Een CCD sensor is in feite een reeks lichtgevoelige detektoren (microscopisch kleine fotodioden). Voor het nemen van de foto wordt een kleine condensator dat met iedere diode verbonden is geladen (de diode vormt eigenlijk de condensator). Tijdens de belichting zullen de cellen hun lading min of meer verliezen naargelang de lichtintensiteit.
Na de foto wordt de overgebleven lading van iedere sensor doorgestuurd naar een converter om de opeenvolgende electrische niveaus van iedere pixel te digitaliseren. Een CCD werkt ongeveer zoals een kantoorgebouw bij sluitingstijd, als alle werkemers het gebouw verlaten via de unieke lift. Op iedere verdiep is er een file, en de lift stopt op iedere verdiep en neemt één medewerker mee. Tijdens deze tranfer kan de lading van een overbelichte cel naar zijn geburen lekken waarbij er witte vertikale strepen ontstaan (je zou het kunnen vergelijken met een heel dikke bediende die iedereen verplicht uit te stappen om geen overbelasting van de lift te veroorzaken).
Een CCD gebruikt een dubbele technologie: een diode (bipolair) als detector en een CCD array om de lading te verschuiven en is dus een duurder fabricageprocédé.
Een CMOS sensor wordt volledig gebouwd met CMOS technologie. Dezelfde technologie dat gebruikt wordt om geheugenmodules en processoren te bouwen kan gebruikt worden om sensoren te bouwen. Deze CMOS sensoren worden traditioneel in goedkope camera's gebruikt omdat de kwaliteit zeer laag was, maar voor camera's voor internetgebruik is dit geen bezwaar. Het probleem is dat ieder pixel verschillend reageert op het lichtsignaal, waardoor het bekomen electrisch signaal sterk gestoord is. Omdat de beeldkwaliteit van CMOS sensoren zo uiteenlopend is, moet de beeldverwerking bij iedere pixel gebeuren, om zo de overdrachtskarakteristiken van iedere individuele sensor te compenseren. Met een systeem dat het signaal van iedere pixel corrigeert kan met perfekte beelden bekomen, maar het probleem is nu dat de bijkomende electronika zoveel plaats inneemt op de sensor dat een foton meer kans maakt naast de sensor te vallen dan op de sensor. Daardoor wordt de sensor minder lichtgevoelig, en kleinere sensoren produceren relatief meer ruis.
Dankzij verbeterde produktiemethodes met lagen (de sensor zit op de bovenste verdiep en de beeldverwerking gebeurt op de onderste lagen) en een microlens voor iedere sensor is men in staat een CMOS sensor te bouwen dat even performant is als een klassieke CCD sensor, maar minder stroom verbruikt. Als we de vergelijking met het kantoorgebouw doortrekken, dan springen alle medewerkers door het raam bij sluitingstijd.

De Canon 300D is een basisuitvoering van de meer prosumer 10D. Ondertussen zitten we aan de 450D (consumer), 50D (prosumer) en 5D (professioneel). De 1D (beroeps) zit nu al aan versie weet ik niet hoeveel, maar dat kan de beroepsfotografen die dergelijke toestellen gebruiken niet deren. De fabrikant probeert mensen aan te trekken die vroeger in Canon lenzen hebben geinvesteerd de overstap te doen naar digitaal. Het toestel heeft veel van de functionaliteiten van zijn grotere broers, maar is zo goedkoop mogelijk gebouwd, en inderdaad, het toestel ziet er plastiekerig uit. Nochtans is een digitale reflextoestel heelwat duurder dan een compact toestel, maar dit wordt veroorzaakt door de complexe construktie. Overschakelen op een digitale reflex in plaats van een digitale compact is een goede keus als je reeds lenzen bezit en met de werking van een reflex vertrouwd bent.