ontvanger van Peer die op zoek is naar de erfgenamen in zijn "zaak".
Dan geeft Anneke een "bitje" van onze stamboom, waarin ze haar fantasie de vrije loop laat:
- "Graafvin" Elisabeth Van de Weijer x "Graaf" Jan Goaart "Henegraaffe",
4 kinderen waarbij "maar nu maken ze er Hanegreefs van"
- Petrus Hanegreefs, waar "hier" [in Antwerpen? in Lommel?] kleinkinderen van zijn
- Jenne Marie Hanegreefs x Thomas Van Vlerken
- André Van Vlerken, "ons beider grootvader"
[in werkelijkheid is hij hun beider overgrootvader].
Ze schrijft nog aan Frans Stuyck dat ze het eerste blad van "die" verkoopakte [vermoedelijk Sevens-Gerardi] zal meesturen zodat hij er beter zal aan uit kunnen. Dan volgt een zin waar ik niets van begrijp over Hasselt en het paleis van justitie: "wanneer er iest te zoekken is aangaan de zaak hebben mij naar Hasselt gestur op het palijs van stiesie of t wel wij den [? Nesjevaars] in die oude papieren".
Antwerpen 21-12-1950
Geachte Nicht en Cozijn,
Uwwen brief juist ontvangen kan ik niet naalaten u sito te antwoorden daar ik zien in u schrijven als dat u er niet goedt in verstaat aangaande de vragen die u stel
u zuldt u nog wel herrinderen dat u voor mij eens eennen verkoop efekt gevraagt hebt aangaande eennen veer koop van in 1835 waar wel de naammen op stonden van de Veer kooppers maar niet den Naam van den Eigenaar van die goederen en Nu Beste Nicht en Cozijn leest nu goedt mijn schreiven ATB die goederen zijn van ons voorouder Elisabet en Jan goaart en van die goederen die blijven lingen zijn van hun daar hebben zij alle jaaren tot 1914 jaarlijk Renten van uit betaal en die Gerardin is de Vrouw van Sevens zij is juis zoo ver als wij ook een Achter klein kind van Elisabet en Jan
2)
ja die heeft het haar gehadt daar daar zij bij haar [? ouder/onder] in gehouw was en naar haar dood om dat er drie minder jaarrige kinderen waarren hebben haar zuster en haar broeder alles doen verkoopen maar die twee stammen die hebben zij nooit gevonden en die Renten die zij altijd hebben uitpetaalt tot 1914 dat was van ons deel maar dat wiert wel uit betaal maar nog eens onder hun en ik heb dien Rentmeester gevonden en ik ben met hem in brief wisseling geweest en hij heeft zelf zijn zaakgelaster bij mij gesturt om mijn papieren in te zien en wildt eennen weetten wat hij zegde dat wij nog wel recht streek af stammelingen zijn en dan dachten wij als dat wij er al zaaten maar het was [? mies] waarom om dat zij dan [? ontemaarhertzijn] zij weetten genoeg achter wat ik zoek het is teveel en juist daarom werken zij harter als wij omdat zij maar altegoedt weetten wat zij gedaan hebben
3)
en Nicht en Cozijn als ik u schrijf als dat ik bij de Prokereur des konig heb moetten kommen allemaal voor die zaak maar dat laat mij kout en nu hier Cozijn om dat ik gehoort heb als wanneer die twee stammen niet gevonden zijn voor niewjaar dat dan die Erfzaak terug naar Brussel gesturt wert en dan is het weer voor 30 jaar dan komt zij weer eens voor de pinnen en wie is er dan nog van ons en dan zijn die afstammeln van de heerren die ons alles hebben ontnoommen Vrijgevochtenen daarom werkken die harter dan wij Nicht en Cozijn de grooste schult is in Lommel wanneer u Achter eennen van de Weyer of Hanegreefs vraagt dan weetten zij al voor wat het is en dan vinnen zij niets of zij kunnen u dat gevraag niet geven gij moet niet vragen wat ik niet gedaan heb om tog maar klarte in die zaak te krijgen maar het ongeluk is altijd dat ik altijd in Lommel moet terecht kommen en dan is weer nul
4)
maar ik heb tog eens eennen goede helper gehadt en dat was den pater oferste van het klooster van Lommerloozin en dien heeft ons goedt geholpen en dien heeft ons alles gezecht wat er was en alles hij zegde zoo u draait u rondt en alles wat ge ziet is van Elle en hij zegde zoo hebt u al naar het gelt gevraag maar Mijnheer dien bij mij was zegde dat hij het nog niet zoo ver was gegaan hoe is het mogelijk zegde de pater waarom keerren zij dat niet aan de familie uit waar dagelijks zoo veel bijkomt en dan zijn zij in Lommel te weeten gekommen wat het pastoork in de oude boeken op het gemeentehuis kam doen wat hebben zij met hem dan gedaan hij was in Lommelooze~ al zoo veel jaaren pater oferste om ons regten terdelen helpen op zoeken nu hebben zij hem in een klein klooster gezet in Iezigem teegen kortrijk dat is nu zijnne beloonning om eerlijk te zijn Nicht en Cozijn twijfel niet aan het geen ik u schrijf alles is de zuiverre waar hijd
5)
Cozijn laat mijnnen brief u niet verveellen daar ik zo veel schrijf ik kan er nog alles niet in zetten omdat het veelteveel is wat er is ziet Cozijn nog iest den ontvanger van peer heeft een Erfzaak aan de handt maar vindt geen Erfgenaammen omdat hij ze niet wil zoeken daarbij hij moet niet zoekken hij weet goedt genoeg wien die Erfgenaamen zijn de afstamelingen van Jenne Marie Hanegreefs Vrouw van Tomas Van Vlerken hun kinderen en de Erfzaak die is van Anna Hanegreefs die was Meter van Jenne Marie
zoo dus wanneer den ontvangeer dat doet van die Erfgenaam op te roepen dan zijn zij in Lommel ontmaskert die zaak zal de zelfde weg in gaan gelijk de ander
Nicht en Cozijn ik zou kunnen blijven schrijven en nu gaa ik schrijven naar den
6)
den Notaris van Lommel om hem die twee stammen hem eens terug in zijn geheugen te doen kommen als schrijf ik naar den ontvanger van peer om hem die Erfgenaammen op te geven die hij zoekt voor die Erfzaak die daar is
Nu Nicht en Cozijn ziet hier een klein bitje van onze stam boom
Ons voor Ouders
Graafvin Elizabet Van de Weijer
Egenoot van
Graaf Jan goaart Henegraaffe
maar nu is het makken zij er Hanegreefs van
hun kinderen zijn er 4 maar ik geef er maar twee op
zoon Peterus Hanegreefs waar hier kleinkinderen van zijn
hun dochter Jenne Marie Vrouw van Tomas van Vlerken
[in de marge :] Andree is de zoon van Tomas
zoon Andree dat onze bijde Groot Vader gij en ik
nu sluit ik en trag er aan uit te kunnen
u Nicht
Anna
7)
Nicht en Cozijn trag tog maar zoo goed mogelijk aan mijn schrijven aan uit te kunnen ge zult wel zien hoe ik geleert ben ik heb nooit school gedaan maar uit lengen kan ik goedt zelf van als ik met de zaak begonnen tot nu toe Fr~ ik zal het eerste blat van die verkoop akte sturren dan zult u er beter aan uit kunnen Nu aan u allen onze beste groetten
familie Van Heester Andries
8)
Fr~ wanneer er iest te zoekken is aangaan de zaak hebben mij naar Hasselt gestur op het palijs van stiesie of t wel wij den [?Nesjevaars] in die oude papieren
Beste groetten
Anne
Nogmaals let niet te hart op mijne voutten die ik geschreven heb |
| 1951 - 2 april
Aan het voorgaande heeft Frans Stuyck wellicht niet veel kunnen toevoegen en hij heeft haar brief onbeantwoord gelaten. Anneke probeert hem ervan te overtuigen dat ze niet overdreef en dat hetgeen ze schreef nog geen derde was van "zoals het is". Maar ze ondervindt al jaren dat ze niemand kan verplichten om haar te helpen. Mensen die haar zouden kunnen helpen zeggen allemaal: "laat ze maar voort doen, als er iets van komt genieten wij er mee van". Maar Anneke kan daar niet in berusten omdat zij weet "wat er voor ons nog ligt". Ze vraagt het eerste blad van de verkoopakte terug, dat ze met de vorige brief meestuurde.
Antwerpen 2 - 4 - 1951
Geachte familie,
naa lang gewacht te hebben op een aantwoord van u bijde zien ik mij verplicht u nog maals te schrijven jaa Cozijn ik Denk als dat gij mijnne brief meschien wat overdreven gevonden zuldt hebben nee Cozijn alles wat ik u daar in schreef was nog het derde paart niet zoo als het is maar ik kan tog niemand verplichten mij te helpen dat heb ik al jaarren ondervonden iemand die kan helpen die zegen dat zij maar voort doen als het komt zijn wij er tog bij en dat kan en zal ik nooit goedt kunen daar zij ook weetten wat er voor ons nog licht en nu Cozijn en Nicht gelieft zoo goedt te zijn van mij dat stuk van den verkoop terug te willen sturen om het bij mijne papieren te doen.
Van uw nicht
Anna.
Aan Frans Stuyck
Geel |
| 1953 - 6 april
Anneke lijkt, twee jaar later, gewoon terug aan te sluiten bij de vorige brieven. Het is ook mogelijk dat er een deel van de correspondentie ontbreekt, of dat Frans Stuyck haar op eigen initiatief geschreven heeft. In die brief van Frans Stuyck meent Anneke te bespeuren dat hij en zijn echtgenote haar niet goed begrepen hebben. Maar dat verwondert haar niet omdat ze klaarblijkelijk niet op de hoogte zijn "aangaande onze familieboom". Ze moeten verder in het verleden teruggaan om "onze zaak in klaarte te kunnen brengen". Ze moeten teruggaan tot bij Elisabeth Van de Weijer en Jan Hanegreefs, beiden overleden in Lommel, in 1792 en 1795. Maar ze slaagt er maar niet in te ontdekken waar en wanneer ze geboren zijn. De "goederen die in Limburg liggen" zijn hun nalatenschap, van "onze eerste grootmoeder en grootvader".
Nu meent ze dat er een verband moet bestaan met de vondst van oud geld bij wegenwerken in Geel op een plaats waar, volgens de reporter van de Gazet van Antwerpen die erover berichtte, "vermoedelijk reeds van voor de tijd van Maria Theresia" een huis heeft gestaan dat "behoorde aan de familiestam der Vandeweyer's". Ondermeer een Jan Vandeweyer, die in dat huis woonde, maakte gedwongen de Russische veldtocht van Napoleon mee. Maar het verband dat Anneke vermoedt, lijkt wel erg ver gezocht. Ze vraagt aan Frans Stuyck of hij de geboortedatum van deze Jan Van de Weijer uit Geel wil opzoeken, want ons "overovergrootmoeder", Elisabeth Van de Weijer, zou misschien ook wel in Geel kunnen geboren zijn, en dan kan ze daar haar geboorte en haar ouders verder opzoeken [in plaats van in het gehate Lommel]. Zo lang ze de geboorteplaats en -datum van Elisabeth Van de Weijer niet gevonden heeft, kan ze niet verder met haar opzoekingen.
Anneke verzekert Frans Stuyck en zijn echtgenote dat ze beslist niet zo veel moeite en jaren zou investeren in "de Erfzaak", als ze er niet echt in geloofde. Volgens haar is "de erfenis nooit uiteen gedaan" en "verduisterd", en kunnen daarom achterkleinkinderen die "rechtstreekse" afstammelingen zijn, er tot in de 12de generatie aanspraak op maken. Ze weet dat van "de Grootste Advocaat van Antwerpen". Die heeft haar uitgelegd dat een gemeente of stad privé eigendommen waar de erfgenamen "niet naar omzien" niet mogen verkopen, maar ze kunnen er wel beslag op leggen om ze te verhuren of te verpachten. Met de opbrengst mogen ze lasten en onkosten betalen, maar alles wat overblijft komt toe aan de erfgenamen tot in de 12de generatie. En Anneke en Frans Stuyck zijn nog maar in de vijfde generatie erfgenamen van Elisabeth. Maar omdat "de zaak" te groot is, kan ze de geboortedatum van Elisabeth maar niet te pakken krijgen. Ze wordt tegengewerkt door eigen familie langs de kant van Elisabeth, omdat "die mannen" altijd mee van onze rente genoten hebben tot in 1914. De rentmeester is zelf een afstammeling, daarvan heeft ze het bewijs zwart op wit, alsook zijn zaakgelastigde advocaat, die bij haar thuis haar "papieren" is komen inzien en haar verzekerde dat wij "rechtstreekse" afstammelingen zijn. Maar zo lang ze de geboorte-akte van Elisabeth niet heeft, kan ze verder niets meer ondernemen. Misschien is Elisabeth wel geboren in het huis in Geel waar het geld gevonden werd, en kan Frans Stuyck haar de geboorte-akte bezorgen. Ze neemt aan dat het hem en zijn echtgenote toch ook plezier zou doen als ze hun familie zouden kunnen gelukkig maken. Waarom zouden anderen er "schoon weer mee blijven spelen", wanneer er iets aan te doen is. Anneke geeft het niet op omdat ze de omvang van de erfenis kent.
Ze laat alle remmen los in de omschrijving ervan. De nalatenschap van Elisabeth "bedraagt zo groot Limburg is, tot in Holland", en die van Jan Goaart Hanegreefs omvat het gebied tussen het domein "De Hagel", juist buiten Herentals, tot aan de Blauwe Kei, "en dat is de zuivere waarheid". Wie zou daar niet alle moeite voor doen? Anneke raadt Frans Stuyck en zijn echtgenote aan om in de zomer de twee "stamhuizen" van onze overgrootouders eens te gaan bezichtigen. Ze zijn toegankelijk van 9 tot 4. Het ene is het kasteel van Alden Biesen in Bilsen, het andere het kasteel "Weyer" in "Hoes", "15 kilometer op zij Hasselt".
Deze omschrijving, die zowat de hele huidige provincies Antwerpen en Limburg, met nog een stuk in Nederland omvat, lijkt klinkklare onzin. Wie bijvoorbeeld op het internet de zeer goed gedocumenteerde geschiedenis van Alden Biesen bekijkt, zal ook onmiddellijk concluderen dat dit nooit het "stamhuis" van Van de Weijer kan geweest zijn. Het andere "stamhuis", waar nog een Van de Weijer woont "maar hij schrijft zijn naam in het frans" is moeilijker te localiseren. Vermoedelijk bedoelt ze een aanpalend domein van Alden Biesen dat in Hoeselt ligt.
Op de website van Alden Biesen ontbreekt echter het recente verleden. Wie dat leest, zal vaststellen dat Anneke Andries toch niet zo maar in het wilde weg fantaseerde, zoals men op het eerste gezicht misschien zou vermoeden. Alden Biesen was wel degelijk privé bezit in de jaren 1960-70 en "du Vivier" kan men inderdaad interpreteren als "Van de Weijer maar hij schrijft zijn naam in het frans".
Anneke's idee over de omvang van de erfenis is even onwerkelijk als haar hoop om er ooit aanspraak op te kunnen maken. Maar in HET GROOT ARCHIEF duiken hier en daar haar oorspronkelijke bronnen op, waarin men de fundamenten herkent waarop ze haar ogenschijnlijk groteske visioenen construeerde.
Antwerpen 6-4-1953
Geachte Nicht en Cozijn
Uw schrijven Goedt ontvangen te hebben kan ik tog niet nalaten u nogmaals te schrijven daar ik in u schrijven zien Cozijn en Nicht als dat u mijn schrijven niet goedt hebt verstaan Maar dat is niet te verwonderen daar ik in u schrijven zien als dat u niet op de hoogte zijd aan gaande de onze familie boom het geen u schrijft Cozijn dat is juist maar ik moet veel verder achter uit gaan om onze zaak in klaarte te kunnen brengen u zuldt wel verwonder geweest zijn Cozijn en Nicht als u bijde de Nam van de Weyer leesde in mijnnen brief ja Cozijn en Nicht tot dien Naam moet ik achter uit gaan om dat de Goeder die in Limburg lingen de Naa latten schap zijn van ons Eerste Groot Moeder en Groot Vader dat waarren Elizabet Van de Weyer en Jan Hanegreefs zij zijn bijde overleeden te Lommel hij in 1792 en zij in 1795 maar waar zij geboren is kan ik maar niet krijgen en nu dacht ik met het Geen in Geel paseerde Mandt gebeurt is met dat vinden van dat Gelt en omdat in het Laaste Niews de naam van van de Weyer bijston en dat daar de Van Weyer hunnen Eigedom was en dat daar ook Jan Van de Weyer gewoont hadt had ik aan u gevraag of u mij de Geborten daatum niet zou kunnen bezorgen en dat dat daar tog zoo Oudt Geldt gevonden is kan meschien ons over over Groot Moeder Elizabet van Weyer daar ook van daan zijn en zoo zoun ik dan misschien haar ouders als haar geborten kunnen bekommen wandt/ zoo lang ik haar Ouder en haar geborten datum en plaast niet en heb kan ik niet voor
2)
Nicht en Cozijn gij kundt wel denken als ik niet goedt wist Achter wat ik zoek dat ik dan zoo veel moette en zoo veel jaaren er mij ook niet zouw meede bezich houwen maar Cozijn gij die van Notaris zaaken op de hoogte zijt gij weet dat tog ook wel wanneer er een Erfzaak is van Ouder op kindt en dat nooit uit teen is gedaan en altijd maar verduister is als dat dan de Klein kinden en zelf de Achter Klein Kinden zelf tot den 12 stam er aan spraak kunnen op doen gelden het is juist daarom Cozijn om dat ik dat weet van de Grooste Avocaat van Antwerpen mij dat allemaal heeft gezecht om onze stam Rechstreek af staamt van Elizabet van de Weijer het is juist daarom Cozijn om de zaak te groot is en te veel als dat haar geborten maar niet kan krijgen omdat wij door Eige familie lang Elizabet tegen gewert worden omdat die Mannen er altijd van genooten hebben wandt de Rentmeester die tot 1914 altijdt de Rent heeft uitbetaal jaarlijks is zelf eennen afkomeling van van de Weijer daar heb ik zwart op wit van als ook van zijn Avocaat wat de zaakgelaster van de Rentmeerst is zelf bij mij nog geweest om mijn papieren in te zien en hij zegde zelfs als dat wij Rechtstreek de afstammeling zijn maar zoo lang ik de geborten Akte van Elisabet niet heb kan ik niet doen meschien is zij daar in dat huis ook geboren daarom had ik u dat gevraag tracht mij dat te kunnen bezorg ik denk tog ook wel Cozijn en Nicht wanneer u de familie gelukkig zach dat u dat ook plezier zouw doen waarom moetten ander er schoon weer meede blijven spellen wanneer er iest zouw aan te doen zijn daarom geef ik het niet op omdat ik weet wat er allemaal is
3)
ziet hier een klein bitje dat ik u meede deel de naa laten schap langs Elizabet dat bedraag zoo groot Limburg is tot in Holland en dat van Jan Goaart Hanegreefs het domijn de Haagel dat begint van als gij buiten Hertaals zijd tot aan de Blauwe kij en dat is de zuiver waarhijd wien zouw daar geen moette voor doen Cozijn die Avocaat het het mij zoo uitgelecht als dat geen een gemeente of stad Eigedomm van Ander Menschen mogge verkoopen maar zij mogen die Eigedomen wel aan slagen om ze te verhurren of verpachten om al de om kosten wegen van lasten en onkosten te dekken omdat er geen familie naar om zien die Erfgenaam zijn en die daar niet van op de hoogte zijn gelijk wij waarren dan [o] moggen de Gemeentens of stadt verpachten maar schiet er nog 5 senten over dan moetten die 5 sens op de naam van de Eigenaar gezet worden tot dat den 12 stam voorbij is en wij zijn nog maar de 5 stam Cozijn en Nicht wanneer u soms in de zoomeer uit rijdt gaat dan eens de twee stam huizen van ons Over Groot Ouder een afzien zij lingen alle twee in Hoes en Bilzen zij zijn bijde aftezien van smorgen 9 tot 4 savons op een van de daar woont nog eennen Van de Weijer op maar hij schrijft zijnnen Naam in Frans
het een is het Kasteel van Alden Biessen en het
Ander is het kasteel Weijer dat licht 15 kilometer op zij Hasselt
en Nu gaan ik sluiten wandt ik zou wel kunnen blijven schrijven tot morgen
Aan allen onze beste Groetten
Van Nicht en haar kinderen
Anna |
| 1953 - 20 april
Frans Stuyck is naar het gemeentehuis van Lommel geweest, volgens Anneke het vroegere jachtslot van onze voorouders Van de Weijer. Anneke beweert dat hij zich tussen de wolven heeft begeven. In Lommel kunnen "ze" nooit iets terugvinden in de akten, ze werken alleen maar tegen. Ze weten maar al te goed dat ze ontmaskerd worden indien ze de juiste gegevens zouden doorgeven. In Lommel zit "de grote knoop". Anneke is haar zoektocht in 1919 begonnen en ze wisten in Lommel onmiddellijk waar ze naar zocht. In 1920 zijn ze beginnen verkopen. In 1928 zouden er 23 percelen verkocht worden, maar dat heeft Anneke kunnen verhinderen. De percelen werden terug aan de pachters aangeboden, maar intussen was het te laat om het land nog te bewerken. "Nicht Jelie van Tante Katje" was daar bij en heeft het haar verteld.
In de marge herhaalt ze nog eens dat ze denkt dat "die Jan" [Van de Weijer] in Geel is gaan wonen, in het huis waar nu oud geld is gevonden.
Ze kon niet meer verder met haar opzoekingen, maar eindelijk heeft ze de overlijdensakten bemachtigd van Jan Hanegreefs en Elisabeth Van de Weijer. Ze kan niet zeggen hoe dikwijls ze daar heeft moeten voor schrijven. Het valt echter tegen want, in tegenstelling tot in de overlijdensakte van hun dochter, staan de geboortedata niet vermeld, zelfs de naam van de echtgenoot wordt niet genoemd [wat voor genealogen allemaal vanzelfsprekend is].
Ze resumeert de data die ze nu heeft van het gezin Jan Hanegreefs x Elisabeth Van de Weijer. Maar de huwelijksakte kunnen ze in Lommel ook niet vinden. Anneke raadt Frans Stuyck aan om niet meer in Lommel te zoeken, maar om in Geel de geboortedatum en ouders op te zoeken van Jan Van de Weijer. Ze denkt dat ze langs die weg ook de geboorte van Elisabeth zullen kunnen terugvinden. In Lommel zullen ze die nooit geven, want daar is te veel bedrog gepleegd en zullen ze alles doen om te beletten dat de geboortedatum van Elisabeth ooit gevonden wordt.
Anneke legt dan uit hoe "de zaak" ineen zit. In 1913 is de familie Van Vlerken bijeengeroepen op het Frans consulaat. De zuster van Anneke's moeder is op die bijeenkomst geweest. Er was sprake van "een grote erfzaak voor de Van Vlerken", maar ze mocht het aan niemand verder vertellen want dan zou er te veel "beloop van de familie" komen op het consulaat. Na de oorlog heeft Anneke dat nieuws toch vernomen van haar nicht en is ze onmiddellijk met haar opzoekingen begonnen. Maar in het consulaat kwam ze niets te weten. De broer van Frans Stuyck, een cafébaas, vertelt haar op een dag dat "Mijnheer Grieten" hem heeft gezegd dat bij notaris Adriaensen in Meerhout een testament berust van een "grote erfzaak van de familie Van Vlerken". Anneke is dan naar notaris Adriaensen geweest en die heeft bevestigd dat er inderdaad een zeer oud testament voor de Van Vlerken was, maar om er meer over te vernemen moesten ze de naam van de erflater kennen en waar hij overleden was. Sindsdien zijn er nog wel tien andere familieleden bij hem geweest, maar hij zegt tegen iedereen hetzelfde. Tegen één kozijn heeft hij gezegd dat het testament bij hem ligt, maar dat degenen die het willen laten uitvoeren daar "goed zullen moeten voor betalen". Adriaensen is nu geen notaris meer en ze neemt aan dat hij dan toch al zijn zaken heeft overgedragen aan zijn opvolger [notaris Van Ermengem]. Ze is daarvoor naar "de Bureau van Notariaat" geweest maar zonder enig succes. Volgens Anneke moet men er dezelfde hiërarchische weg volgen als in het leger, te beginnen bij de korporaal. Uiteindelijk moest ze naar de "oppernotaris" in Turnhout gaan vragen om Adriaensen op het matje te roepen. Maar dat heeft ze niet gedaan, want volgens haar zijn het twee handen op één buik. Ze is dan maar beginnen zoeken in Frankrijk. Uit Frankrijk heeft ze bericht gekregen om geld op te sturen voor "de" overlijdensakte [van wie? - vermoedelijk van Anna Catharina Van Vlerken]. Anneke was in de hemel van geluk door deze meevaller, maar een paar dagen later kreeg ze haar geld zonder akte teruggestuurd. Dat vindt ze zeer verdacht.
Dan laat ze weer alle remmen los in een beschrijving van "onze afkomst". Willem de Zwijger was Willem van de Weijer [???]. [Een interessante, zeer uitgebreide en zeer gedetailleerde genealogie van Willem de Zwijger is gepubliceerd op het internet - een korte blik daarop volstaat om te zien dat de afstammelingen van Oranje, zowel de "erkende" als vooral de afstammelingen van een "bastaard", niet meer te tellen zijn].
Volgens Anneke was de zoon van Willem de Zwijger Prins van Oranje en daarna Prins van Meerhout. De Prins van Meerhout [volgens wat Anneke hiervoor beweert dus de zoon van Willem de Zwijger] heeft "de titel" [van Oranje?] niet willen aanvaarden en heeft terug de titel "Graaf van de Weijer" aangenomen. Hij is in Edegem gehuwd in 1699 [zijn "vader", Willem de Zwijger, overleed in 1584 - op zijn minst worden hier dus een paar generaties overgeslagen] met Gravin Elisabeth Van Berkelaar, dochter van Jos Van Berkelaar x Maria Elieas. Met de hulp weer van de pater overste van het klooster in "Lommel Usines" heeft ze de huwelijksakte in Edegem gevonden, maar daarin staat enkel de naam van de echtgenoot, Jan Van de Weijer, geen andere data over zijn geboorte of ouders zoals bij de bruid.
Er is toevallig een publicatie in omloop van een volkstelling in Edegem in 1693, dus zes jaar vòòr het huwelijk in kwestie. Daarin komen 2 gezinnen Van Berkelaar voor, beide zonder enige adellijke titel:
1. Adriaen x (1665) Anna Eliaerts (let op de overeenkomst met "Elieas") > 7 zonen en 3 dochters waarbij Elisabeth °1 september 1672 en dus de vermoedelijke kandidate voor het huwelijk in 1699.
2. Gulliam x (1689) Joanna Jacobs > één voordochter en twee dochters, te jong voor een huwelijk in 1699.
Alhoewel dit verhaal van Anneke over "onze afkomst" weinig historische basis heeft, zou het misschien toch wel interessant zijn om de huwelijksakte van Jan Van de Weijer x Elisabeth Van Berkelaar in Edegem in 1699 op te zoeken, en indien mogelijk de afkomst te achterhalen van deze Jan Van de Weijer, naast een mogelijk verband met de Jan Van de Weijer in Geel uit het bericht in De Gazet van Antwerpen van 1953.
Anneke besluit haar brief met het relaas van een confrontatie met "die notaris van Mol die er achter [in de gevangenis] heeft gezeten voor verduistering". Die notaris heeft Anneke een paar jaar geleden aangeklaagd omdat ze met een erfzaak bezig was waar ze geen aanspraak op kon maken. Ze is naar het politiebureau moeten komen, waar ze verklaard heeft dat "de zaak" werd "tegengehouden" door 4 personen, maar hun namen heeft ze niet willen noemen. Dan is ze bij de procureur des konings moeten komen en heeft verklaard dat ze die 4 namen net zo min aan hem, de procureur, zou noemen als aan de politiecommisaris. De procureur dreigt haar voor het gerecht te brengen, maar Anneke antwoordt hem: "liever vandaag nog dan morgen, voor het gerecht zal ik die 4 namen noemen." "Maar," vraagt ze aan Frans Stuyck, "hebt u voor het gerecht moeten komen? - Ik ook niet." Dat heeft "die notaris van Mol" haar gelapt, omdat hij graag haar "papieren" zou hebben, "hij zal wel weten waarom". Hij was er zelfs voor bij haar thuis gekomen, een nicht uit Mol [Emma Van Vlerken] had haar adres gegeven.
Anneke herhaalt nog eens haar verzoek aan Frans Stuyck om de geboortegegevens van Jan Van de Weijer op te zoeken.
Antwerpen 20-4-1953
Geachte Nicht en Cozijn
Ik heb uwennen brief zeer goedt ontvangen en ik zien in uw schrijven als dat u in Lommel zijdt geweest en Cozijn dan zijd gij in het huis geweest van onze voor Ouders dat gemeenten huis was voorger het jacht slot van van de Weijer en ik lees ook in u brief als dat u naar de overlijdens Achte van Elizabet van de Weijer gevraagt heb zij is te Lommel overleeden den 14-12-1795 en haarren Man Jan Goyaart Hanegreefs hij is ook te Lommel overleeden de 15-1-1794 Cozijn gij hebt de wolven in de mondt gelopen zij moetten niet zegen dat ze u dat niet kunnen geven om dat er te veel van dien naam in hun boeken kommen de dien dat wij moetten hebben de man van Elizabet die heet Jan Goijart ik geloof tog niet Cozijn dat al die Jannen die zij in hun boeken tegen kommen dat die allemaal Jan Goijart heetten nee Cozijn zij zullen alles doen om ons dien niet te moetten geven om Dat zij maar altegoedt weetten dat zij dan ontmasker zijn dat weetten zij heel goed daar in Lommel zit de Grootste knoop ik ben er in 1919 meede begonnen en zij wiesten in Lommel sito waar ik naar zocht en in 1921 zijn zij beginnen te verkooppen en in 1928 was er eennen verkoop van 23 perseellen en dien hebben wij teggen gehouwden die kon niet door gaan [? zee[?]] de Mannen van het gemeenten huis tegen de hurlingen die die goederen in pacht houden en drie Manden nadien vroegen zij aan de pachter of zij berijdt waarren om terug in pagt te neemmen maar dan was het te laat om het te bewerken voor de menschen en onder die pachten was Nicht Jelie van Tante katje bij zij heeft het ons zelf gezecht en wij zijn er op uit gegaan en ja t was waar wij warren toen met eennen Notaris beezich
[omgekeerd in de bovenmarge:]
Ik zal alles wat ik heb u het latten weetten
ik den als dat die Jan in Geel is gaan woonnen waar zij nu dat Gelt gevonden hebben
2)
Wij konden niet voorder omdat wij den overlijden nog niet hadden van Elizabet of Jan hoe meenig maal ik daar niet heb moetten voor schrijven dat kan ik u niet zeggen maar Eindelijk heb ik ze tog maar ieder Akte is apaart bij haar staat er niet bij van wien zij de Vrouw is of bij hem staat er niet bij van wien hij de Man is maar van hunner Dochter Jenne Marie de vrouw van Tomas Van Vlerken daar staat op Jenne Marie huis Vrouw van Tomas Van Vlerken overleeden te Lommel in 1791 waarom niet bij die twee ander Elizabet en Jan staan in Lommel wel gekend als Man en Vrouw wandt hun 4 kinderen zijn er alle 4 er geboren ziet hunne kinderen de
1 Andrieanna Ge te Lommel in 1736
2 Peterus in 1739
3 Jan Baptist in 1742
4 Jenne Marie in 1746
en zij is gehuwt in Lommel met Tomas in 1771
en is er overleden in 1794
Dat zijn de kinden van Elizabet en Jan Goyard zoo is zijnnen Naam
Maar zij vinden in Lommel ook hun Huwelijk niet maar de kinden staan tog gekent als de kinderen gesproten uit Jan Goyard Hanegreefs en Elisabet van de Weijer
Cozijn laat Lommel los en tracht te weetten te kommen in Geel wanneer die Jan Van de Weijer geboren is en wien zijn Ouders zijn zoo zullen wij ook de Geborten van Elizabet kunnen krijgen dat weetten zij in Lommel wel maar die zullen zij ons nooit geven ik zeg nog eens daar is teveel bedrog gedaan en zij zullen als doen om ons te beletten hen te vinden
3)
en nu Cozijn laat mij u uitlengen hoe de zaak in een zit
u weet nog wel als dat de familie van Vlerken geroepen geweest zijn op Frans cosulaat in 1913 daar is toen de zuster van Mijn Moeder moetten kommen het was voor een groot Erfzaak voor de van Vlerken maar zij mocht tegen niemant het zegen wandt dan haden zij te veel beloop van de familie Tant heeft niest gezecht als juis in den oorlog tegen mijn Nicht en in de oorlog kon zijn niest doen en naa den oorlog ben ik er sito meeden begonnen en ik kon het op het Consulaat nieste weetten kommen als
[? D] toen ik op eennen zeekeren Dag bij uwe Broeder op Cafe kwam met mijnnen Man veltelde hij Mijn als dat Mijnheer Grietten hem hadt gezecht als dat er een groot Erfzaak van de familie van Vlerken was en dat het testament bij Notaris Adriejansen in Meerhout was ik ben toen bij de Notaris geweest hij zegde van ja dat er bij hem een zeer oud testament voor de Van Vlerken was maar wij moesten hem opgeven van wien het was en waar hij overleeden was en sins dien hebben wel 10 van de familie bij hem geweest en hij zecht tegen iedereen hetzelfde maar over eenne [? tij] is er Cozijn van ons bij hem geweest en daar heeft hij tegen gezecht als dat dat nog bij hem liecht en die er meede wildt beginnen dat die dan Goed zullen moetten voor petaalen maar hij is nu geennen Notaris niet meer zoo dus moest hij tog alles overgeven aan zijn opvolger is dat niet juist ik heb hier naar de Buro van Notariat geweest maar dat gaat juist bij de Notarisen gelijk bij het Leeger daar moet gij ook eerst de kopperaal aanspreeken en daar hoorgaan ik moest eerst den opper notaris van Turhout henen die zou dan Adriansen van Meerhout onderhoorren dat heb ik niet gedaan omdat dat twee Vrinden zijn
[3bis]
en die willen tog niest gezecht hebben van elkanderen kontraar hij die van Turehout zou die van Meerhout nog wel kunnen waarschuwen dan hebben wij maar gezocht in Frankrijk tot dat ik ons lang al blij was daar ik van Frankrijk antwoord op mijn schrijven Frans Geld moest op sturren voor de overlejdens Achte jaa Nicht en Cozijn ik was toen juis al zoo blijde of dat ik in de Heemelen was maar een paar dagen kreeg ik tijn als dat mijn Geld terug was gestur Cozijn hoe vindt u dat allemaal aardig E
Nicht en Cozijn ziet hier onsze afkomste
Wilmen de Zwijger was Wilmen van de Weijer
zijn zoon was Prins van Oranje dan is hij Prins van Meerhout geworden en Prins van Meerhout zijn zoon heeft heeft den Tittel niet willen neemmen dien heeft terug de Nam Van Graaf van de Weijer aangenommen en die moet in Edegem gehuwt zijn in 1699 met Gravin Elizabet Van Berkelaar was de dochter van Jos van Berkelaar en van Maria Elieas maar van van de Weijer daar ston niest bij als juist Jan Van de Weijer nog zelfs niet van waar hij was Nicht en Cozijn dat weet ik allemaal van eennen pater van Lommelloozin dien heeft ons zoo veel gezecht en geholpen
[in de marge links :] ik heb het huwelij in Edegem vonde het is juist gelijk het [rest onleesbaar door copie]
[in de marge rechts :] Het beste aan u allen want ik zoo u nog zoo veel kunnen schrijven [rest onleesbaar door copie]
4)
nu ik tog aan het schrijven ben zal ik u nog meede deellen Cozijn kendt u die Notaris van Mol die er Achter gezeetten heef voor die verduisteren die hij gedaan heeft E Cozijn die heeft mij over een paar jaren Aangeklaagt als dat ik met een Erfzaak bezich was die niet van mij was dan heb ik op de Buro van polis moetten kommen en ik heb gezecht van jaa maar dat die zaak wert tegen gehouwden door
4 persoonnen maar ik heb de persoonnen niet genoemt dan heb ik bij de Prokereur des Konig moetten kommen en vroeg mij wien die vier pesoonnen waaren die mij tegen werkte en antwoorden dat ik die zoo min aan hem zouw zegen zoo min als aan de Comeseer van polis zoo zech hij dan zal ik u voor het gerecht doen kommen en ik antwoorde hem zoo liever vandaag als morgen en dan zal ik voor het gerecht de 4 pesoonnen noemmen hebt u Cozijn moetten kommen ik ook niet
Dat heeft die Notaris van Mol mij gelapt hij hadt garen mijn papierren gehadt want hij was er voor bij mij geweester door een Nicht van Mol die mijn Adres had gegeven hij zal meschien wel het beste geweetten hebben waar hij zoo gaarne mij papier zoo willen hebben
Beste Nicht en Cozijn laat mijne lang brief u niet verveellen en zet de foutten die u er in tegen komt maar op zij wandt niet goedt geleert zijn is erg en ik verwacht een goedt antwoord en het is te hoppen als dat die geborte van die die ik u vraag kundt bekommen dan kan ik meschien verder
Nicht Anna
|
| 1953 - 10 juni
Anneke verontschuldigt zich omdat ze nu zo dikwijls schrijft, maar ze is zeer in de weer om
"de zaak" te kunnen oplossen, omdat ze er zeker van is dat die bestaat en dat alles wat ze schrijft "de zuivere waarheid" is. Stel u eens voor hoe gelukkig we allemaal hadden kunnen zijn als "die deugnieten" "het" ons niet hadden ontnomen. "Ze" zijn daarmee begonnen in 1835. Dan is "de eerste verkoop gedaan" [van de eigendommen van Sevens-Gerardi]. Van die verkoop heeft Frans Stuyck haar een dossier bezorgd, maar de naam van de eigenaar wordt er niet in gegeven, enkel de naam van de verkoper. Die verkoper [Sevens] kwam er voor een zevende deel in voor, langs de kant van zijn overleden echtgenote [Gerardi], die een achterkleinkind was van Elisabeth Van de Weijer en Jan Hanegreefs. Die echtgenote [Gerardi] was "in gehouw" bij haar grootmoeder Elisabeth Van de Weijer [in de vorige zin was ze nog haar overgrootmoeder]. Onze overgrootmoeder [in werkelijkheid de moeder van hun betovergrootmoeder] is overleden in 1795 en haar kleinkind [Gerardi], die bij haar "in gehouw" was, is overleden in 1892. Haar [Gerardi's] man is "blijven zitten" met 3 minderjarige kinderen. Haar broer en zuster hebben hun kindsdeel opgevraagd en toen is "alles" verkocht, Frans Stuyck zal zich nog wel herinneren dat het "krikeleik veel" was. Vanaf dat ogenblik zijn alle andere kleinkinderen van Elisabeth en Jan beroofd geweest, want "nu zijn al de gronden en eigendommen in Limburg onteigent voor dat vliegveld in Lummen" [??? - hoe moeten we die twee gegevens aaneen knopen?]. Is het niet wraakroepend, vraagt Anneke aan Frans Stuyck en zijn echtgenote, dit alles te weten en zwart op wit te hebben "op één stuk na", de geboorte-akte van Elisabeth en Jan. Daarom heeft ze zo aangedrongen bij Frans Stuyck om de geboorte-akte terug te vinden van Jan Van de Weijer in Geel, want ze vermoedt dat het huis waarin hij woonde en waar ze bij verbouwingen geld hebben gevonden, het "stamhuis" was van Van de Weijer. Ze gelooft dat ze aan de hand van die gegevens ook de geboorte van Elisabeth Van de Weijer zal kunnen achterhalen, daarom herhaalt ze nog eens haar verzoek om die geboorte van Jan Van de Weijer op te zoeken in Geel.
Anneke heeft vernomen dat Frans Stuyck in Lommel is geweest om de overlijdens op te zoeken van "die twee". Zelf is Anneke onlangs ook nog, samen met haar meter, in het gemeentehuis van Lommel geweest, want ze hadden haar een verkeerde naam opgegeven voor de overlijdensakte van de echtgenote van Thomas Van Vlerken [Maria Hanegreefs dus]. De klerk in het gemeentehuis hield "bij hoog en bij laag" staande dat de gegevens die zij verstrekt hadden correct waren. Anneke heeft dan gevraagd om de burgemeester te mogen spreken en dat werd toegestaan. Ze mocht zelf in de boeken zoeken en heeft de juiste overlijdensakte van Maria Hanegreefs gevonden. Ze heeft nog verder gezocht naar de overlijdensakten van Jan Hanegreefs en Elisabeth Van de Weijer, maar hoewel het boek dat ze gekregen had de gegevens bevatte tot 1796, vond ze geen van beide overlijdens terug, noch dat van Jan in 1792, noch dat van Elisabeth in 1795. Ze confronteerde de klerk hiermee en haalde twee zelf meegebrachte afschriften van de overlijdensakten voor de pinnen. Ze vroeg uit welk boek die dan wel afgeschreven konden zijn. De bediende stond met zijn mond vol tanden en kreeg de kleur van een tomaat. Maar het was sluitingstijd en ze moest "het aftrappen". 's Anderdaags mocht ze geen boeken meer inzien en was de burgemeester niet meer aanwezig. Daar kan Frans Stuyck toch ook wel zijn conclusies uit trekken? Zo gaat het er in Lommel toe en daar zit "de knoop". Daar zijn ze met de deugnieterij begonnen en "er zitten nog andere personen tussen". Anneke vindt het heel moeilijk, maar zo lang ze leeft zal ze verder zoeken en ze komt dichter en dichter bij de waarheid. Het geheel bestaat uit "drie grote zaken" die "zij" verduisterd hebben. Indien er één aan het licht komt, komen ze alle drie aan het licht.
Ze heeft antwoord gekregen uit Frankrijk. Ze moet geld opsturen voor "de" overlijdensakte [van wie? - vermoedelijk Anna Catharina Van Vlerken].
Dan herhaalt ze het verhaal dat ze in de vorige brief al vertelde, hoe ze door "dien notaris" uit Mol aangeklaagd werd en bij de commisaris van politie en daarna bij de procureur moest komen. De procureur vroeg haar hoe het mogelijk was dat ze al zoveel jaren met haar erfzaak bezig was. Ze zei dat ze werd tegengewerkt door vier personen, maar dat ze die alleen voor het gerecht in publiek bij naam zou noemen. De notaris van Mol heeft haar aangeklaagd omdat hij zo graag haar "papieren" zou hebben en zij wil ze aan hem niet geven. Zij kan een boek schrijven over al wat ze beleefd heeft en nog beleeft [later heeft ze dat ook inderdaad gedaan]. Zij tracht er zo naar om iedereen gelukkig te maken door "het" op te lossen. Dan zou wat ons toekomt ons ook toebehoren. Maar er zijn altijd wolven geweest die de schapen opeten.
Nu gaat Anneke haar brief beëindigen, want ze vreest dat ze Frans Stuyck en zijn echtgenote "op den duur" zal gaan vervelen. Zij herhaalt nog eens haar verzoek om de geboorte van Jan Van de Weijer op te zoeken, want dan zal ze "langs die kant" ook Elisabeth kunnen terugvinden.
Antwerpen 10-6-1953
Geachte Nicht en Kozijn
Geliefd mij te veronschuldigen dat ik u zoo dikwijls schrijf u weet hoe zeer ik in de weer zijn om die zaak te kunnen op te lossen omdat er zeeker van ben dat die bestaat en al wat ik u al geschreven heb dat dat de zuiveren waarhijd is en juist daarom doen ik als om de zaak klaar te kunnen spellen laat u eens voorstaan als dat wij allemaal zoo gelukkig zouw kunnen zijn en hadden moetten zijn als eennige duggieten het ons niet hadden ontnommen die zijn daar meede begonnen in 1835 dan is den Eersten verkoop gedaan van den verkoop Kozijn hebt u mij een dossier van bezorgt maar daar staat niet den naam op van den Eigeneer maar wel de naam van die het deet verkoopen wandt die verkooper kwaam er in voor een 7 deel langs zijn Vrouw zaaliger harre kandt en die Vrouw is ook een Achter Kleinkind van Eliezabet Van Weijer en Jan Hanegreefs u zult u afvraagen hoe dat in een zit ziet hier Kozijn dat was zoo die was in gehouw bij haar Groot Moeder Elisabet wandt gelijk gij weet is Elizabet van de Weijer ons oveer oveergoetmoeder oveleden in 1795 en dan haar klein kindt die bij haar was in gehouw is overleden in 1892 en is haarren Man blijven zitten 3 minderjaarreege kinderen blijven zitten en dan hebben de Broeder en zuster van de overleedenen hun part gevraag en dan is daar alles verkocht en als het u nog herinnert Kozijn dan zul nog wel weetten als dat er krikeleik veel was het is van toen af dat zijn de ander Kleinkinderen van Elizabet en Jan van alles hebben berooft tot nu toe wandt nu is allen de Gronden en Eijgedommen in de Limburg ontijgent voor dat Vliegveldt te Lummen maaken Kozijn en Nicht wat denkt u daar zoo al van is het geen vraakroeppen als u dat allemaal weet en van alles zwart op wit heb en op een stuk naar en dat stuk is juist de Geborten van Eeliezabet en van Jan
2)
en het was juist daarom Kozijn dat ik aan u gevraagt had om mij de geborten van die van de Weijer die gekent was en dat zelf het stam Huis was van van de Weijer waar zij in Geel dat Gelt hadden gevonden met die werken die daar uit gevoert wirdt als ik dien zijn geborden en zijn Ouder daar bij dan zou ik meschien achter de geborten van Elizabet kunnen kommen en het is juist daar Kozijn en Nicht dat u bijden met mijn schrijven zoo dikwijls heb lastig gevallen gelieft zoo goedt te zijn om mij een klein woortje te willen latten weetten of u er kans in ziet om mij dat te kunnen bezorgen Kozijn u heb mij latten weetten als dat u van Lommel of u zelf in Lommel geweest zijdt voor de overlijddes van die twee ziet hier Kozijn ik heb ons lang in Lommel op het gemeenten huis geweest met ons
[?meht] [?= "meet" van meter ?] in Lommel om dat ze van Lommel mij eennen verkeerde Nam hadden opgegeven op den overlijdens Akte van Tomas Van Vlerken zijn Vrouw de klerk houwde bij hoog en laag staan dat het juist was ik heb dan gevraag om de Burgemeester te mogen spreeken en dat werde mij toegestaan en ik hadt ook de twee overlijdens Achte bij van Elizabet en Jan en ik mocht zelf in den boek zien dan heb ik de juiste Akte van Tomas zijn vrouw gevonden en die was overleeden in 1791 en dan zocht ik natuurlijk voor naar die twee ander maar in dien boek dien nogtans ging tot 1996 [1796] kwam ik geen een van de twee teggen niet van Jan dien in 1992 [1792] of niet die van Elizabet in 1995 [1795] dan heb ik de bediende er bij geroep en gezecht ziet hier den overlijden van Jenne Marie Hanegreefs huisvrouw van Tomas van Vlerken en haalde ik die twee ander Achtes voor de pinnen en ik zechde hem als dat die niet in dien boek stonden en hij bezag mij maar aardig en ik vroeg hem dan uit welken boek dat die af geschreven waarren daar kon hij niet op andtwoorden en hij had eennen kop gelijk een tomat het was sluit tijd en ik moeste het af trappen en sanders daag mocht ik in geen ander boeken zien
3)
en den Burgemeester was ook weg en ziet u nu Kozijn hoe het er in Lommel uitziet daar zit de knoop daar zijn zij met de deugenietrij begonnen en daar zitten nog ander pesoonnen tussen ik weet wel Kozijn en Nicht als dat het heel moeilijk is maar zoo lang ik leef zal ik er naar zoekken en ik kom al dichter en dichter Kozijn en Nicht het zijn drie grootten zaken die zij van verduister hebben en wanneer er een uitkomdt kommen zij alle drie van die van Frankrijk heb ik antwoort gehad als dat ik het Gelt moet op sturren voor den overlijden Akte zoo dus laat ons hoopen dat dat lukt en van dien Notaris van Mol die al die verduisterin gedaan heef die heeft mij over eennige jaarren eens aan geklaag aan hooger handt en ik moest eer op den Buro van polis kommen en daar kreeg ik te horren als dat die mij hadt aan geklaag dat ik bezich was met een Erfzaak die niet van mij was ik hadt tegen de Komiseer gezecht gelijk het en dan naa dien moest ik bij den Prokereur des Konig en die vroeg mij of dat dat waar was dat ik met een Erfzaak bezich was ik zegde van ja maar dat die van mij was en dat ik daar al jarren meede bezich was en hij zegde mij hoe is dat mogelijk daar u zecht als dat u er al jaaren meedde bezich zijd en ik antwoorden hem als dat u van 4 persoonnen wert teggen gewerk en hij zegde mij als dat ik die persoonnen moeste noemmen en ik zegde hem van neen dan zal ik u voor de rechtbank doen kommen en ik gaf hem dan voor antwoord als dat ik dan in het publiek die 4 persoonnen zal noemmen hebt u Kozijn ooit moetten kommen ik ook niet daar aan ziet u als dat dien Notaris van Mol er ook niet vremt zal aan zijn hij had sogaaren mijn papieren willen hebben en om dat die hem niet heb willen geven heeft hij aangeklaag Kozijn en Nicht ik kan eennen boek makken van al wat ik teggen gekommen ben en nog teggen koom ik traag tog
4)
Er zoo naa om ze allemaal geluk te kunnen maken met het er is en het te kunnen op lossen en dan zouw het nog het ons zijn dat ons moest toekommen maar ge heb altijd wolven gehad en die zijn nu ook nog die altijd de schaapen op eetten en vernietigen en nu Kozijn en Nicht ik gaan uit schieen met mij schrijven wandt ik denk als dat ik u bijden door den dur er gaan mee verveellen nu weet u al wat maar nog het bijzonderste niet geeft mij nu ATB een klein antwoord en of gij mij die geborten van die van Weijer kund bezorgen en dan zouw ik u dankbaar zijn omdat ik denk als dat ik lang dien kand Elizabet zouw kunnen vinden
Aanvaart u bijden mijn besten Groetten
en dank op voorhandt
Uw nicht en kinderen
W Van Heester Andries
Gierstr 9 Antwerpen |
| ZONDER DATUM [aansluitend bij de vorige brief]
Net als Frans Stuyck en zijn echtgenote zal Anneke niet opgeven en blijven trachten "de zaak", waar ze al zo vele jaren mee bezig is, aan het licht te brengen. Ze weet hoe groot "de zaak" is en dat is de reden waarom het zo lastig is om er informatie over los te krijgen. Het is echter niet te laat, want zij zijn nog maar de vijfde generatie en men kan tot in de twaalfde generatie zijn rechten laten gelden, omdat de erfzaak "rechtstreeks" van onze voorouders is. Tot in 1914, juist voor de eerste oorlog, werden er jaarlijks renten uitgekeerd van de opbrengst van de goederen "die blijven liggen zijn van onze voorouders". Een deel van die renten had aan hen moeten uitgekeerd worden. Ze heeft de rentmeester gevonden, maar kan niets ondernemen zonder de geboorteakte van Elisabeth Van de Weijer. Ze herhaalt nog maar eens haar verzoek aan Frans Stuyck om de geboortedatum van Jan Van de Weijer in Geel te gaan opzoeken, want aan de hand daarvan zullen ze ook Elisabeth kunnen terugvinden.
Antwerpen [zonder datum]
Geacht Nicht en Cozijn
Het zal u weer wel verwonderen dit schrijven van mij weer te zien gelijk u Frans en Nicht geef ik het nog niet op om de zaak uite lichte te brengen waar ik al zoo veel jaaren mede beezich ben om dat ik weet wat eenne Groot zaak het is en het is juist daar om Cozijn en Nicht om dat de zaak te groot is dat het zoo lastich is voor iest lost te krijgen en om dat het niet te laat is om er voor te werken wij zijn nog maar de 5 stam en wij hebben tot den 12 stam om ons rechten te doen gelden om dat de Erfzaak recht streeks van ons voor Ouder zijn en daar zij tot 1914 tot juist voor de 1 Oorlog jaarlijk renten hebben uit gekeer van den opbrengs van de goederen die blijven lingen zijn van ons voor Ouder dat aan ons zouw moetten uitgekeert geweest zijn ik heb de Rentmeester gevonden maar ik kan nog niest doen daar ik maar niet de Geborte Acht van ons over Groot Moeder kan krijgen en zij was Elizabet Van de Weijer en zij was de Vrouw van Jan Goaart Hanegreefs zij zijn bijde overleeden te Lommel en nu met dat geval van dat Gelt vinden in Geel en omdat het in het huis was dat aan de Van de Weijer heeft toegehoord over zoo veelle jaarren daarom wen ik mij nog maals tot u Cozijn omdat u mij nu nog eens wil helpen om mij de Ouder van de Van de Weijer die bij die vonst gekent ston zijn geborten plaast en zijn ouders waar zij geboren zijn
[ongenummerd tweede blad]
staat als ik dat weet wie zijn ouders zijn dan denk ik als dat ik het zal gevonden hebben naar waar ik dan moet zoekken om Eliezabet ons Over Groot Moeder moet zoekken Cozijn gelieft dat eens te doen en laat ons hoopen als dat gij mij dat kundt bezorgen ik zouw wel zelf naar het gemeenten huis schrijven maar als zij mijn geschrift zien dan zien zij al hoe geleert ik ben en dan doen zij alleens er geen moeite voor wand van het geschrift daar hangt dikwijls veel aan af
Nu sluit ik met mijn beste Groeten aan u
Allen en dank op voor handt
Uwe Nicht Anna
NB Cozijn en Nicht laat mij hoopen als dat ik een goedt antwoord van u mag verwachten en dan weet ik tot waar ik mij moet wenden
W Van Heester Andries
Gierstr 9 Antwerpen
Cozijn en Nicht ik kan het maar niet opgeven om dat ik weet wat er allemaal voor was weg gelecht en waar er nu heerre zijn die met ons goederen schoon weer spellen en dat slaagt tegen de kop
|
| ZONDER JAAR - 20 december
Een brief van Anneke's echtgenoot om een bijeenkomst te beleggen bij de broer van Frans Stuyck, vermoedelijk de hierboven reeds genoemde cafébaas.
Charles Van Heester
193 Lage weg
Hoboken
Hoboken, 20 December
Beste Cozijn
Goed uwen brief ontvangen hebbende kunnen wij niet nalaten U te melden als dat het ons groot genoegen zal doen U Zondag aanstaande ten huize uws broeders te spreken.
Schrijven kan ik U niets daar ik zelve niet veel weet wat ik echter weet zullen wij mondelings bespreken. Van deze inlichtingen waar over gij mij spreekt wist ik reeds iets of wat.
Dus hopende U Zondag te spreken bied ik U mijn beste groeten aan U allen.
Uw cozijn. |
| ZONDER DATUM
Het ontvangstbewijs. Hiermee ging Anneke rond bij haar achterneven en -nichten. De vijftig frank was een bijdrage om haar opzoekingskosten te helpen betalen. De meeste familieleden vonden toen het bedrag te hoog als investering in "de zaak".

|
| ZONDER DATUM
Mogelijk is dit een bijvoegsel bij één van de laatste brieven. Het is een gezinssamenstelling van Andreas Van Vlerken x Isabella Monsieurs. Daaronder geeft Anneke eindelijk de naam van de vermoedelijke erflater in Frankrijk, waar ze zelf over correspondeert met iemand of met een instelling in Frankrijk, en waar Emma Van Vlerken de volgende jaren koortsachtig op zoek naar is. Het zou gaan om de ongehuwd overleden Anna Catharina Van Vlerken (°Meerhout 1820). [Emma Van Vlerken meent haar overlijden teruggevonden te hebben in Parijs, maar blijft er hopeloos zoeken naar haar overlijdensakte.] De oproep in 1913 om naar het Frans consulaat te komen zou haar nalatenschap betroffen hebben. Het zou haar testament zijn dat bij notaris Adriaensen in Meerhout berust en waarrond zoveel deining ontstond in de jaren 1920. Volgens Anneke zou het testament nog altijd bij Adriaensen liggen, hoewel hij geen notaris meer is, volgens haar heeft hij dat zelf gezegd. Hij heeft het niet doorgegeven aan zijn opvolger [Van Ermengem]. Ze heeft hem daarvoor aangeklaagd "in Mol". Daar heeft hij gezegd dat ze de 5 broers van Andreas moeten zoeken. Maar dat is niet nodig want het testament komt oorspronkelijk van Antonius Van Vlerken [de ongehuwd overleden broer van Andreas, °Lommel 1786]. Zijn nicht [waar Antonius dus oom van was], Anna Catharina, had er het vruchtgebruik van, dat na haar dood aan haar broers en zusters toekwam. Anneke meent dat Frans Stuyck en zijn echtgenote nu wel zullen begrepen hebben hoe de zaak ineen zit. Ze beëindigt dit hoofdstuk in "de zaak Van Vlerken met de woorden: "Nu sluit ik, zelle mannen!".
[zonder datum]
stam Boom Van de Weijer en Hanegreefs Jan
hun dochter
Jenne Marie Hanegreefs Vr van Tomas Van Vlerken
hunne zoon
Andree Van Vlerken Man van Monseur Isabela
hunne kinderen
1 Van Vlerken Tomas geh met een van Ballen
2 Van Vlerken Casemier geh met Renders
3 Van Vlerken Anselmus geh met Schillebeek Joanna
4 Van Vlerken Angelina geh met Monseur Pier
5 Van Vlerken Catharina geh met van de Houtte
6 Van Vlerken Antonia geh met Keustermans [?Miehstuik = "Mie Stuyck"?]
7 Van Vlerken Leocadia geh met Andries Pier
8 Van Vlerken Veronica geh met van Dijk
9 Van Vlerken Anna Catharina jondocheter
dat zijn allemaal de kinderen van Andree en zijn Vr Monseurs zij zijn allgeboren in Meerhout
en van die Anna Catharina was de oproep in 1913 en het testament berus in Meerhout bij Adrieansens maar hij is nu geennen Notaris niet meer maar hij heeft tog nog altijd het Testament in zijn bezit zoo hij zecht ik heb hem al gedaagt en hij is in Mol moetten komen en daar gaf hij op als dat wij den 5 broeder van Andree moetten op zoekken daar moetten wij niet naar zoeken want het Testamen komdt rechtstreek van Antonus van de van Andree maar Anna Catharina houdt het Vrucht gebruik er maar van en naa haar dood moesten aan haar zuster en Broeder kommen ik denk Cozijn als dat u het nu wel zuldt verstaan hoe de zaak in een zit
nu sluit ik zelle mannen
uwe Nicht
Anna |
|