INDEX 
   
 ZOEKEN 
 
DE ZAAK VAN VLERKEN
RECONSTRUCTIE
   
HET TESTAMENT

Een onbekende (zie DE ERFLATER) zou in een "heel heel oud" testament een "grote" erfenis hebben nagelaten aan "de Van Vlerken uit de Kempen". Dat testament zou hij, vermoedelijk in 1877, gedeponeerd hebben bij één van de voorgangers van notaris Adriaensen in Meerhout :
notaris De Wit (1853-1895) of notaris Heylen (1896-1912).
Het zou niet geregistreerd geweest zijn op reguliere wijze, maar zonder registratie opgeborgen in een koffertje, met instructies voor de notaris.
  
Was het in 1877 inderdaad mogelijk om op die manier een testament te deponeren bij een notaris,
zodat in feite niemand behalve de notaris en de testateur op de hoogte waren van het bestaan van dat testament? Emma vroeg het aan notaris Indekeu en die antwoordde volgens haar bewoordingen "notaris In de keu heeft mij uitgelegt hoe het kan zijn met testament   (gewoon neergelegt, als men er niet achter vraagt blijft dit liggen tot dat men er op valt)". Helemaal letterlijk zal men dit niet moeten interpreteren, maar het bestaan van dit gebruik en van zo'n koffertje werd ons ook al links en rechts en door een notaris bevestigd.
  
Komt in dat testament de erfenis aan bod die in 1913 werd aangekondigd (zie DE OPROEP)?
In het relaas van Regine Van Vlerken over de oproep door het consulaat is geen sprake van een testament. In latere interpretaties wordt dikwijls aangenomen dat het in Antwerpen om het openen of zelfs het voorlezen van het testament ging. Maar Regine vertelde alleen dat ze op de hoogte werd gebracht van de komst van een grote erfenis uit Frankrijk.
In feite lijkt het ook logisch dat een testament behandeld wordt door een notaris, niet door een consul. We mogen daarom wel aannemen dat het testament nooit op het consulaat geweest is, waar men zich vermoedelijk alleen zou bezighouden met de complicaties, die in die tijd de transfer van een waardevol legaat tussen twee nationaliteiten met zich kon meebrengen.
  
Rond 1919, in het café van "erfgenaam" Jef Stuyck te Geel, verspreidde "mijnheer Grietens" geruchten over het testament : "toen ik op eennen zeekeren Dag bij uwe Broeder op Cafe kwam met mijnnen Man veltelde hij Mijn als dat Mijnheer Grietten hem hadt gezecht als dat er een groot Erfzaak van de familie van Vlerken was en dat het testament bij Notaris Adriejansen in Meerhout was".
Ook aan leden van de familie Van Vlerken maakte deze Grietens toespelingen over het testament : "Een ontmoeting door Grietens met Sylvie Andries - (nicht) te Meerhout die haar de hand drukte met de woorden proficiat om de erfenis, hij was er van op de hoogte ten jare 1914 (oproep 1913)".
Was deze Grietens, waarvan later werd aangenomen dat het om Juul Grietens ging, echt op de hoogte van het bestaan van een erfenis en een testament?  Of nam zijn gevoel de overhand voor een toen typisch soort van Brabantse sarcastische humor, dat misschien ook zijn vriend Jos Maes,
en wie weet notaris Adriaensen, niet vreemd was?  Juul Grietens, als auteur van verhalen, beschikte in ieder geval over dat soort gevoel voor humor, evenals over de nodige fantasie.
Hoe het ook zij, daarop werd notaris Adriaensen overrompeld door volgens hem wel vijftig
"erfgenamen", die allemaal aanspraak wilden maken op de erfenis.
Anneke Andries was vermoedelijk de eerste. Ze herinnerde zich dat ze in 1914 met twee nichten in Meerhout naar de begrafenis was geweest van haar "nonkel" Jef Schillebeeckx, waarschijnlijk de broer van haar grootmoeder [# A.5]. Na de begrafenis gingen ze samen naar notaris Adriaensen voor de voorlezing van het testament. De notaris beweerde echter dat hij geen testament had van Jef Schillebeeckx, maar nog wel een "heel heel oud" testament voor Van Vlerken. In 1919 is ze dan aan notaris Adriaensen gaan vragen wie de erflater was van het oud testament waarover hij in 1914 had gesproken. Maar Adriaensen antwoordde, en bleef daarna aan de vijftig andere supplianten herhalen, dat hij de inhoud van het testament enkel kon bekend maken aan wie de naam wist van de erflater en waar en wanneer die overleden was. Dat steeds weer herhaalde antwoord, wakkerde de speculaties van "de erfgenamen" nog aan. Volgens Emma Van Vlerken voegde zijn opvolger, notaris Van Ermengem, er later zelfs nog aan toe : "Ik zeg niet dat het hier niet is."
Notaris Adriaensen had zichzelf en zijn schoonzoon de volgende tientallen jaren een hoop last kunnen besparen, door een antwoord te geven als "voor zover ik weet, heb ik het niet".
In 1922 al, vroeg Edmond Lambert formeel en beleefd, om de familie Van Vlerken voor wie hij optrad te kalmeren : "j'ai l'honneur de faire appel a votre bonne obligeance pour me confirmer ou démentir les bruits qui circulent dans la famille au sujet d'une succession dont le testament appartiendrait à l'étude que vous auriez reprise [...] je vous serais recconaisant de vouloir bien me donner toutes indications utiles auxfins de calmer bien des émotions et appréhensions" [LV#21+22].
Welke reden kan notaris Adriaensen gehad hebben om daar niet op in te gaan?  Zijn persoonlijke
aard?  Of persoonlijke gevoelens die hij koesterde tegen Edmond Lambert, Anneke Andries en/of andere "erfgenamen"?  Was hij misschien mee betrokken in een plagerij opgezet door "mijnheer Grietens" (zie hierboven) en/of anderen zoals Jos Maes?  Of vermoedde of wist hij dat er in zijn studie wel degelijk een testament lag, dat zou kunnen beantwoorden aan wat "de erfgenamen" zochten?
In het dispuut hierover dat vijftig jaar aansleepte, na voortdurend aandringen van "de erfgenamen" en vergaderen met advokaten bij de notarissen om de naam van de testateur bekend te maken, probeerde Anneke Andries via de tuchtkamer van notarissen haar gelijk te halen. Omdat daar geen gevolg werd aan gegeven, diende ze zelfs een klacht in tegen notaris Adriaensen bij het gerecht : "Ministerie van Justitie stuurd mijn brief naar het vredegerecht te Mol    Ik word verwittigd tot het gemeentehuis te komen. Men stelt mij de vraag wie zegt u dit zoals vermeld in de brief die op tafel bureel lag    Ja ik ken de burgemeester heel goed ik zal hem telefoneren. De vrederechter of burgemeester komt terug : de telefoon is kapot. Ik kon gaan. Waarom heeft men het niet
onderzocht.
"
  
In 1950 confronteerde Emma Van Vlerken notaris Adriaensen met hetgeen hij in 1914 had gezegd aan Anneke Andries over "een heel, heel oud testament voor Van Vlerken", waarop de notaris repliceerde: "Heb ik dit gezegd? Dan zal ik dat gezegd hebben vòòr er te Westerlo iets is gebeurd met Grietens."
Die raadselachtige uitspraak insinueert een verband tussen de inhoud van het testament, Grietens en Westerlo. Op zijn beurt insinueert Westerlo hier een verband met DE MERODE.
   

>>> "HET BOEK" door ANNEKE ANDRIES blz 4-5-6-7 ; 9 ; 52-53-54 ; 55.
>>> [AS#6] [AS#11] [DFS#3] [DFS#5] [EM#1] [EM#2] [EM#5] [EM#6] [EM#7] [EM#8] [M1#1] [M2#8] [M3#14] [M4#3] [E1#3] [E1#4] [E1#5] [E1#6] [E1#8] [E1#9] [E1#30] [E1#34] [E1#35] [E1#36] [E1#38] [E1#39] [E1#42] [E1#45] [E1#54] [E1#56] [E1#64] [E1#66] [E2#1] [E3#13] [E3#18] [E3#19] [E3#21] [E3#23] [E3#25] [E3#26] [E3#29] [E3#33] [E4#1] [E4#3] [E4#4] [E4#9] [E4#11] [E4#20] [E4#24] [E4#56] [E4#70] [E4#73] [E4#82] [E4#84] [E4#87] [E4#88] [E4#89] [E4#90] [E4#91] [E4#92] [E4#93] [E4#94] [E4#96] [E4#97] [E4#103] [E4#104] [E4#106] [E4#107] [E4#108] [E4#111] [E4#112] [E4#114] [E4#115] [E4#117] [E4#118] [E4#119] [E4#120] [E4#122] [E4#126] [E4#132] [E4#135] [E4#136] [E4#138] [E4#140] [E4#141] [E4#142] [E4#143] [E4#144] [E4#145] [E4#148] [E4#149] [E4#150] [E4#152] [E4#154] [E5#28] [E5#44] [E5#45]

 
 TERUG NAAR BOVEN 
   
 TERUG NAAR BEGIN 
 
website ontworpen en onderhouden door  jan.van.genechten@telenet.be