Verslag Familiedag 2006.

Notities

genomen tijdens de uiteenzetting van prof. Dr. J.P. Fryns in Dworp op 1 mei 2006.
(Vecarfa jaarlijkse bijeenkomst) aangevuld met informatie gevonden op het internet.

De voorbije tien jaren is onze kennis van het VCFS (velocardiofaciaalsyndroom) sterk toegenomen. Ter herinnering:
Angelo Di George (Philadelphia) beschreef in 1965 voor het eerst de afwijkingen (hartstoornissen, te kleine thymus, te weinig kalk) die, zoals later zou blijken, het gevolg zijn van het ontbreken van enkele genen in een segment in chromosoom 22 (microdeletie 22q11.2).
Men sprak dus van Di George-syndroom bij jonge kinderen met typisch hartfalen, te kleine thymus (zwezerik) en te weinig kalkaanmaak.
Het begrip "Velocardiofaciaal" werd door Robert Shprintzen (New York) in 1978 gebruikt voor oudere kinderen waarbij ook nasale spraak door velopharyngale gebreken en leerproblemen op de voorgrond staan.
Dat de oorzaak in chromosoom 22 te zoeken is, zou eerst in 1981 ontdekt zijn.
Zie ook:
http://generation22.free.fr/index.php
http://www.vcfsef.org/
http://www.upstate.edu/uh/ent/velo.php

Technieken en methoden

Met FISH (fluorescentie in situ hybridisatie) kan men sedert 1991 de deletie aantonen: Voor dit onderzoek had men tot dusver wat bloed van het kind nodig. In het laboratorium kweekte men witte bloedcellen uit het bloed. Tegenwoordig kan men elk weefsel (bijv. mondslijmvlies) gebruiken voor de test. Men voegt aan deze cellen een fluorescerende 'marker' toe die zich hecht aan precies dat gedeelte van chromosoom 22 waar de deletie zit. Zijn beide chromosomen 22 intact dan ziet men onder de microscoop twee puntjes oplichten (fluoresceren). Is er een deletie, dan ziet men slechts één puntje oplichten. Want door het ontbreken van een stukje van het chromosoom, kan de 'marker' zich hier niet hechten.

Wat met een negatieve FISH-uitslag?
Ong. 85 op 100 geteste kinderen met Di George-symptomen hebben inderdaad een microdeletie op 22q11.2. Wat met de 15 andere? Hoewel de kenmerken (hart, gehemelte, spieren, immuundefect enz.) wijzen op het DiGeorge-syndroom vindt men geen fouten in chromosoom 22. Recent onderzoek toont aan dat er in ong. 10% (?) van die 15 gevallen een mutatie op chromosoom 10p3 plaats had. Men spreekt nu van DiGeorge-Nº 2. (Onderzoek in Leuven door Dr. Hilde Van Esch)

Microarray techniek
Is nieuwe methode om kleine afwijkingen in chromosomen te detecteren. Men splitst het chromosoom in 10 of 20 "stukken" en "spot" 3500 DNA-fragmenten. Volgend jaar hoopt men de resolutie te verhogen tot wel 30000 DNA-fragmenten. Op deze manier slaagt men er in om in een "genoom" na te gaan welk gen ontbreekt. Ongetwijfeld zullen we binnen tien en twintig jaar veel beter weten wat er op celniveau verkeerd loopt, zodat ook betere behandelingen kunnen worden gevonden. Zie hoe het werkt (animatie) op deze website (niet gemakkelijk om te begrijpen...) en een uitleg bij: http://en.wikipedia.org/wiki/DNA_microarray

Voortplanting... wat kan men verwachten?
Als je de deletie hebt, is er 50% kans dat je ze doorgeeft. Om dit te vermijden kun je zaad- en eicellen laten testen en bij IVF alleen de goede gebruiken. Het is dus niet onmogelijk om gezonde kinderen te krijgen. Natuurlijk is het aan te raden om dit uitvoerig en niet dictatoriaal uit te leggen aan de betrokkenen...

Noodzaak voor multidisciplinaire diagnose
Symptomen zijn van fysische (bijv. gehemelte, hart...) en van psycho-pedagogische aard (o.m. leerproblemen en motoriek; ref. Ann Swillen). Onderzoek dient dus op beide vlakken te gebeuren. Er zijn geen twee identieke gevallen omdat het aantal ontbrekende genen de problemen bepaalt. Doel van onderzoek is om "het hoofdgen" dat de grootste problemen veroorzaakt te vinden en de wijze waarop dit gen op de cel inwerkt. Eventuele therapie: "cocktail" van cellen toedienen die ontbrekende genen aanmaakt.

Na het vertrek van prof. Fryns was er nog een vragenuurtje waarin vooral werd gesproken over scoliose, leer- en relatieproblemen, pestgedrag en de gevoeligheid van onze kinderen, enz. Vooral werd een oproep gedaan naar ouders van nog jonge kinderen met VCFS om mede in het bestuur van Vecarfa te komen en mettertijd de huidige voortrekkers te vervangen. Belangrijke reden: deze jongere leden kennen beter de jongste evoluties en kunnen de vereniging dus meer up-to-date houden.

Nuttige info m.b.t. CHROMOSOMEN, GENEN EN DNA
leder mens bestaat uit levende bouwstenen: de cellen. Cellen zijn zo klein, dat ze alleen zichtbaar zijn onder een microscoop. Er zijn verschillende soorten cellen, die verschillende functies hebben. Zo zorgen miljoenen hartspiercellen ervoor dat het hart zijn werk kan doen. Zenuwcellen besturen de bewegingen van de ledematen en zorgen ervoor dat we kunnen voelen. Botcellen leggen bot aan, huidcellen vormen de huid enzovoort.

In bijna alle levende cellen bevindt zich een kern. Deze kern bevat lange draden van een stof die men DNA noemt. In een deel van dit DNA ligt de erfelijke informatie. Deze stukjes DNA noemen we genen. Het DNA is opgeborgen in een soort pakketjes: de chromosomen. Chromosomen zijn herkenbaar aan hun lengte en aan het bandenpatroon dat te zien is na behandeling volgens bepaalde kleurtechnieken. Aan het chromosoom onderscheidt men een korte arm (p-arm) en een lange arm (q-arm). De chromosomen geeft men per paar een eigen nummer, op volgorde van de grootte. In iedere celkern zijn doorgaans 23 paren chromosomen (dus 46 in totaal).

Via de chromosomen geven ouders de aanleg voor erfelijke kenmerken door aan hun kinderen. De chromosomen in de zaadcel geven kenmerken van de vader door. Kenmerken van de moeder komen via de chromosomen in de eicel. De nieuwe combinatie in de bevruchte eicel bepaalt de erfelijke kenmerken van het kind.

Zaadcellen en eicellen ontstaan via een bijzondere deling van cellen in de geslachtsorganen (reductiedeling). Bij die deling wordt het aantal chromosomen gehalveerd. Zaadcellen en eicellen hebben ieder 23 chromosomen, van elk paar één. Na de samensmelting van zaad- en eicel heeft de bevruchte eicel weer 23 paar chromosomen, namelijk 23 chromosomen van de vader en 23 van de moeder.

Lode De Raedt en Mieke Van de Vyver
(grootouders van Tim Hermans)
Bosschaert de Bouwellei 42
2900 Schoten