Impliciet zochten "de erfgenamen" in DE OPROEP, HET TESTAMENT en DE ERFLATER eigenlijk naar de 42 miljoen. Maar aan het geld zelf, of aan de vraag waar het zich bevond, werd nauwelijks aandacht geschonken. Alle aandacht was gericht op het vinden van de erflater en werd vanaf 1920 ook meer en meer toegespitst op het ontrafelen van de LEGATEN VAN DE WEIJER-HANEGREEFS. |