WORMINFECTIES
SPOELWORMEN
De aanwezigheid van spoelwormen
is bij jonge honden en kittens eerder regel dan uitzondering. Vaak huist in het
moederdier een sluimerende infectie met ingekapselde spoelwormen, welke
gedurende het einde van de dracht terug actief kunnen worden en zelfs al in de
baarmoeder pups of kittens besmetten.
Hond
Algemeen wordt dan ook geadviseerd om de hond op de leeftijd van 2, 4 en 6 weken te ontwormen en nadien om de 6 weken tot ze 6 maanden oud zijn. Belangrijk is om ook de moeder te ontwormen. Nadien is het advies minimaal éénmaal (liefst twee- tot driemaal) per jaar. Bij uw dierenarts zijn daarvoor de middelen verkrijgbaar, onder vermelding van lichaamsgewicht en diersoort.
Kat
Ook bij de kat geldt het bovenstaande schema, zij het dat de ontworming op
een leeftijd van 2 weken dan wordt overgeslagen. Het is verstandig bij beide
diersoorten routinematig uw dierenarts om een wormkuur te vragen ter gelegenheid van
een hervaccinatie. "Mijn hond heeft geen wormen - ik heb ze nooit
gezien" gaat niet op. Levende spoelwormen zullen slechts bij ernstige
infecties in ontlasting (of zelfs braaksel) zichtbaar worden. De meeste infecties blijven onopgemerkt. Spoelworminfecties kunnen
diarree veroorzaken. Zeker in geval uw kat of hond in kontakt komt met kinderen is
regelmatig ontwormen sterk aanbevolen. Want spoelwormeieren komen via de ontlasting in
de omgeving terecht en kunnen bij opname via de mond (oa door duimzuigen of
spelen in een zandbak) bij een kind een infectie
veroorzaken.
LINTWORM
Naast de spoelworm spelen diverse soorten lintwormen een belangrijke rol, vooral
bij volwassen
honden en katten. Sommige soorten
kunnen via de voeding (prooidieren) worden opgenomen, maar ook een cyclus via de
vlo als tussengastheer speelt een belangrijke rol. Rijpe geledingen van deze
worm laten los en komen spontaan of met de ontlasting uit de anus en gelijken daarbij
sterk op een made. Gevuld met eitjes komen deze in de omgeving terecht of
blijven kleven aan de haren naast de anus. Dan drogen ze op en lijken op rijstkorreltjes. Vlooienlarven (welke
niet op de gastheer leven!) voeden zich hiermee en raken besmet met het
miniscuul kleine beginstadium van een nieuwe lintworm. Als de vlooienlarve een volwassen
vlo wordt en op een hond of kat springt, dan ervaart deze jeuk en kan zich gaan
likken. Daardoor wordt de
besmette vlo opgelikt tegelijk met de lintworm en de hond of kat wordt daarmee (opnieuw) besmet met lintwormen. Vaak is het
niet een kwestie van "Mijn dier heeft nog steeds wormen", maar
"Mijn dier heeft opnieuw wormen" als niet tegelijk met een ontworming
tegen lintworm een vlooienbestrijding uitgevoerd wordt.
OVERIGE
Andere wormsoorten spelen sporadisch een rol bij onze huisdieren (o.a. haakworm,
aarsmade). Bij dieren afkomstig uit bepaalde
vnl. warmere landen kan zelfs sprake zijn van hartworm
(in de bloedbaan!).
Tegenwoordig bestaan er ontwormingsmiddelen, bij uw dierenarts verkrijgbaar, welke vrijwel alle actieve van belang zijnde wormen in één klap doden. Vooral voor volwassen dieren is het gebruik van deze middelen dan ook aan te raden. Raadpleeg hierover uw dierenarts, want sommige middelen welke volgens de bijsluiter of volgens de apotheker heel aktief zijn, zijn dat in werkelijkheid heel wat minder.