In de archieven treden voortdurend nieuwe onderzoekers aan het licht. Meestal worden ze terloops geïntroduceerd, zoals in de memorabele uitspraak "dat heeft mijn cozijn, komeseer Pladijs, mij gezegd", om na één vluchtige vermelding terug te verdwijnen in de rangen advokaten, notarissen, "cozijns en nichten", helpers en antagonisten allerhande, die in het spoor van Anneke Andries en Emma Van Vlerken diverse aspekten van het grote mysterie poogden te ontrafelen.
Indien we enig overzicht op "de zaak Van Vlerken" wensen te verwerven, zou aan de tientallen speurders, elk met eigen beweegredenen en inzichten, een plaats moeten gegeven worden in het geheel : een even onmogelijke als noodzakelijke opdracht, omdat velen van hen slechts sporadisch opduiken in de zeer omvangrijke chaos van ongeördende archieven, en dikwijls erg vaag of geheimzinnig omschreven worden met nauwelijks een voornaam, een alias of een bijnaam.
Het is onbegonnen werk om in individuele brieven en nota's alle protagonisten precies te willen identificeren. Geleidelijk aan zullen we hier proberen tot enig overzicht te komen. |