INDEX 
   
 ZOEKEN 
 
DE ZAAK VAN VLERKEN - HET GROOT ARCHIEF
ARCHIEF LUCIEN VREYSEN
BUNDEL 5 - DEEL 3 (# 148)
(ter beschikking gesteld door Leon Vreysen)

L-5 # 148
NOTA'S - ANNEKE ANDRIES

13 bladen recto machinegeschreven nota's. 

Transcriptie van "het boek" over "De Zaak Van Vlerken" door Anneke Andries.
Alhoewel de tekst enigszins "gekuist" is door de bewerker, is dit een vrij getrouwe transcriptie,
waarin getracht werd de originele tekst zo precies mogelijk weer te geven.
De indeling in bladzijden door Anneke Andries is ook aangeduid.
Volgens de geruchten zijn er nogal wat bewerkingen van dit "boek" in omloop, waarin de tekst zelf bewerkt, aangepast en verbeterd werd met grammatica; punctuatie en zinsbouw.
In de archieven hebben we daarvan geen exemplaar teruggevonden.
Het enig origineel manuscript in het handschrift van Anneke Andries dat zich in de archieven bevindt, bevat enkel de eerste bladzijden van 1 tot 19 (haar nummering) en het ongenummerd blad inleiding. Het is opgenomen onder [L8].

TRANSCRIPTIE
Aan U Heeren Van de Redacsie
Gelieft dit In te zien en oordeelt Dan maar
Gelieft dit boek mij terug te bezorgen
                                                                  Aan W Van Heester Andries
                                                                  Gier str (7) T/S/
Aan mijne kinderen
Hier in deez boek zult U alles leezen en zien hoe ik Gewerkt heb om U allen Gelukig te kunen Maaken Nog ik of U Vader hebben nog moeiten of Geldt Gespaart om ons doel te proberen te Hallen
1
In Augustus 1914 ben ik naar Meerhout geweest naar de begrafenis van Nonkel Jef Schillebeeckx Na de begrafenis ben ik naar den Notaris Adriaenssens gegaan om hem te vragen naar het testament van Nonkel Jef ik kreeg voor antwoord Madam ik heb geen testament van Jef Schillebeeckx maar wel een heel heel oudt testament voor de Van Vlerken ik vroeg hem of hij de notariszaak van Notaris Heylen
2
hat over hij zegde van ja dan zegde ik hem dan hebt U het testament van Jef Schillebeeckx ook hij zegde Madam weet Gij het beeter dan ik, ik antwoorde hem tog zoo goedt als U dan zal ik gaan zien zegde hij en hij was sito terug met het testament open juist of hij was een gazet aan het lezen ik vroeg hem naar den inhout alles is verkocht op lijfrent ik kon gaan maar toen wist ik niet als dat de zuster van mijne moeder Anne Reziena Van Vlerken Wwe Mertens
3
geroepen was geweest in 1913 op het Frans Conzulaat hier in Antwerpen ik ben dat maar te weeten gekomen in 1919 en dan benk naar Tante gegaan zij zegde mij ales in Juni als zij tuis kwam stak er een briefje in de Bust er ston op als dat zij sandersdaag met dat briefje en haren trouwboek moest komen op het Frans Conzullaat den Heer nam haar trouwboek en hij zag hem in hij zegde alles is juist ge zijd erfgenaam en hij vroeg haar of zij een atmeraal in
4
de familie gekent heeft en tante zegde van neen hij vroeg haar ook of zij hem wilde beloven van tegen niemant dat te zegen want anders zouw hij te veel geloop van de familie krijgen en tante heeft gezwegen tot in 1917 dan ben ik terug naar Meerhout gegaan in 1919 naar Notaris Adriaensens om hem te vraagen aangaande dat oudt testament dat voor de Van Vlerken was of hij dat nog in zijn bezit had hij zegde van ja maar U moet mij kunnen opgeven van wien het is en waar hij is overleden en dan zal ik het open doen dan ben ik onze stamboom gaan op zoeken om tog maar te kunen vinden
5
van wien dat tog mocht zijn ik heb alles kunnen krijgen hier op het stathuis dan ben ik weer terug naar Meerhout gegaan in 1920 daar ben ik dan te weeten gekomen van den beste vrind van Adriaensens De Pooter hij zegde mij Anneke ik kan U helpen ziet hier ik weet alles van den Notaris hoe dat dat testament is het is van Antoon Van Vlerken die uit Meerhout is gevlugt als deserteur in 1813 naar Frankrijk en hij terug gekomen als ordenaans van prins
6
du Merode die hier is gesneuvelt en dan is hij terug naar Frankrijk naar de Meroodes en hij heeft voor de Merodes naar Algier moeten gaan om hun bezittingen gaan te beheren en daar heeft hij handel gedaan op eenen anderen naam maar als hij hart ziek was heeft hij zijnen echten naam gezecht en het testament is door den zoon van Anna Catharina die was Atmeraal en hij heeft het testament bij notaris De Wit in 1877 neergelecht dat was aan hem gemaakt en naar zijn doodt moest het komen aan zijn moeder die was niet
7
getrouwt en naa de dood van zijne moeder moest het komen aan haar zuster en haar broeder en dat zijn de kinder van Andree Van Vlerken de broer van Antoon, man van Isabella Monsieurs gehuwt te Meerhout in 1810, grootvader de vader van mijn moeder was de zoon van Andre hij, was Alselmus Van Vlerken Man van Joana Schillebeek geb te Meerhout in 1817 zij zijn getrouwt in Meerhout in       dat waren de gezegdes van Mijnheer Pooter hij is niet meer.

8
Dan ben ik en Mijnheer Lambert die mij helpte in 1921 naar het frans Conzullaat gegaan om naar dien oproep te vraagen van in 1913 Juni Waar de zuster van mijne moeder is moeten voor komen Anna Regiena Van Vlerken Wwe Mertens het was voor een erfdeel van 42 miljoen zoo was haar gezecht er wiert een boek gehalt die van 1913 Mijnheer Lambert vroeg of hij zelf mocht zien omdat er zoo veel volk was hij kreeg voor antwoord denkt U als dat ik dat niet kan hij zocht maar hij zegde ik kan niets vinden aangaande de Van Vlerken dan weer maar
9
gezocht dan ben ik in 1923 naar Mijnheer avocaat Witemas Gegaan en hij heeft sito naar Notaris Adriaensens geschreven en naar dat testament voor de Van Vlerken dat bij hem beruste gevraag hij had gevraag of hij hem wilde zegen van wien het was daar voor Heer Notaris het tog ook het beste is voor U hij kreeg voor antwoord geeft mij op van wien het is en aan wien het gemaakt is en waar hij is overleden en dan zal ik het opendoen Mijnheer Witemans zegde Madam dat is een
10
zaak voor eenen jongen avocaat zij is te zeer in gewingent en daar ben ik te oudt voor en hij stuurde mij naar Mijnheer avocaat Rombouts hij naam de zaak aan en moest hem uitlengen wat het was en ik zegede hem als dat Mijnheer Lambert ales deet zoo dus begon hij samen met mijnheer Lambert te onderhandelen wat er moest gedaan worden ik moest zooveel bewijzen geven die ik al had en ik moest maar altijd van den eenen naar den anderen en dan wist ik nog niets tot in 1956.
Wij zijn eenmaal met mijnheer Lambert en mijnheer Rombouts naar het
11
Conzullaat geweest het jaartal weet ik niet meer juist nemeer mijn twee nichten waren mede gegaan die, hadden de geboorten van Anna Catharina bij hun maar mijnheer Rombout en mijnheer Lambert zijn alleen binnen gegaan en wij moesten in de gang wachten en dan vroeg een van die twee wat is dat ik moest hun kalmeren met te zeggen dat is niets dat is, daar alle-
maal in Frans en daar verstaan wij tog niets van maar ik vroeg tog aan hun aan Mijnheer Rom-
bouts en Lambert is die zaak voor U bijden of voor ons zij bezaagen mij, eens dan ben ik in
12
1934 met mijn halfzuster Maria Van Vlerken weer eens naar het Conzullaat geweest zij wisten niets van die erfzaak voor de Van Vlerken dan ben ik in 1932 en mijnheer Lambert met de zoon van mijn tante Van Vlerken eens naar het conzullaat geweest en Lambert had gevraagt aan mijne cozijn of hij die heer waar hij met zijne moeder was bij geweest of hij dien heer nog zou kenen hij zegde van jaa wij kwamen daar binnen en achter een schutsel van gelas zat eenen lange maageren
13
man te schrijven en gelijk mijn cozijn dien hier zag zitten weest hij nadaar en hij zegde daar zit hij den heer naam zijn papieren op en hij ging weg hij bezag ons niet dan heb maar altijd voortgedaan tot in 1933 dan ben ik met mijnheer Lambert naar Meerhout geweest op het gemeentehuis en hij vroeg naar eenen boek van in 1913 maar wat hij heeft opgeschreven dat weet ik niet van Meerhout ben wij naar Peer geweest en van Peer naar Hasselt naar de oude archieven wat hij
14
daar allemaal heeft opgeschreven dat weet ik niet
in 1936 ben ik te weeten gekomen als dat mijne nicht Clemaans Van Dingenen in den eersten oorlog drie maal op het gemeentehuis in 1914 is geroepen geweest om bij mijnheer Grietens gemeenteraadslid aangaande die erfzaak van die 42 miljoen uit Frankrijk dan ben ik weer eens naar het conzullaat geweest met mijn nicht Josephine vrouw Baelemans en ik vroeg weer naar die oproep en den heer zegde tegen eenen bediende allé
15
sersjé le liever en den bedienden antwoorde avek de saveir de Van Vlerken en zijne baas zegde zoo alee roezou en den bedienden pinten
[pinkoogde] eens naar ons hij, kwam met eenen nieuwen boek af en den heer zegde zoo ziet maar zelf eens in ik zegde het is niet noodig mijnheer warom madam omdat deeze boek een nieuwen is en die van 1913 waren de bladeren al geel wat bedoelt U daar mee madam omdat wij in 1921 in dien boek
16
van 1913 niet mochten zien en deze wel en zegde hij waarom en ik zegde omdat hier niets zal in staan wat in dien van 1913 staat madam zegde hij gij mogt met eenen ekspert komen als U wil ik zegede dat is niet nodig die zal hier ook niets in vinden wat er niet in staat ik zegde dag mijnheer
in 1954 is mijn nicht met haren man naar Parijs geweest en zij zijn op het Bels Conzul geweest om te vragen naa die Van Vlerken die daar is overleden en als de conzul den naam hoorde uitspreken Van Vlerken
17
dan zegde hij dat is voor die groote erfenis en hij gaf hun twee briefjes mede en die moesten zij invullen en ze naar het Ministerie van Buitenlandse zaken sturen dan zijn wij naar Mijnheer Lambert om te vragen wat wij daarmeede moesten doen het antwoord luiden dat is gevaarlijk
dat is alles wat ik voor die zaak van Frankrijk heb kunen doen nu laat ik het aan nicht Emma die zaal over die heeft er meer voor gedaan omdat zij de taal machtig is en ik heb wat gedaan aan die twee andere erfzaaken Van de Weyer en Hanegreefs
18
In 1951 moest een deeling gedaan worden van een verkoop en dat was toen notaris Van Duffel te Lommel en den ontvanger van Peer was er en veel erfgenamen en den ontvanger van Peer zegde de deeling kan niet doorgaan er zijn hier mensen die hun uitgeven voor familie en de rechtstreeksen zijn hier niet die deling zal naar Brussel gestuurd worden naar de consiease kas het was gedaan ons hebben zij nog nooit niet doen komen daar de kinderen van Jenne Marie Hanegreefs vrouw van Thomas Van Vlerken de rechtstreekse erfgenamen zijn
19
In 1920 vroeg ik aan Lommel de geboortenakte van Jenne Marie Hanegreefs
Ik kreeg voor antwoord dat mij dat niemant kon bezorgen nog gemeente nog kerk bezitten de register en aangaande de erfzaak die misschien 50 duizend fr bedraagt zen al 150 erfgenamen gekent dat was mijn antwoord dat ik kreeg
Dan ben ik zelf naar Lommel gegaan met een nicht die daar woont naar het gemeentenhuis wij kwamen juist bij een jongen klerk en die gaf
20
ons een geel papier en daar stonden twee geboortens op van twee kinderen van Elisabeth Van de Weyer en van Jan Goyaert Hanegreefs het waren Jenne Marie Hanegreefs geboren in 1746 en Petrus geboren in 1739          dan vroeg ik naar haar huwelijk ik kreeg een akte maar het was Joanne Hanegreefs die met Thomas Van Vlerken gehuwt was in 1771 ik weer naar Lommel met die akte ik vroeg naar den burgemeester om hem te spreken wat verlangt Madam
21
zegde ik zegede Paardon Mijnheer Burgemeester zij hebben mis op gegeven het is Jenne Marie Hanegreefs die met Thomas Van Vlerken getrouwt is maar niet haar zuster Joanna Kom meede madam zegde de Burgemeester en wij kwamen, op de buro van Bevolking hij riep de baas hier is een abus gedaan op die, akte het moet Jenne Marie zijn in plaats Joanna weet Madam het beter dan ik zegde de baas laat madam zelf zoeken en mocht zelf zoeken maar de baas trok een zuur gezicht
22
ik maar zoeken maar ik had het gouw gevonden maar ik zochte tog maar voort met het gedacht dat ik soms haar moeder haar huwelijk ook zouw kunnen vinden maar niet dan vroeg ik aan de baas of hij eens wilde komen zien en hij kwam ik zegde wien is dees maar wat hij zegde dat hoorde ik niet, en dan vroeg ik naar het huwelijk van haar moeder en een bediende stak eenen boek omhoog en zegde hier in den baas zegde zwijg gij en werk voort
23
Dan op eenen keer weer terug naar Lommel naar mijn cozijn Agust Wilms die woonde op Lommel Uzin en daar staat een klooster van Paters en enen pater zag mij met mijn nicht weggaan en dat paterken vroeg aan Gust of wij het dorp gingen afzien neen vader zegde gust mijn nicht moet op het gemeentehuis zijn Gust zegde dat paterken is dat die madam die met die erfzaak bezig is en Gust zegde van jaa E wel Gust draait U eens om en ziet zoo ver gij kunt en alles wat U ziet zijn huizen bomen schouwen dat staat allemaal op elen
[jullie] grondt en als
24
ik Madam kan helpen zal ik dat met genoegen doen toen wij terug thuis kwamen zeg ik ewel Gust wat kwaam die bruinen weer sjongelen
kom binnen dan zal ik U eens wat zeggen dan zegde Gust alles wat het Paterken hat gezegt ik zegde ewel Gust die gelooft gij en mij niet
als ik terug thuis was ben ik weer almaar naar Mijnheer Lambert gegaan om hem dat te zegen hij zegde ik zal sito schrijven voor een onderhoud met hem hij kreeg antwoord alsdat wij zondag tussen 12 en
25
drie uren (1924) mochten komen en wij ernaar toe het eerste dat hij vroeg was hebt U al naar het geld gevraagt Mijnheer Lambert antwoorde dat heb ik nog niet durven doen wel wel zegde het paterken waar dagelijks zooveel bijkomt waarom delen zij, dat niet rechtstreeks aan de rechtshebbende erfgenamen uit en wat moet U nog hebben de ouders van Elisabeth Van de Weyer en van Jan Goyaert Hanegreefs. Ik zal alles doen wat ik kan zegde het paterken
26
Hij is naar het gemeentehuis gegaan om in die oude boeken te zoeken op eenen dag zegde den burgemeester tegen hem wel pater wat doet U zoo alle daagen in die koude kelder zecht wat U moet hebben ik zal eenen klerk het laten zoeken en dan zegde het paterken dan heb ik geloogen ik zoek naar niets mijnheer Burgemeester ik lees gaarne dat oud geschrift maar twee dagen nadien haden zij gezien achter
27
wat hij zocht en drie dagen nadien stak er bij mijne cozijn smorgens een briefje in de bus er ston op Mijnheer en madam zij hebben mij heden avont om 9 uren opgebelt alsdat ik morgen vroeg om 6 uren moet gereet zijn om te vertrekken naar Brussel Daveterstr. Ik kreeg sito eene brief van ons nicht met dat briefje in daar aan ziet gij wat daar allemaal achter zit die pater was daar al jaren vaderoverste en dat allemaal door zijne eerlijkheid om ons te helpen in Brussel was hij ziek geworden dan hebben zij hem naar zijne zuster gedaan
28
naar Cagten tegen Isegem in den twee oorlog ben ik naar Isegem geweest om hem te gaan bedanken ik mocht met hem spreken hij zegde maar madam met zulke tijd en zoover komt u naar hier ik zegde hem al was het nog zoo verre dan kwam ik nog om u te bedanken want U zijt gestraft om ons te helpen maak daar geen koppijn in maar gij moet doen en dan heeft hij mij gezegt wien ons voor ouders zijn
dat zal ik mischien later zeggen
29
dan ben ik te weeten gekomen als dat Grietens met nog drie heren dikwijls een bijeenkomst hadden op het gemeentehuis van Borgerhout en het ging daar maar altijd over Hanegreefs en Frankrijk en op eenen keer hoorden eenen polissenman dat Grietens zegde den eersten die aan die zaak durft aan beginnen is mijnen man en die polisseman was de vrint van cozijn Hanegreefs Felix die met mij ook samen werkte en die vrint vertelde dat aan Feliks en daarmede wisten wij
30
het ik ben dan naar Grietens gegaan en het hem gevraagt en hij zegde van ja ik zegde hem hier staat die man voor U en gaat het genoeg zijn hij bezag mij kwaad maar hij zegde niets dan nadien ben ik met mijn nicht naar het gemeentehuis van Borgerhout gegaan om naar die erfzaak te vragen ik wist wel als dat ik op geen gemeentehuis moest zijn voor een erfzaak maar het was maar te weten of mijnheer Gritens dan nog gemeenteraadslid was ik kreeg voor
31
antwoord alsdat hij nemeer heeft laten herkiezen
dan in 1934 wert er in Borgerhout goederen verkocht van de twee broeders van onze overgrootvader Jan Goyaert Hanegreefs, Jan Goyaert had een brouwerij in Lommel [???] en zijn twee broeders twee jonge mannen
[ongehuwde mannen] hadden in Borgerhout een brouwerij op de Turnhoutsebaan 67 in den hof en de buro waren in het huis 61 dat huis wirt verkocht en ik en eene nicht gingen zien en mijnheer Grietens was er en hij vroeg mij madam denk U dat dees huis ook van Hanegreefs is ik
32
zegde hem ja en de brouwerij in den hof ook zoo dus weet ik het zoo goed als U het wert niet verkocht dien dag (toen was ik met avocaat mijnheer misselei bezich) dan ben ik met mijn nicht naar Grietens gegaan hij was ziek uitstel dan ben ik aangeklaag in 1935 door notaris Avocaat Smolders van Mol omdat ik mijn papieren aan hem niet wilde afstaan hij was ook met
33
diezelfde zaak bezich zijn klant was ook een erfgenaam en in naam van Madam Goos Eymael heeft hij mij aangeklaagt alsdat ik met een erfzaak bezig was die niet van mij was ik moest op den buro van Polis komen bij den comezeer hij had bericht gekreegen van hoogerhandt voor mij te ondervragen want ik was met een erfenis bezich die niet van mij was madam zegde den comeseer zijd U met een erfeniszaak bezig ik zegde ja mijnheer al jaren hoe madam zegde hij al jaren ik zege als U tegegewerkt wordt, wort U tegen gewerk
34
madam ik zegde ja van 4 personen noemt mij die 4 personen ik zegde nee maar madam zegde hij, ik moet alles opnemen wat u zegt en het terug naar hogerhand sturen zet er maar op mijnheer zegde ik hem madam pas op wat u doet voor de gevolgen want u moet tekenen ik ben niet bang mijnheer en ik zal wel tekenen 4 weken nadien moest ik
35
op het paleis van justicie komen bij den prokeruir des koonning ik werd binnen gelaten door een heer maar dien heer moest buiten zoo dus was ik alleen met den prokerur de koning hij vroeg Van Heester Andries u zijdt met een erfenis bezig die niet van U is ik zegde pardon mijnheer die is niet van mij maar wel voor mij en hij zegde U beweert als dat u van 4 personen wert tegen gewerkt maar U hebt die 4 personen niet willen noemen aan den
36
comeseir dan moet U ze aan mij noemen ik zegde pardon mijnheer ik noem ze zoo min aan U als aan de comeseir madam zegde hij dan zal ik u voor het gerecht laten komen en ik antwoorde hem liever vandaag als morgen en in het publiek van die zaal zal ik die 4 personen noemen gij kunt gaan zegde hij en ik was weg ik heb niet moeten komen tot nu toe nog niet en nu weer aangaande
37
grietens daar ben ik bij geweest met een nicht de zuster van die in 1914 op het gemeentehuis is moeten komen voor die erfenis
Ik vroeg aan Mijnheer Grietens hoe het nu stond met de erfzaak van Frankrijk Madam daar weet ik niets van waarom moest mijn nicht driemaal bij U komen op het gemeentenhuis in Borgerhout en hier haar zuster was er den derden keer bij ik zegde hem gij weet het van notaris Adriaensens en U hebt het tegen Jef Stuick
38
het zelf gezecht hij wist van niets en ik moest alles naar Mijnheer Misselei gaan zegen wat Grietens had gezecht en Mijnheer misselei dien lacht eens madam zegde hij ik zal u maandag een brief laten afgeven zult u dien naar Grietens willen brengen en antwoord mede terugbrengen ik op eenen diensdag met dien brief naar Grietens en Grietens zegde zoo wat nu weer als ik zegde mijnheer Grietens ik heb eenen brief voor U en ik zou moeten antwoord
van U mede
39
terug nemen hij leesde dien brief en hij veranderde zoo van koleur en als hij den brief gelezen had neept hij dien brief ineen en hij wierp hem in een hoek en ik zegde zoo bedees mijnheer Grietens ik zou moeten antwoord meede brengen hij, antwoorde ik zal hem persoonlijk antwoorden en ik kon gaan en dan den vrijdag daarop moest ik en mijnheer Lambert bij mijnheer Misselei komen en hij vroeg ons weet u het nieuws al swen wij zegde van neen mijnheer Grietens is niet meer hij is te vroeg afgetrapt
40
Ik ben eenmaal met notaris Van Zeebroek bij enen mijnheer Smet geweest in Vrijheidstr geweest en ik moest mijnheer Lambert ook mede brengen en mijne papieren en als die heer mijn papieren hadt ingezien dan zegde hij wel madam u hebt een fortuin in u handt en U hebt nog niets maar als u mij een stuk grondt kunt bezorgen als is het maar een tafel groot dat nog op de naam Van de Weyer staat dan doen ik die zaak voor u maar toen wist ik niets van het Weyeerke dat op naam Van de Weyer nog stond en nog staat gekend in Lommel
41
Laat mij uitleggen aangaande de eigendommen van onze voorouders opgeven van Van de Weyer en van Hanegreefs de ouders van Jenne Marie Hanegreefs vrouw van Thomas Van Vlerken
het domijn de Hagel is van Hanegreef dat begint juist buiten Herentals tot aan de blauwe kei en dat van de Weyer is bijna heel limburg dat kwam ook tot aan de blauwe kei dat waren twee jachtdomijnen en zoo heeft Jan Goyaert Hanegraaffe maar niet Hanegreefs gelijk zij in Lommel ons altijd opgeven zoo heeft Jan Goyert
42
kennis met Elisabeth Van de Weyer gemaakt tegen den wil van haar ouders zij was bestemd voor eenen anderen en zij zijn gevlucht en haar broeder is met hun medegegaan zijn niet onterft hun deel is blijven liggen en daar over was don ducastoo rentmeester over en zoo zijn twee takken Van de Weyer eenen tak is rijk en den andere is arm en dat zijn de nakomelingen van Elisabeth en haar Broeder zo heeft het paterken mij alles gezecht
Dan ben wij met ons 4 terug naar het Paterke geweest omdat zij mij niet gelovende van wat ik hun gezegd had van paterken maar toen
43
het paterken hun alles had gezegd ja zegde hij alles wat madam heeft gezegd is waar en ik zegde toen hier vader dees nicht haar moeder heet Van de Weyer dan zegde hij ewel madam dan is U verplicht dat U aanspraak maakt van het weyerken dat staat nog op de naam Van de Weyer hier madam die moet 5 takken achteruitgaan eer zij aan de Van de Weyer komt zijn moet het nog doen zij laten maar alles aan mij en aan Emma over dat kost senten zeggen die in hun eigen daar
44
het paterken gezegd heeft toen ik en mijnheer Lambert bij hem geweest zijn en hij aan ons vroeg of wij al naar het geld hadden gevraagd ziet hier van waar dat geld dagelijks kwam dat kwam van de zandmijnen van Hanegreefs dagelijks uitgebaat worden de uitbaters was de gemeente van Lommel met den burgemeester Jozef Tournier en nu is hij de groten baas van de companie van de zantmijn
45
en nu aan het domijn de Hagel daar verkoopen zij nu noch altijd gronden van het domijn de Hagel had Meerhout in zijn bezit van in 1700 en in 18in de dertig heeft Meerhout het verkocht aan de familie Dox en van Dox is het vererft naar Goveliers en van Goveliers is het gegaan naar de familie Windeling en Windeling was fajiet en dan is het terug naar Meerhout gekomen en dan heeft Meerhout verkocht aan een Namlooze Bank hier in Antwerpen en daar is eenen zekeren Van de Bos Direkteur van
46
Nogmaals aangaande het domijn de Hagel omdat zoo hart is aanbevolen van advokaat mijnheer Misselijn hij, zegde mij dat is niet zoo oudt als dat van de Weyer
Ziet hier een notaris Moortgat uit Geel deedt een verkoop uit het domijn de Hagel in 1960 drie schone vetweiden uit het domijn voor een familie de Hagel, gelijk ik dat leesde heb ik sito naar hem geschreven en hem gevraagd of hij wel weet wat hij gaat verkopen het domijn de Hagel is van Hanegreefs en wilt U zijn mij die mensen die de Hagel heten te willen opgeven, hij heeft niet verkocht maar ik kreeg geen antwoord
47
Nu nog iets aangaande die erfzaak
De tante van avocaat Deseré Heylen stuurde mij naar Avocaat Delwij in de Vrijhijdt hier in Antwerpen de zoon van haar broeder notaris Heylen Deeseré was de kleinzoon van Notaris de Wit en zoon van notaris Heylen en Deeseré was avocaat zoo dus was die zeeker goed op de hoogte van die erfzaak van de Van Vlerken hij heeft voor een nicht van mij gewest voor Antoinet Andries Van Vlerken Wwe Wilms de grootmoeder van die Wilms die schoolmeester is in Meerhout daar heeft avocaat Heylen voor gewerkt tot hij naar de congo is gegaan in 1924 dan heeft hij die zaak over gelaten aan avocaat Delwij uit de Vrijhijt daar ben ik bij hem geweest mijnheer Delwij vroeg mij of hij
48
de zaak voor mij moest voort doen ik zegde van nee Ik zegde hem als dat ik gesturt was van de tante van avocaat Heylen en dat die tante had gezegd als de zaak al goed voor uit ging en hij ging de papieren van den avocaat Heylen halen en hij zegde hier madam dat zijn de papieren van avocaat Heylen er waren veel lossen papieren en 3 groot gesloten envellopen ik vroeg dan de adres van Heylen en schreef naar hem en is heel het onderhout dat ik had gehad met avocaat Delwij en ik vroeg aan D Heylen hoe de zaak van Vlerken was ik kreeg antwoord van hem als dat hij nooit met die zaak zich had bezig gehouden voor hij in 1924 naar de congo was gegaan en hij geen
49
papieren bij avocaat heeft gehad en dat ik mij moest wenden terug naar avocaat Delwij ik ben dan terug gegaan naar avocaat Delwij om die papieren te vraagen hij antwoorde mij als dat hij ze zoeken en ze mij zouw bezorgen ik had hem den brief van avocaat Heylen laten lezen en hij schuddekopte eens en dan enen tijd nadien kreeg ik een brief van avocaat Delwij als dat hij de papieren niet kon vinden die zullen mee vernietigd zijn met den aanslag op mijn huis
50
En nu het laatste denk ik aangaande het paterken zijn gezegdes
Hij zegde mij madam U kunt niet de ouder van Elisabeth Van de Weyer uw overgrootmoeder krijgen ziet hier madam gaat naar Edegem en vraagt daar of zij u willen geven een afschrift van het huwelijk van in 1699 van Petrus Van de Weyer en Elisabeth Van Berkellaar en dan zult u zien wat deugenieterij allemaal is gedaan ik ben dan in den tweede oorlog naar Edegem geweest en ziet hier hoe ik daar gevaaren ben die dienstburgemeester deed den boek van 1699 halen bij, den pastoor ja ziet
51
hier wat daarin ston het huwelijk van Petrus Van de Weyer met Elisabeth van Berkellaar in 1699 bij haar ston alles bij haar ouders en zelfs haar getuigen en waar zij geboren was en alles en bij Petrus Van de Weyer ston niets bij als juist zijnen naam dan ben ik terug gegaan voor een akte van dat huwelijk dat koste ze mij niet geven en dan vroeg ik aan den baas of die Van de Weyer soms eenen bitscommer
[???] was hij schudde van neen was hij dan een groote piet vroeg ik hem dan hij knikte ja zoo wast het daar wat
52
In augustus 1960 in Meerhout bij notaris Van Ermengem geweest de schoonzoon van notaris Adriaensens daar hij de zaak van notaris Adriaensens had overgenomen en ik vroeg hem of hij nu dat oudt testament dat voor de Van Vlerken was mee had overgenomen hij zegde nee heeft uwe schoonvader het dan gehouden dien hadt geen ik zegde notaris Adriaensens hebt het mij zelf gezegd in 1914 toen ik hem vroeg naar het testament van nonkel Jef Schillebeeckx en hij zegde
53
daar weet ik allemaal niets van dan hebt u het testament van Schillebeek ook hij zegde van neen ik was zoo kwaat als dat hem uitmiek ik zegde gij zijt den zelfde luiszak gelijk uwe schoonvader wat zegt u madam zegde hij ik zeg u als dat gij den zelfde luiszak zijd gelijk uwe schoonvader ik zegde daar staan uwe twee klerken pak ze voor getuigen hij ging naar een gelazen kast en hij kwam met enen korte dikke boek af en hij zegde ik zeg ommens
[immers] niet dat dat hier niet in staat
54
ik antwode ik kan niet leezen         ik ben dan naar Wwe Heylen gegaan die woont neven hem en Wwe Heylen zegde zoo maar Anneken gij ziet er zoo kwaad uit ik zegde ja Anna ik ben hier nevens geweest en hij weet van niets aangaande dat oudt testament gaat terug zegde zij en zegt hem als dat hij zijn schuifje maar goed open trekt dan zal hij het wel vinden gelijk ik bij de Wwe buiten kwam reed hij weg dan eenen tijd nadien ben ik bij hem terug geweest om hem te vragen of hij nog niet
55
genoeg had verkocht uit het domijn de Hagel ik madam zegde hij ik zegde gij en uwe schoonvader madam zegde hij dat zweer ik of mijn schoonvader hebben dat nooit gedaan die was den braafste mens ik zegde zweert niet ik ken uwen schoonvader beter dan gij wat heeft hij dan met dat oudt testament gedaan en dan met al die goederen Schillebeek dat niet mocht weg gedaan worden dat moest van kind op kind overgaan en dat waren de kinderen van Joana Schillebeek vrouw van Anselmus Van Vlerken dat waren de ouders van mijn moeder
56
In 1958 of 59 ben ik bij avocaat Bruneels geweest en hem gevraagt wat ik moest doen om tog maar die zaak te kunnen op te lossen hij vroeg mij uitleg en ik vroeg hem of hij zouw willen naar mijnheer Lambert op het stadhuis gaan dat die hem alles kon uitleggen hij ging er naar toe ik moest dan bij mijnheer Lambert komen en hij had alles uitgelegd tegen den avocaat en die had gezegd ik zal naar Parijs eens gaan zien en mijnheer Lambert zegde hem komt den uitslag eens zeggen hij moet het nog komen zeggen         dan nadien is Emma  -  Mijnheer Bruneel is den cozijn van Emma die is gehuwd met de dochter van Jos Maes zijn moeder was Van Vlerken  -  naar den avocaat haar
57
cozijn geweest maar hij heeft niets gezegd aangaande Frankrijk maar hij heeft wel gezegd die gronden zijn er nog maar als U daar wilt aan beginnen dan duurt dat zeker wel 30 jaar eer dat terecht is zoo dus zal de avocaat Bruneel wel overal eens goed gesnuffeld hebben omdat hij dat zoo gouw tegen Emma gezegd heeft daar is iets maar wij kunnen het niet los krijgen daar heeft eens een heer tegen Emma gezegd als dat Maas zoon groot erfdeel heeft gehad zij zijn nu de rijkste mensen van Turnhout
58
In 1942 ben ik met mijnheer Lambert bij mijnheer Bomans notaris of avocaat dat weet ik niet juist om raad en hij vroeg mij voor wat ik zegde hem als dat notaris Cools uit de Leopoldstraat mede verkopen deet van de goederen van Van de Weyer mijn grootouders en dat mijnheer den stamboom van Van de Weyer heeft het altijd overgegaan van vader op zoon en dan is mijnheer Boomans naar mijnheer Cools gegaan om inlichtingen te vragen aangaande die stamboom en hij kreeg voor antwoord laat dat potje maar gedekt
59
In 1946 werkte mijn zuster bij avocaat Stevensens in Busselt en zij vroeg hem wat zij moest doen om een erfzaak op te lossen van haar grootouders daar waren familieleden voor geroepen geweest en hij vroeg van wien dat was en zij noemden onwetens de naam Van de Weyer en hij vroeg haar of zij die zaak deed en mijn zuster antwoorde hem nee mijnheer het is mijn zuster uit Antwerpen ewel Marie zegde hij zegt of schrijft naar uwe zuster als dat zij, dat maar zoo laat het is tegen teveel en tehogen op te gaan diee zal al wel van wanten geweten hebben

[60 ontbreekt]
61
In 1928 ben ik naar Lommel geweest om op het kerkhof eens te zien of ik daar soms iets zouw vinden aangaande Elisabeth hetzij kruis of grafzerk maar niets terwijl ik aan het zoeken was kwam daar eenen heer bij mij hij vroeg mij of ik ook aan het zoeken was achter Van de Weyer ik vroeg hem of hij daar iets van wist ja zegde hij paseerde week heeft hier een groot witte kop madam aan het zoeken geweest daarom vroeg ik hem heeft zij iets gevonden vroeg ik hem ja maar
62
niets van Van de Weyer hij vroeg mij madam weet gij dat klein huisje staan daar aan de kiezel daar woont mijne schoonzuster en ik zal u daar eens iets vertellen ik er naar toe hij was daar sito ook madam zegde hij ik ben eenen Hanegreefs en ik raak ook aan de Van de Weyer en ziet hier madam toen ik 15 jaar was was ik metsendiender en toen
63
werd de nieuwe kerk gebouwt en den altaar staat op de grafsteen van Elisabeth Van de Weyer en Jan Goyert Hanegreefs daarop hebben zij den altaar gebouwd maar ik wist niet als dat er zoon rijke families waren daar wij tog zoo arme mensen waren zoodus moest ik niet meer zoeken
64
In 1958 ben ik met nicht Emma Van Vlerken op het Frans conzulaat hier in Antwerpen geweest en Emma vroeg uitleg aangaande den oproep die gedaan was door het consullaat in 1913 aan vrouw Mertens Van Vlerken Anna Regiena wij werden ontvangen door twee heren en een vrouw en die vrouw vroeg aan nicht of zij kon opgeven wanneer dat familielid overleden was en nicht zegde in 1910 of 11 en Emma kreeg voor antwoord van die dame was het niet in 1909 waarom moest zij aan Emma dan den datum vragen als zij het dan zelf zegde was het niet in 1909 wij krege antwoord dat wij ons moesten wenden naar Frankrijk

[65 ontbreekt]
66
Nu hetgeen de eerwaarde pater mij heeft gezegd wanneer ik in de tweede oorlog bij hem ben geweest in Isegem toen hij verbannen was voor ons te helpen in onze opzoeking naar onze voorouders hij zegde mij ziet hier madam uw voorouders         Willem 1 van Oranje bijgenaamd
Willem de Zwijger hij is vermoord op bevel van Filips 2 van Spanje de moordenaar was Alva de voornaamste dienaar van Filips 2 van Spanje omdat Willem I protestant was. Willem 1 had zijn zoontje van 11 jaar weggedaan naar de paters in Leuven voor hij ging vluchten zijn twee zusters deden hem uitgeleide hij wilde vluchten met een schipperbootje      het was te laat
hij werd doodgeschoten in het bijzijn van zijn zuster en de schipper. Zijn zoontje werd uit Leuven weggehaald in opdracht van
67
Filip 2 het was weer de moordenaar van Willem I Alva die de jongen moest naar Spanje doen daar is de jongen tot zijn 21 jaar aan het hof gebleven tot dat den beste vriend van Willem I hem daar heeft gaan weg halen en waar zij dan overal verdoken hebben en waar zij overal hebben geweest is te lang voor uit te leggen. Hij heeft de jongen terug in Holland gebracht en de jongen heeft alles van zijn vader terug gekregen en hij was den Prins van Oranje.
68
Zijnen zoon was dan prins van Meerhout. De zoon van Prins van Meerhout die heeft den titel niet aangenomen omdat hij twee zonen had maar elk van die twee hadden een bank den eenen had een bank in Meerhout en den anderen had een bank in Merhout Gestel juist achter de kerk van Gestel     Eenen van die twee is gehuwd te Edigem 28-11-1699 (25) en die heete Petrus Van de Weyer, bij Petrus staat niets anders bij als juist zijne naam, met Elisabeth Van Berkellaar, bij haar staan haar ouders en haar getuigen zij is geboren in Edigem.
volgens dat het paterke mij zegde zijn dat de ouders van Elisabeth
69 - 70 - 71

Jan Goyaert Hanegreefs
† Lommel 15-1-1794

Thomas Van Vlerken
° Mierlo 1750
† Meerhout 1716

Andree Van Vlerken
° Lommel 1789
† Meerhout 1877

Anselmus Van Vlerken
° Meerhout 1815
† Meerhout 1877

Andries Jan Baptist
° Meerhout           1842
† Meerhout

Charles Van Heester
° Hamme              1874
† Antwerpen 16-4-1949

Achiel Van Lipvelden
   

A E E Van Heester
° Antwerpen 1901

P M C Van Heester
° Antwerpen 1911

x
   

x 1771
Lommel


x 1810
Meerhout


x
Meerhout


x 1867
Meerhout


x 1889
Tilleur


x


x


x

Elisabeth Van de Weyer
† Lommel 14-12-1795

Hanegreefs Jenne Marie
° Lommel          1746
† Lommel         1791

Monsieurs Isabella
° Meerhout
† Meerhout

Schillebeeckx Joana
° Meerhout
  

Van Vlerken Ediltridis
° Meerhout          1844
† Tilleur               1898µ

Anneke Andries
° Meerhout 17-5-1878
† Antwerpen

P J Van Heester
° Tilleur 3-3-1899

Maria Standaart
                                      4 kind.

Marie Frank
                                      2 kind.

72
Ziet hier wat moederken Leppens ons zegt bij een bezoek dat wij haar gedaan hebben ik en nicht Julie Andries Marie Van Lommel haar moeder
De ouders van Elisabeth Van de Weyer hunne eigendommen was bijna heel Limburg het was een jachtdomijn en dat van Jan Goyaert Hanegraaffe zijn ouders dat heete domijn De Hagel ook een jachtdomijn zoo kenden dat volk elkander met de jacht die soms samen ging en zoo geraakt Elisabeth verliefd op Jan Goyaert Hanegraaf en Jan op haar maar Elisabeth was bestemt voor enen anderen die ook aan het hof was maar Elisabeth Van de Weyer en Jan Goyaert gingen vluchten en Elisabeth haar broeder ging met hun mede op de vlucht en dan hebben zij 14 dagen in een ruskot verbleven en eenen bode bezorgde hun alles wat zij nodig hadden en nadien heeft hij hun naar de grens gedaan en die man heete Jan en Elisabeth en Jan Goyaert zijn terug gekomen naar Belgie maar waar zij gehuwd zijn dat kunnen wij maar niet te weten krijgen en haar broeder is in Frankrijk gebleven
73
Moederken Leppens wilt hebben dat Jan en Elisabeth gehuwd zijn in Bastogne of Sieve    wij denken dat in Lommel op het gemeentehuis dat gekent staat waarom als wij vragen naar de kinderen van hun dan krijgen wij hun geboorten maar vragen wij dan naar hun ouders dan krijgen wij voor antwoord dat zij de kinderen vinden maar niet hun ouders hoe is dat tog mogelijk van wien zijn zij dan daar zij gekend staan als van Elisabeth Van de Weyer en van Jan Goyaert Hanegreefs want hun dochter Jenne Marie Hanegreefs vrouw van Thomas Van Vlerken is, geboren te Lommel in 1746 en gehuwd te Lommel in 1771 en overleden te Lommel in 1791 waarom geeft Lommel ons dan die kinderen dan op als Hanegreefs als zij zijn van Elisabeth Van de Weyer hoe is dat mogelijk als de moeder van die kinderen gehuwd is met Jan Goyaert Hanegreefs hoe kunnen die kinderen dan de naam dragen van Hanegreefs die kinderen moesten dan toch de naam van hun moeder dragen dat zijn de gezegdes van moederken Leppens in 1922 of 23 zoo juist weet ik het jaar niet meer
Zij was toen 82 jaar zij was ook Hanegreefs
 
 TERUG NAAR BOVEN 
   
 TERUG NAAR BEGIN 
 
website ontworpen en onderhouden door  jan.van.genechten@telenet.be