<<< 
 
 ZOEKEN 
 
DE ZAAK VAN VLERKEN
RECONSTRUCTIE
   
EEN NIEUWE THEORIE
 

Wanneer men alle ingrediënten in "de zaak Van Vlerken", en vooral de ontelbare vermeldingen
daarin van de naam de Merode, van "de ordonnans" en van Algerië, in overweging neemt tegenover alle mogelijke hoofdrolspelers, blijven er zeer weinig, om niet te zeggen geen opties over.
Tot men, quasi toevallig, enkele biografische gegevens opmerkt, die opvallend parallel lopen met gebeurtenissen in "de zaak Van Vlerken".
De bedoeling van deze website is allerminst nieuwe hypothesen ontwikkelen. Maar, eens opgemerkt, past de hier volgende zo gegoten, dat men ze moeilijk zonder meer kan verwijzen naar de vergetelheid. Daarbij moet zeer sterk benadrukt worden dat ze uitsluitend berust op een toevallige veronderstelling. Er zal wel nooit het minste bewijs voor kunnen aangevoerd worden, en ze staat naast nog veel andere mogelijkheden.
Deze stelling is één van de weinige, plausibele uitgangspunten voor "de zaak Van Vlerken", waarschijnlijk zelfs het enige. Het is zeer spijtig dat de oorspronkelijke onderzoekers dit spoor
nooit hebben opgemerkt. Het zou hun opzoekingen een heel andere wending hebben gegeven.
Nergens in de archieven wordt ernaar verwezen. Enkel gebaseerd op een toevallige overeenkomst van biografische data, tegenover de vele hypothesen en schaarse feiten in "de zaak Van Vlerken", zou de mysterieuse, onbekende erflater een natuurlijk kind kunnen geweest zijn van Anna Catharina Van Vlerken, geboren in 1820 te Meerhout en overleden in 1841 te Brussel, en van Frédéric François Xavier Ghislain de Merode, geboren in 1820 te Brussel als "puîné" (voorlaatste zoon) van graaf
Felix de Merode en de Franse gravin Rosalie de Grammont [>>> DE MERODE].
   
De fragmenten hieronder, uit de biografie van Xavier de Merode, zijn overgenomen uit :
http://www.pieds-noirs.org/echanges/ofbelges.htm.
Over deze beroemdste telg uit de familie de Merode, zijn nog tientallen andere biografieën en diverse publicaties in omloop.

 TIJDLIJN
  Xavier de Merode
(de echte persoon °1820)
feitelijke gebeurtenissen :
    Anna Catharina Van Vlerken
(de echte persoon °1820)
feitelijke gebeurtenissen :
  "de erflater" - "de admiraal"
"de zoon van Van Vlerkanne"
 hypothese zonder bewijs :
 
1820   geboren   geboren  
na 1820   Études au Collège des Jésuites de Namur, puis au Collège de Juilly près de Paris, et quelques mois passés à l’Université catholique de Louvain.
In een andere biografie wordt daaraan toegevoegd :
"où il se distingua plus par les farces qu'il faisait à ses professeurs et à ses surveillants que par ses succès scolaires", waaruit we toch mogen concluderen dat zijn ingesteldheid in deze periode van zijn leven, als jongeman, eerder aan de frivole kant was.
  geen gegevens beschikbaar
over haar levensloop,
behalve in haar overlijdensakte :
 
1839   Il entra, à 19 ans, à l'École Militaire de Bruxelles.   dienstmeisje in Brussel
[hypothese :
misschien bij de Merode]
 
1840   [hypothetische ontmoeting tussen Xavier en Anna Catharina waarbij zij zwanger wordt van "de erflater"]  
1841   Il sortit de l'École Militaire de Bruxelles Sous-Lieutenant.   overleden in Brussel
[hypothese :
kort na of tijdens de geboorte]
geboren [hypothese]
1841-44   Affectation à Mons puis à Liège.
Nommé au Régiment des Grenadiers (appelé "Régiment d'Élite" dans l’Armée belge).
La vie de garnison lui pesant, il sollicita et obtint du Roi Léopold 1er l’autorisation de perfectionner ses connaissances militaires en servant dans l’Armée française
en Algérie.
1844. Affectation à l'État Major particulier du Maréchal Bugeaud en qualité de
Officier d’Ordonnance
.
Le Ministre belge de la Guerre lui assigna alors la mission d’étudier l’organisation de l’Infanterie française, sa manière de servir en campagne et les dispositions nouvelles qu’elle avait du prendre dans la guerre de guérilla qu’elle menait en Algérie.
Aussitôt débarqué en Afrique, le Sous-Lieutenant Comte Xavier de Merode demanda à quitter l'État Major pour participer directement aux combats. Il prit part à une expédition dirigée par le Général de Saint-Arnaud contre les Kabyles de la région de Dellys et lors des combats du village d’Abizzar (17 octobre 1844), il se distingua, fusil à la main, dans une charge d’infanterie. Le Maréchal Bugeaud, qui connaissait son père le Comte Félix de Merode, lui écrivit "Xavier s’est très bien battu, j’ai été content de lui". Il le signala également au Roi Louis Philippe en demandant pour lui la croix de la Légion d’Honneur, décoration que Xavier de Merode obtint le 27 novembre 1844, soit moins de six mois après son départ de Belgique.
    hypothese :
[>>> DE PERSONAGES]
Xavier de Merode en/of
de famile de Merode ontfermen
zich over het kind-erflater,
dat mogelijk in Frankrijk opgroeit, in het spoor van zijn vader een militaire opleiding krijgt, en wie weet, zelfs admiraal wordt of, ook mogelijk, eveneens in het spoor van zijn vader, in Algerië fortuin maakt;
het blijft daarnaast evenzeer mogelijk dat het kind-erflater vrouwelijk was
1845   Le 3 janvier 1845, il était nommé Lieutenant au titre de l’Armée belge tout en continuant de servir dans l’Armée française sous son nouveau grade. Dans les premiers mois de l’année 1845, affecté dans l’ouest algérien sur la frontière marocaine, il participa à une opération contre la tribu des Flittas et, de retour dans le Constantinois, il prit part à une nouvelle opération dans les Aurès. Il brilla notamment aux combats d’Aydoussa (20 mai 1845) durant lesquels, un fusil d’infanterie à la main et chargeant à la bayonnette, il eut son uniforme percé de plusieurs balles. Il avait alors, comme compagnon d’armes, dans les rangs du 53ème de ligne, un autre étranger, le Capitaine de Vilard, Officier du Génie espagnol. Après plusieurs mois de garnison à Tlemcem, le Lieutenant Comte Xavier de Merode rentra en Belgique
à la fin de l’année 1845.
     
1847   Malgré ses brillants faits d’armes et son goût pour le métier militaire, il se rendit à Rome en octobre 1847, démissionna de l’Armée belge avec le grade de Capitaine en second en décembre.      
1848   Il entra en noviciat au début de l’année 1848 et reçut la tonsure et les deux premiers ordres mineurs en septembre de la même année. Les États Pontificaux étaient alors en pleine révolution et le Souverain Pontife Pie IX avait du s’exiler à Gaete dans le Royaume des Deux Siciles.      
1849   Devenu diacre le 7 avril 1849, il n’hésita pas alors à revêtir des habits civils pour braver la fureur populaire des insurgés romains afin de protéger les couvents et les vases sacrés du sac des révolutionnaires de Mazzini. Son audace ne l’empêchait pas d’être humain : il soignât aussi de nombreux blessés ennemis, s’attirant ainsi les félicitations de Garibaldi en personne.
L’entrée des troupes du Corps Expéditionnaire français du Général Oudinot dans Rome ramena le calme et rétablit le Pape Pie IX dans ses prérogatives temporelles. Xavier de Merode, ordonné prêtre le 22 septembre 1849, devint alors aumônier militaire à Rome puis à Viterbe.
     
1850-59   Devenu "Camérier Secret" du Saint Père en 1850, il fut nommé, dans les derniers mois de l’année 1859, à la Direction du Département de la Guerre du Saint Siège.      
1859-74   Avec l’aide du Général français Juchaud de la Mauriciere, héros du siège de Constantine et ancien Colonel des Zouaves, il reforma de fond en comble la vieille armée pontificale qui n’avait pas tiré un coup de fusil depuis près d’un demi siècle et mit sur pied un corps de bataille parfaitement opérationnel de 18.000 hommes, recrutés dans tous les pays de chrétienté catholique, connu par la suite sous le nom de "Corps des Zouaves Pontificaux".
Malgré ses importantes charges au Vatican, Monseigneur Xavier de Merode n’avait pas oublié sa "Campagne d'Algérie"...
     
1874   overleden     hypothese :
wellicht gaat de erfenis van Xavier de Merode naar de Kerk, of misschien terug naar de familie de Merode;
er bestaat een zeer geringe kans dat de hypothetische erflater (33 jaar oud) de erfenis van zijn hypothetische vader
of een deel ervan ontvangt;
daaraan zou de hypothese hieronder, drie jaar later, zeer mooi aansluiten; maar het is
ook mogelijk dat "de 42 miljoen" in "de zaak Van Vlerken", niet direct uit deze erfenis kwam, maar door de erflater zelf vergaard werd
1877         drie jaar later :
[>>> DE PERSONAGES]
"den zoon van Anna Catharina die was Atmeraal en hij heeft het testament bij notaris De Wit in 1877 neergelecht dat was aan hem gemaakt en naar zijn doodt moest het komen aan zijn moeder die was niet getrouwt en naa de dood van zijne moeder moest het komen aan haar zuster en haar broeder en dat zijn de kinder van Andree Van Vlerken, man van Isabella Monsieurs gehuwt te Meerhout in 1810" --- "1877 is eene Van Vlerken in uniform naar de begrafenis gekomen van mijn grootvader overleden in 1877 te Meerhout dan mijn vader 9 jaar oud dan een testament neergelegd bij notaris De Wit"
1904-06         Anneke Andries en Emma Van Vlerken beweerden
[>>> VAN VLERKANNE]
dat de door hen gezochte
"Anne Cathrine", van wie de zoon "met boot en al is vergaan" in 1904 of 1906 een begrafenis bijwoonde in Antwerpen; in 1904 zou de erflater of mogelijk ook vrouwelijke erflaatster, 63 jaar oud geweest zijn
???
= vòòr 1913
        hypothese :
overlijden van de erflater vòòr
"de oproep" in 1913;
in 1913 zou hij of zij
72 jaar oud geweest zijn
vanaf 1913      de ontwikkeling van "de zaak Van Vlerken" >>> zie de reconstructie vanaf  DE OPROEP
 
 TERUG NAAR BOVEN 
   
 TERUG NAAR BEGIN 
 
website ontworpen en onderhouden door  jan.van.genechten@telenet.be